Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2006:AX7098

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
07-06-2006
Datum publicatie
07-06-2006
Zaaknummer
09/750001-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank spreekt verdachte vrij van de onder 1, 2 en 3 telastgelegde feiten. Deze feiten hebben betrekking hebben op een aantal gedragingen die strafbaar zijn gesteld op grond van de Wet Oorlogsstrafrecht. De rechtbank acht bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen wapens heeft geleverd aan Charles Taylor en/of diens strijdkrachten.

De opgelegde straf, een gevangenisstraf van 8 jaren, is gegrond op: - de artikelen 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht; - de artikelen 1, aanhef en onder 2º (oud), 1, aanhef en onder 1º, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten; - de artikelen 2 (oud), 2, 3 (oud), 3 en 13 van de Sanctiewet 1977; - artikel 2 van de Sanctieregeling Liberia 2001; - artikel 2 van de Sanctieregeling Liberia 2002; - ML1 en ML2 van de bijlage van het In- en uitvoerbesluit strategische goederen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2006, 229

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VONNIS)

parketnummer 09/750001-05

’s-Gravenhage, 07 juni 2006

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

vast adres: [adres],

thans gedetineerd in de P.I. Haaglanden, Penitentiair Complex Scheveningen,

Unit 2 te ’s-Gravenhage.

1. De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 01 juli 2005, 29 september 2005, 23 december 2005, 17 maart 2006, 24 april 2006, 25 april 2006, 26 april 2006, 27 april 2006, 28 april 2006, 01 mei 2006, 02 mei 2006, 03 mei 2006, 04 mei 2006, 08 mei 2006, 10 mei 2006, 11 mei 2006, 12 mei 2006, 24 mei 2006 en 07 juni 2006.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadslieden mr. I.N. Weski, mr. L.C van Walree en mr. F.J.E. Hogewind, allen advocaat te Rotterdam, is, met uitzondering van 24 mei 2006, op de terechtzitting verschenen en gehoord.

De officieren van justitie mr. T. Polescuk en mr. J.J.A. Lucas hebben gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding onder 1A primair, 2A primair, 3A primair, 4 en 5 telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 jaren, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht en voor het hem bij dagvaarding onder 4 en 5 telastgelegde wordt veroordeeld tot een geldboete van € 450.000,00, subsidiair 1 jaar hechtenis.

De officieren van justitie hebben voorts gevorderd dat de blijkens de lijst van inbeslaggenomen, niet teruggegeven voorwerpen - verder te noemen beslaglijst, die hierna is opgenomen in dit vonnis - onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 1 tot en met 54 zullen worden teruggegeven aan de verdachte.

De officieren van justitie hebben medegedeeld dat zij voornemens zijn te gelegener tijd een ontnemingsvordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken.

2. De telastlegging.

Aan de verdachte is - na nadere omschrijving van de telastlegging ter terechtzitting van 17 maart 2006 ex artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering - het onderstaande telastgelegd.

FEIT 1A

dat hij op (een) (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2000 tot en met 1 maart 2001, althans in het jaar 2000 en/of 2001, en/of (ook) in of omstreeks de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2002, te Gueckedou, althans in Guinee, tezamen en in vereniging met (een) ander(en)

(telkens) de wetten en de gebruiken van de oorlog heeft geschonden,

terwijl van dat feit/die feiten (telkens) de dood of zwaar lichamelijk letsel van (een) ander(en) te duchten was en/of

dat feit/die feiten (telkens) een onmenselijke behandeling inhield(en) en/of

dat feit/die feiten (telkens) plundering inhield(en) en/of

terwijl dat feit/die feiten (telkens) de dood van (een) ander(en) tengevolge heeft/hebben gehad en/of

dat feit/die feiten (telkens) verkrachting inhield(en) en/of

dat feit/die feiten (telkens) zwaar lichamelijk letsel van (een) ander(en) tengevolge heeft/hebben gehad en/of

dat feit/die feiten (telkens) geweldpleging met verenigde krachten tegen een (of meer) perso(o)n(en) inhield dan wel geweldpleging tegen een dode, zieke of gewonde,

hierin bestaande dat hij, verdachte, (als) president van de Oriental Timber Company en/of eigenaar en/of directeur van de Royal Timber Company, en/of (een of meer van) zijn mededader(s), te weten Charles Taylor en/of [P1] (alias [alias P1]) en/of [P 2] en/of [P3] en/of [P4] en/of [P5] en/of [P6] en/of [P7] en/of [P8] en/of (een of meer) andere(n) (tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en)) toen en (al)daar (telkens)

in strijd met het internationaal gewoonterecht (in het bijzonder het gewoonterechtelijk verbod op het uitvoeren van aanvallen die geen onderscheid maken tussen militairen en burgers en/of marteling en/of onmenselijke behandeling en/of verkrachting en/of plundering en/of geweldpleging ten aanzien van (een) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of (een) perso(o)n(en) die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak) en/of

het bepaalde in artikel 130 Verdrag van Geneve betreffende de behandeling der krijgsgevangenen (“Derde Geneefse Conventie”, 1949) en/of

het bepaalde in artikel 147 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd (“Vierde Geneefse Conventie”, 1949) en/of

het bepaalde in het “gemeenschappelijk” artikel 3 van de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949,

als lid/leden van en/of deelnemer(s) aan, althans behorende tot, één van de strijdende partijen in een (internationaal of niet-internationaal) gewapend conflict op het grondgebied van Liberia en/of Guinee

(meermalen) een aanslag op het leven heeft/hebben gepleegd en/of lichamelijke geweldpleging, althans verminking en/of wrede (onmenselijke) behandeling en/of marteling en/of verkrachting, en/of plundering heeft/hebben gepleegd, ten aanzien van (een) (of meer) perso(o)n(en) die (toen) niet (meer) rechtstreeks aan de vijandelijkheden deelnam(en) (te weten burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak),

welke aanslag(en) op het leven en/of lichamelijke geweldpleging, althans verminking en/of wrede (onmenselijke) behandeling en/of marteling en/of verkrachting, en/of plundering (onder meer) hierin bestond(en) dat genoemde lid/leden, althans

genoemd(e) perso(o)n(en), tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) opzettelijk

- met AK-47’s (Automat Kalashnikov 47) en/of RPG’s (Ruchnoi Protivotankovye Granatamy, ook wel genoemd Rocket Propelled Grenade of Russian Powerful Gun) en/of een of meerdere GMG’s (General Machine Gun) en/of mortieren en/of andere vuurwapens (willekeurig) de stad Gueckedou heeft/hebben beschoten zonder onderscheid te maken tussen militairen en burgers, in de wetenschap dat deze (wijze van) aanval(len) een buitensporig verlies van mensenlevens, verwondingen van burgers en/of schade aan burgerobjecten zou veroorzaken en/of

- (gericht) heeft/hebben geschoten op (een) (of meer) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak en/of

- (een) huis/huizen in brand heeft/hebben gestoken waarin zich nog (een) (of meer) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak bevond(en) en/of

- bij drie, althans een of meer, burger(s) en/of (leden) (van) (het) personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak (het) (de) hoofd(en) heeft/hebben afgesneden en/of (vervolgens) (een) (of meer) baby/babies tegen muren heeft/hebben gegooid en/of (een) (of meer) baby/babies in putten heeft/hebben gegooid en/of

- (een) (of meer) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak in (een) (hun) huis/huizen bijeen heeft/hebben gedreven en/of (vervolgens) (een) grana(a)t(en) naar binnen heeft/hebben gegooid

tengevolge waarvan voornoemde burgers en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak is/zijn overleden en/of (zwaar) lichamelijk letsel heeft/hebben ondervonden en/of

- (een) vrouw(en) en/of (een) kind(eren) heeft/hebben verkracht

en/of

- bezittingen van (een) (of meer) burger(s) en/of (van) personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of (van) hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak en/of (van) (leden van de) strijdkrachten heeft/hebben geplunderd

(artikel 8 Wet Oorlogsstrafrecht)

subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

dat Charles Taylor en/of [P1] (alias [alias P1]) en/of [P 2] en/of [P3] en/of [P4] en/of [P5] en/of [P6] en/of [P7] en/of [P8] en/of (een of meer) andere(n) (tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en))

op (een) (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2000 tot en met 1 maart 2001, althans in het jaar 2000 en/of 2001, en/of (ook) in of omstreeks de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2002, te Gueckedou, althans in Guinee, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen

(telkens) de wetten en de gebruiken van de oorlog heeft/hebben geschonden,

terwijl van dat feit/die feiten (telkens) de dood of zwaar lichamelijk letsel van (een) ander(en) te duchten was en/of

dat feit/die feiten (telkens) een onmenselijke behandeling inhield(en) en/of

dat feit/die feiten (telkens) plundering inhield(en) en/of

terwijl dat feit/die feiten (telkens) de dood van (een) ander(en) tengevolge heeft/hebben gehad en/of

dat feit/die feiten (telkens) verkrachting inhield(en) en/of

dat feit/die feiten (telkens) zwaar lichamelijk letsel van (een) ander(en) tengevolge heeft/hebben gehad en/of

dat feit/die feiten (telkens) geweldpleging met verenigde krachten tegen een (of meer) perso(o)n(en) inhield dan wel geweldpleging tegen een dode, zieke of gewonde,

hierin bestaande dat Charles Taylor en/of [P1] (alias [alias P1]) en/of [P 2] en/of [P3] en/of [P4] en/of [P5] en/of [P6] en/of [P7] en/of [P8] en/of (een of meer) andere(n) (tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en)) toen en (al)daar (telkens)

in strijd met het internationaal gewoonterecht (in het bijzonder het gewoonterechtelijk verbod op het uitvoeren van aanvallen die geen onderscheid maken tussen militairen en burgers en/of marteling en/of onmenselijke behandeling en/of verkrachting en/of plundering en/of geweldpleging ten aanzien van (een) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of (een) perso(o)n(en) die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak) en/of

het bepaalde in artikel 130 Verdrag van Geneve betreffende de behandeling der krijgsgevangenen (“Derde Geneefse Conventie”, 1949) en/of

het bepaalde in artikel 147 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd (“Vierde Geneefse Conventie”, 1949) en/of

het bepaalde in het “gemeenschappelijk” artikel 3 van de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949,

als lid/leden van en/of deelnemer(s) aan, althans behorende tot, één van de strijdende partijen in een (internationaal of niet-internationaal) gewapend conflict op het grondgebied van Liberia en/of Guinee

(meermalen) een aanslag op het leven heeft/hebben gepleegd en/of lichamelijke geweldpleging, althans verminking en/of wrede (onmenselijke) behandeling en/of marteling en/of verkrachting, en/of plundering heeft/hebben gepleegd, ten aanzien van (een) (of meer) perso(o)n(en) die (toen) niet (meer) rechtstreeks aan de vijandelijkheden deelnam(en) (te weten burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak),

welke aanslag(en) op het leven en/of lichamelijke geweldpleging, althans verminking en/of wrede (onmenselijke) behandeling en/of marteling en/of verkrachting, en/of plundering (onder meer) hierin bestond(en) dat genoemde lid/leden, althans

genoemd(e) perso(o)n(en), tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen (telkens) opzettelijk

- met AK-47’s (Automat Kalashnikov 47) en/of RPG’s (Ruchnoi Protivotankovye Granatamy, ook wel genoemd Rocket Propelled Grenade of Russian Powerful Gun) en/of een of meerdere GMG’s (General Machine Gun) en/of mortieren en/of andere vuurwapens (willekeurig) de stad Gueckedou heeft/hebben beschoten zonder onderscheid te maken tussen militairen en burgers, in de wetenschap dat deze (wijze van) aanval(len) een buitensporig verlies van mensenlevens, verwondingen van burgers en/of schade aan burgerobjecten zou veroorzaken en/of

