Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2006:AY5348

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
31-07-2006
Datum publicatie
31-07-2006
Zaaknummer
09/753596-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Het Korps Landelijke Politiediensten heeft op 27 februari 2003 een melding ontvangen bij het meldpunt Kinderporno op Internet betreffende verspreiding van kinderpornografische afbeeldingen in een MSN-groep door een persoon gebruik makend van de naam [...] met het e-mail adres [...]. Dit e-mail adres is via het IP-adres met medewerking van de provider herleid tot verdachte. Verdachte heeft een zeer grote hoeveelheid - van het internet gedownloade - kinderpornografische afbeeldingen in bezit gehad en ook kinderpornografisch materiaal verspreid. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij aldus de distributie van dit zeer kwalijke materiaal mede in stand houdt. De rechtbank heeft rekening gehouden met het feit dat de bewezenverklaarde feiten ruim tweeënhalf jaar geleden hebben plaatsgevonden. Artikelen 9, 22c, 22d, 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c, 57 en 240b van het Wetboek van Strafrecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2006, 251
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09/753596-03

's-Gravenhage, 31 juli 2006

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

adres: [adres].

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 29 april 2005, 21 oktober 2005 en 17 juli 2006.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr Van der Biezen, advocaat te 's-Hertogenbosch, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr Gruppelaar heeft gevorderd dat verdachte terzake van het telastgelegde verspreiden en in bezit hebben van kinderpornografie wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 240 uur, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, bij niet of niet behoorlijk voldoen te vervangen door 120 dagen hechtenis. Daarnaast heeft de officier van justitie een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met een proeftijd van 2 jaren gevorderd.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de blijkens de lijst van inbeslaggenomen, niet teruggegeven voorwerpen (hierna te noemen: beslaglijst) onder verdachte inbeslaggenomen computer zal worden onttrokken aan het verkeer.

De telastlegging.

Aan de verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A.

Bespreking van de bewijsverweren.

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast. Het Korps Landelijke Politiediensten heeft op 27 februari 2003 een melding ontvangen bij het meldpunt Kinderporno op Internet betreffende verspreiding van kinderpornografische afbeeldingen in een MSN-groep door een persoon gebruik makend van de naam [A] met het e-mail adres [e-mailadres]. Dit e-mail adres is via het IP-adres met medewerking van de provider herleid tot verdachte. Op de harde schijf van de naar aanleiding van deze melding in beslag genomen computer van verdachte zijn 1323 foto's aangetroffen die kinderporno betreffen. Bij nader onderzoek van de harde schijf door een deskundige van het NFI is voorts gebleken, dat op de computer van verdachte het programma "Privacy Master" was geïnstalleerd. Bij het opstarten van de computer is op het bureaublad een icoontje zichtbaar, waarmee dit programma kan worden benaderd. Het programma kan gebruikt worden om bestanden te versleutelen en te verbergen; om de verborgen bestanden te bekijken moet een wachtwoord worden gebruikt. Het NFI heeft vastgesteld dat het bij de programma ingestelde wachtwoord was "[wachtwoord]". De aangetroffen kinderpornografische afbeeldingen waren te benaderen door het programma Privacy Master op te starten en het genoemde wachtwoord te gebruiken. Voorts heeft het NFI bij onderzoek van de harde schijf fragmenten van het e-maildres [e-mailadres] gevonden, welk e-mailadres is gebruikt bij de verspreiding van kinderpornografisch materiaal. Het NFI heeft tenslotte op de harde schijf een zogenaamd logbestand van een keyboard logger gevonden, welk programma toetsaanslagen registreert. Dit logbestand laat zien dat er handelingen hebben plaatsgevonden met bestanden waarvan de namen een kinderpornografische inhoud doen vermoeden, dat er gebruik gemaakt wordt van Internet om webmail te bekijken, om bestanden te downloaden en om MSN-groepen te bezoeken waarvan de namen doen vermoeden dat zij kinderporno als onderwerp hebben en tenslotte dat er een kinderpornografisch verhaal is geschreven.

