Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ0124

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
14-04-2006
Datum publicatie
13-10-2006
Zaaknummer
KG 06/330
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Publiceren onjuiste mededelingen over uitkomst marktonderzoek misleidend en daarmee onrechtmatig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE

sector civiel recht - voorzieningenrechter

Vonnis in kort geding van 14 april 2006,

gewezen in de zaak met rolnummer KG 06/330 van:

de besloten vennootschap [A].,

gevestigd te Gouda,

eiseres,

procureur mr. F.B. van Batenburg,

tegen:

1. de vennootschap onder firma [B],

gevestigd te Zoetermeer,

2. [gedaagde],

3. [gedaagde],

beiden wonende te [woonplaats],

gedaagden,

procureur mr. E. Grabandt,

advocaat mr. A.M. Cappendijk te Eindhoven.

Eiseres zal hierna genoemd worden: '[A]'. Gedaagde sub 1 zal hierna ook genoemd worden: '[B]'.

1. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 7 april 2006 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1. [A] en [B] exploiteren elk een onderneming die zich richt op werving en selectie op het gebied van personeel en organisatie. Gedaagden sub 2 en 3 zijn de vennoten van [B].

1.2. In 2005 heeft het onderzoeksbureau Heliview Research (hierna: 'Heliview') een marktonderzoek verricht naar ondernemingen die actief zijn in de werving en selectie op het gebied van personeel en organisatie. In dit onderzoek zijn ook [A] en [B] betrokken. In januari 2006 heeft Heliview haar rapport (hierna: 'het rapport') gepubliceerd.

1.3. In het rapport is [A] op de eerste plaats geëindigd in de onderdelen spontane naamsbekendheid, geholpen naamsbekendheid, "top-of-mindbekendheid" en meest professionele bureau op het gebied van werving en selectie.

1.4. [B] verspreidt maandelijks een digitale nieuwsbrief onder haar klanten. In de nieuwsbrief van 3 maart 2006 heeft [B] het volgende vermeld:

"[B] op 1

In de Arbeidsmartkmonitor 2005 van marktonderzoeks-bureau Heliview eindigt [B] op de eerste plaats.

(...) [B] kwam dit jaar in haar onderzoek uit op de eerste plaats, zowel wat betreft spontane naamsbekendheid als top-of-mind bekendheid. Bovendien werd [B] door p&o-professionals uitgeroepen tot het meest professionele bureau.

(...)

Score p&o-bureaus bij organisaties met meer dan 200 werknemers

[B] Nummer twee

Spontane naamsbekendheid 6% 4%

Top-of-mind bekendheid 6% 3%

Meest professionele bureau 17% 15%

Bron: Heliview Research bv (Arbeidsmarktmonitor 2005)"

1.5. Na verzending van de hierboven bedoelde nieuwsbrief heeft [B], na correspondentie met Heliview, de tekst over het rapport op dezelfde dag (3 maart 2006) aangepast, waarna deze kwam te luiden als volgt:

"(...) Wanneer [B] zichzelf vergelijkt met de score van gespecialiseerde P&O-bemiddelaars bij organisaties met meer dan 200 werknemers, dan haalden we dit jaar zelfs de eerste plaats, zowel wat betreft spontane naamsbekendheid als top-of-mind bekendheid. Bovendien werd [B] door deze P&O-professionals uitgeroepen tot het meest professionele bureau onder P&O-bemiddelaars."

Tevens is deze tekst, met goedkeuring van Heliview, op 7 maart 2006 op de website van [B] geplaatst.

1.6. Bij brief van 6 maart 2006 heeft [A] [B] verzocht de in haar ogen onjuiste uitingen te staken en de gedane uitingen te rectificeren. Bovendien heeft [A] [B] aansprakelijk gesteld voor de door de uitingen van [B] veroorzaakte schade.

2. De vorderingen, de gronden daarvoor en het verweer

2.1. [A] vordert -zakelijk weergegeven- om, op straffe van een dwangsom, (1) alle onjuiste uitingen in welke vorm dan ook over de uitkomst van het Heliviewonderzoek te staken en gestaakt te houden alsmede (2) om binnen vier dagen na betekening van dit vonnis in de eerstvolgende nieuwsbrief alsmede voor een periode van ten minste één maand na heden of in ieder geval gedurende de periode dat de gewraakte uitingen op de homepage van [B] hebben gestaan, op de homepage '[homepage]' een duidelijk leesbare rectificatie ter grootte van minimaal 1/6 gedeelte van de homepage te plaatsen met de volgende tekst:

"In onze nieuwsbrief van maart 2006 hebben wij aangegeven dat wij in het door Heliview uitgevoerde Arbeidsmarktmonitor 2005 onderzoek op de eerste plaats zijn geëindigd zowel wat betreft spontane naamsbekendheid als top-of-mind awareness en wat betreft meest professionele Werving- en selectiebureau gespecialiseerd in bemiddeling van P&O functies.