- (gericht) heeft/hebben geschoten op (een) (of meer) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of zij die buiten gevecht waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak en/of

- (een) huis/huizen in brand heeft/hebben gestoken waarin zich nog (een) (of meer) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak bevond(en) en/of

- bij drie, althans een of meer, burger(s) en/of (leden) (van) (het) personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak (het) (de) hoofd(en) heeft/hebben afgesneden en/of (vervolgens) (een) (of meer) baby/babies tegen muren heeft/hebben gegooid en/of (een) (of meer) baby/babies in putten heeft/hebben gegooid en/of

- (een) (of meer) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak in (een) (hun) huis/huizen bijeen heeft/hebben gedreven en/of (vervolgens) (een) grana(a)t(en) naar binnen heeft/hebben gegooid

tengevolge waarvan voornoemde burgers en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak is/zijn overleden en/of (zwaar) lichamelijk letsel heeft/hebben ondervonden en/of

- (een) vrouw(en) en/of (een) kind(eren) heeft/hebben verkracht

en/of

- bezittingen van (een) (of meer) burger(s) en/of (van) personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of (van) hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak en/of (van) (leden van de) strijdkrachten heeft/hebben geplunderd

welk(e) vorenomschreven misdrijf/misdrijven

in of omstreeks de periode van 1 januari 1999 tot en met 31 december 2002, te Buchanan en/of Monrovia en/of (in) Lofa County en/of (elders) in Liberia en/of te Gueckedou, althans in Guinee

(telkens) opzettelijk door de verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, is/zijn uitgelokt door giften en/of beloften en/of misbruik van gezag en/of geweld en/of bedreiging en/of misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen,

immers heeft/hebben hij, verdachte, (als) president van de Oriental Timber Company en/of eigenaar en/of directeur van de Royal Timber Company, en/of zijn mededader(s) toen en (al)daar (telkens) opzettelijk

- een (partij) wapens, te weten een of meerdere AK-47’s (Automat Kalashnikov 47) en/of een of meerdere RPG’s (Ruchnoi Protivotankovye Granatamy, ook wel genoemd Rocket Propelled Grenade of Russian Powerful Gun) en/of een of meerdere GMG’s (General Machine Gun) en/of munitie behorend bij voornoemd(e) wapen(s) en/of mortieren, verkocht en/of geleverd aan Charles Taylor en/of de regering van Liberia en/of (diens) strijdkrachten, althans aan in Liberia actieve strijdkrachten, en/of

- (eigen) personeelslid/-leden in dienst van de bedrijven Oriental Timber Company (OTC) en/of de Royal Timber Company (RTC) ter beschikking gesteld voor de (gewapende) strijd en deze (vervolgens) met de (eigen) wapens en/of munitie (te weten een of meerdere AK-47’s en/of een of meerdere RPG’s en/of een of meerdere GMG’s en/of een of meerdere mortieren) (verkregen) van OTC en/of RTC (mee) laten strijden en/of

- (eigen) personeelslid/-leden in dienst van de bedrijven Oriental Timber Company (OTC) en/of de Royal Timber Company (RTC) gedreigd met ontslag en/of schorsing (voor onbepaalde tijd) indien dit/deze personeelslid/-leden niet zou(den) deelnemen aan de (gewapende) strijd en/of

- een (of meer) helicopter(s) en/of (een) (vracht)wagen(s) en/of (een) (pick-up) truck(s), althans een of meer vervoermiddelen, ter beschikking gesteld aan Charles Taylor en/of de regering van Liberia en/of (diens) strijdkrachten, althans aan in Liberia actieve strijdkrachten, ten behoeve van het vervoer van strijdkrachten en/of wapens en/of munitie en/of voedsel en/of kleding en/of kleding en/of uniformen, althans goederen ten behoeve van de (gewapende) strijd en/of strijders, en/of

- een RTC kamp, in elk geval een (ontmoetings)plaats, ter beschikking gesteld aan Charles Taylor en/of de regering van Liberia en/of (diens) strijdkrachten, althans aan in Liberia actieve strijdkrachten en/of

- geld en/of voedsel en/of sigaretten en/of marihuana, althans (een) verdovende(e) middel(en), verstrekt en/of gegeven aan de leden van de strijdkrachten van Charles Taylor en/of (van) (de regering van) Liberia en/of aan het ten behoeve van de strijd ter beschikking gestelde (eigen) personeel van OTC en/of RTC, althans aan in Liberia actieve strijdkrachten, en/of

- (een) aanwijzing(en) en/of (een) opdracht(en) gegeven met betrekking tot gebruik van (zware) wapens en/of strijdmethodiek aan de leden van de strijdkrachten van Charles Taylor en/of (van) (de regering van) Liberia en/of aan het aan het ten behoeve van de strijd ter beschikking gestelde (eigen) personeel van OTC en/of RTC, althans aan in Liberia actieve strijdkrachten welke aanwijzing(en) en/of opdracht(en) (onder meer) inhield(en) dat zware wapens gebruikt moesten worden en/of dat in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk vernietigd moest worden (onder meer uitgedrukt door de zinsnede “enter, destroy and escape”) en/of dat niemand in leven gelaten moest worden (onder meer uitgedrukt door de zinsnede “no baby on target”) en/of dat huizen in brand gestoken moesten worden en/of dat de strijdkrachten alles mochten plunderen wat ze wilden hebben

(artikel 8 wet Oorlogsstrafrecht jo 47 Wetboek van Strafrecht)

Meer subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

dat Charles Taylor en/of [P1] (alias [alias P1]) en/of [P 2] en/of [P3] en/of [P4] en/of [P5] en/of [P6] en/of [P7] en/of [P8] en/of (een of meer) andere(n) (tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en))

op (een) (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2000 tot en met 1 maart 2001, althans in het jaar 2000 en/of 2001, en/of (ook) in of omstreeks de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2002, te Gueckedou, althans in Guinee, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen

(telkens) de wetten en de gebruiken van de oorlog heeft/hebben geschonden,

terwijl van dat feit/die feiten (telkens) de dood of zwaar lichamelijk letsel van (een) ander(en) te duchten was en/of

dat feit/die feiten (telkens) een onmenselijke behandeling inhield(en) en/of

dat feit/die feiten (telkens) plundering inhield(en) en/of

terwijl dat feit/die feiten (telkens) de dood van (een) ander(en) tengevolge heeft/hebben gehad en/of

dat feit/die feiten (telkens) verkrachting inhield(en) en/of

dat feit/die feiten (telkens) zwaar lichamelijk letsel van (een) ander(en) tengevolge heeft/hebben gehad en/of

dat feit/die feiten (telkens) geweldpleging met verenigde krachten tegen een (of meer) perso(o)n(en) inhield dan wel geweldpleging tegen een dode, zieke of gewonde,

hierin bestaande dat Charles Taylor en/of [P1] (alias [alias P1]) en/of [P 2] en/of [P3] en/of [P4] en/of [P5] en/of [P6] en/of [P7] en/of [P8] en/of (een of meer) andere(n) (tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en)) toen en (al)daar (telkens)

in strijd met het internationaal gewoonterecht (in het bijzonder het gewoonterechtelijk verbod op het uitvoeren van aanvallen die geen onderscheid maken tussen militairen en burgers en/of marteling en/of onmenselijke behandeling en/of verkrachting en/of plundering en/of geweldpleging ten aanzien van (een) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of (een) perso(o)n(en) die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak) en/of

het bepaalde in artikel 130 Verdrag van Geneve betreffende de behandeling der krijgsgevangenen (“Derde Geneefse Conventie”, 1949) en/of

het bepaalde in artikel 147 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd (“Vierde Geneefse Conventie”, 1949) en/of

het bepaalde in het “gemeenschappelijk” artikel 3 van de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949,

als lid/leden van en/of deelnemer(s) aan, althans behorende tot, één van de strijdende partijen in een (internationaal of niet-internationaal) gewapend conflict op het grondgebied van Liberia en/of Guinee

(meermalen) een aanslag op het leven heeft/hebben gepleegd en/of lichamelijke geweldpleging, althans verminking en/of wrede (onmenselijke) behandeling en/of marteling en/of verkrachting, en/of plundering heeft/hebben gepleegd, ten aanzien van (een) (of meer) perso(o)n(en) die (toen) niet (meer) rechtstreeks aan de vijandelijkheden deelnam(en) (te weten burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak),

welke aanslag(en) op het leven en/of lichamelijke geweldpleging, althans verminking en/of wrede (onmenselijke) behandeling en/of marteling en/of verkrachting, en/of plundering (onder meer) hierin bestond(en) dat genoemde lid/leden, althans

genoemd(e) perso(o)n(en), tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen (telkens) opzettelijk

- met AK-47’s (Automat Kalashnikov 47) en/of RPG’s (Ruchnoi Protivotankovye Granatamy, ook wel genoemd Rocket Propelled Grenade of Russian Powerful Gun) en/of een of meerdere GMG’s (General Machine Gun) en/of mortieren en/of andere vuurwapens (willekeurig) de stad Gueckedou heeft/hebben beschoten zonder onderscheid te maken tussen militairen en burgers, in de wetenschap dat deze (wijze van) aanval(len) een buitensporig verlies van mensenlevens, verwondingen van burgers en/of schade aan burgerobjecten zou veroorzaken en/of

- (gericht) heeft/hebben geschoten op (een) (of meer) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak en/of

- (een) huis/huizen in brand heeft/hebben gestoken waarin zich nog (een) (of meer) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak bevond(en) en/of

- bij drie, althans een of meer, burger(s) en/of (leden) (van) (het) personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak (het) (de) hoofd(en) heeft/hebben afgesneden en/of (vervolgens) (een) (of meer) baby/babies tegen muren heeft/hebben gegooid en/of (een) (of meer) baby/babies in putten heeft/hebben gegooid en/of

- (een) (of meer) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak in (een) (hun) huis/huizen bijeen heeft/hebben gedreven en/of (vervolgens) (een) grana(a)t(en) naar binnen heeft/hebben gegooid

tengevolge waarvan voornoemde burgers en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak is/zijn overleden en/of (zwaar) lichamelijk letsel heeft/hebben ondervonden en/of

- (een) vrouw(en) en/of (een) kind(eren) heeft/hebben verkracht

en/of

- bezittingen van (een) (of meer) burger(s) en/of (van) personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of (van) of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak en/of (van) (leden van de) strijdkrachten heeft/hebben geplunderd

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, in of omstreeks de periode van 1 januari 1999 tot en met 31 december 2002, te Buchanan en/of Monrovia en/of (in) Lofa County en/of (elders) in Liberia en/of te Gueckedou, althans in Guinee, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft/hebben verschaft en/of toen en daar opzettelijk behulpzaam is/zijn geweest

immers heeft/hebben hij, verdachte, (als) president van de Oriental Timber Company en/of eigenaar en/of directeur van de Royal Timber Company, en/of zijn mededader(s) toen en (al)daar (telkens) opzettelijk

- een partij) wapens, te weten een of meerdere AK-47’s (Automat Kalashnikov 47) en/of een of meerdere RPG’s (Ruchnoi Protivotankovye Granatamy, ook wel genoemd Rocket Propelled Grenade of Russian Powerful Gun) en/of een of meerdere GMG’s (General Machine Gun) en/of munitie behorend bij voornoemd(e) wapen(s) en/of mortieren, verkocht en/of geleverd aan Charles Taylor en/of de regering van Liberia en/of (diens) strijdkrachten, althans aan in Liberia actieve strijdkrachten, en/of

