Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2006:AY3552

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
24-05-2006
Datum publicatie
26-07-2006
Zaaknummer
AWB 05/7892
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Parkeerbelasting, originele vergunning ongeldig omdat dupilicaat is verstrekt, eiseres is onvoldoende voorgelicht over geldigheid originele vergunning, het parkeren met een ongeldige vergunning komt in dit geval niet voor het risico van eiseres.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2006/1149
FutD 2006-1416
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 05/7892 PARKBL

Uitspraakdatum: 24 mei 2006

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[X], wonende te [Z], eiser,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente [te P], verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 21 oktober 2005 op het bezwaar van eiser tegen de aan eiser opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting met aanslagnummer [00-00-000000].

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 mei 2006.

Eiser is daar, met kennisgeving aan de rechtbank, niet verschenen. Namens verweerder is verschenen mr. L.S. Veenstra.

1. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vernietigt de belastingaanslag en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

- gelast dat de gemeente [te P] het door eiser betaalde griffierecht van € 37 vergoedt.

2. Gronden

2.1. Ingevolge artikel 8 van de Verordening parkeerbelastingen 1992 van de gemeente [te P] (hierna: de Verordening) zijn houders van - onder meer - een geldige Europese Gehandicapten Parkeerkaart (hierna: EGP) vrijgesteld, mits deze parkeerkaart met de daartoe bestemde zijde op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats direct achter de voorruit van het voertuig is geplaatst.

2.2. Eiseres is in het bezit van een EGP. Nadat de originele EGP zoek was geraakt, heeft zij van de gemeente een duplicaat ontvangen. Enige tijd na afgifte van het duplicaat heeft eiseres de originele EGP teruggevonden.

2.3. Op 9 september 2005 stond het voertuig met kenteken [01-01-01] geparkeerd aan de Scheveningseslag te Den Haag. Deze locatie is door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente 's-Gravenhage aangewezen als plaats waar onder meer op dat tijdstip uitsluitend tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd. Tijdens een controle op de hiervoor genoemde datum en plaats heeft een parkeercontroleur omstreeks 23.05 uur geconstateerd dat er in het voertuig van eiseres een EGP aanwezig was die was geregistreerd als ontvreemd en dat geen geldige parkeerkaart of geldige EGP, noch een geldige parkeervergunning aanwezig was. Naar aanleiding hiervan is aan eiser de onderhavige naheffingsaanslag opgelegd.

2.4. Eiseres verzet zich tegen de naheffingsaanslag en heeft hiertoe aangevoerd dat zij abusievelijk de teruggevonden originele EGP heeft gebruikt bij het parkeren en dat zij in de veronderstelling verkeerde met een geldige EGP te hebben geparkeerd. Nu eiseres abusievelijk met een kennelijk ongeldige EGP heeft geparkeerd en zij wel beschikt over een geldige EGP, berust de aan haar opgelegde naheffingsaanslag op een misverstand. Daarom moet die aanslag worden vernietigd.

2.5. Verweerder heeft de stellingen van eiseres gemotiveerd bestreden en daartoe aangevoerd dat ingevolge artikel 53, eerste lid, onder b, van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (hierna: BABW), met de afgifte van het duplicaat de originele EGP zijn geldigheid heeft verloren. Eiseres heeft derhalve geparkeerd zonder geldige EGP en heeft niet aan de in de Verordening gestelde voorwaarden voor de vrijstelling van die kaart voldaan. Evenmin heeft zij op een andere wijze de verschuldigde parkeerbelasting voldaan. De naheffingsaanslag is derhalve terecht aan haar opgelegd. Dat eiseres ten tijde van het parkeren wel een geldige EGP in haar bezit had, doet hier niet aan af. Het parkeren met de originele, ongeldige EGP, behoort voor het risico van eiseres te komen.

2.6. De rechtbank overweegt dat het volgens de geldende regelgeving weliswaar niet is toegestaan om gebruik te maken van een originele EGP indien daarvan inmiddels een duplicaat is verstrekt, omdat het origineel in dat geval zijn geldigheid heeft verloren, maar dat verweerder desgevraagd ter zitting niet heeft kunnen bevestigen dat eiseres daarvan bij het verstrekken van het duplicaat op de hoogte is gebracht. Evenmin staat zulks vermeld op de originele EGP, noch op het aan eiseres verstrekte duplicaat. Een verklaring als bedoeld in artikel 52, derde lid, van het BABW behoort niet tot de gedingstukken. De rechtbank houdt het er derhalve voor dat verweerder eiseres onvoldoende heeft ingelicht over het feit dat de originele EGP na verstrekking van het duplicaat niet meer geldig was en dat zij daarmee niet meer mocht parkeren. Eiseres heeft er naar het oordeel van de rechtbank in het onderhavige geval van uit mogen gaan dat zij met een geldige EGP heeft geparkeerd. Daarvan uitgaande kan de rechtbank verweerder niet volgen in zijn standpunt dat het parkeren met de inmiddels ongeldig geworden originele EGP voor het risico van eiseres dient te komen. De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag ten onrechte aan eiseres opgelegd.

2.7. Gelet op het vorenoverwogene is het beroep gegrond verklaard.

2.8. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, omdat niet is gesteld dat eiser kosten heeft gemaakt die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.

Deze uitspraak is gedaan op 24 mei 2006 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. J.P.F. Slijpen, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Kwestro, griffier.