Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ5757

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
12-12-2006
Datum publicatie
08-01-2007
Zaaknummer
259893 - FA RK 06-995
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing van een verzoek tot het maken van huwelijkse voorwaarden tijden het huwelijk omdat partijen in de concept-akte huwelijkse voorwaarden de Dozy-clausule niet wensen op te nemen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 102
Burgerlijk Wetboek Boek 1 119
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RN 2007, 32
EB 2007, 33
FJR 2007, 53 met annotatie van I.J. Pieters
JPF 2007/41 met annotatie van BER
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE

Sector Familie- en Jeugdrecht

Enkelvoudige Kamer

Maken van huwelijkse voorwaarden

rekestnummer: FA RK 06-995

zaaknummer: 259893

datum beschikking: 12 december 2006

BESCHIKKING op het verzoekschrift van:

FA RK 06-995FA RK 06-995

[de man]

en

[de vrouw]

echtgenoten, wonende te [woonplaats]

gemachtigde: notaris mr. J.A. Alferink (notariskantoor Haans . Beijsens te Bergen op Zoom).

PROCEDURE

De rechtbank heeft kennisgenomen van het op 14 februari 2006 ter griffie van deze rechtbank ingediende verzoekschrift, met als bijlage onder meer een ontwerp van de op te maken notariële akte houdende huwelijkse voorwaarden.

Ingekomen zijn:

- een brief van 21 maart 2006 met bijlagen van mr. E.J. de Bie, kandidaat-notaris;

- een brief van 11 juli 2006 van mr. J.A. Alferink.

Op 30 oktober 2006 is het verzoek ter terechtzitting behandeld. Verschenen is namens de gemachtigde: mr. E.J. de Bie.

BEOORDELING

Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van goedkeuring voor het maken van huwelijkse voorwaarden.

Bij brief van 14 maart 2006 heeft de griffier van de rechtbank de gemachtigde verzocht het verzoekschrift aan te vullen met:

1. een authentiek afschrift van de huwelijksakte;

2. het ontwerp van de op te maken notariële akte;

3. een nationaliteitsbewijs van beide echtgenoten;

4. een door de echtgenoten ondertekend vermogensoverzicht, waarin de activa en de passiva van ieder der echtgenoten zijn opgenomen,

een en ander conform het "model verzoekschrift maken of wijzigen huwelijkse voorwaarden staande huwelijk" van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (hierna: KNB) en/of conform het Procesreglement overige (boek 1) zaken.

Bij brief van 21 maart 2006 van mr. E.J. de Bie namens de gemachtigde is het verzoekschrift aangevuld met de stukken als vermeld onder 1, 2 en 3, zulks met de mededeling dat de echtgenoten door de beoogde huwelijkse voorwaarden wensen dat de vrouw gevrijwaard wordt van verhaal door eventuele toekomstige zakelijke schuldeisers van de man en dat de echtgenoten niet voornemens zijn de thans bestaande huwelijksgemeenschap te verdelen, zodat geen sprake kan zijn van benadeling van crediteuren, mede gezien het arrest van de Hoge Raad van 21 februari 1997, NJ 1998, 205.

Bij brief van 14 maart 2006 (de rechtbank merkt op dat de datering van deze brief onjuist is aangezien deze brief eerst na ontvangst van voormelde brief van 21 maart 2006 aan de gemachtigde is verzonden) heeft de rechtbank verzocht om het verzoekschrift aan te vullen met een gewijzigde concept-akte houdende huwelijkse voorwaarden (hierna: de concept-akte), met daarin opgenomen de "Dozy-clausule". De rechtbank heeft daarbij de gemachtigde verzocht om -indien de echtgenoten de Dozy-clausule niet willen opnemen- dit te motiveren. Voorts is verzocht om -in dat geval- te motiveren dat er geen gevaar bestaat voor benadeling van schuldeisers. Bovendien heeft de rechtbank opgemerkt dat in het door de gemachtigde aangehaalde arrest sprake is van een echtgenoot die na ontbinding van de gemeenschap afstand doet van de gemeenschap, terwijl in de onderhavige procedure sprake is en zal blijven van een onverdeelde gemeenschap die door de echtgenoten op ieder door hen gewenst moment op de door hen gewenste wijze kan worden verdeeld.