- (eigen) personeelslid/-leden in dienst van de bedrijven Oriental Timber Company (OTC) en/of de Royal Timber Company (RTC) ter beschikking gesteld voor de (gewapende) strijd en deze (vervolgens) met de (eigen) wapens en/of munitie (te weten een of meerdere AK-47’s en/of een of meerdere RPG’s en/of een of meerdere GMG’s en/of een of meerdere mortieren) (verkregen) van OTC en/of RTC (mee) laten strijden en/of

- (eigen) personeelslid/-leden in dienst van de bedrijven Oriental Timber Company (OTC) en/of de Royal Timber Company (RTC) gedreigd met ontslag en/of schorsing (voor onbepaalde tijd) indien dit/deze personeelslid/-leden niet zou(den) deelnemen aan de (gewapende) strijd en/of

- een (of meer) helicopter(s) en/of (een) (vracht)wagen(s) en/of (een) (pick-up) truck(s), althans een of meer vervoermiddelen, ter beschikking gesteld aan Charles Taylor en/of de regering van Liberia en/of (diens) strijdkrachten, althans aan in Liberia actieve strijdkrachten, ten behoeve van het vervoer van strijdkrachten en/of wapens en/of munitie en/of voedsel en/of kleding en/of kleding en/of uniformen, althans goederen ten behoeve van de (gewapende) strijd en/of strijders, en/of

- een RTC kamp, in elk geval een (ontmoetings)plaats, ter beschikking gesteld aan Charles Taylor en/of de regering van Liberia en/of (diens) strijdkrachten, althans aan in Liberia actieve strijdkrachten en/of

- geld en/of voedsel en/of sigaretten en/of marihuana, althans (een) verdovende(e) middel(en), verstrekt en/of gegeven aan de leden van de strijdkrachten van Charles Taylor en/of (van) (de regering van) Liberia en/of aan het ten behoeve van de strijd ter beschikking gestelde (eigen) personeel van OTC en/of RTC, althans aan in Liberia actieve strijdkrachten, en/of

- (een) aanwijzing(en) en/of (een) opdracht(en) gegeven met betrekking tot gebruik van (zware) wapens en/of strijdmethodiek aan de leden van de strijdkrachten van Charles Taylor en/of (van) (de regering van) Liberia en/of aan het aan het ten behoeve van de strijd ter beschikking gestelde (eigen) personeel van OTC en/of RTC, althans aan in Liberia actieve strijdkrachten welke aanwijzing(en) en/of opdracht(en)(onder meer) inhield(en) dat zware wapens gebruikt moesten worden en/of dat in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk vernietigd moest worden (onder meer uitgedrukt door de zinsnede “enter, destroy and escape”) en/of dat niemand in leven gelaten moest worden (onder meer uitgedrukt door de zinsnede “no baby on target”) en/of dat huizen in brand gestoken moesten worden en/of dat de strijdkrachten alles mochten plunderen wat ze wilden hebben

(artikel 8 wet Oorlogsstrafrecht jo 48 Wetboek van Strafrecht)

en/of

FEIT 1B

dat [P1] (alias [alias P1]) en/of [P 2] en/of [P3] en/of [P4] en/of [P5] en/of [P6] en/of [P7] en/of [P8] en/of (een of meer) andere(n) (tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en)), zijnde (onder meer) personeelsli(e)d(en) van OTC en/of RTC, in elk geval perso(o)n(en) werkzaam voor en/of ondergeschikt aan verdachte,

op (een) (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2000 tot en met 1 maart 2001, althans in het jaar 2000 en/of 2001, en/of (ook) in of omstreeks de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2002, te Gueckedou, althans in Guinee, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen

(telkens) de wetten en de gebruiken van de oorlog heeft/hebben geschonden,

terwijl van dat feit/die feiten (telkens) de dood of zwaar lichamelijk letsel van (een) ander(en) te duchten was en/of

dat feit/die feiten (telkens) een onmenselijke behandeling inhield(en) en/of

dat feit/die feiten (telkens) plundering inhield(en) en/of

terwijl dat feit/die feiten (telkens) de dood van (een) ander(en) tengevolge heeft/hebben gehad en/of

dat feit/die feiten (telkens) verkrachting inhield(en) en/of

dat feit/die feiten (telkens) zwaar lichamelijk letsel van (een) ander(en) tengevolge heeft/hebben gehad en/of

dat feit/die feiten (telkens) geweldpleging met verenigde krachten tegen een (of meer) perso(o)n(en) inhield dan wel geweldpleging tegen een dode, zieke of gewonde,

hierin bestaande dat [P1] (alias [alias P1]) en/of [P 2] en/of [P3] en/of [P4] en/of [P5] en/of [P6] en/of [P7] en/of [P8] en/of (een of meer) andere(n) (tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en)), zijnde (onder meer) personeelsli(e)d(en) van OTC en/of RTC, in elk geval perso(o)n(en) werkzaam voor en/of ondergeschikt aan verdachte,

toen en (al)daar (telkens)

in strijd met het internationaal gewoonterecht (in het bijzonder het gewoonterechtelijk verbod op het uitvoeren van aanvallen die geen onderscheid maken tussen militairen en burgers en/of marteling en/of onmenselijke behandeling en/of verkrachting en/of plundering en/of geweldpleging ten aanzien van (een) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of (een) perso(o)n(en) die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak) en/of

het bepaalde in artikel 130 Verdrag van Geneve betreffende de behandeling der krijgsgevangenen (“Derde Geneefse Conventie”, 1949) en/of

het bepaalde in artikel 147 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd (“Vierde Geneefse Conventie”, 1949) en/of

het bepaalde in het “gemeenschappelijk” artikel 3 van de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949,

als lid/leden van en/of deelnemer(s) aan, althans behorende tot, één van de strijdende partijen in een (internationaal of niet-internationaal) gewapend conflict op het grondgebied van Liberia en/of Guinee

(meermalen) een aanslag op het leven heeft/hebben gepleegd en/of lichamelijke geweldpleging, althans verminking en/of wrede (onmenselijke) behandeling en/of marteling en/of verkrachting, en/of plundering heeft/hebben gepleegd, ten aanzien van (een) (of meer) perso(o)n(en) die (toen) niet (meer) rechtstreeks aan de vijandelijkheden deelnam(en) (te weten burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak),

welke aanslag(en) op het leven en/of lichamelijke geweldpleging, althans verminking en/of wrede (onmenselijke) behandeling en/of marteling en/of verkrachting, en/of plundering (onder meer) hierin bestond(en) dat genoemde lid/leden, althans

genoemd(e) perso(o)n(en), tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen , (telkens) opzettelijk

- met AK-47’s (Automat Kalashnikov 47) en/of RPG’s (Ruchnoi Protivotankovye Granatamy, ook wel genoemd Rocket Propelled Grenade of Russian Powerful Gun) en/of een of meerdere GMG’s (General Machine Gun) en/of mortieren en/of andere vuurwapens (willekeurig) de stad Gueckedou heeft/hebben beschoten zonder onderscheid te maken tussen militairen en burgers, in de wetenschap dat deze (wijze van) aanval(len) een buitensporig verlies van mensenlevens, verwondingen van burgers en/of schade aan burgerobjecten zou veroorzaken en/of

- (gericht) heeft/hebben geschoten op (een) (of meer) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak en/of

- (een) huis/huizen in brand heeft/hebben gestoken waarin zich nog (een) (of meer) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak bevond(en) en/of

- bij drie, althans een of meer, burger(s) en/of (leden) (van) (het) personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak (het) (de) hoofd(en) heeft/hebben afgesneden en/of (vervolgens) (een) (of meer) baby/babies tegen muren heeft/hebben gegooid en/of (een) (of meer) baby/babies in putten heeft/hebben gegooid en/of

- (een) (of meer) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak in (een) (hun) huis/huizen bijeen heeft/hebben gedreven en/of (vervolgens) (een) grana(a)t(en) naar binnen heeft/hebben gegooid

tengevolge waarvan voornoemde burgers en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak is/zijn overleden en/of (zwaar) lichamelijk letsel heeft/hebben ondervonden en/of

- (een) vrouw(en) en/of (een) kind(eren) heeft/hebben verkracht

en/of

- bezittingen van (een) (of meer) burger(s) en/of (van) personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of (van) of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak en/of (van) (leden van de) strijdkrachten heeft/hebben geplunderd

ten aanzien van welke (vorenomschreven) aanslag(en) op het leven en/of lichamelijke geweldpleging, althans verminking en/of wrede (onmenselijke) behandeling en/of marteling en/of verkrachting, en/of plundering(en) hij, verdachte, (als) president van de Oriental Timber Company en/of eigenaar en/of directeur van de Royal Timber Company, in elk geval als leidinggevende van OTC en/of RTC, op (een) (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2000 tot en met 1 maart 2001, althans in het jaar 2000 en/of 2001, en/of (ook) in of omstreeks de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2002 te Buchanan en/of Monrovia en/of (in) Lofa County en/of (elders) in Liberia en/of te Gueckedou, althans in Guinee, meermalen, althans eenmaal (telkens), opzettelijk heeft toegelaten dat (een) aan hem, verdachte ondergeschikte(n) deze heeft/hebben begaan, te weten dat hij, verdachte geen of onvoldoende maatregelen heeft genomen om deze aanslag(en) op het leven en/of lichamelijke geweldpleging, althans verminking en/of wrede (onmenselijke) behandeling en/of marteling en/of verkrachting, en/of plundering(en) te voorkomen en/of om de ondergeschikte(n)/verantwoordelijke(n) te bestraffen;

(artikel 9 Wet Oorlogsstrafrecht)

FEIT 2A

dat hij op (een) (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks het jaar 2002, althans in het jaar 2001 en/of 2002, te Voinjama, althans in de omgeving van Voinjama, althans in Lofa-county, althans in Liberia, tezamen en in vereniging met (een) ander(en)

(telkens) de wetten en de gebruiken van de oorlog heeft geschonden,

terwijl van dat feit/die feiten (telkens) de dood of zwaar lichamelijk letsel van (een) ander(en) te duchten was en/of

dat feit/die feiten (telkens) een onmenselijke behandeling inhield(en) en/of

dat feit/die feiten (telkens) plundering inhield(en) en/of

terwijl dat feit/die feiten (telkens) de dood van (een) ander(en) tengevolge heeft/hebben gehad en/of

dat feit/die feiten (telkens) verkrachting inhield(en) en/of

dat feit/die feiten (telkens) zwaar lichamelijk letsel van (een) ander(en) tengevolge heeft/hebben gehad en/of

dat feit/die feiten (telkens) geweldpleging met verenigde krachten tegen een (of meer) perso(o)n(en) inhield dan wel geweldpleging tegen een dode, zieke of gewonde,

hierin bestaande dat hij, verdachte, (als) president van de Oriental Timber Company en/of eigenaar en/of directeur van de Royal Timber Company, en/of (een of meer van) zijn mededader(s), te weten Charles Taylor en/of [P1] (alias [alias P1]) en/of [P 2] en/of [P3] en/of [P49] en/of (een of meer) andere(n) (tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en)) toen en (al)daar (telkens)

in strijd met het internationaal gewoonterecht (in het bijzonder het gewoonterechtelijk verbod op het uitvoeren van aanvallen die geen onderscheid maken tussen militairen en burgers en/of marteling en/of onmenselijke behandeling en/of verkrachting en/of plundering en/of geweldpleging ten aanzien van (een) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of (een) perso(o)n(en) die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak) en/of

het bepaalde in het “gemeenschappelijk” artikel 3 van de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949,

als lid/leden van en/of deelnemer(s) aan, althans behorende tot, één van de strijdende partijen in een (niet-internationaal) gewapend conflict op het grondgebied van Liberia

