Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ5389

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
28-12-2006
Datum publicatie
02-01-2007
Zaaknummer
09/535533-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een reeks van brandstichtingen en een poging daartoe. Veelal in de omgeving van bebouwing waar mensen woonden of verkeerden. Verdachte heeft een fascinatie voor brand en alles wat daarmee samenhangt. Hij stichtte de branden veelal om zijn angsten en frustraties kwijt te raken; naar zijn zeggen werd hij er rustig van. De rechtbank rekent verdachte deze feiten temeer aan omdat hij beter had moeten weten: hij is opgegroeid in een omgeving waarin hij kennis heeft kunnen maken met de onbeheersbare gevolgen van brand. De gepleegde feiten rechtvaardigen een grotendeels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. De rechtbank houdt in het voordeel van verdachte rekening met het feit hij niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen, met zijn jeugdige leeftijd, met zijn houding ter terechtzitting, en met het feit dat hij een stevig netwerk van familieleden en anderen heeft. De rechtbank houdt voorts bij het bepalen van de strafmaat rekening met de enigszins verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte. Artikelen 9a, 14a (oud), 14a, 14b (oud), 14b, 14c, 14d, 36f, 45, 47, 57, 62, 157 (oud), 157 en 424 van het Wetboek van Strafrecht. Gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek, waarvan 6 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 3 jaar en de bijzondere voorwaarde van verplicht Reclasseringscontact.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09/535533-06

's-Gravenhage, 28 december 2006

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats],

adres: [adres],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zuid West,

Huis van Bewaring De Torentijd,

te Middelburg.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 14 december 2006.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr E.J.W. Schuijlenburg, advocaat te Leiden, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

Er hebben zich vijf benadeelde partijen gevoegd.

De officier van justitie mr Kramer heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding onder 4 primair en 9 telastgelegde wordt vrijgesproken, dat hij van het hem onder 4 subsidiair telastgelegde wordt schuldig verklaard zonder oplegging van straf of maatregel, en dat hij terzake van het hem bij dagvaarding onder 1, 2, 3, 5 primair, 6 primair, 7 primair en 8 primair telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren (of langer), en als bijzondere voorwaarde verplicht Reclasseringscontact, ook als dit zou inhouden deelnemen aan een behandeling bij De Waag.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen in de volgende zin:

- [benadeelde partij 1] ten bedrage van € 8.093,39;

- [benadeelde partij 2]. ten bedrage van € 10.468,73;

- [benadeelde partij 3] ten bedrage van € 850,-.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partijen:

- [benadeelde partij 4], en

- [benadeelde partij 5]

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van bedragen groot

- € 8.093,39, subsidiair 161 dagen hechtenis ten behoeve van [benadeelde partij 1];

- € 10.468,73, subsidiair 187 dagen hechtenis ten behoeve van [benadeelde partij 2].;

- € 850,00, subsidiair 17 dagen hechtenis ten behoeve van [benadeelde partij 3].

De officier van justitie heeft tenslotte gevorderd dat de blijkens de lijst van inbeslaggenomen, niet teruggegeven voorwerpen - hierna te noemen beslaglijst, waarvan een fotokopie, gemerkt C, aan dit vonnis is gehecht - onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen zullen worden teruggegeven aan de beslagene.

De telastlegging.

Aan de verdachte is telastgelegd - na wijziging van de telastlegging ter terechtzitting - hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A, en van de vordering wijziging telastlegging, gemerkt A1.

Vrijspraak.

De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte bij dagvaarding onder 4 primair, 7 primair en 9 is telastgelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan is de rechtbank tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat de verdachte de op de dagvaarding onder 1, 2, 3, 4 subsidiair, 5 primair, 6 primair, 7 subsidiair en 8 primair telastgelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf en maatregelen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een reeks van brandstichtingen en een poging daartoe; sommige branden heeft hij samen met een vriend gesticht. Door deze brandstichtingen zijn onder meer vrachtwagens/een aanhangwagen met inhoud, fietsen, een boom en containers in vlammen opgegaan. Dit geschiedde veelal in de omgeving van bebouwing waar mensen woonden of verkeerden. Na het in brand steken van een boom reikten de vlammen zelfs tot aan de dakkapel van een woning, waar kinderen op dat moment lagen te slapen, terwijl bij de brandstichting - tot twee maal toe - nabij een manege de paarden die daar in de stallen stonden groot gevaar liepen. Bovendien was de manege op dat moment niet bemand, hetgeen de brand extra luguber maakte.

Verdachte heeft een fascinatie voor brand en alles wat daarmee samenhangt. Hij stichtte de branden veelal om zijn angsten en frustraties kwijt te raken; naar zijn zeggen werd hij er rustig van.

Door opzettelijk brand te stichten hebben verdachte en zijn mededader gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor anderen veroorzaakt. Bovendien is door deze brandstichtingen aanzienlijke materiële schade veroorzaakt. Daarnaast heeft verdachte ook veel onrust en angst veroorzaakt in zijn woonomgeving. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. De rechtbank rekent verdachte deze feiten temeer aan omdat hij beter had moeten weten: hij is opgegroeid in een omgeving waarin hij kennis heeft kunnen maken met de onbeheersbare gevolgen van brand.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op het rapport d.d. 21 november 2006 van drs. A.L. de Vries, G.Z.-psycholoog te 's-Gravenhage. Dit rapport houdt als conclusie onder meer het volgende in.