De gemachtigde heeft daarop bij brief van 11 juli 2006 te kennen gegeven dat de Dozy-clausule niet in de concept-akte is opgenomen omdat deze in casu niet binnen het wettelijk kader past. Volgens de gemachtigde is benadelingsgevaar voor (huidige) crediteuren niet aanwezig omdat zij reeds worden beschermd door artikel 1:102 BW terwijl het toestemmingsvereiste slechts betrekking heeft op de bescherming van de huidige (en niet: toekomstige) schuldeisers. Benadeling van schuldeisers kan uitsluitend ten gevolge van een ongelijke verdeling van de huwelijksgemeenschap ontstaan. In casu zal hiervan geen sprake zijn nu de echtgenoten niet -althans niet in de nabije toekomst- voornemens zijn om tot verdeling over te gaan, waardoor de verhaalsmogelijkheden van de crediteuren niet beperkt worden. Wanneer het ooit toch tot een verdeling komt, zullen de echtgenoten in beginsel bij helfte verdelen; zij zullen slechts anders dan bij helfte verdelen voor zover zulks geen gevaar voor benadeling van crediteuren oplevert.

Ter terechtzitting heeft mr. E.J. de Bie herhaald dat het niet de bedoeling van de echtgenoten is om thans de huwelijksgemeenschap te verdelen. Zij zijn op de hoogte van het feit dat -wanneer zij besluiten om wel te verdelen- verdeling bij helfte dient te geschieden. Zij zijn niet voornemens om bij een verdeling schuldeisers te benadelen. Indien in de toekomst schuldeisers ten gevolge van de verdeling van de huwelijksgemeenschap van partijen worden benadeeld, staat die schuldeisers de weg van artikel 3:45 BW (Pauliana) open. Uit het opnemen van de Dozy-clausule volgt derhalve slechts een uitbreiding van de reeds bij wet geregelde hoofdelijke aansprakelijkheid van elk der echtelieden. Wanneer de wetgever een dergelijke uitbreiding zou hebben voorgestaan, zou de wetgever daarvoor een regeling getroffen hebben, aldus mr. E.J. de Bie.

De rechtbank heeft de gemachtigde hierop in de gelegenheid gesteld met de echtgenoten overleg te voeren over het alsnog opnemen van de Dozy-clausule in de concept-akte en van de uitkomst van dat overleg binnen vier weken schriftelijk mededeling te doen. De rechtbank constateert dat de gemachtigde op generlei wijze binnen de hem daartoe gegeven termijn mededeling heeft gedaan van het verloop van voormeld overleg.

De rechtbank stelt gelet op het vorenstaande vast dat de echtgenoten niet bereid zijn gebleken om de Dozy-clausule op te nemen in de concept-akte. Met de echtgenoten is de rechtbank van mening dat het toestemmingsvereiste van artikel 1:119 BW geen bescherming beoogt van schuldeisers tegen het verlies van de mogelijkheid van verhaal op baten die zonder ontbinding van de gemeenschap in de toekomst in die gemeenschap zouden zijn gevallen. In die bescherming wordt voorzien door artikel 1:102 BW. Bij het opmaken van huwelijkse voorwaarden staande huwelijk, waar eerst sprake was van een huwelijksgemeenschap, is bescherming van de bestaande schuldeisers tegen ontbinding (en verdeling) van de bestaande huwelijksgemeenschap geboden. Opname van de Dozy-clausule voorziet daarin. Door te stellen dat zij (voorlopig) niet van plan zijn om tot verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap over te gaan, en dat zij niet de intentie hebben om bij een eventuele verdeling hun schuldeisers te benadelen, hebben de echtgenoten naar het oordeel van de rechtbank geenszins onderbouwd dat geen gevaar bestaat voor benadeling van schuldeisers dan wel dat opname van de Dozy-clausule in casu niet in het wettelijk kader past. De rechtbank overweegt ten overvloede dat dat laatste wel het geval zou kunnen zijn indien de vrouw afstand doet van de huwelijksgemeenschap zoals aan de orde was in het door de echtgenoten aangehaalde arrest van de Hoge Raad.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek afwijzen.

BESLISSING:

De rechtbank:

Wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. F.J. Verbeek en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

12 december 2006 in tegenwoordigheid van V. van den Hoed-Koreneef, griffier.