Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2006:AY6916

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
05-04-2006
Datum publicatie
24-08-2006
Zaaknummer
247633
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

echtscheiding - gemeenschappelijk verzoek - ipr - Rb overweegt dat verzoekers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat (een authentiek afschrift van) de huwelijksakte redelijkerwijs niet kan worden overgelegd;

verzoek niet ontvankelijk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE

Sector familie- en jeugdrecht

Enkelvoudige Kamer

Scheiding

4x

rekestnummer: FA RK 05-4371

zaaknummer: 247633

datum beschikking: 5 april 2006

BESCHIKKING op het op 29 juli 2005 ingekomen gemeenschappelijk verzoek van:

[naam], de vrouw,

wonende te [woonplaats],

procureur: mr. R.W. baron de Vos van Steenwijk,

en

[naam], de man,

wonende te [woonplaats],

procureur: mr. R.W. baron de Vos van Steenwijk.

PROCEDURE

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift,

- de brief van advocaat mr. J.J.J. Jansen d.d. 28 juli 2005 met een toelichting op het echtscheidingsverzoek,

- de brief van de procureur d.d. 30 september 2005, met als bijlage de brief van mr. J.J.J. Jansen d.d. 28 september 2005,

- de brief van mr. J.J.J. Jansen d.d. 6 oktober 2005, met bijlagen,

- de brief van mr. J.J.J. Jansen d.d. 24 november 2005, met een bijlage,

- de brief van mr. J.J.J. Jansen d.d. 20 februari 2006, met een bijlage.

BEOORDELING

Verzoekers zijn asielzoekers, afkomstig uit de Sovjetunie. Uit de door hen overgelegde stukken volgt dat medewerkers van de IND ten aanzien van de vrouw een eerste gehoor hebben afgenomen op 1 februari 2001 en ten aanzien van de man op 13 april 2001. De vrouw heeft tegenover de medewerker van de IND verklaard dat zij staatloos is. De man heeft tegenover de medewerker van de IND verklaard dat hij de Azerbajdzjaanse nationaliteit heeft.

Blijkens overgelegd bewijsstuk van de gemeente [woonplaats van de man] heeft de man zich op 14 september 2004 in Nederland gevestigd en is zijn nationaliteit onbekend.

Blijkens overgelegde bewijsstukken van de gemeente [X.] en de gemeente [naam woonplaats van de vrouw] heeft de vrouw zich op 8 oktober 2003 ingeschreven in Nederland en is haar nationaliteit onbekend.

Nu beide echtgenoten hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, komt de Nederlandse rechter met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding rechtsmacht toe.

Partijen hebben niet, zoals ingevolge artikel 815 lid 2 onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is vereist, een afschrift of uittreksel van de huwelijksakte overgelegd.

Mr. Jansen heeft in zijn brief van 28 juli 2005 -voor zover van belang- het volgende medegedeeld:

'(...) Partijen zijn nimmer geregistreerd in de Russische Federatie. Zij verbleven aldaar illegaal zodat het om die reden niet mogelijk is een geboorte-akte van de zoon van partijen te overleggen. Zijn geboorte is nooit geregistreerd. Cliënte is bovendien niet in het bezit van een bewijs van haar nationaliteit. Om die reden zijn de relevante pagina’s uit het asieldossier bijgevoegd. Een originele huwelijksakte is er evenmin. Tevens is bijgesloten een kopie van de geboorte-akte van cliënt. (...)'

De rechtbank heeft bij schrijven van 4 augustus 2005 onder meer verzocht om een afschrift en een nederlandse vertaling van de huwelijksakte en om bewijsstukken waaruit blijkt dat partijen een vluchtelingenstatus hebben.

De procureur heeft in zijn brief van 16 september 2005, ter beantwoording van de brief van de rechtbank, verwezen naar voormelde brief van mr. Jansen van 28 juli 2005.

Op 26 september 2005 heeft de rechtbank telefonisch stukken doen opvragen, waaronder de originele verklaringen onder belofte zoals de vrouw en de man die hebben afgelegd voorafgaande aan hun inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie van [X.] respectievelijk van [woonplaats van de man], alsmede bewijsstukken omtrent de vluchtelingenstatus van partijen.

Mr. Jansen heeft daarop bij brief van 28 september 2005, voorzover hier van belang, medegedeeld dat de originele beloftes niet in het bezit van cliënten zijn en voorts dat cliënten nog niet in het bezit zijn van een verblijfsvergunning.

De rechtbank heeft bij brief van 2 februari 2006 opnieuw verzocht om overlegging vóór 1 maart 2006 van de originele verklaringen onder belofte die partijen bij de gemeenten [X.] en [woonplaats van de man] hebben afgelegd alsmede van de bewijsstukken betreffende de vluchtelingenstatus van verzoekers, danwel stukken betreffende de stand van zaken omtrent de aangevraagde verblijfsvergunningen, alsmede bij welk rechterlijk college een en ander thans aanhangig is en/of de reeds genomen rechterlijke beslissingen, en informatie over de status op grond waarvan verzoekers thans in Nederland verblijven. De griffier heeft daarbij medegedeeld dat wanneer na afloop van de gegeven termijn wordt geconstateerd dat de gevraagde stukken niet zijn ontvangen zonder dat daarvoor - naar het oordeel van de rechtbank - klemmende redenen zijn aangevoerd, verzoekers in hun verzoek niet ontvankelijk zullen worden verklaard.

Vervolgens heeft mr. Jansen bij schrijven van 20 februari 2006 een uittreksel uit de basisadministratie van de gemeente [naam woonplaats van de vrouw] overgelegd, waarop is vermeld dat de vrouw met de man is gehuwd, en in reactie op de overige door de rechtbank opgevraagde stukken verklaard dat de gemeente telefonisch heeft medegedeeld dat geen originele verklaringen onder belofte worden verstrekt. Voorts heeft mr. Jansen omtrent de vluchtelingenstatus van verzoekers medegedeeld dat de man is afwachting is van een primaire beslissing op een herhaalde asielaanvraag en dat de vrouw in afwachting is van een beslissing op een reguliere aanvraag.

De rechtbank is van oordeel dat verzoekers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat (een authentiek afschrift van) de huwelijksakte redelijkerwijs niet kan worden overgelegd. De rechtbank overweegt in dit verband het volgende.

De door de rechtbank opgevraagde stukken -met uitzondering van het uittreksel uit de basisadministratie van de gemeente [naam woonplaats van de vrouw]- zijn niet overgelegd.

Verzoekers hebben gesteld dat zij op [huwelijksdatum 1998] te St. Petersburg, in de Russische Federatie, zijn gehuwd. Uit de door hen overgelegde stukken, waaronder een gedeelte van het eerste verhoor door de IND, volgt niet dat het voor verzoekers -bijvoorbeeld door het afreizen van een van hen naar St. Petersburg- onmogelijk zou zijn om in het bezit te komen van (een authentiek afschrift van) de huwelijksakte. Verzoekers hebben dit ook niet gesteld: zij hebben slechts gesteld dat zij niet over een huwelijksakte beschikken.

De rechtbank zal verzoekers daarom in hun verzoek niet ontvankelijk verklaren.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart de verzoekers niet ontvankelijk in hun verzoek.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, bijgestaan door mr. J.M.M. Bancken als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 april 2006.