Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ8935

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
25-01-2007
Datum publicatie
20-02-2007
Zaaknummer
AWB 05/8144 AW
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Toewijzing functie na invoering nieuw systeem van functiebeschrijvingen en -waarderingen. De rechtbank is van oordeel dat niet gebleken is dat verweerder na afweging van alle betrokken belangen niet in redelijkheid deze functie aan eiseres heeft kunnen toewijzen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank 's-Gravenhage

sector bestuursrecht

derde afdeling, enkelvoudige kamer

Reg. nr. AWB 05/8144 AW

UITSPRAAK

als bedoeld in artikel 8:77

van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

UITSPRAAK IN HET GEDING TUSSEN

[eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres,

en

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, verweerder.

I. PROCESVERLOOP

1. Eiseres heeft bij brief van 16 november 2005 beroep ingesteld tegen een besluit van 3 oktober 2005, verzonden op 5 oktober 2005, waarbij verweerder zijn besluit van 26 november 2004, betreffende de toewijzing aan eiseres van de functie adviseur middelen A, na bezwaar heeft gehandhaafd.

2. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend.

3. De openbare behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden op 15 juni 2006. Eiseres is aldaar in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde mr. J.J. Fens. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde mr. G.G.A.M. van Terwisga-van den Broek.

4. Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat nader onderzoek naar de inhoud van de functie van eiseres wordt gedaan. De rechtbank heeft daarop het onderzoek ter zitting met toepassing van artikel 8:64 van de Awb geschorst en bepaald dat het vooronderzoek wordt hervat.

5. Bij brief van 12 september 2006 heeft verweerder de uitkomsten van het onder punt 4 genoemde onderzoek aan de rechtbank kenbaar gemaakt. Verweerder heeft op grond van dit onderzoek bepaald dat de aan eiseres toegewezen functie van Adviseur middelen A op juiste wijze de werkzaamheden van eiseres verwoordt.

6. Na een uitgebreide wisseling van standpunten, heeft de rechtbank bij brief van 4 januari 2007 aan partijen kenbaar gemaakt dat het heropende onderzoek is voltooid.

7. Op verzoek van de rechtbank hebben partijen toestemming gegeven om een nieuwe behandeling ter zitting achterwege te laten.

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting neemt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden als vaststaand aan.

1.1. Eiseres is werkzaam bij de afdeling Handhaving van de directie Groen, Water en Milieu (hierna: directie GWM) van de Provincie Zuid-Holland, tot 1 juli 2004 in de functie van Communicatiemedewerker.

1.2. Met ingang van 1 juli 2004 is een nieuw systeem van functiebeschrijvingen en -waarderingen, genaamd Fuwaprov, ingevoerd bij de provincie Zuid-Holland. Als gevolg hiervan zijn alle functies binnen de provincie opnieuw beschreven en gewaardeerd. Hierbij zijn de oude bestaande functiebeschrijvingen als uitgangspunt genomen. Deze oude functiebeschrijvingen waren veelal gedetailleerd beschreven en persoonsgebonden. Het nieuwe systeem gaat evenwel uit van ruimere, meer algemene beschrijvingen die gelden voor groepen van functies.

1.3. Alle medewerkers van de Provincie Zuid-Holland hebben eind april 2004 een concept-besluit gehad inzake de toewijzing van een functie en de daarbij behorende voorlopige beschrijving. Nadien is de mogelijkheid geboden hierover overleg te voeren met de leidinggevende.

1.4. In juni 2004 is besloten om een nader onderzoek te verrichten naar alle oude schaal-11 functies, waaronder de oude functie van eiseres. Eiseres is hierover bij brief van 16 juni 2004 geïnformeerd.

1.5. De uitkomsten van dit onderzoek zijn neergelegd in het besluit van

26 november 2004, waarbij aan eiseres is meegedeeld dat haar met ingang van 1 juli 2004 de functie van Adviseur Middelen A wordt toegewezen. De toewijzing van deze functie is - overeenkomstig het advies van de Bezwarencommissie rechtspositie provinciaal personeel - bij het bestreden besluit gehandhaafd.

2. De rechtbank stelt allereerst vast dat de onderhavige procedure zich beperkt tot de beschrijving van de functie waarop eiseres thans geplaatst is. De waardering van deze functie is onderwerp van een separate procedure. Voor zover de grieven van eiseres hierop betrekking hebben, zullen ze buiten beschouwing worden gelaten.

