Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ4958

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
20-12-2006
Datum publicatie
20-12-2006
Zaaknummer
09/611616-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak. De rechtbank is van oordeel dat het ongeval, als gevolg waarvan het slachtoffer ernstig letsel heeft opgelopen en de volgende dag is overleden, te wijten is aan een dramatische samenloop van omstandigheden. Niet gebleken is dat verdachte hieraan schuldig is geweest, dan wel dat zijn rijgedrag op enigerlei wijze als gevaarzettend kan worden aangemerkt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09/611616-06

's-Gravenhage, 20 december 2006

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

adres: [adres].

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 6 december 2006.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. M. van Stratum, advocaat te 's-Gravenhage, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr. Gruppelaar heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding onder primair telastgelegde, uitsluitend ten aanzien van het tweede gedachtestreepje - luidende: hij, verdachte, heeft gereden met een, gezien de verkeerssituatie en/of verkeersveiligheid ter plaatse, veel te hoge snelheid - wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis.

De telastlegging.

Aan de verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A.

Vrijspraak.

[Slachtoffer] (hierna: [slachtoffer]) is op 27 december 2005 met zijn vrachtauto op de A12 in de richting van Rotterdam, ter hoogte van Bodegraven, geslipt, geschaard en vervolgens tegen de rijrichting in aan de linkerzijde van de rijbaan in de berm tot stilstand gekomen. [Slachtoffer] is hierop uit de vrachtauto gestapt. Kort daarna is ook verdachte met zijn personenauto om en nabij diezelfde locatie geslipt en heeft de macht over het stuur verloren. De auto van verdachte is hierdoor in botsing gekomen met de vrachtauto van [slachtoffer], precies op een plek waar [slachtoffer] zich op dat moment bevond. [slachtoffer] is hierdoor bekneld geraakt tussen de beide voertuigen, als gevolg waarvan hij ernstig letsel heeft opgelopen. Op 28 december 2005 is [slachtoffer] aan zijn verwondingen overleden.

Ter beoordeling staat de vraag of, en zo ja in hoeverre, het verkeersongeval aan de schuld van verdachte te wijten is.

Vast staat dat verdachte enige tijd voordat hij in zijn auto stapte een jointje had gerookt. De resultaten van het toxicologisch onderzoek, als vervat in het deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 27 maart 2006, kunnen evenwel niet tot de conclusie leiden dat de rijvaardigheid van verdachte door dit drugsgebruik negatief be‹nvloed was.

Uit het onderzoek is de rechtbank voorts niet gebleken dat verdachte heeft gereden met een te hoge snelheid gelet op de omstandigheden ter plaatse. Op het bewuste traject geldt een maximumsnelheid van 120 kilometer per uur. Verdachte heeft verklaard dat hij tussen de 70 en 100 kilometer per uur heeft gereden. Niet is gebleken dat dit anders zou zijn geweest. Weliswaar is uit het onderzoek naar voren gekomen dat de matrixborden boven de A12 in de richting van Utrecht in verband met de weersomstandigheden een maximumsnelheid van 70 kilometer per uur aangaven, maar tevens is gebleken dat deze borden in de richting van Rotterdam niet waren ingeschakeld. Voorts is in het proces-verbaal verkeersongevalsanalyse van 5 februari 2006 vermeld dat er een laagje sneeuw op het bevroren wegdek lag. Daarentegen maken de verbalisanten er ook melding van dat niet meer na te gaan was hoe de weersomstandigheden en de toestand van het wegdek waren vlak voor de plaats van het ongeval. Verdachte heeft ten slotte verklaard dat hij steeds op de rechter rijstrook heeft gereden, omdat deze sneeuwvrij was doordat vrijwel al het verkeer gebruik maakte van deze strook. Deze verklaring komt de rechtbank niet onaannemelijk voor.

Verder is de rechtbank niet gebleken dat het gegeven dat verdachte kort voor de plaats van het ongeval een strooiwagen had ingehaald van enige invloed op het ontstaan van dit ongeval is geweest.

Gelet op de vorenstaande feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het ongeval te wijten is aan een dramatische samenloop van omstandigheden. Niet gebleken is dat verdachte hieraan schuldig is geweest, dan wel dat zijn rijgedrag op enigerlei wijze als gevaarzettend kan worden aangemerkt. Mitsdien dient hij van het hem primair en subsidiair telastgelegde te worden vrijgesproken.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding onder primair en subsidiair telastgelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs. Van Belzen, voorzitter,

Schaaf en Spaans, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Maat, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 december 2006.