Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2006:AY7846

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
07-09-2006
Datum publicatie
08-09-2006
Zaaknummer
KG 06/909
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eiser, die zich bezighoudt met arbeidsbemiddeling, legt onder meer contacten tussen opdrachtgevers in Nederland en Poolse werklieden. De Arbeidsinspectie heeft een onderzoek naar eiser ingesteld in verband met mogelijke overtreding van artikel 2 lid 1 van de Wet arbeid Vreemdelingen (Wav). Zij verdenkt eiser ervan dat hij met behulp van v.o.f.'s een schijnconstructie in het leven heeft geroepen om de, ook voor Poolse werknemers, geldende verplichting van een tewerkstellingsvergunning ingevolge de Wav te ontduiken. Eiser vordert in dit kort geding de Arbeidsinspectie te veroordelen tot het staken van een actieve benadering van zowel opdrachtgevers als de v.o.f.'s waarbij eiser bemiddelt, alsmede rectificatie van smadelijke uitingen in de richting van de Poolse zelfstandigen inzake eiser. Het door eiser gevorderde verbod tot actieve benadering van opdrachtgevers en vof's komt niet voor toewijzing in aanmerking omdat er van kan worden uitgegaan dat de gewraakte benadering niet meer zal plaatsvinden. Ten aanzien van de vordering tot rectificatie oordeelt de voorzieningenrechter dat in deze procedure niet aannemelijk is geworden dat de door eiser gestelde smadelijke uitlatingen door de Arbeidsinspectie daadwerkelijk zijn gedaan. Deze vordering wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE

sector civiel recht - voorzieningenrechter

Vonnis in kort geding van 7 september 2006,

gewezen in de zaak met rolnummer KG 06/909 van:

[eiser],

h.o.d.n. [naam eiser] Arbeidsbemiddeling,

wonende te Dordrecht,

eiser,

procureur mr. P. Quist,

advocaat mr. P.A. Visser te Zwijndrecht,

tegen:

de Staat der Nederlanden (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid),

zetelend te 's-Gravenhage,

gedaagde,

procureur mr. F.W. Bleichrodt.

1. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 30 augustus 2006 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1. Eiser houdt zich bezig met arbeidsbemiddeling. Eiser legt onder meer contacten tussen opdrachtgevers in Nederland en Poolse werklieden.

1.2. De Arbeidsinspectie, een handhavings- en uitvoeringsorgaan van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, heeft een onderzoek naar eiser ingesteld in verband met mogelijke overtreding van artikel 2 lid 1 van de Wet arbeid Vreemdelingen (Wav). De Arbeidsinspectie verdenkt eiser ervan dat hij met behulp van v.o.f.'s een schijnconstructie in het leven heeft geroepen om de uit voormeld artikel voortvloeiende (ook) voor Poolse werknemers geldende verplichting van een tewerkstellingsvergunning ingevolge de Wav te ontduiken.

1.3. In het kader van dit onderzoek zijn tijdens een controle op 16 november 2005 bij het bedrijf [A] te [Q] zes Polen die niet beschikten over een tewerkstellingsvergunning gehoord. Hiervan zijn (een aantal) verklaringen opgemaakt.

1.4. Op 2 mei 2006 heeft een controle plaatsgevonden bij [B] in [R] en op 11 juli 2006 zijn alle opdrachtgevers die in het onderzoek van de Arbeidsinspectie naar voren zijn gekomen bezocht. De hierbij aangetroffen Polen zijn meegenomen naar het politiebureau en daar, in aanwezigheid van een tolk, nader gehoord door de Arbeidsinspectie.

2. De vordering, de gronden daarvoor en het verweer

Eiser vordert - zakelijk weergegeven - de Arbeidsinspectie te veroordelen tot het staken van een actieve benadering van zowel opdrachtgevers als de v.o.f.'s waarbij eiser bemiddelt, alsmede rectificatie van smadelijke uitingen in de richting van de Poolse zelfstandigen inzake eiser.

Daartoe voert eiser het volgende aan.