(meermalen) een aanslag op het leven heeft/hebben gepleegd en/of lichamelijke geweldpleging, althans verminking en/of wrede (onmenselijke) behandeling en/of marteling en/of verkrachting, en/of plundering heeft/hebben gepleegd, ten aanzien van (een) (of meer) perso(o)n(en) die (toen) niet (meer) rechtstreeks aan de vijandelijkheden deelnam(en) (te weten burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak),

welke aanslag(en) op het leven en/of lichamelijke geweldpleging, althans verminking en/of wrede (onmenselijke) behandeling en/of marteling en/of verkrachting, en/of plundering (onder meer) hierin bestond(en) dat genoemde lid/leden, althans

genoemd(e) perso(o)n(en), tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) opzettelijk

- (gericht) heeft/hebben geschoten op (een) (of meer) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak tengevolge waarvan voornoemd(e) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak is/zijn overleden en/of (zwaar) lichamelijk letsel heeft/hebben ondervonden en/of

- (een) vrouw(en) en/of (een) kind(eren) heeft/hebben verkracht en/of

- (vervolgens) bezittingen van (een) (of meer) burger(s) en/of (van) personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of (van) hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak en/of (van) (leden van de) strijdkrachten heeft/hebben geplunderd

(artikel 8 Wet Oorlogsstrafrecht)

subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

dat Charles Taylor en/of [P1] (alias [alias P1]) en/of [P 2] en/of [P3] en/of [P49] en/of (een of meer) andere(n) (tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en)),

op (een) (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks het jaar 2002, althans in het jaar 2001 en/of 2002, te Voinjama, althans in de omgeving van Voinjama, althans in Lofa-county, althans in Liberia, tezamen en in vereniging met (een) ander(en)

(telkens) de wetten en de gebruiken van de oorlog heeft/hebben geschonden,

terwijl van dat feit/die feiten (telkens) de dood of zwaar lichamelijk letsel van (een) ander(en) te duchten was en/of

dat feit/die feiten (telkens) een onmenselijke behandeling inhield(en) en/of

dat feit/die feiten (telkens) plundering inhield(en) en/of

terwijl dat feit/die feiten (telkens) de dood van (een) ander(en) tengevolge heeft/hebben gehad en/of

dat feit/die feiten (telkens) verkrachting inhield(en) en/of

dat feit/die feiten (telkens) zwaar lichamelijk letsel van (een) ander(en) tengevolge heeft/hebben gehad en/of

dat feit/die feiten (telkens) geweldpleging met verenigde krachten tegen een (of meer) perso(o)n(en) inhield dan wel geweldpleging tegen een dode, zieke of gewonde,

hierin bestaande dat Charles Taylor en/of [P1] (alias [alias P1]) en/of [P 2] en/of [P3] en/of [P49] en/of (een of meer) andere(n) (tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en)) toen en (al)daar (telkens)

in strijd met het internationaal gewoonterecht (in het bijzonder het gewoonterechtelijk verbod op het uitvoeren van aanvallen die geen onderscheid maken tussen militairen en burgers en/of marteling en/of onmenselijke behandeling en/of verkrachting en/of plundering en/of geweldpleging ten aanzien van (een) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of (een) perso(o)n(en) die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak) en/of

het bepaalde in het “gemeenschappelijk” artikel 3 van de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949,

als lid/leden van en/of deelnemer(s) aan, althans behorende tot, één van de strijdende partijen in een (niet-internationaal) gewapend conflict op het grondgebied van Liberia

(meermalen) een aanslag op het leven heeft/hebben gepleegd en/of lichamelijke geweldpleging, althans verminking en/of wrede (onmenselijke) behandeling en/of marteling en/of verkrachting, en/of plundering heeft/hebben gepleegd, ten aanzien van (een) (of meer) perso(o)n(en) die (toen) niet (meer) rechtstreeks aan de vijandelijkheden deelnam(en) (te weten burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak),

welke aanslag(en) op het leven en/of lichamelijke geweldpleging, althans verminking en/of wrede (onmenselijke) behandeling en/of marteling en/of verkrachting, en/of plundering (onder meer) hierin bestond(en) dat genoemde lid/leden, althans

genoemd(e) perso(o)n(en), tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) opzettelijk

- (gericht) heeft/hebben geschoten op (een) (of meer) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak tengevolge waarvan voornoemd(e) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak is/zijn overleden en/of (zwaar) lichamelijk letsel heeft/hebben ondervonden en/of

- (een) vrouw(en) en/of (een) kind(eren) heeft/hebben verkracht en/of

- (vervolgens) bezittingen van (een) (of meer) burger(s) en/of (van) personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of (van) hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak en/of (van) (leden van de) strijdkrachten heeft/hebben geplunderd

welk(e) vorenomschreven misdrijf/misdrijven

in of omstreeks de periode van 1 januari 1999 tot en met 31 december 2002 te Buchanan en/of Monrovia en/of Voinjama en/of (in) Lofa County en/of (elders) in Liberia (telkens) opzettelijk door de verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, is/zijn uitgelokt door giften en/of beloften en/of misbruik van gezag en/of geweld en/of bedreiging en/of misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen,

immers heeft/hebben hij, verdachte, (als) president van de Oriental Timber Company en/of eigenaar en/of directeur van de Royal Timber Company, en/of zijn mededader(s) toen en (al)daar (telkens) opzettelijk

- een partij) wapens, te weten een of meerdere AK-47’s (Automat Kalashnikov 47) en/of een of meerdere RPG’s (Ruchnoi Protivotankovye Granatamy, ook wel genoemd Rocket Propelled Grenade of Russian Powerful Gun) en/of een of meerdere GMG’s (General Machine Gun) en/of munitie behorend bij voornoemd(e) wapen(s) en/of mortieren, verkocht en/of geleverd aan Charles Taylor en/of de regering van Liberia en/of (diens) strijdkrachten, althans aan in Liberia actieve strijdkrachten, en/of

- (eigen) personeelslid/-leden in dienst van de bedrijven Oriental Timber Company (OTC) en/of de Royal Timber Company (RTC) ter beschikking gesteld voor de (gewapende) strijd en deze (vervolgens) met de (eigen) wapens en/of munitie (te weten een of meerdere AK-47’s en/of een of meerdere RPG’s en/of een of meerdere GMG’s en/of een of meerdere mortieren) (verkregen) van OTC en/of RTC (mee) laten strijden en/of

- (eigen) personeelslid/-leden in dienst van de bedrijven Oriental Timber Company (OTC) en/of de Royal Timber Company (RTC) gedreigd met ontslag en/of schorsing (voor onbepaalde tijd) indien dit/deze personeelslid/-leden niet zou(den) deelnemen aan de (gewapende) strijd en/of

- een (of meer) helicopter(s) en/of (een) (vracht)wagen(s) en/of (een) (pick-up) truck(s), althans een of meer vervoermiddelen, ter beschikking gesteld aan Charles Taylor en/of de regering van Liberia en/of (diens) strijdkrachten, althans aan in Liberia actieve strijdkrachten, ten behoeve van het vervoer van strijdkrachten en/of wapens en/of munitie en/of voedsel en/of kleding en/of kleding en/of uniformen, althans goederen ten behoeve van de (gewapende) strijd en/of strijders, en/of

- een RTC kamp, in elk geval een (ontmoetings)plaats, ter beschikking gesteld aan Charles Taylor en/of de regering van Liberia en/of (diens) strijdkrachten, althans aan in Liberia actieve strijdkrachten en/of

- geld en/of voedsel en/of sigaretten en/of marihuana, althans (een) verdovende(e) middel(en), verstrekt en/of gegeven aan de leden van de strijdkrachten van Charles Taylor en/of (van) (de regering van) Liberia en/of aan het ten behoeve van de strijd ter beschikking gestelde (eigen) personeel van OTC en/of RTC, althans aan in Liberia actieve strijdkrachten, en/of

- (een) aanwijzing(en) en/of (een) opdracht(en) gegeven met betrekking tot gebruik van (zware) wapens en/of strijdmethodiek aan de leden van de strijdkrachten van Charles Taylor en/of (van) (de regering van) Liberia en/of aan het aan het ten behoeve van de strijd ter beschikking gestelde (eigen) personeel van OTC en/of RTC, althans aan in Liberia actieve strijdkrachten

(artikel 8 Wet Oorlogsstrafrecht jo 47 Wetboek van Strafrecht)

Meer subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

dat Charles Taylor en/of [P1] (alias [alias P1]) en/of [P 2] en/of [P3] en/of [P49] en/of (een of meer) andere(n) (tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en)),

op (een) (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks het jaar 2002, althans in het jaar 2001 en/of 2002, te Voinjama, althans in de omgeving van Voinjama, althans in Lofa-county, althans in Liberia, tezamen en in vereniging met (een) ander(en)

(telkens) de wetten en de gebruiken van de oorlog heeft/hebben geschonden,

terwijl van dat feit/die feiten (telkens) de dood of zwaar lichamelijk letsel van (een) ander(en) te duchten was en/of

dat feit/die feiten (telkens) een onmenselijke behandeling inhield(en) en/of

dat feit/die feiten (telkens) plundering inhield(en) en/of

terwijl dat feit/die feiten (telkens) de dood van (een) ander(en) tengevolge heeft/hebben gehad en/of

dat feit/die feiten (telkens) verkrachting inhield(en) en/of

dat feit/die feiten (telkens) zwaar lichamelijk letsel van (een) ander(en) tengevolge heeft/hebben gehad en/of

dat feit/die feiten (telkens) geweldpleging met verenigde krachten tegen een (of meer) perso(o)n(en) inhield dan wel geweldpleging tegen een dode, zieke of gewonde,

hierin bestaande dat Charles Taylor en/of [P1] (alias [alias P1]) en/of [P 2] en/of [P3] en/of [P49] en/of (een of meer) andere(n) (tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en)) toen en (al)daar (telkens)

in strijd met het internationaal gewoonterecht (in het bijzonder het gewoonterechtelijk verbod op het uitvoeren van aanvallen die geen onderscheid maken tussen militairen en burgers en/of marteling en/of onmenselijke behandeling en/of verkrachting en/of plundering en/of geweldpleging ten aanzien van (een) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of (een) perso(o)n(en) die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak) en/of

het bepaalde in het “gemeenschappelijk” artikel 3 van de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949,

als lid/leden van en/of deelnemer(s) aan, althans behorende tot, één van de strijdende partijen in een (niet-internationaal) gewapend conflict op het grondgebied van Liberia

(meermalen) een aanslag op het leven heeft/hebben gepleegd en/of lichamelijke geweldpleging, althans verminking en/of wrede (onmenselijke) behandeling en/of marteling en/of verkrachting, en/of plundering heeft/hebben gepleegd, ten aanzien van (een) (of meer) perso(o)n(en) die (toen) niet (meer) rechtstreeks aan de vijandelijkheden deelnam(en) (te weten burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak),

welke aanslag(en) op het leven en/of lichamelijke geweldpleging, althans verminking en/of wrede (onmenselijke) behandeling en/of marteling en/of verkrachting, en/of plundering (onder meer) hierin bestond(en) dat genoemde lid/leden, althans

genoemd(e) perso(o)n(en), tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) opzettelijk