Betrokkene is lijdende aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een persoonlijkheidsstoornis in ontwikkeling. Bij betrokkene is sprake van een ziekelijke storing van de geestvermogens in de zin van een stoornis in de impulsbeheersing. Bij de huidige delicten heeft deze gebrekkige ontwikkeling een rol gespeeld. Die omstandigheden alsmede het gebruik van alcohol hebben geleid tot het versterken van de stoornis, die een dwingende kracht heeft en door betrokkene moeilijk te beïnvloeden is. Op grond van de onderzoeksresultaten wordt betrokkene enigszins verminderd toerekeningsvatbaar voor de delicten geacht. De kans op recidive moet aanwezig worden geacht. Geadviseerd wordt aan betrokkene een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarde verplicht Reclasseringscontact gericht op behandeling bij De Waag.

Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op het Voorlichtingsrapport van de Reclassering Nederland d.d. 5 december 2006. Ook hierin wordt onder meer geadviseerd aan verdachte Reclasseringstoezicht op te leggen. Rapporteurs zijn van mening dat, indien betrokkene behandeld kan worden zodat hij op een andere manier omgaat met zijn frustraties, het gevaar voor recidive zal afnemen.

Gelet op de ernst van de feiten - met name de feiten die onder 1, 2 en 6 primair bewezen zijn verklaard - en de hoeveelheid daarvan, is een taakstraf een gepasseerd station. De gepleegde feiten rechtvaardigen een grotendeels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur.

De rechtbank zal evenwel in het voordeel van verdachte rekening houden met het feit hij niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen, met zijn jeugdige leeftijd, met zijn houding ter terechtzitting, en met het feit dat hij een stevig netwerk van familieleden en anderen heeft.

De rechtbank zal voorts bij het bepalen van de strafmaat rekening houden met de enigszins verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte.

Aan het voorwaardelijk deel van de straf zal de rechtbank de bijzondere voorwaarde verbinden dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van de Reclassering, ook als een dergelijke aanwijzing zou inhouden dat verdachte zich laat behandelen bij 'De Waag' te 's-Gravenhage en therapie volgt voor zijn problematiek. Met het oog op deze behandeling acht de rechtbank een proeftijd van 3 jaar geïndiceerd. De verlengde proeftijd dient er tevens toe verdachte met extra nadruk te weerhouden van het nogmaals plegen van soortgelijke feiten.

Om al deze redenen acht de rechtbank na te melden straf passend en geboden.

De vorderingen van de benadeelde partijen.

Er hebben zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van een vordering tot schadevergoeding:

Met betrekking tot feit 1:

1. [benadeelde partij 4], [adres].

De rechtbank zal deze benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in de vordering tot schadevergoeding, aangezien geen schade is gevorderd.

Eveneens met betrekking tot feit 1:

2. [benadeelde partij 1], wonende [adres], groot € 8.093,39.

Met betrekking tot deze vordering heeft de verdediging verzocht om in redelijkheid een bedrag vast te stellen. De vordering is door de bij het Voegingsformulier gevoegde bescheiden gestaafd, terwijl die vordering, die eenvoudig van aard is, rechtstreeks - naar uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken - haar grondslag vindt in het bij dagvaarding onder 1 aan verdachte telastgelegde en bewezenverklaarde feit.

De rechtbank zal derhalve bepalen dat deze benadeelde partij ontvankelijk is in de vordering en zal deze vordering toewijzen.

Eveneens met betrekking tot feit 1:

3. [benadeelde partij 2]., [benadeelde partij 2], wonende [adres], groot € 10.468,73.

Deze vordering is door de verdediging deels weersproken, doch is door de bij het Voegingsformulier gevoegde bescheiden gestaafd, terwijl die vordering, die eenvoudig van aard is, rechtstreeks - naar uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken - haar grondslag vindt in het bij dagvaarding onder 1 aan verdachte telastgelegde en bewezenverklaarde feit.

De rechtbank zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij ontvankelijk is in de vordering en zal deze vordering toewijzen.

Met betrekking tot feit 6:

4. [benadeelde partij 3], [adres], groot € 850,00.

De rechtbank zal deze benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in de vordering tot schadevergoeding, aangezien een bedrag van € 575,00 voor de grote conifeer reeds wordt vergoed door de verzekering, terwijl de overige gevorderde bedragen de rechtbank bovenmatig voorkomen en bovendien slechts een schatting betreffen, zonder dat er sprake is van stukken die deze schattingen onderbouwen, waarbij de vordering voor wat betreft dit deel niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding.

Met betrekking tot feit 9:

5. [benadeelde partij 5], [adres], groot € 16.082,25.

De rechtbank zal deze benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in de vordering tot schadevergoeding, aangezien verdachte is vrijgesproken van het onder 9 telastgelegde feit.