Eiser adviseert en ondersteunt Poolse zelfstandige werklieden bij het oprichten van v.o.f.'s en voert de administratie van die v.o.f.'s. Het staat de Arbeidsinspectie weliswaar vrij om daarnaar onderzoek te verrichten, maar de Arbeidsinspectie heeft tijdens dit onderzoek misbruik gemaakt van haar inspectiebevoegdheden en gebruik gemaakt van smaad en laster teneinde eiser van opdrachtgevers en zelfstandigen te vervreemden. Zo zijn de op de werkplek aangetroffen Polen meegenomen naar het politiebureau, waar ze werden opgesloten voordat ze verhoord werden. De Arbeidsinspectie heeft zich met ingang van 17 juli 2006 bovendien actief tot de opdrachtgevers gewend.

De Poolse vennoten waren onthutst over de wijze waarop zij door de Arbeidsinspectie zijn bejegend. Gesuggereerd werd dat eiser de v.o.f.'s met vele schulden zou opzadelen, dat hij krediet zou opnemen of spullen op hun rekening zou kopen, waarna de v.o.f.'s jarenlang deze schulden zouden moeten aflossen. Voorts werd gesuggereerd dat eiser met een prostituee en het geld van de v.o.f.'s per vliegtuig naar het buitenland kon vertrekken of dat hij zelfs een vliegtuig of huis kon aanschaffen op hun kosten. Tenslotte werd eveneens gesuggereerd dat eiser veel kon frauderen en dat de Poolse zelfstandigen daarvoor later moeten opdraaien.

Gedaagde voert gemotiveerd verweer dat hierna, voorzover nodig, zal worden besproken.

3. De beoordeling van het geschil

3.1. Op grond van artikel 2 lid 1 van de Wav is het een werkgever verboden een vreemdeling in Nederland arbeid te laten verrichten zonder tewerkstellings-vergunning. De Arbeidsinspectie verricht onderzoek naar mogelijke overtreding van voornoemd artikel, hetgeen een beboetbaar feit oplevert.

3.2. Ter zitting is door gedaagde meegedeeld dat het door de Arbeidsinspectie verrichte onderzoek naar eiser inmiddels is afgerond en dat thans een boeterapport wordt opgemaakt. Dit brengt met zich dat eiser geen belang (meer) heeft bij zijn vordering strekkende tot het staken van actieve benadering van opdrachtgevers en de v.o.f.'s door de Arbeidsinspectie. Ter zitting heeft eiser weliswaar te kennen gegeven dat al eerder is aangegeven dat het onderzoek geëindigd was, waarna toch weer nader onderzoek plaatsvond, doch gelet op de zijdens gedaagde ter zitting gedane mededelingen op dit punt kan er thans vanuit worden gegaan dat de gewraakte benadering niet meer zal plaatsvinden. Het door eiser gevorderde verbod tot actieve benadering van opdrachtgevers en v.o.f.'s komt derhalve niet voor toewijzing in aanmerking en de overige stellingen behoeven geen nadere bespreking.

3.3. Ten aanzien van de vordering tot rectificatie wordt als volgt overwogen.

Geoordeeld wordt dat de door eiser gestelde (hiervoor onder 2 weergegeven) uitlatingen, die feitelijke grondslag ontberen, op zichzelf genomen als onnodig grievend kunnen worden aangemerkt. In deze procedure is echter niet aannemelijk geworden dat de Arbeidsinspectie de betreffende uitlatingen heeft gedaan. Eiser heeft ter onderbouwing van zijn stellingen een door 14 Polen ondertekende verklaring in het geding gebracht, waarin zij allen onderschrijven dat de litigieuze uitlatingen bij de verhoren op 11 juli 2006 jegens hen gedaan zijn. Eiser heeft de inhoud van die verklaring uitdrukkelijk en gemotiveerd betwist en heeft ter terechtzitting een uitvoerige weergave gegeven van de bewoordingen die tijdens de verhoren zijn gebezigd, alsmede van de context waarin dit plaatsvond. Dit brengt met zich dat in deze procedure niet aannemelijk is geworden dat de door hem gestelde smadelijke uitlatingen door de Arbeidsinspectie daadwerkelijk zijn gedaan. Aldus is er naar voorlopig oordeel geen sprake van onrechtmatig handelen door (medewerkers van) de Arbeidsinspectie. De gevorderde rectificatie komt derhalve evenmin voor toewijzing in aanmerking.

3.4. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering zal worden afgewezen.

Eiser zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt eiser in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van gedaagde begroot op € 1.064,--, waarvan € 816,-- aan salaris procureur en € 248,-- aan griffierecht;

verklaart dit vonnis ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.A.G.M. van Rens en uitgesproken ter openbare zitting van 7 september 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.

hf