3. De rechtbank stelt voorts vast dat de aan verweerder toekomende bevoegdheid tot het toewijzen van een functie aan eiseres discretionair van aard is. Het geschil spitst zich dan ook toe op de vraag of verweerder na afweging van de in aanmerking komende belangen in alle redelijkheid de functie van Adviseur Middelen A aan eiseres heeft kunnen toewijzen.

3.1. Eiseres is van mening dat deze vraag ontkennend beantwoord dient te worden. Zij is van mening dat de functiebeschrijving van Adviseur Middelen A niet zodanig aansluit bij haar oude functieomschrijving dat de toewijzing van deze functie redelijk is te achten. Eiseres heeft in dat kader aangevoerd dat de hoofdtaken, inclusief de hierbij behorende uitwerking, niet voldoende zijn verwoord in de functiebeschrijving behorende bij de aan haar toegewezen functie. Volgens eiseres sluit de functiebeschrijving van Adviseur Middelen 2 en de daarbij behorende waardering in schaal 11 beter aan bij haar werkzaamheden. Eiseres betwist dat haar functie dusdanig is ingekaderd dat niet kan worden gesproken van werkzaamheden van complexe aard. Zo neemt ze bijvoorbeeld deel aan de landelijke Projectgroep Publieksvoorlichting Zwemwater en adviseert ze ook overigens het afdelingsmanagement over de middelenproblematiek van complexe aard, hetgeen thans niet terug komt in de aan haar toegewezen functie.

3.2. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

4. De grondslag voor de invoering van Fuwaprov per 1 juli 2004 is de nieuwe Procedureregeling methodische functiewaardering provincies, die op 13 april 2004 voor de provincie is vastgesteld.

4.1. In artikel 2, eerste lid, Procedureregeling methodische functiewaardering Provincie Zuid-Holland (hierna: de Regeling) is bepaald dat van iedere organieke functie door Gedeputeerde Staten een functiebeschrijving wordt vastgesteld, zulks na overleg met de ambtenaar, tenzij dit overleg niet mogelijk is.

4.2. In artikel 2, derde lid, van de Regeling is bepaald dat iedere ambtenaar een organieke functie krijgt toegewezen onder vermelding van de datum vanaf wanneer deze geldt; van die toewijzing kan in uitzonderlijke gevallen tijdelijk worden afgezien.

4.3. Ingevolge het vierde lid van artikel 2 van de Regeling kan de toewijzing tot ten hoogste zes maanden terugwerken, te rekenen vanaf het tijdstip waarop de toewijzing plaatsvindt. In bijzondere gevallen kan aan de toewijzing verdere terugwerkende kracht worden verleend. Bij organisatieveranderingen werkt de daarmee verband houdende toewijzing terug tot ten hoogste het tijdstip waarop die organisatieverandering is ingegaan.

4.4. Het vijfde lid van de Regeling bepaalt dat, indien de inhoud van de organieke functie zodanige wijziging heeft ondergaan dat zij van invloed kan zijn op de waardering, al dan niet op aanvraag de ambtenaar een nieuwe of aangepaste functiebeschrijving conform lid 1 van dit artikel kan worden vastgesteld.

5.1. De rechtbank stelt voorop dat - nu noch gesteld noch gebleken is dat ten aanzien van de oude functie van eiseres sprake is van achterstallig onderhoud van de functiebeschrijving - deze oude functie van eiseres en de daarbij behorende functiebeschrijving uitgangspunt zijn bij de beoordeling of verweerder in alle redelijkheid de functie van Adviseur Middelen A aan eiseres heeft kunnen toewijzen. Het oude evenals het huidige functiewaarderingssysteem gaat daarbij uit van organieke functies. Anders dan bij zogenoemde mens-functiebeschrijvingen gaat het hier niet om de beschrijving van de feitelijk uitgevoerde of feitelijk opgedragen werkzaamheden, maar om de door verweerder aan eiseres opgedragen werkzaamheden gegeven de inrichting van de organisatie zoals die verweerder voor ogen stond en staat.