Verdachte heeft ten verwere doen aanvoeren dat hij niet bekend is met het kinderpornografische materiaal op zijn computer en derhalve geen opzet had op het bezit van dit materiaal, laat staan de verspreiding ervan via zijn computer. De raadsman heeft aangevoerd dat de mogelijkheid bestaat dat zijn computer "gehackt" is, waarna derden toegang tot zijn computer hebben gekregen en het programma Privacy Master - met wachtwoord - hebben geïnstalleerd, dit programma hebben gevuld met kinderpornografische afbeeldingen en de overige aangetroffen porno en de andere aangetroffen sporen van handelingen met kinderpornografisch materiaal hebben veroorzaakt. De raadsman heeft in dit verband benadrukt dat het NFI niet heeft kunnen uitsluiten dat plaatsing van de kinderporno op de harde schijf van verdachte zonder diens medewerking en toestemming is gebeurd.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt. De rechtbank stelt daarbij voorop dat de enkele mogelijkheid dat het technisch niet honderd procent kan worden uitgesloten dat er een alternatieve verklaring is voor de aanwezigheid van de aangetroffen bestanden op de computer van verdachte, niet meebrengt dat het telastgelegde niet bewezen kan worden verklaard. Dit klemt te meer daar de namens verdachte geopperde theorie een geavanceerde vorm van computercriminaliteit (het op een computer van een ander opslaan van (kinder)pornografisch materiaal, waarbij gebruik wordt gemaakt van persoonlijke gegevens van de eigenaar van die computer voor het aanmaken van een wachtwoord) veronderstelt die tot op heden niet bekend is en ook niet bepaald voor de hand ligt.

De deskundige van het NFI heeft in zijn rapport en ter zitting van 17 juli 2006 aangegeven dat hij niet heeft kunnen uitsluiten dat plaatsing op de schijf zonder toestemming van de geautoriseerde gebruikers is gebeurd, maar dat hij daarvoor ook geen concrete aanwijzingen heeft gevonden. De rechtbank acht voorts van belang dat het wachtwoord dat toegang geeft tot het kinderpornografische materiaal opgeslagen in het programma Privacy Master is opgebouwd uit het woord "[woord]", hetgeen een verwijzing bevat naar het sigarettenmerk dat verdachte volgens eigen zeggen in het algemeen rookt, en de cijfer [cijfer], hetgeen een verwijzing bevat naar de leeftijd (in 2003) en de geboortedatum van de verdachte. Dit gegeven wijst erop, dat verdachte zelf het programma Privacy Master heeft gebruikt. Namens verdachte is in verband met het verweer nog betoogd, dat het mogelijk is dat derden (hackers) door middel van het installeren van een key board logger achter persoonlijke gegevens van verdachte hebben kunnen komen, waarna zij deze gegevens kunnen hebben gebruikt om het wachtwoord samen te stellen, en dat op de computer ook een van een key board logger afkomstig logbestand is aangetroffen. De rechtbank acht dit niet aannemelijk. Indien hackers op de computer van een ander een programma met een wachtwoord installeren zou het immers niet noodzakelijk zijn voor dat wachtwoord over persoonlijke gegevens van de eigenaar van de computer te beschikken. De rechtbank overweegt voorts dat het logbestand, waarvan moet worden aangenomen dat daarin de toetsaanslagen van de door verdachte gebruikte computer zijn geregistreerd, nu juist vele aanwijzingen bevat dat door de gebruikers van deze computer handelingen met pornografisch materiaal hebben plaatsgevonden en er een pornografisch verhaal is geschreven.

Voorts blijkt uit het rapport van het NFI dat het icoontje op het bureaublad dat verwijst naar het programma Privacy Master zichtbaar is als de computer is opgestart en in het account van verdachte ([voornaam verdachte]) is ingelogd. De rechtbank acht niet aannemelijk dat dit icoontje, zou dit door derden op de computer zijn geplaatst, verdachte nooit is opgevallen, zoals hij ter zitting heeft verklaard.

Namens verdachte is als verweer voorts aangevoerd dat niet kan worden uitgesloten dat de zoon van verdachte, welke in de telastgelegde periode met enige regelmaat bij verdachte verbleef, verantwoordelijk is voor de installatie van het programma Privacy Master en het downloaden, opslaan en via het e-mail adres [e-mailadres] verspreiden van de kinderpornografische bestanden.