- (gericht) heeft/hebben geschoten op (een) (of meer) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak tengevolge waarvan voornoemd(e) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak is/zijn overleden en/of (zwaar) lichamelijk letsel heeft/hebben ondervonden en/of

- (een) vrouw(en) en/of (een) kind(eren) heeft/hebben verkracht en/of

- (vervolgens) bezittingen van (een) (of meer) burger(s) en/of (van) personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of (van) hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak en/of (van) (leden van de) strijdkrachten heeft/hebben geplunderd

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen in of omstreeks de periode van 1 januari 1999 tot en met 31 december 2002 te Buchanan en/of Monrovia en/of Voinjama en/of (in) Lofa County en/of (elders) in Liberia, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft/hebben verschaft en/of toen en daar opzettelijk behulpzaam is/zijn geweest

immers heeft/hebben hij, verdachte, (als) president van de Oriental Timber Company en/of eigenaar en/of directeur van de Royal Timber Company, en/of zijn mededader(s) toen en (al)daar (telkens) opzettelijk

- een partij) wapens, te weten een of meerdere AK-47’s (Automat Kalashnikov 47) en/of een of meerdere RPG’s (Ruchnoi Protivotankovye Granatamy, ook wel genoemd Rocket Propelled Grenade of Russian Powerful Gun) en/of een of meerdere GMG’s (General Machine Gun) en/of munitie behorend bij voornoemd(e) wapen(s) en/of mortieren, verkocht en/of geleverd aan Charles Taylor en/of de regering van Liberia en/of (diens) strijdkrachten, althans aan in Liberia actieve strijdkrachten, en/of

- (eigen) personeelslid/-leden in dienst van de bedrijven Oriental Timber Company (OTC) en/of de Royal Timber Company (RTC) ter beschikking gesteld voor de (gewapende) strijd en deze (vervolgens) met de (eigen) wapens en/of munitie (te weten een of meerdere AK-47’s en/of een of meerdere RPG’s en/of een of meerdere GMG’s en/of een of meerdere mortieren) (verkregen) van OTC en/of RTC (mee) laten strijden en/of

- (eigen) personeelslid/-leden in dienst van de bedrijven Oriental Timber Company (OTC) en/of de Royal Timber Company (RTC) gedreigd met ontslag en/of schorsing (voor onbepaalde tijd) indien dit/deze personeelslid/-leden niet zou(den) deelnemen aan de (gewapende) strijd en/of

- een (of meer) helicopter(s) en/of (een) (vracht)wagen(s) en/of (een) (pick-up) truck(s), althans een of meer vervoermiddelen, ter beschikking gesteld aan Charles Taylor en/of de regering van Liberia en/of (diens) strijdkrachten, althans aan in Liberia actieve strijdkrachten, ten behoeve van het vervoer van strijdkrachten en/of wapens en/of munitie en/of voedsel en/of kleding en/of kleding en/of uniformen, althans goederen ten behoeve van de (gewapende) strijd en/of strijders, en/of

- een RTC kamp, in elk geval een (ontmoetings)plaats, ter beschikking gesteld aan Charles Taylor en/of de regering van Liberia en/of (diens) strijdkrachten, althans aan in Liberia actieve strijdkrachten en/of

- geld en/of voedsel en/of sigaretten en/of marihuana, althans (een) verdovende(e) middel(en), verstrekt en/of gegeven aan de leden van de strijdkrachten van Charles Taylor en/of (van) (de regering van) Liberia en/of aan het ten behoeve van de strijd ter beschikking gestelde (eigen) personeel van OTC en/of RTC, althans aan in Liberia actieve strijdkrachten, en/of

- (een) aanwijzing(en) en/of (een) opdracht(en) gegeven met betrekking tot gebruik van (zware) wapens en/of strijdmethodiek aan de leden van de strijdkrachten van Charles Taylor en/of (van) (de regering van) Liberia en/of aan het aan het ten behoeve van de strijd ter beschikking gestelde (eigen) personeel van OTC en/of RTC, althans aan in Liberia actieve strijdkrachten

(artikel 8 Wet Oorlogsstrafrecht jo 48 Wetboek van Strafrecht)

en/of

FEIT 2B

dat [P1] (alias [alias P1]) en/of [P 2] en/of [P3] en/of [P49] en/of (een of meer) andere(n) (tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en)), zijnde (onder meer) personeelsli(e)d(en) van OTC en/of RTC, in elk geval perso(o)n(en) werkzaam voor en/of ondergeschikt aan verdachte,

op (een) (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks het jaar 2002, althans in het jaar 2001 en/of 2002, te Voinjama, althans in de omgeving van Voinjama, althans in Lofa-county, althans in Liberia, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen

(telkens) de wetten en de gebruiken van de oorlog heeft/hebben geschonden,

terwijl van dat feit/die feiten (telkens) de dood of zwaar lichamelijk letsel van (een) ander(en) te duchten was en/of

dat feit/die feiten (telkens) een onmenselijke behandeling inhield(en) en/of

dat feit/die feiten (telkens) plundering inhield(en) en/of

terwijl dat feit/die feiten (telkens) de dood van (een) ander(en) tengevolge heeft/hebben gehad en/of

dat feit/die feiten (telkens) verkrachting inhield(en) en/of

dat feit/die feiten (telkens) zwaar lichamelijk letsel van (een) ander(en) tengevolge heeft/hebben gehad en/of

dat feit/die feiten (telkens) geweldpleging met verenigde krachten tegen een (of meer) perso(o)n(en) inhield dan wel geweldpleging tegen een dode, zieke of gewonde,

hierin bestaande dat [P1] (alias [alias P1]) en/of [P 2] en/of [P3] en/of [P49] en/of (een of meer) andere(n) (tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en)), zijnde (onder meer) personeelsli(e)d(en) van OTC en/of RTC, in elk geval perso(o)n(en) werkzaam voor en/of ondergeschikt aan verdachte, toen en (al)daar (telkens)

in strijd met het internationaal gewoonterecht (in het bijzonder het gewoonterechtelijk verbod op het uitvoeren van aanvallen die geen onderscheid maken tussen militairen en burgers en/of marteling en/of onmenselijke behandeling en/of verkrachting en/of plundering en/of geweldpleging ten aanzien van (een) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of (een) perso(o)n(en) die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak) en/of

het bepaalde in het “gemeenschappelijk” artikel 3 van de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949,

als lid/leden van en/of deelnemer(s) aan, althans behorende tot, één van de strijdende partijen in een (niet-internationaal) gewapend conflict op het grondgebied van Liberia

(meermalen) een aanslag op het leven heeft/hebben gepleegd en/of lichamelijke geweldpleging, althans verminking en/of wrede (onmenselijke) behandeling en/of marteling en/of verkrachting, en/of plundering heeft/hebben gepleegd, ten aanzien van (een) (of meer) perso(o)n(en) die (toen) niet (meer) rechtstreeks aan de vijandelijkheden deelnam(en) (te weten burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak),

welke aanslag(en) op het leven en/of lichamelijke geweldpleging, althans verminking en/of wrede (onmenselijke) behandeling en/of marteling en/of verkrachting, en/of plundering (onder meer) hierin bestond(en) dat genoemde lid/leden, althans

genoemd(e) perso(o)n(en), tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) opzettelijk

- (gericht) heeft/hebben geschoten op (een) (of meer) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak tengevolge waarvan voornoemd(e) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak is/zijn overleden en/of (zwaar) lichamelijk letsel heeft/hebben ondervonden en/of

- (een) vrouw(en) en/of (een) kind(eren) heeft/hebben verkracht en/of

- (vervolgens) bezittingen van (een) (of meer) burger(s) en/of (van) personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of (van) hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak en/of (van) (leden van de) strijdkrachten heeft/hebben geplunderd

ten aanzien van welke (vorenomschreven) aanslag(en) op het leven en/of lichamelijke geweldpleging, althans verminking en/of wrede (onmenselijke) behandeling en/of marteling en/of verkrachting, en/of plundering(en) hij, verdachte, (als) president van de Oriental Timber Company en/of eigenaar en/of directeur van de Royal Timber Company, in elk geval als leidinggevende van OTC en/of RTC, op (een) (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks het jaar 2002, althans in het jaar 2001 en/of 2002, te Buchanan en/of Monrovia en/of Voinjama en/of (in) Lofa County en/of (elders) in Liberia, meermalen, althans eenmaal (telkens), opzettelijk heeft toegelaten dat (een) aan hem, verdachte ondergeschikte(n) deze heeft/hebben begaan, te weten dat hij, verdachte geen of onvoldoende maatregelen heeft genomen om deze aanslag(en) op het leven en/of lichamelijke geweldpleging, althans verminking en/of wrede (onmenselijke) behandeling en/of marteling en/of verkrachting, en/of plundering(en) te voorkomen en/of om de ondergeschikte(n)/verantwoordelijke(n) te bestraffen

(artikel 9 Wet Oorlogsstrafrecht)

FEIT 3A

dat hij op (een) (of meer) tijdstip(pen) in juni 2002, althans in of omstreeks de periode van 1 december 2001 tot en met 30 juni 2002, althans in het jaar 2001 en/of 2002, te Kolahun, althans in de omgeving van Kolahun, althans in Lofa-county, althans in Liberia, tezamen en in vereniging met (een) ander(en)

(telkens) de wetten en de gebruiken van de oorlog heeft geschonden,

terwijl van dat feit/die feiten (telkens) de dood of zwaar lichamelijk letsel van (een) ander(en) te duchten was en/of

dat feit/die feiten (telkens) een onmenselijke behandeling inhield(en) en/of

dat feit/die feiten (telkens) plundering inhield(en) en/of

terwijl dat feit/die feiten (telkens) de dood van (een) ander(en) tengevolge heeft/hebben gehad en/of

dat feit/die feiten (telkens) verkrachting inhield(en) en/of

dat feit/die feiten (telkens) zwaar lichamelijk letsel van (een) ander(en) tengevolge heeft/hebben gehad en/of

dat feit/die feiten (telkens) geweldpleging met verenigde krachten tegen een (of meer) perso(o)n(en) inhield dan wel geweldpleging tegen een dode, zieke of gewonde,

hierin bestaande dat hij, verdachte, (als) president van de Oriental Timber Company en/of eigenaar en/of directeur van de Royal Timber Company, en/of (een of meer van) zijn mededader(s), te weten Charles Taylor en/of [P1] (alias [alias P1]) en/of [P 2] en/of [P3] en/of [P8] en/of [P9] en/of [P10] en/of (een of meer) andere(n) (tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en)) toen en (al)daar (telkens)

in strijd met het internationaal gewoonterecht (in het bijzonder het gewoonterechtelijk verbod op het uitvoeren van aanvallen die geen onderscheid maken tussen militairen en burgers en/of marteling en/of onmenselijke behandeling en/of verkrachting en/of plundering en/of geweldpleging ten aanzien van (een) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of (een) perso(o)n(en) die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak) en/of

het bepaalde in het “gemeenschappelijk” artikel 3 van de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949,

als lid/leden van en/of deelnemer(s) aan, althans behorende tot, één van de strijdende partijen in een (niet-internationaal) gewapend conflict op het grondgebied van Liberia

