Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2006:AY8126

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
21-07-2006
Datum publicatie
13-09-2006
Zaaknummer
AWB 06/2035 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wet Werk en bijstand;

de gronden van het bezwaar zijn niet tijdig ingediend waardoor bezwaar niet-ontvankelijk,

in beroep geen gronden aangevoerd over niet-ontvankelijkheid, beroep kennelijk ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank 's-Gravenhage

sector bestuursrecht

tweede afdeling, enkelvoudige kamer

Reg.nr. AWB 06/2035 WWB

UITSPRAAK

als bedoeld in artikel 8:54

van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

Uitspraak in het geding tussen

[A.], wonende te [B.], eiser,

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder.

Ontstaan en loop van het geding

Bij besluit van 8 december 2005 heeft verweerder aan eiser bijstand toegekend ingevolge de Wet werk en bijstand onder gelijktijdige verlaging daarvan met 60% gedurende vier maanden.

Het hiertegen ingediende bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard bij besluit van 15 februari 2006 (hierna: het bestreden besluit). Bij brief van 13 maart 2006 heeft eiser tegen dit besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd.

Motivering

Ingevolge artikel 8:54, eerste lid, aanhef en onder c, van de Awb kan de rechtbank, totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting van de rechtbank te verschijnen, het onderzoek sluiten, indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat het beroep kennelijk ongegrond is.

De rechtbank ziet aanleiding hieraan toepassing te geven en overweegt daartoe als volgt.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser de gronden van bezwaar niet binnen de gestelde termijn heeft ingediend.

Eiser heeft in beroep geen gronden aangevoerd die zien op de niet-ontvankelijkverklaring. Eiser verwijst enkel naar de gronden in bezwaar, welke betrekking hebben op de inhoud van het primaire besluit van 8 december 2005. De aangevoerde gronden in beroep geven derhalve geen aanleiding het bestreden besluit voor onjuist te houden.

Het beroep is derhalve kennelijk ongegrond.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Rechtbank 's-Gravenhage,

RECHT DOENDE:

verklaart het beroep ongegrond.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij aan de rechtbank verzoeken omtrent het verzet te worden gehoord.

Aldus gegeven door mr. C.F. de Lemos Benvindo en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2006, in tegenwoordigheid van de griffier mr. F. Mulder.