Deze mededelingen zijn onjuist.

Uit de Arbeidsmarktmonitor 2005 blijkt dat [A] Personeelszaken het meest professionele Werving- en Selectiebureau in bemiddeling van P&O functies wordt geacht en dat [A] ook bij spontane naamsbekendheid en top-of-mind awareness als eerste is geëindigd.

Onze mededelingen in de nieuwsbrief over de uitkomst van het Heliview onderzoek zijn daarom onjuist en onrechtmatig jegens [A] Personeelszaken.";

2.2. Daartoe voert [A] het volgende aan.

Uit het rapport van Heliview blijkt dat [A] op zowel spontane naamsbekendheid als "top-of-mindbekendheid" als eerste is geëindigd. Daarnaast komt [A] als meest professionele werving en selectie bureau uit de bus. [B] heeft echter gesteld dat zij op deze onderdelen als eerste is geëindigd. Dit is onjuist en misleidend. Weliswaar heeft [B] de tekst later gewijzigd, maar ook de gewijzigde tekst is onjuist. [B] blijft namelijk beweren dat zij is uitgeroepen tot meest professionele bureau. Bovendien is de oorspronkelijke tekst niet gerectificeerd. [A] heeft door deze handelwijze van [B] schade geleden.

2.3. Gedaagden voeren gemotiveerd verweer dat hierna, voorzover nodig, zal worden besproken.

3. De beoordeling van het geschil

3.1. Allereerst wordt geoordeeld dat [A] voldoende spoedeisend belang heeft bij een rechterlijke beslissing in kort geding. Zij heeft immers gesteld dat zij door de uitlatingen van [B] schade lijdt en dat die schade bij toewijzing van de vorderingen kan worden beperkt.

3.2. Vervolgens dient beoordeeld te worden of de oorspronkelijke tekst in de nieuwsbrief van [B], zoals hierboven onder 1.4 weergegeven, misleidend is.

3.3. Volgens gedaagden is dat niet het geval, omdat de tekst feitelijk juist is. Immers, vergeleken met andere bureaus in de categorie boven 200 werknemers staat [B] wat betreft spontane naamsbekendheid en "top-of-mindbekendheid" op de eerste plaats en is [B] het meest professionele bureau. Dat de tekst is gebaseerd op vergelijkingen binnen de categorie boven 200 werknemers blijkt volgens gedaagden duidelijk uit het onder de tekst geplaatste staatje. Voor het onderdeel meest professionele bureau is [B] weliswaar ook binnen de categorie boven 200 werknemers als geheel genomen niet als eerste geëindigd, maar wel in vergelijking met soortgelijke bureaus.

Gedaagden hebben verder betwist dat [A] schade heeft geleden, omdat de tekst volgens gedaagden niet op de website van [B] heeft gestaan doch slechts in de nieuwsbrief en alleen toegankelijk is geweest voor de klanten van [B] aan wie de nieuwsbrief is verzonden. Daarbij komt dat [A] en [B] niet elkaars directe concurrenten zijn. Bovendien is de tekst dezelfde dag al aangepast, zodat deze slechts korte tijd via de nieuwsbrief beschikbaar is geweest.

3.4. Overwogen wordt als volgt. Door in de oorspronkelijke nieuwsbrief -zonder enige nuancering- te vermelden dat [B] in het onderzoek als eerste is geëindigd in de onderdelen spontane naamsbekendheid en "top-of-mindbekendheid" en dat [B] is uitgeroepen tot het meest professionele bureau, heeft [B] de onjuiste suggestie gewekt dat zij in de genoemde onderdelen als geheel genomen als eerste is geëindigd. Het enkele feit dat onder de tekst een staatje is opgenomen met het opschrift 'Score p&o-bureaus bij organisaties met meer dan 200 werknemers' neemt deze suggestie niet weg. Het publiceren van deze tekst is naar voorlopig oordeel misleidend en daarmee onrechtmatig.

Daarbij is voldoende aannemelijk geworden dat [A], die immers in de genoemde categorieën over het geheel genomen in werkelijkheid als eerste is geëindigd, door de handelwijze van [B] schade heeft geleden en nog lijdt, en daarom belang heeft bij haar vorderingen. Dat de gewraakte tekst slechts voor klanten van [B] beschikbaar is geweest, betekent niet dat [A] geen schade lijdt of zal lijden. Aannemelijk is immers geworden dat partijen, anders dan gedaagden hebben aangevoerd, wel degelijk concurrenten van elkaar zijn. Ook het feit dat de tekst slechts korte tijd beschikbaar is geweest ondersteunt de stelling dat [A] geen schade heeft geleden niet. Het is immers zeer wel denkbaar dat de geadresseerden kort na verzending van de e-mail van de inhoud van de nieuwsbrief en dus van de oorspronkelijke tekst kennis hebben genomen.

3.5. Op grond van het voorgaande is er aanleiding de vordering tot het plaatsen van een rectificatie, op de hierna te vermelden wijze, toe te wijzen. Om te waarborgen dat al diegenen die de oorspronkelijke tekst destijds mogelijk hebben gelezen, van de rectificatie kennis kunnen nemen, zal deze niet alleen in de eerstvolgende nieuwsbrief dienen te worden geplaatst, maar ook gedurende een maand op de homepage van de website van [B].

Ook het sub 1 gevorderde zal worden toegewezen. Hierbij wordt opgemerkt dat de aangepaste tekst zoals hiervoor onder 1.5 weergegeven naar voorlopig oordeel niet misleidend is, elk geval niet voorzover het gaat om de gepretendeerde eerste plaats in de onderdelen spontane naamsbekendheid en "top-of-mindbekendheid". In de aangepaste tekst wordt immers duidelijk aangegeven dat de pretenties zijn gebaseerd op vergelijkingen in de categorie boven 200 werknemers. Of de aangepaste tekst misleidend op het onderdeel "meest professionele bureau", wordt hier in het midden gelaten. Gelet op het feit dat [A] in dit opzicht onder [B] is geëindigd, heeft [A] onvoldoende belang bij een rechterlijk oordeel hierover.

3.6. De op te leggen dwangsom zal worden gemaximeerd. Verder zal worden bepaald dat de dwangsom vatbaar is voor matiging door de rechter, voorzover handhaving daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, zulks mede in aanmerking genomen de mate waarin aan de veroordeling is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid daarvan.

3.7. Gedaagden zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

veroordeelt gedaagden om alle onjuiste uitingen in welke vorm dan ook over de uitkomst van het Heliviewonderzoek te staken en gestaakt te houden;

veroordeelt gedaagden om (1) in de eerstvolgende nieuwsbrief na de betekening van dit vonnis waarin dit redelijkerwijs mogelijk is, alsmede (2) binnen vier dagen na de betekening van dit vonnis gedurende ten minste één maand op de homepage van de website van [B] ([homepage]) een duidelijk leesbare rectificatie ter grootte van minimaal 1/6 gedeelte van de webpagina te plaatsen met de volgende tekst:

"RECTIFICATIE

In onze nieuwsbrief van maart 2006 hebben wij vermeld dat wij in het door Heliview uitgevoerde Arbeidsmarktmonitor onderzoek 2005 op de eerste plaats zijn geëindigd zowel wat betreft spontane naamsbekendheid en top-of-mind awareness als wat betreft meest professionele werving- en selectiebureau gespecialiseerd in bemiddeling van P&O-functies.

De voorzieningenrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage heeft ons opgedragen deze mededelingen als volgt te rectificeren.

Uit de Arbeidsmarktmonitor 2005 blijkt dat [A] Personeelszaken het meest professionele werving- en selectiebureau in bemiddeling van P&O-functies wordt geacht en dat [A] Personeelszaken ook bij de spontane naamsbekendheid en top-of-mind awareness als eerste is geëindigd.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn de genoemde mededelingen in de nieuwsbrief daarom onjuist en onrechtmatig jegens [A] Personeelszaken."

bepaalt dat gedaagden voor elke dag of gedeelte van een dag dat zij niet voldoen aan een of meer van de hiervoor genoemde veroordelingen een dwangsom verbeuren van € 2.500,--, met een maximum van € 50.000,--;

bepaalt dat deze dwangsom vatbaar is voor matiging op de wijze zoals onder 3.6 is vermeld;

veroordeelt gedaagden in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van [A] begroot op € 1.135,32,--, waarvan € 816,-- aan salaris procureur, € 248,-- aan griffierecht en € 71,32 aan dagvaardingskosten;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.M. Hofhuis en uitgesproken ter openbare zitting van 14 april 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.

SV