(meermalen) een aanslag op het leven heeft/hebben gepleegd en/of lichamelijke geweldpleging, althans verminking en/of wrede (onmenselijke) behandeling en/of marteling en/of verkrachting, en/of plundering heeft/hebben gepleegd, ten aanzien van (een) (of meer) perso(o)n(en) die (toen) niet (meer) rechtstreeks aan de vijandelijkheden deelnam(en) (te weten burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak),

welke aanslag(en) op het leven en/of lichamelijke geweldpleging, althans verminking en/of wrede (onmenselijke) behandeling en/of marteling en/of verkrachting, en/of plundering (onder meer) hierin bestond(en) genoemde lid/leden, althans

genoemd(e) perso(o)n(en), tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) opzettelijk

- burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of zij die buiten gevecht waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak in (de) (plaats) Kolahun (willekeurig) heeft/hebben bestookt met granaten voor (een) lange(re) duur, te weten (een) (anderhalve) dag, en/of

- (gericht) heeft/hebben geschoten op (een) (of meer) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of zij die buiten gevecht waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak en/of

- (een) man(nen) en/of (een) vrouw(en), in ieder geval een) (of meer) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of zij die buiten gevecht waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak opdracht heeft/hebben gegeven zich uit te kleden en (vervolgens) op te grond te gaan liggen en heeft/hebben (vervolgens) voornoemde perso(o)n(en) geexecuteerd en/of

- (een) huis/huizen in brand heeft/hebben gestoken waarin zich nog (een) (of meer) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of zij die buiten gevecht waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak bevond(en) en/of

tengevolge waarvan voornoemde burgers en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak is/zijn overleden en/of (zwaar) lichamelijk letsel heeft/hebben ondervonden en/of

- (een) vrouw(en) en/of (een) kind(eren) heeft/hebben verkracht

en/of

- twee, althans een of meer, man(nen) in/op (een) zolder heeft/hebben opgesloten en/of (vervolgens) onder deze zolder een baal peper in brand heeft/hebben gestoken waardoor voornoemd(e) man(nen) dreigden te stikken terwijl van dat feit de dood of zwaar lichamelijk letsel van voornoemde man(en) te duchten was, althans het feit een onmenselijke behandeling inhield en/of

- bezittingen van (een) (of meer) burger(s) en/of (van) personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of (van) hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak en/of (van) (leden van de) strijdkrachten heeft/hebben geplunderd

(artikel 8 Wet Oorlogsstrafrecht)

subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

dat Charles Taylor en/of [P1] (alias [alias P1]) en/of [P 2] en/of [P3] en/of [P8] en/of [P9] en/of [P10] en/of (een of meer) andere(n) (tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en)),

op (een) (of meer) tijdstip(pen) in juni 2002, althans in of omstreeks de periode van 1 december 2001 tot en met 30 juni 2002, althans in het jaar 2001 en/of 2002, te Kolahun, althans in de omgeving van Kolahun, althans in Lofa-county, althans in Liberia,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en)

(telkens) de wetten en de gebruiken van de oorlog heeft/hebben geschonden,

terwijl van dat feit/die feiten (telkens) de dood of zwaar lichamelijk letsel van (een) ander(en) te duchten was en/of

dat feit/die feiten (telkens) een onmenselijke behandeling inhield(en) en/of

dat feit/die feiten (telkens) plundering inhield(en) en/of

terwijl dat feit/die feiten (telkens) de dood van (een) ander(en) tengevolge heeft/hebben gehad en/of

dat feit/die feiten (telkens) verkrachting inhield(en) en/of

dat feit/die feiten (telkens) zwaar lichamelijk letsel van (een) ander(en) tengevolge heeft/hebben gehad en/of

dat feit/die feiten (telkens) geweldpleging met verenigde krachten tegen een (of meer) perso(o)n(en) inhield dan wel geweldpleging tegen een dode, zieke of gewonde,

hierin bestaande dat Charles Taylor en/of [P1] (alias [alias P1]) en/of [P 2] en/of [P3] en/of [P8] en/of [P9] en/of [P10] en/of (een of meer) andere(n) (tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en)) toen en (al)daar (telkens)

in strijd met het internationaal gewoonterecht (in het bijzonder het gewoonterechtelijk verbod op het uitvoeren van aanvallen die geen onderscheid maken tussen militairen en burgers en/of marteling en/of onmenselijke behandeling en/of verkrachting en/of plundering en/of geweldpleging ten aanzien van (een) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of (een) perso(o)n(en) die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak) en/of

het bepaalde in het “gemeenschappelijk” artikel 3 van de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949,

als lid/leden van en/of deelnemer(s) aan, althans behorende tot, één van de strijdende partijen in een (niet-internationaal) gewapend conflict op het grondgebied van Liberia

(meermalen) een aanslag op het leven heeft/hebben gepleegd en/of lichamelijke geweldpleging, althans verminking en/of wrede (onmenselijke) behandeling en/of marteling en/of verkrachting, en/of plundering heeft/hebben gepleegd, ten aanzien van (een) (of meer) perso(o)n(en) die (toen) niet (meer) rechtstreeks aan de vijandelijkheden deelnam(en) (te weten burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak),

welke aanslag(en) op het leven en/of lichamelijke geweldpleging, althans verminking en/of wrede (onmenselijke) behandeling en/of marteling en/of verkrachting, en/of plundering (onder meer) hierin bestond(en) dat genoemde lid/leden, althans

genoemd(e) perso(o)n(en), tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) opzettelijk

- burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of zij die buiten gevecht waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak in (de) (plaats) Kolahun (willekeurig) heeft/hebben bestookt met granaten voor (een) lange(re) duur, te weten (een) (anderhalve) dag, en/of

- (gericht) heeft/hebben geschoten op (een) (of meer) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of zij die buiten gevecht waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak en/of

- (een) man(nen) en/of (een) vrouw(en), in ieder geval een) (of meer) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of zij die buiten gevecht waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak opdracht heeft/hebben gegeven zich uit te kleden en (vervolgens) op te grond te gaan liggen en heeft/hebben (vervolgens) voornoemde perso(o)n(en) geexecuteerd en/of

- (een) huis/huizen in brand heeft/hebben gestoken waarin zich nog (een) (of meer) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of zij die buiten gevecht waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak bevond(en) en/of

tengevolge waarvan voornoemde burgers en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak is/zijn overleden en/of (zwaar) lichamelijk letsel heeft/hebben ondervonden en/of

- (een) vrouw(en) en/of (een) kind(eren) heeft/hebben verkracht

en/of

- twee, althans een of meer, man(nen) in/op (een) zolder heeft/hebben opgesloten en/of (vervolgens) onder deze zolder een baal peper in brand heeft/hebben gestoken waardoor voornoemd(e) man(nen) dreigden te stikken terwijl van dat feit de dood of zwaar lichamelijk letsel van voornoemde man(en) te duchten was, althans het feit een onmenselijke behandeling inhield en/of

- bezittingen van (een) (of meer) burger(s) en/of (van) personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of (van) hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak en/of (van) (leden van de) strijdkrachten heeft/hebben geplunderd

welk(e) vorenomschreven misdrijf/misdrijven

in of omstreeks de periode van 1 januari 1999 tot en met 31 december 2002 te Buchanan en/of Monrovia en/of Kolahun en/of (in) Lofa County en/of (elders) in Liberia

(telkens) opzettelijk door de verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, is/zijn uitgelokt door giften en/of beloften en/of misbruik van gezag en/of geweld en/of bedreiging en/of misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen,

immers heeft/hebben hij, verdachte, (als) president van de Oriental Timber Company en/of eigenaar en/of directeur van de Royal Timber Company, en/of zijn mededader(s) toen en (al)daar (telkens) opzettelijk

- een partij) wapens, te weten een of meerdere AK-47’s (Automat Kalashnikov 47) en/of een of meerdere RPG’s (Ruchnoi Protivotankovye Granatamy, ook wel genoemd Rocket Propelled Grenade of Russian Powerful Gun) en/of een of meerdere GMG’s (General Machine Gun) en/of munitie behorend bij voornoemd(e) wapen(s) en/of mortieren, verkocht en/of geleverd aan Charles Taylor en/of de regering van Liberia en/of (diens) strijdkrachten, althans aan in Liberia actieve strijdkrachten, en/of

- (eigen) personeelslid/-leden in dienst van de bedrijven Oriental Timber Company (OTC) en/of de Royal Timber Company (RTC) ter beschikking gesteld voor de (gewapende) strijd en deze (vervolgens) met de (eigen) wapens en/of munitie (te weten een of meerdere AK-47’s en/of een of meerdere RPG’s en/of een of meerdere GMG’s en/of een of meerdere mortieren) (verkregen) van OTC en/of RTC (mee) laten strijden en/of

- (eigen) personeelslid/-leden in dienst van de bedrijven Oriental Timber Company (OTC) en/of de Royal Timber Company (RTC) gedreigd met ontslag en/of schorsing (voor onbepaalde tijd) indien dit/deze personeelslid/-leden niet zou(den) deelnemen aan de (gewapende) strijd en/of

- een (of meer) helicopter(s) en/of (een) (vracht)wagen(s) en/of (een) (pick-up) truck(s), althans een of meer vervoermiddelen, ter beschikking gesteld aan Charles Taylor en/of de regering van Liberia en/of (diens) strijdkrachten, althans aan in Liberia actieve strijdkrachten, ten behoeve van het vervoer van strijdkrachten en/of wapens en/of munitie en/of voedsel en/of kleding en/of kleding en/of uniformen, althans goederen ten behoeve van de (gewapende) strijd en/of strijders, en/of

- een RTC kamp, in elk geval een (ontmoetings)plaats, ter beschikking gesteld aan Charles Taylor en/of de regering van Liberia en/of (diens) strijdkrachten, althans aan in Liberia actieve strijdkrachten en/of

- geld en/of voedsel en/of sigaretten en/of marihuana, althans (een) verdovende(e) middel(en), verstrekt en/of gegeven aan de leden van de strijdkrachten van Charles Taylor en/of (van) (de regering van) Liberia en/of aan het ten behoeve van de strijd ter beschikking gestelde (eigen) personeel van OTC en/of RTC, althans aan in Liberia actieve strijdkrachten, en/of

- (een) aanwijzing(en) en/of (een) opdracht(en) gegeven met betrekking tot gebruik van (zware) wapens en/of strijdmethodiek aan de leden van de strijdkrachten van Charles Taylor en/of (van) (de regering van) Liberia en/of aan het aan het ten behoeve van de strijd ter beschikking gestelde (eigen) personeel van OTC en/of RTC, althans aan in Liberia actieve strijdkrachten welke aanwijzing(en) en/of opdracht(en) (onder meer) inhield(en) dat “Kolahun schoongeveegd moest worden” en/of woorden van gelijke strekking

(artikel 8 Wet Oorlogsstrafrecht jo 47 Wetboek van Strafrecht)

Meer subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

dat Charles Taylor en/of [P1] (alias [alias P1]) en/of [P 2] en/of [P3] en/of [P8] en/of [P9] en/of [P10] en/of (een of meer) andere(n) (tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en)),

op (een) (of meer) tijdstip(pen) in juni 2002, althans in of omstreeks de periode van 1 december 2001 tot en met 30 juni 2002, althans in het jaar 2001 en/of 2002, te Kolahun, althans in de omgeving van Kolahun, althans in Lofa-county, althans in Liberia,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en)

