Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2006:AX8809

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
27-03-2006
Datum publicatie
19-07-2006
Zaaknummer
AWB-05_967 WWB V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet. Opposante heeft bij de indiening van het verzetschrift geen gronden van het verzet vermeld. Na tweemaal uitstel voor de indiening van gronden te hebben verleend, heeft de rechtbank geen verder uitstel meer verleend. Er is binnen de gestelde termijn geen reactie ontvangen. Het verzet is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Nu het verzet kennelijk niet-ontvankelijk is ziet de rechtbank geen reden opposante te horen. Dat betekent dat de uitspraak waartegen verzet is gedaan in stand blijft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank ’s-Gravenhage

sector bestuursrecht

tweede afdeling, enkelvoudige kamer

Reg.nr: AWB 05/967 WWB V

UITSPRAAK

als bedoeld in artikel 8:55

van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

Uitspraak op het verzet van

[Opposante], wonende te [woonplaats], opposante.

Ontstaan en loop van het geding

Bij uitspraak van 4 november 2005 heeft de rechtbank het beroep van opposante tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag van 6 januari 2005 ongegrond verklaard.

Bij brief van 18 december 2005, ingekomen bij de rechtbank op 19 december 2005, heeft opposante verzet gedaan tegen deze uitspraak en heeft zij verzocht in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

Met brieven van 10 januari 2006 en 2 februari 2006 heeft de rechtbank ingestemd met verzoeken van opposante tot verlenging van de termijn waarbinnen de gronden van het verzet moeten zijn ingediend tot twee weken na dagtekening van iedere brief.

Met schrijven van 7 maart 2006 heeft de rechtbank het derde verzoek om uitstel van 28 februari 2006 afgewezen.

Opposante heeft geen gronden van het verzet ingediend.

Overwegingen

Ingevolge artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 8: 55, eerste lid, van de Awb bevat het verzetschrift de gronden van het verzet. Ingevolge artikel 6:6 Awb in samenhang met artikel 8:55, eerste lid, van de Awb, kan het verzet niet-ontvankelijk worden verklaard indien niet is voldaan aan artikel 6:5 van de Awb of enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het verzet, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.

Opposante heeft bij de indiening van het verzetschrift geen gronden van het verzet vermeld. Opposante heeft slechts aangegeven verzet aan te tekenen tegen de uitspraak van de rechtbank van 4 november 2005.

Na tweemaal uitstel voor de indiening van gronden te hebben verleend heeft de rechtbank geen verder uitstel meer verleend. Er is binnen de gestelde termijn geen reactie ontvangen.

Het verzet is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Nu het verzet kennelijk niet-ontvankelijk is ziet de rechtbank geen reden opposante te horen.

Dat betekent dat de uitspraak waartegen verzet is gedaan in stand blijft.

Beslissing

De rechtbank ’s-Gravenhage,

RECHT DOENDE:

Verklaart het verzet niet-ontvankelijk.

Aldus gegeven door mr. C.F. de Lemos Benvindo en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2006, in tegenwoordigheid van de griffier mr. F. Mulder.

Voor eensluidend afschrift,

de griffier van de rechtbank ’s-Gravenhage,