De rechtbank verwerpt ook dit verweer. De zoon van verdachte was in de telastgelegde periode omstreeks 13 à 14 jaar oud. Hoewel de rechtbank het aannemelijk acht dat de zoon van verdachte diens computer heeft gebruikt, acht de rechtbank het volstrekt niet aannemelijk dat een kind van die leeftijd kinderporno in de aangetroffen hoeveelheid, alsmede een grote hoeveelheid andere porno (waaronder naar uit de namen/omschrijvingen van de aangetroffen bestanden blijkt veel extreme porno met dieren) downloadt, in een beveiligd programma opslaat en via chatrooms verspreidt. Daarbij komt, dat het wachtwoord van het programma Privacy Master wijst naar verdachte en niet naar diens zoon.

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan is de rechtbank tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat de verdachte het telastgelegde feit heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straffen en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft een zeer grote hoeveelheid - van het internet gedownloade - kinderpornografische afbeeldingen in bezit gehad en ook kinderpornografisch materiaal verspreid. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij aldus de distributie van dit zeer kwalijke materiaal mede in stand houdt. Verdachte is daardoor ook indirect betrokken bij en medeverantwoordelijk voor het misbruik van vaak zeer jonge kinderen die tot het poseren voor dergelijke afbeeldingen worden gedwongen. De verdachte heeft, aldus handelend, slechts oog gehad voor de bevrediging van zijn eigen lustgevoelens (alsmede die van andere volwassenen) en heeft zich in het geheel niet bekommerd om de psychische schade die door dergelijke misdrijven bij minderjarige slachtoffers wordt aangericht.

De rechtbank heeft rekening gehouden met het feit dat de bewezenverklaarde feiten ruim tweeënhalf jaar geleden hebben plaatsgevonden.

Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op het voorlichtingsrapport van de stichting Reclassering Nederland, d.d. 27 april 2005, waaruit blijkt dat verdachte begeleiding nodig heeft bij de verwerking van het overlijden van zijn vrouw en dat er ook sprake is van (met dit overlijden samenhangende) problemen op het gebied van financiën en werk. De reclassering onthoudt zicht desalniettemin van een strafadvies, aangezien verdachte de telastgelegde feiten ontkent.

De rechtbank, gelet op het voorgaande, acht de door de officier van justitie gevorderde werkstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden om verdachte er van te weerhouden zich opnieuw met dergelijke strafbare feiten in te laten.

Inbeslaggenomen voorwerpen.

De rechtbank zal de harde schijf van de de blijkens de beslaglijst inbeslaggenomen computer onttrekken aan het verkeer, zijnde dit voorwerp voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien met behulp van dit voorwerp het bewezenverklaarde feit is begaan of voorbereid en de inhoud van dit voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

De rechtbank zal de blijkens de beslaglijst inbeslaggenomen computer (merk: [merk], kleur: zilver) voor het overige verbeurdverklaren, zijnde dit voorwerp voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien met behulp van dit aan verdachte toebehorende voorwerp het bewezenverklaarde feit is begaan of voorbereid.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c, 57 en 240b van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het telastgelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die de leeftijd van achttien jaar kennelijk nog niet heeft bereikt is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben

en

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, meermalen gepleegd

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de tijd van 240 UREN;

bepaalt de maatstaf volgens welke de aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht zal geschieden op 2 uren per dag, zodat 236 UREN resteren;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 118 DAGEN;

in verzekering gesteld op : 5 april 2004;

in vrijheid gesteld op : 7 april 2004;

veroordeelt verdachte voorts tot

een gevangenisstraf voor de duur van 6 MAANDEN;

bepaalt dat die straf niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

verklaart verbeurd het blijkens de aan dit vonnis gehechte beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp te weten: een computer van het merk [merk];

verklaart onttrokken aan het verkeer het blijkens de aan dit vonnis gehechte beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp, te weten: de harde schijf van bovengenoemde computer;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Elkerbout, voorzitter,

Bockwinkel en Schreuder, rechters,

in tegenwoordigheid van mr Van Ravenstein, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 31 juli 2006.

mr Schreuder is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.