(telkens) de wetten en de gebruiken van de oorlog heeft/hebben geschonden,

terwijl van dat feit/die feiten (telkens) de dood of zwaar lichamelijk letsel van (een) ander(en) te duchten was en/of

dat feit/die feiten (telkens) een onmenselijke behandeling inhield(en) en/of

dat feit/die feiten (telkens) plundering inhield(en)en/of

terwijl dat feit/die feiten (telkens) de dood van (een) ander(en) tengevolge heeft/hebben gehad en/of

dat feit/die feiten (telkens) verkrachting inhield(en) en/of

dat feit/die feiten (telkens) zwaar lichamelijk letsel van (een) ander(en) tengevolge heeft/hebben gehad en/of

dat feit/die feiten (telkens) geweldpleging met verenigde krachten tegen een (of meer) perso(o)n(en) inhield dan wel geweldpleging tegen een dode, zieke of gewonde,

hierin bestaande dat Charles Taylor en/of [P1] (alias [alias P1]) en/of [P 2] en/of [P3] en/of [P8] en/of [P9] en/of [P10] en/of (een of meer) andere(n) (tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en)) toen en (al)daar (telkens)

in strijd met het internationaal gewoonterecht (in het bijzonder het gewoonterechtelijk verbod op het uitvoeren van aanvallen die geen onderscheid maken tussen militairen en burgers en/of marteling en/of onmenselijke behandeling en/of verkrachting en/of plundering en/of geweldpleging ten aanzien van (een) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of (een) perso(o)n(en) die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak) en/of

het bepaalde in het “gemeenschappelijk” artikel 3 van de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949,

als lid/leden van en/of deelnemer(s) aan, althans behorende tot, één van de strijdende partijen in een (niet-internationaal) gewapend conflict op het grondgebied van Liberia

(meermalen) een aanslag op het leven heeft/hebben gepleegd en/of lichamelijke geweldpleging, althans verminking en/of wrede (onmenselijke) behandeling en/of marteling en/of verkrachting, en/of plundering heeft/hebben gepleegd, ten aanzien van (een) (of meer) perso(o)n(en) die (toen) niet (meer) rechtstreeks aan de vijandelijkheden deelnam(en) (te weten burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak),

welke aanslag(en) op het leven en/of lichamelijke geweldpleging, althans verminking en/of wrede (onmenselijke) behandeling en/of marteling en/of verkrachting, en/of plundering (onder meer) hierin bestond(en) dat genoemde lid/leden, althans

genoemd(e) perso(o)n(en), tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) opzettelijk

- burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of zij die buiten gevecht waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak in (de) (plaats) Kolahun (willekeurig) heeft/hebben bestookt met granaten voor (een) lange(re) duur, te weten (een) (anderhalve) dag, en/of

- (gericht) heeft/hebben geschoten op (een) (of meer) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of zij die buiten gevecht waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak en/of

- (een) man(nen) en/of (een) vrouw(en), in ieder geval een) (of meer) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of zij die buiten gevecht waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak opdracht heeft/hebben gegeven zich uit te kleden en (vervolgens) op te grond te gaan liggen en heeft/hebben (vervolgens) voornoemde perso(o)n(en) geexecuteerd en/of

- (een) huis/huizen in brand heeft/hebben gestoken waarin zich nog (een) (of meer) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of zij die buiten gevecht waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak bevond(en) en/of

tengevolge waarvan voornoemde burgers en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak is/zijn overleden en/of (zwaar) lichamelijk letsel heeft/hebben ondervonden en/of

- (een) vrouw(en) en/of (een) kind(eren) heeft/hebben verkracht

en/of

- twee, althans een of meer, man(nen) in/op (een) zolder heeft/hebben opgesloten en/of (vervolgens) onder deze zolder een baal peper in brand heeft/hebben gestoken waardoor voornoemd(e) man(nen) dreigden te stikken terwijl van dat feit de dood of zwaar lichamelijk letsel van voornoemde man(en) te duchten was, althans het feit een onmenselijke behandeling inhield en/of

- bezittingen van (een) (of meer) burger(s) en/of (van) personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of (van) hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak en/of (van) (leden van de) strijdkrachten heeft/hebben geplunderd

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen in of omstreeks de periode van 1 januari 1999 tot en met 31 december 2002 te Buchanan en/of Monrovia en/of Kolahun en/of (in) Lofa County en/of (elders) in Liberia opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft/hebben verschaft en/of toen en daar opzettelijk behulpzaam is/zijn geweest

immers heeft/hebben hij, verdachte, (als) president van de Oriental Timber Company en/of eigenaar en/of directeur van de Royal Timber Company, en/of zijn mededader(s) toen en (al)daar (telkens) opzettelijk

- een partij) wapens, te weten een of meerdere AK-47’s (Automat Kalashnikov 47) en/of een of meerdere RPG’s (Ruchnoi Protivotankovye Granatamy, ook wel genoemd Rocket Propelled Grenade of Russian Powerful Gun) en/of een of meerdere GMG’s (General Machine Gun) en/of munitie behorend bij voornoemd(e) wapen(s) en/of mortieren, verkocht en/of geleverd aan Charles Taylor en/of de regering van Liberia en/of (diens) strijdkrachten, althans aan in Liberia actieve strijdkrachten, en/of

- (eigen) personeelslid/-leden in dienst van de bedrijven Oriental Timber Company (OTC) en/of de Royal Timber Company (RTC) ter beschikking gesteld voor de (gewapende) strijd en deze (vervolgens) met de (eigen) wapens en/of munitie (te weten een of meerdere AK-47’s en/of een of meerdere RPG’s en/of een of meerdere GMG’s en/of een of meerdere mortieren) (verkregen) van OTC en/of RTC (mee) laten strijden en/of

- (eigen) personeelslid/-leden in dienst van de bedrijven Oriental Timber Company (OTC) en/of de Royal Timber Company (RTC) gedreigd met ontslag en/of schorsing (voor onbepaalde tijd) indien dit/deze personeelslid/-leden niet zou(den) deelnemen aan de (gewapende) strijd en/of

- een (of meer) helicopter(s) en/of (een) (vracht)wagen(s) en/of (een) (pick-up) truck(s), althans een of meer vervoermiddelen, ter beschikking gesteld aan Charles Taylor en/of de regering van Liberia en/of (diens) strijdkrachten, althans aan in Liberia actieve strijdkrachten, ten behoeve van het vervoer van strijdkrachten en/of wapens en/of munitie en/of voedsel en/of kleding en/of kleding en/of uniformen, althans goederen ten behoeve van de (gewapende) strijd en/of strijders, en/of

- een RTC kamp, in elk geval een (ontmoetings)plaats, ter beschikking gesteld aan Charles Taylor en/of de regering van Liberia en/of (diens) strijdkrachten, althans aan in Liberia actieve strijdkrachten en/of

- geld en/of voedsel en/of sigaretten en/of marihuana, althans (een) verdovende(e) middel(en), verstrekt en/of gegeven aan de leden van de strijdkrachten van Charles Taylor en/of (van) (de regering van) Liberia en/of aan het ten behoeve van de strijd ter beschikking gestelde (eigen) personeel van OTC en/of RTC, althans aan in Liberia actieve strijdkrachten, en/of

- (een) aanwijzing(en) en/of (een) opdracht(en) gegeven met betrekking tot gebruik van (zware) wapens en/of strijdmethodiek aan de leden van de strijdkrachten van Charles Taylor en/of (van) (de regering van) Liberia en/of aan het aan het ten behoeve van de strijd ter beschikking gestelde (eigen) personeel van OTC en/of RTC, althans aan in Liberia actieve strijdkrachten welke aanwijzing(en) en/of opdracht(en) (onder meer) inhield(en) dat “Kolahun schoongeveegd moest worden” en/of woorden van gelijke strekking

(artikel 8 Wet Oorlogsstrafrecht jo 48 Wetboek van Strafrecht)

en/of

FEIT 3B

dat [P1] (alias [alias P1]) en/of [P 2] en/of [P3] en/of [P8] en/of [P9] en/of [P10] en/of (een of meer) andere(n) (tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en)), zijnde (onder meer) personeelsli(e)d(en) van OTC en/of RTC, in elk geval perso(o)n(en) werkzaam voor en/of ondergeschikt aan verdachte,

op (een) (of meer) tijdstip(pen) in juni 2002, althans in of omstreeks de periode van 1 december 2001 tot en met 30 juni 2002, althans in het jaar 2001 en/of 2002, te Kolahun, althans in de omgeving van Kolahun, althans in Lofa-county, althans in Liberia,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen

(telkens) de wetten en de gebruiken van de oorlog heeft/hebben geschonden,

terwijl van dat feit/die feiten (telkens) de dood of zwaar lichamelijk letsel van (een) ander(en) te duchten was en/of

dat feit/die feiten (telkens) een onmenselijke behandeling inhield(en) en/of

dat feit/die feiten (telkens) plundering inhield(en) en/of

terwijl dat feit/die feiten (telkens) de dood van (een) ander(en) tengevolge heeft/hebben gehad en/of

dat feit/die feiten (telkens) verkrachting inhield(en) en/of

dat feit/die feiten (telkens) zwaar lichamelijk letsel van (een) ander(en) tengevolge heeft/hebben gehad en/of

dat feit/die feiten (telkens) geweldpleging met verenigde krachten tegen een (of meer) perso(o)n(en) inhield dan wel geweldpleging tegen een dode, zieke of gewonde,

hierin bestaande dat [P1] (alias [alias P1]) en/of [P 2] en/of [P3] en/of [P8] en/of [P9] en/of [P10] en/of (een of meer) andere(n) (tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en)), zijnde (onder meer) personeelsli(e)d(en) van OTC en/of RTC, in elk geval perso(o)n(en) werkzaam voor en/of ondergeschikt aan verdachte, toen en (al)daar (telkens)

in strijd met het internationaal gewoonterecht (in het bijzonder het gewoonterechtelijk verbod op het uitvoeren van aanvallen die geen onderscheid maken tussen militairen en burgers en/of marteling en/of onmenselijke behandeling en/of verkrachting en/of plundering en/of geweldpleging ten aanzien van (een) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of (een) perso(o)n(en) die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak) en/of

het bepaalde in het “gemeenschappelijk” artikel 3 van de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949,

als lid/leden van en/of deelnemer(s) aan, althans behorende tot, één van de strijdende partijen in een (niet-internationaal) gewapend conflict op het grondgebied van Liberia

(meermalen) een aanslag op het leven heeft/hebben gepleegd en/of lichamelijke geweldpleging, althans verminking en/of wrede (onmenselijke) behandeling en/of marteling en/of verkrachting, en/of plundering heeft/hebben gepleegd, ten aanzien van (een) (of meer) perso(o)n(en) die (toen) niet (meer) rechtstreeks aan de vijandelijkheden deelnam(en) (te weten burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak),

welke aanslag(en) op het leven en/of lichamelijke geweldpleging, althans verminking en/of wrede (onmenselijke) behandeling en/of marteling en/of verkrachting, en/of plundering (onder meer) hierin bestond(en) dat genoemde lid/leden, althans

genoemd(e) perso(o)n(en), tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) opzettelijk

- burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of zij die buiten gevecht waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak in (de) (plaats) Kolahun (willekeurig) heeft/hebben bestookt met granaten voor (een) lange(re) duur, te weten (een) (anderhalve) dag, en/of

- (gericht) heeft/hebben geschoten op (een) (of meer) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of zij die buiten gevecht waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak en/of

- (een) man(nen) en/of (een) vrouw(en), in ieder geval een) (of meer) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of zij die buiten gevecht waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak opdracht heeft/hebben gegeven zich uit te kleden en (vervolgens) op te grond te gaan liggen en heeft/hebben (vervolgens) voornoemde perso(o)n(en) geexecuteerd en/of

