Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ1211

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
31-10-2006
Datum publicatie
31-10-2006
Zaaknummer
KG 06/1123
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Betalingsverplichting/ontruiming

executie (verstek) vonnis kantonrechter kan niet worden verboden. Geen noodtoestand vordering afgewezen .

Eiser wordt in de kosten veroordeeld

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2006, 184
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE

sector civiel recht - voorzieningenrechter

Vonnis in kort geding van 31 oktober 2006,

gewezen in de zaak met rolnummer KG 06/1123 van:

1. [eiseres sub 1] V.O.F.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [eiser sub 2],

3. [eiseres sub 3],

beiden vennoten van eiseres sub 1 en beiden wonende te [woonplaats],

eisers,

procureur mr. A. Apistola,

tegen:

de besloten vennootschap ING Real Estate Investment Management B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te 's-Gravenhage,

gedaagde,

procureur mr. L.Ph.J. van Utenhove,

advocaat mr. M.J. Schapendonk te Rosmalen.

Partijen worden hierna ook genoemd: [eiser sub 1] en ING.

1. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 24 oktober 2006 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1. Eiseres sub 1 huurt sedert oktober 2003 van ING de bedrijfsruimte aan de [a-straat] 34 te [vestigingsplaats] voor de duur van tien jaar tegen een huurprijs van thans € 3.118,17 per maand.

1.2. Nadat [eiser sub 1] in de jaren 2004 en 2005 diverse malen haar betalingsverplichtingen jegens ING, alsmede tussen partijen getroffen betalingsregelingen niet was nagekomen, heeft de kantonrechter van deze rechtbank [eiser sub 1] bij verstekvonnis van 19 mei 2005 veroordeeld tot betaling aan ING van een bedrag van € 30.914,67.

1.3. Vervolgens zijn er tussen partijen opnieuw betalingsregelingen getroffen die door [eiser sub 1] niet op correcte wijze zijn nagekomen.

1.4. Bij dagvaarding van 5 januari 2006 heeft ING [eiser sub 1] gedagvaard voor deze rechtbank, sector kanton, waarbij ING ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming alsmede een schadevergoeding heeft gevorderd. Daarbij heeft ING wanprestatie van [eiser sub 1] gesteld vanwege geen, althans onregelmatige betaling van de huurtermijnen.

1.5. Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard verstekvonnis van 26 januari 2006 heeft de kantonrechter de tussen partijen bestaande huur- en verhuurovereenkomst betreffende de bedrijfsruimte ontbonden en [eiser sub 1] -kort gezegd- veroordeeld het gehuurde te ontruimen en te verlaten en hoofdelijk veroordeeld tot betaling aan ING van een bedrag van € 27.286,52.

1.6. In het kader van een nieuwe betalingsregeling heeft [eiser sub 1] in februari 2006 aan ING een bedrag van € 20.000,-- betaald. Nadien is tengevolge van geen, althans ontoereikende huurbetalingen door [eiser sub 1], de huurachterstand weer opgelopen tot een bedrag van omstreeks € 30.000,--.

1.7. Bij deurwaardersexploot van 8 september 2006 is aan [eiser sub 1] ingevolge bovenvermeld vonnis van 26 januari 2006 de ontruiming aangezegd van de bedrijfsruimte op 21 september 2006.

1.8. In verband met onderhavig kort geding heeft ING de ontruiming opgeschort.

2. De vordering, de gronden daarvoor en het verweer

[eiseres sub 1] vordert - zakelijk weergegeven - ING te verbieden het tussen partijen gewezen verstekvonnis van de kantonrechter van 26 januari 2006 ten uitvoer te leggen, alsmede ING te bevelen daadwerkelijke ontruiming te staken en gestaakt te houden, dan wel schorsing van deze ontruiming, een en ander op verbeurte van een dwangsom.

Daartoe voert eiseres onder meer het volgende aan.

Omdat tengevolge van de ontruiming voor [eiser sub 1] een noodtoestand zal ontstaan, is onverwijlde tenuitvoerlegging van het vonnis onaanvaardbaar. ING heeft, mede gelet op de belangen van [eiser sub 1], geen in redelijkheid te respecteren belang bij gebruikmaking van haar bevoegdheid. Gelet op de hoogte van de te verhalen vordering en een door [eiser sub 1] gedaan betalingsvoorstel, is executie thans vexatoor. [eiseres sub 1] is in feite een startende veelbelovende onderneming, die alleen financiële tegenslag heeft gehad vanwege een frauderende vennoot en een greep in de kas door een werknemer.

ING voert gemotiveerd verweer dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

3. De beoordeling van het geschil

3.1. De voorzieningenrechter kan de executie van een vonnis slechts verbieden indien hij van oordeel is dat de executant, mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die erdoor geschaad zullen worden, niet een in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien op grond van na dit vonnis bekend geworden feiten of omstandigheden aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal ontstaan waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.

3.2. ING heeft als verweer aangevoerd dat [eiser sub 1] keer op keer heeft bewezen niet in staat te zijn de gemaakte afspraken na te komen en dat de door [eiser sub 1] aangevoerde redenen van het niet kunnen voldoen aan haar betalingsverplichting dateren van ver voor het wijzen van het vonnis van 26 januari 2006.

3.3. Voorop staat dat gesteld noch gebleken is dat het betreffende vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust. Evenmin heeft [eiser sub 1] betwist dat de door haar aangevoerde redenen zoals een frauderende vennoot en een greep in de kas door een werknemer dateren van voor 26 januari 2006. Dat [eiser sub 1] er kennelijk voor heeft gekozen alstoen niet te verschijnen bij de kantonrechter en deze redenen niet in die procedure heeft aangevoerd kan nu niet aan ING worden tegengeworpen. Een noodtoestand zoals hierboven onder 3.1 vermeld is daarom in deze zaak niet aan de orde.

3.4. Gelet op de diverse tussen partijen getroffen betalingsregelingen, waarbij de coulante houding van ING opvalt, kan thans niet worden gezegd dat ING geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van haar bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van het betreffende vonnis. Van belang hierbij is dat [eiser sub 1] heeft erkend zowel thans als meerdere malen in het verleden in gebreke te zijn gebleven bij het (tijdig) voldoen van de aan ING verschuldigde huurpenningen. Daarbij komt dat blijkens het door ING overgelegde debiteurenoverzicht betreffende [eiser sub 1] de huurachterstand door [eiser sub 1] gedurende de laatste maanden niet substantieel is verminderd maar daarentegen slechts is vergroot. Het overzicht biedt dan ook geen, althans onvoldoende aanknopingspunt om in redelijkheid te verwachten dat [eiser sub 1] haar thans ter zitting gedane beloften om op korte termijn de ontstane achterstanden weg te kunnen werken, kan nakomen.

3.5. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat er in deze zaak geen mogelijkheden zijn om executie van het vonnis te verbieden. Daarom zal de vordering worden afgewezen. [eiseres sub 1] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt [eiser sub 1] in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van ING begroot op € 1.064,--, waarvan € 816,-- aan salaris procureur en € 248,-- aan griffierecht.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Paris en uitgesproken ter openbare zitting van 31 oktober 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.

AB