Dit alles brengt mee, dat de verdachte voor wat betreft de onder 2 en 3 genoemde benadeelde partijen dient te worden veroordeeld in de kosten die deze benadeelde partijen tot aan deze uitspraak in verband met hun respectieve vorderingen hebben gemaakt, welke kosten de rechtbank telkens begroot op nihil, en de kosten die deze benadeelde partijen ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moeten maken.

Schadevergoedingsmaatregel.

Nu verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de staat van bedragen groot:

- € 8.093,39 ten behoeve van de benadeelde partij genaamd [benadeelde partij 1]; en

- € 10.468,73 ten behoeve van de benadeelde partij genaamd [benadeelde partij 2].

Inbeslaggenomen voorwerpen.

De rechtbank zal de teruggave aan de beslagene gelasten van de blijkens de beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 3 en 4, te weten 3. 1.00 STK Laptop computer Kl:grijs, PACKARD BELL en 4. 1.00 STK Acculader Kl:zwart DELTA.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen:

- 9a, 14a (oud), 14a, 14b (oud), 14b, 14c, 14d, 36f, 45, 47, 57, 62, 157 (oud), 157 en 424 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij dagvaarding onder 4 primair, 7 primair en 9 telastgelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1, 2, 3, 4 subsidiair, 5 primair, 6 primair, 7 subsidiair en 8 primair telastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1 en 8 primair:

OPZETTELIJK BRAND STICHTEN, TERWIJL DAARVAN GEMEEN GEVAAR VOOR GOEDEREN TE DUCHTEN IS, MEERMALEN GEPLEEGD;

ten aanzien van feit 2 en 6 primair:

OPZETTELIJK BRAND STICHTEN, TERWIJL DAARVAN GEMEEN GEVAAR VOOR GOEDEREN EN LEVENSGEVAAR VOOR EEN ANDER TE DUCHTEN IS, MEERMALEN GEPLEEGD;

ten aanzien van feit 3 en 5 primair:

MEDEPLEGEN VAN OPZETTELIJK BRAND STICHTEN, TERWIJL DAARVAN GEMEEN GEVAAR VOOR GOEDEREN TE DUCHTEN IS, MEERMALEN GEPLEEGD;

ten aanzien van feit 4 subsidiair:

MEDEPLEGEN VAN STRAATSCHENDERIJ;

ten aanzien van feit 7 subsidiair:

POGING TOT OPZETTELIJK BRAND STICHTEN, TERWIJL DAARVAN GEMEEN GEVAAR VOOR GOEDEREN TE DUCHTEN IS;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt de verdachte ten aanzien van feit 1, 2, 3, 5 primair, 6 primair, 7 subsidiair en 8 primair tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 18 (ACHTTIEN) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

in verzekering gesteld op: 2 september 2006,

in voorlopige hechtenis gesteld op: 5 september 2006;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 6 (ZES) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 3 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit, alsmede onder de hierna te noemen bijzondere voorwaarde:

- dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, ressort Den Haag, i.c. de sector justitiële verslavingszorg van psycho-medisch centrum Parnassia te 's-Gravenhage, zolang die instelling zulks nodig acht, ook indien dit zou inhouden behandeling bij De Waag te 's-Gravenhage en het volgen van therapie;

geeft hierbij opdracht aan bovengenoemde reclasseringsinstelling krachtens het bepaalde bij artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht;

wijst de vorderingen tot schadevergoeding van navolgende benadeelde partijen toe en veroordeelt verdachte voorts:

om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan :

[benadeelde partij 1], wonende [adres], een bedrag van € 8.093,39;

[benadeelde partij 2]., [benadeelde partij 2], wonende [adres], een bedrag van € 10.468,73;

met veroordeling tevens in de proceskosten door deze benadeelde partijen gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat van bedragen groot

€ 8.093,39 ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] voornoemd, en

€ 10.468,73 ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 2], [benadeelde partij 2] voornoemd;

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 161 respectievelijk 187 dagen;

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichtingen aan de benadeelde partijen de betalingsverplichtingen aan de staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichtingen aan de staat de betalingsverplichtingen aan de benadeelde partijen in zoverre doet vervallen;

bepaalt dat de benadeelde partijen

[benadeelde partij 4], [adres],

[benadeelde partij 3], [adres], en

[benadeelde partij 5], [adres],

niet ontvankelijk zijn in de vorderingen tot schadevergoeding, en dat [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 5] de vordering bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;

bepaalt dat deze benadeelde partijen en verdachte ieder de eigen kosten dragen;

gelast de teruggave aan de beslagene van de blijkens de aan dit vonnis gehechte beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 3 en 4, te weten: 3. 1.00 STK Laptop computer Kl:grijs PACKARD BELL en 4. 1.00 STK Acculader Kl:zwart DELTA;

ten aanzien van feit 4 subsidiair:

verklaart verdachte schuldig zonder oplegging van straf of maatregel;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Timmermans, voorzitter,

Dop en Boerwinkel, rechters,

in tegenwoordigheid van Van den Bosch, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 december 2006.

mr Boerwinkel is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen