Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9296

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
19-09-2006
Datum publicatie
06-10-2006
Zaaknummer
AWB 06/42628
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Vovo / asielaanvraag in AC-procedure afgewezen / medisch onderzoek / belang.

Verzoekster is afkomstig uit Guinee en heeft in Nederland een asielaanvraag ingediend. Zij stelt onder meer gedurende een gevangenschap van zes weken dagelijks te zijn verkracht door een militaire bewaker. Verweerder heeft de aanvraag in de AC-procedure afgewezen. Nadat verweerder de aanvraag had afgewezen heeft de gemachtigde van verzoekster de Medische Onderzoeksgroep van Amnesty International verzocht om onderzoek te doen naar de fysieke en psychische gesteldheid van verzoekster, waaruit zou kunnen blijken dat zij de gestelde verkrachtingen heeft ondergaan. Gelet op het feit dat verzoekster minderjarig is, dat zij thans in een opvangcentrum verblijft en het betreffende medisch onderzoek reeds in werking is gezet en naar verwachting binnen enkele weken de uitslag daarvan bekend zal zijn, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het belang van verzoekster om de beslissing van de rechtbank op het door haar ingestelde beroep in Nederland te kunnen afwachten groter is dan het belang van verweerder bij uitzetting van verzoekster voordat op het beroep is beslist. Ten aanzien van het standpunt van verweerder dat de inhoud van de medische verklaring niet kan afdoen aan het feit dat het asielrelaas hiaten vertoont, geldt naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter dat niet geheel valt uit te sluiten dat de gestelde verkrachtingen haar mogelijkheden om te verklaren over hetgeen zij heeft meegemaakt, hebben beïnvloed. De voorzieningenrechter zal derhalve een voorlopige voorziening treffen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ‘s-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Nevenzittingsplaats Haarlem

zaaknummer: AWB 06 / 42628

uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 september 2006

in de zaak van:

[verzoekster],

geboren op [geboortedatum] 1989, van Guinese nationaliteit,

verzoekster,

gemachtigde: mr. J. Broersen, rechtshulpverlener bij de Stichting Rechtsbijstand Asiel te Haarlem,

tegen:

de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,

verweerder,

gemachtigde: mr. M.Y. Jacobs, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst te

’s-Gravenhage.

1. Procesverloop

1.1 Verzoekster heeft op 27 augustus 2006 een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft de aanvraag bij besluit van 1 september 2006 afgewezen. Verzoekster heeft tegen het besluit op 2 september 2006 beroep ingesteld.

1.2 Verzoekster heeft op 2 september 2006 gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. Zij verzoekt verweerder te verbieden haar uit te zetten voordat de rechtbank op het beroep heeft beslist.

1.3 De openbare behandeling van het geschil heeft plaatsgevonden op 12 september 2006. Verzoekster is in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

2. Overwegingen

2.1 Indien tegen een besluit beroep bij de rechtbank is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak, ingevolge artikel 8:81, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2.2 Ingevolge artikel 82, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000 (Vw) wordt, voor zover hier van belang, de werking van het besluit omtrent een verblijfsvergunning asiel opgeschort totdat op het beroep is beslist. Ingevolge artikel 82, tweede lid, aanhef en onder a, Vw is artikel 82, eerste lid, Vw onder meer niet van toepassing indien het besluit inhoudt de afwijzing van de aanvraag binnen een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen aantal uren (de zogenaamde aanmeldcentrumprocedure).

2.3 Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat het verzoek om een voorlopige voorziening dient te worden afgewezen. Voorts heeft verweerder verzocht om met toepassing van artikel 8:86 Awb het beroep ongegrond te verklaren.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

2.4 Verzoekster heeft ter onderbouwing van haar aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd onder meer aangevoerd dat zij gedurende een gevangenschap van zes weken in de Sûreté gevangenis te Conakry, Guinee, dagelijks is verkracht door een militair en dat zij na haar gevangenschap dagelijks is verkracht door een man genaamd [naam man]. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat het asielrelaas van verzoekster positieve overtuigingskracht mist. Nadat verweerder de aanvraag van verzoekster had afgewezen, heeft haar gemachtigde de Medische Onderzoeksgroep van Amnesty International verzocht om onderzoek te doen naar de fysieke en psychische gesteldheid van verzoekster, waaruit zou kunnen blijken dat zij de gestelde verkrachtingen heeft ondergaan. Bij brief van 6 september 2006 heeft Amnesty International de gemachtigde van verzoekster bericht dat zij binnen twee á drie weken zullen berichten over de beoordeling.

2.5 Ter beoordeling staat thans de vraag of er, bij afweging van de wederzijdse belangen, aanleiding bestaat voor toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter is van oordeel dat voornoemde vraag positief dient te worden beantwoord.

2.6 Gelet op het feit dat verzoekster minderjarig is, dat zij thans in een opvangcentrum verblijft en het betreffende medisch onderzoek reeds in werking is gezet en naar verwachting binnen enkele weken de uitslag daarvan bekend zal zijn, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het belang van verzoekster om de beslissing van de rechtbank op het door haar ingestelde beroep in Nederland te kunnen afwachten groter is dan het belang van verweerder bij uitzetting van verzoekster voordat op het beroep is beslist. Ten aanzien van het standpunt van verweerder dat de inhoud van de medische verklaring niet kan afdoen aan het feit dat het asielrelaas hiaten vertoont, geldt naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter dat niet geheel valt uit te sluiten dat de gestelde verkrachtingen haar mogelijkheden om te verklaren over hetgeen zij heeft meegemaakt, hebben beïnvloed. De voorzieningenrechter zal derhalve een voorlopige voorziening treffen.

2.7 De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding artikel 8:86, eerste lid, Awb toe te passen.

2.8 De voorzieningenrechter zal met toepassing van artikel 8:75, eerste en derde lid, Awb verweerder veroordelen in de kosten die verzoekster heeft gemaakt en de rechtspersoon aanwijzen die de kosten moet vergoeden. De kosten zijn ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht € 644,-- (1punt voor het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, wegingsfactor 1).

3. BESLISSING

De voorzieningenrechter:

3.1 wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe en verbiedt verweerder verzoekster uit Nederland te verwijderen zolang nog niet op het beroep is beslist;

3.2 veroordeelt verweerder in de kosten ad € 644,- en draagt de Staat der Nederlanden op deze kosten aan verzoekster te voldoen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. van Keken, voorzieningenrechter, en op 19 september 2006 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. S.I. Geerling, griffier.

Afschrift verzonden op:

Coll:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.