5.2. De inrichting van de organisatie zoals die verweerder thans voor ogen staat is blijkens de gedingstukken als volgt. De directie GWM, alwaar eiseres werkzaam is, heeft in totaal zeven afdelingen: Groen, Water, Milieu, Vergunningen, Handhaving, Bodemsanering en Programma’s en Projecten. Binnen elke afdeling, met uitzondering van de afdeling Vergunningen, zijn meerdere communicatiemedewerkers in de functie van adviseur middelen A (schaal 10) werkzaam. Iedere afdeling wordt aangestuurd door een afdelingshoofd. Het afdelingshoofd legt rechtstreeks verantwoording af aan de (adjunct-)directeur. Aan de hiërarchische lijn is verder een stafbureau gekoppeld: de Eenheid Directiesecretariaat. Bij die eenheid is een Adviseur Middelen A (schaal 10) en een Senior Adviseur Middelen (schaal 12) werkzaam. Beide medewerkers hebben communicatietaken. Binnen de Eenheid Directiesecretariaat wordt door het hoofd van deze Eenheid tezamen met de Senior Adviseur Middelen het communicatiebeleid voor alle afdelingen bepaald. Dit beleid bepaalt het kader waarbinnen de communicatiemedewerkers van de afzonderlijke afdelingen werkzaam zijn. Daarnaast wordt het taakgebied van de communicatiemedewerkers bij de afzonderlijke afdelingen ingekaderd door het beleid dat centraal, door de afdeling Communicatie van de Directie Maatschappij en Bestuur, voor de gehele organisatie wordt gesteld.

De kerngebieden waarop eiseres optreedt zijn de handhaving van vergunningen en de coördinatie van de samenwerking met en tussen de verschillende partners (gemeenten, samenwerkende gemeenten, OM, Politie, e.d.). Daarnaast wordt de regie gevoerd op het gebied van de kwaliteit van de handhavingstaken bij de provincie, maar ook bij de verschillende gemeenten. In dat kader kan het voorkomen dat er aan de betreffende gemeente aanwijzingen moeten worden gegeven, waardoor de relatie tussen provincie en gemeente onder druk kan komen te staan. Bij de verschillende activiteiten van de afdeling wordt in een vroegtijdig stadium een communicatieparagraaf opgesteld, die wordt meegenomen in beleids- en projectplannen. Het opstellen daarvan, maar ook de uitvoering ervan, vindt plaats in een gemeenschappelijke benadering tussen beleidsmedewerkers, projectleiders en de communicatie medewerker. Met name de communicatie medewerker is degene die het overzicht bewaart om als provincie op een dusdanige wijze naar buiten toe op te treden, dat de voorlichtende activiteiten op een adequate wijze worden uitgevoerd, waarbij de risico’s die kunnen optreden in de relatie met andere betrokkenen zorgvuldig worden afgewogen. In het samenspel met beleidsmedewerkers, juristen en projectleiders is dan ook een belangrijke rol weggelegd voor de communicatie medewerker. Evenwel zijn de inhoudelijke verantwoordelijkheden ondergebracht in de functies van beleidsmedewerker, projectleider of jurist. De verantwoordelijkheden voor de communicatie medewerker beperken zich tot het primaire aandachtsgebied communicatie.

5.3. De rechtbank heeft in hetgeen door eiseres is aangevoerd geen aanleiding gevonden om te oordelen dat verweerder haar in redelijkheid de functie van Adviseur Middelen A niet heeft kunnen toewijzen. Eiseres heeft de rechtbank er niet van kunnen overtuigen dat de beknopte beschrijving van de hoofdtaken van haar huidige functie niet overeenkomt met de hoofdtaken van haar oude functie van Medewerker Communicatie. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat deze hoofdtaken, bestaande uit het uitvoeren van het communicatieplan, het leveren van een bijdrage aan de beleidsontwikkeling en -advisering op het brede terrein van het projectgebonden en niet project-gebonden communicatiebeleid van de afdeling en het zorgen voor de beleidsuitvoering op het brede terrein van het project- en niet-gebonden communicatiebeleid van de afdeling, op een juiste wijze en in voldoende mate zijn terug te vinden in de aan eiseres toegewezen functie. Zowel de oude als de toegewezen functie, omvatten beide werkzaamheden met een sterk accent op uitvoering. In dat kader heeft verweerder ter zitting verwezen naar het hoofdfunctiebestanddeel het leveren van een bijdrage aan de beleidsontwikkeling en -advisering in de oude functie. De woorden het leveren van een bijdrage heeft volgens verweerder onmiskenbaar een beleidsuitvoerend karakter en ziet nadrukkelijk niet op het zelf opstellen van beleid. De rechtbank volgt verweerder hierin. De omschrijving van de functiekarakteristiek in punt 7 van de oude functiebeschrijving, waaraan ter zitting is gerefereerd, dient naar het oordeel van de rechtbank eveneens in dit licht bezien te worden.

5.4. Voorts volgt de rechtbank verweerder in zijn standpunt dat de werkzaamheden van de door eiseres geambieerde functie Adviseur Middelen 2 op een hoger abstractieniveau plaatsvinden dan de werkzaamheden die behoorden bij de oude functie van eiseres. Het gaat daarbij om het aanreiken van structurele oplossingsrichtingen voor problemen op het afdelingsniveau. Het betreft met name strategische, voor de afdeling richting bepalende, adviezen, die de met name uitvoerende werkzaamheden van eiseres overstijgen en als zodanig ook niet in haar oude functiebeschrijving zijn terug te vinden. Daarbij komt nog dat van de Adviseur Middelen 2 wordt verwacht dat hij niet alleen over de implicaties van ontwikkelingen adviseert, maar ook over het te voeren geïntegreerd middelenbeleid. Dit impliceert een multidisciplinaire aanpak, waarbij rekening houdende met andere disciplines gehandeld wordt, die niet terug te vinden is in de oude functie van eiseres. Bovendien participeert de Adviseur Middelen 2 in beleidsgevoelige en omvangrijke projecten op concernniveau met verschillende disciplines. Eiseres daarentegen participeert enkel in beleidsgevoelige projecten op hoofdzakelijk afdelingsniveau, waarbij het multidisciplinaire karakter ontbreekt. Dat er sprake is van een intensief samenspel met beleidsmedewerkers, juristen en projectleiders maakt dit niet anders. Door de wijze waarop de verantwoordelijkheden zijn verdeeld, kan niet gezegd worden dat het aandachtsgebied van de communicatie medewerker complex is. Het aandachtsgebied van de communicatie medewerker strekt zich immers niet uit tot de verantwoordelijkheid over de inhoudelijke aspecten waarover wordt gecommuniceerd. Dat prerogatief ligt bij de beleidsmedewerker, jurist of projectleider.

De rechtbank is er voorts niet van overtuigd geraakt dat eiseres het afdelingsmanagement adviseert over de (communicatie)middelen-problematiek van complexe aard. De functie van eiseres was en is dusdanig ingekaderd door het beleid dat door de Eenheid Directiesecretariaat van de directie GWM en de afdeling Communicatie van de Directie Maatschappij en Bestuur wordt gesteld, dat - ofschoon sprake is van het zwaarste niveau van uitvoering - toch slechts gesproken kan worden van advisering over (communicatie)middelenproblematiek van gangbare aard. Het standpunt van eiseres dat er buiten haar en haar schaal 10-communicatie-collega's niemand is die de kaders van het communicatiebeleid van de directie GWM opstelt, kan niet leiden tot het oordeel dat verweerder in redelijkheid niet de functie Adviseur Middelen A aan eiseres heeft kunnen toewijzen. Daartoe acht de rechtbank van belang dat niet gebleken is dat het opstellen van die kaders tot de taken van haar oude functiebeschrijving van communicatiemedewerker behoorde. Voorts is niet gebleken dat deze taken niet tot de functiebeschrijving van de Senior Adviseur Middelen (schaal 12) die bij de Eenheid Directiesecretariaat werkzaam is, behoren. Verweerder heeft gekozen voor een systeem van functiebeschrijving, dat uitgaat van ruimere, meer algemene beschrijvingen die gelden voor groepen van functies. Deze schaal 12-functie is blijkens de bewoordingen van de functiebeschrijving een puur beleidsmatige functie die onder meer op het vakgebied communicatie wordt uitgevoerd. Tot slot merkt de rechtbank nog op dat de wijze waarop taken uit functiebeschrijvingen worden uitgevoerd geen onderwerp van dit geding is.

5.5. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet gebleken is dat verweerder na afweging van alle betrokken belangen niet in redelijkheid de functie van Adviseur Middelen A aan eiseres heeft kunnen toewijzen.

6. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het beroep ongegrond dient te worden verklaard.

7. Nu het beroep ongegrond zal worden verklaard komt, is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De rechtbank 's-Gravenhage,

RECHT DOENDE:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gedaan door mr. E.S.G. Jongeneel en in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2007, in tegenwoordigheid van mr. A.P.J. Heesen, griffier.

RECHTSMIDDEL

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan hoger beroep worden

ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.