- (een) huis/huizen in brand heeft/hebben gestoken waarin zich nog (een) (of meer) burger(s) en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of zij die buiten gevecht waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak bevond(en) en/of

tengevolge waarvan voornoemde burgers en/of personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak is/zijn overleden en/of (zwaar) lichamelijk letsel heeft/hebben ondervonden en/of

- (een) vrouw(en) en/of (een) kind(eren) heeft/hebben verkracht

en/of

- twee, althans een of meer, man(nen) in/op (een) zolder heeft/hebben opgesloten en/of (vervolgens) onder deze zolder een baal peper in brand heeft/hebben gestoken waardoor voornoemd(e) man(nen) dreigden te stikken terwijl van dat feit de dood of zwaar lichamelijk letsel van voornoemde man(en) te duchten was, althans het feit een onmenselijke behandeling inhield en/of

- bezittingen van (een) (of meer) burger(s) en/of (van) personeel van strijdkrachten dat de wapens had neergelegd en/of (van) hij/zij die buiten gevecht was/waren gesteld door gevangenschap of andere oorzaak en/of (van) (leden van de) strijdkrachten heeft/hebben geplunderd

ten aanzien van welke (vorenomschreven) aanslag(en) op het leven en/of lichamelijke geweldpleging, althans verminking en/of wrede (onmenselijke) behandeling en/of marteling en/of verkrachting, en/of plundering(en) hij, verdachte, (als) president van de Oriental Timber Company en/of eigenaar en/of directeur van de Royal Timber Company, in elk geval als leidinggevende van OTC en/of RTC, op (een) (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks in juni 2002, althans in of omstreeks de periode van 1 december 2001 tot en met 30 juni 2002, althans in het jaar 2001 en/of 2002, te Buchanan en/of Monrovia en/of Kolahun en/of (in) Lofa County en/of (elders) in Liberia, meermalen, althans eenmaal (telkens), opzettelijk heeft toegelaten dat (een) aan hem, verdachte ondergeschikte(n) deze heeft/hebben begaan, te weten dat hij, verdachte geen of onvoldoende maatregelen heeft genomen om deze aanslag(en) op het leven en/of lichamelijke geweldpleging, althans verminking en/of wrede (onmenselijke) behandeling en/of marteling en/of verkrachting, en/of plundering(en) te voorkomen en/of om de ondergeschikte(n)/verantwoordelijke(n) te bestraffen

(artikel 9 Wet Oorlogsstrafrecht)

FEIT 4

dat hij in of omstreeks de periode van 21 juli 2001 tot en met 8 mei 2002, te Buchanan, Liberia tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

twee maal, althans een of meermalen, te weten

- in of omstreeks de periode van 10 november 2001 tot en met 29 november 2001 en/of

- in of omstreeks de periode van 28 februari 2002 tot en met 8 maart 2002

opzettelijk in strijd met het krachtens artikel 2 lid 2 van de Sanctiewet 1977 vastgestelde verbod van artikel 2 van de Sanctieregeling Liberia 2001,

houdende het verbod tot het verkopen en/of leveren aan natuurlijke personen en/of rechtspersonen in Liberia van wapens en/of munitie en/of militaire uitrusting en/of goederen en/of bewapende en/of niet bewapende emplacementen en/of onderdelen en/of reparaties en/of onderhoud daarvan en/of militaire technologie, aangewezen in de bijlage bij het In- en uitvoerbesluit strategische goederen

heeft/hebben verkocht en/of geleverd wapens en/of munitie en/of militaire uitrusting en/of goederen en/of bewapende en/of niet bewapende emplacementen en/of onderdelen en/of reparaties en/of onderhoud daarvan en/of militaire technologie, aangewezen in de bijlage bij het In- en uitvoerbesluit strategische goederen aan een of meer natuurlijke personen en/of (rechts) perso(o)n(en) in Liberia,

immers heeft/ hebben hij, verdachte, (als) president van de Oriental Timber Company en/of eigenaar en/of directeur van de Royal Timber Company, en/of (een) (of meer van) zijn mededader(s) toen en daar (telkens) opzettelijk

een of meermalen (een partij) wapens, te weten een of meerdere AK-47’s (Automat Kalashnikov 47) en/of een of meerdere RPG (Ruchnoi Protivotankovye Granatamy en/of Rocket Propelled Grenade en/of Russian Powerfull Gun) mortieren en/of een of meerdere GMG’s (General Machine Gun), in ieder geval wapens zoals bedoeld in artikel 2 van de Sanctieregeling Liberia 2001, verkocht en/of geleverd aan Charles Taylor en/of diens strijdkrachten, althans aan in Liberia actieve strijdkrachten, en/of aan het personeel van de Oriental Timber Company (OTC) en/of de Royal Timber Company (RTC), althans aan (een) natuurlijk(e) perso(o)nen en/of (een) rechtsperso(o)n(en) in Liberia.

(artikel 1 Wet op de economische delicten jo artikel 2 Sanctieregeling Liberia 2001)

FEIT 5

dat hij in of omstreeks de periode van 26 september 2002 tot en met 7 mei 2003, te Buchanan, Liberia tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

twee maal, althans een of meermalen, te weten

- in of omstreeks de periode van 15 december 2002 tot en met 30 december 2002 en/of

- in of omstreeks de periode van 25 april 2003 tot en met 7 mei 2003

opzettelijk in strijd met het krachtens artikel 2 lid 2 van de Sanctiewet 1977 vastgestelde verbod van artikel 2 van de Sanctieregeling Liberia 2002,

houdende het verbod tot het verkopen en/of leveren aan natuurlijke personen en/of rechtspersonen in Liberia van wapens en/of munitie en/of militaire uitrusting en/of goederen en/of bewapende en/of niet bewapende emplacementen en/of onderdelen en/of reparaties en/of onderhoud daarvan en/of militaire technologie, aangewezen in de bijlage bij het In- en uitvoerbesluit strategische goederen

heeft/hebben verkocht en/of geleverd wapens en/of munitie en/of militaire uitrusting en/of goederen en/of bewapende en/of niet bewapende emplacementen en/of onderdelen en/of reparaties en/of onderhoud daarvan en/of militaire technologie, aangewezen in de bijlage bij het In- en uitvoerbesluit strategische goederen aan een of meer natuurlijke personen en/of (rechts) perso(o)n(en) in Liberia,

immers heeft/ hebben hij, verdachte, (als) president van de Oriental Timber Company en/of eigenaar en/of directeur van de Royal Timber Company, en/of (een) (of meer van) zijn mededader(s) toen en daar (telkens) opzettelijk

een of meermalen (een partij) wapens, te weten een of meerdere AK-47’s (Automat Kalashnikov 47) en/of een of meerdere RPG (Ruchnoi Protivotankovye Granatamy en/of Rocket Propelled Grenade en/of Russian Powerfull Gun)mortieren en/of een of meerdere GMG’s (General Machine Gun), in ieder geval wapens zoals bedoeld in artikel 2 van de Sanctieregeling Liberia 2002, verkocht en/of geleverd aan Charles Taylor en/of diens strijdkrachten, althans aan in Liberia actieve strijdkrachten, en/of aan het personeel van de Oriental Timber Company (OTC) en/of de Royal Timber Company (RTC), althans aan (een) natuurlijk(e) perso(o)nen en/of (een) rechtsperso(o)n(en) in Liberia.

(artikel 1 Wet op de economische delicten jo artikel 2 Sanctieregeling Liberia 2002)

3. Verweer inzake de geldigheid van de dagvaarding.

De verdediging heeft betoogd dat de telastlegging voor wat betreft de feiten onder 1A, 1B, 2A, 2B, 3A en 3B partieel nietig is gelet op het bepaalde in artikel 261, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering wegens onvoldoende duidelijke opgave van de plaats waar en het tijdstip waarop het telastgelegde zou zijn begaan. In het bijzonder richt de verdediging zich op de in de telastlegging opgenomen tijdsaanduidingen die zich over een aantal jaren uitstrekken. Verder betreffen de plaatsaanduidingen niet alleen specifieke steden, maar ook counties en tenslotte de landen Liberia en Guinee.

De rechtbank verwerpt dit verweer op grond van het navolgende.

De in de eerste twee leden van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering neergelegde vereisten waaraan een telastlegging moet voldoen, hebben onder andere ten doel de verdachte ten behoeve van zijn verdediging kenbaar te maken welk voorval hem wordt verweten. Bij de verdachte mag hierover geen onduidelijkheid bestaan.

Of de genoemde plaats- en tijdsaanduiding met het oog op het hiervoor omschreven doel als voldoende duidelijk kunnen worden aangemerkt, hangt mede af van de aard van het telastgelegde feit en de wijze waarop dit in de telastlegging is omschreven. Voor de beoordeling van de vraag of de telastlegging als voldoende duidelijk kan worden aangemerkt, speelt ook een rol de onderlinge samenhang van de verschillende onderdelen van de telastlegging.

Met betrekking tot hetgeen aan de verdachte is telastgelegd, overweegt de rechtbank gelet op de voorgaande uitgangspunten, het volgende.

De steller van de telastlegging verwijt de verdachte betrokken te zijn geweest bij een aantal gedragingen, strafbaar gesteld op grond van de Wet Oorlogsstrafrecht in verschillende vormen van deelneming, dat zich gedurende een aantal periodes op diverse plaatsen heeft voorgedaan.

Gelet op de onderlinge samenhang tussen de wijze van de omschrijving van de feitelijke gedragingen die naar het oordeel van de rechtbank een voldoende feitelijk karakter hebben door de hoge mate van concretisering van de verweten gedragingen enerzijds, en de daaraan gekoppelde plaats- en tijdsaanduiding die zien op een situatie van een gewapend conflict in Liberia en Guinee dat gedurende een langere periode zou hebben plaatsgevonden anderzijds, is de rechtbank van oordeel dat een nauwkeuriger aanduiding van tijd en plaats niet nodig was.

Bij het voorafgaande neemt de rechtbank in aanmerking dat tijdens het onderzoek ter terechtzitting niet is gebleken dat bij de verdachte onduidelijkheid heeft bestaan omtrent hetgeen hem werd verweten.

4. Verweer inzake de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.

De verdediging heeft aangevoerd dat de rechten van de verdediging op een eerlijk proces door het openbaar ministerie opzettelijk, stelselmatig en onherstelbaar zijn geschonden. Het openbaar ministerie heeft het onderzoek onzorgvuldig, bevooroordeeld en in strijd met de onschuldpresumptie uitgevoerd. Tevens is het door de wijze waarop het onderzoek en de bewijsvergaring is verricht voor de verdediging niet mogelijk geweest om de grondslag en de betrouwbaarheid van de onderzoeksresultaten te toetsen. Op grond hiervan dient volgens de verdediging het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te worden verklaard.

De rechtbank overweegt het volgende.

De verdediging kan niet worden gevolgd in haar standpunt dat het openbaar ministerie het opsporingsonderzoek bevooroordeeld en in strijd met de onschuldpresumptie heeft uitgevoerd. Hoewel het onderzoek mogelijk niet steeds heeft plaatsgevonden op een wijze die de verdediging voorstond, kan blijkens het dossier niet staande worden gehouden dat het openbaar ministerie vooringenomen is geweest en niet aan waarheidsvinding zou hebben gedaan. In tegendeel, het openbaar ministerie heeft zich – al dan niet op verzoek van de verdediging – ruimschoots ingespannen om ontlastend materiaal te verzamelen. Zo heeft het diverse bronnen geraadpleegd, verschillende onderzoekshandelingen verricht en vele onafhankelijke getuigen en getuigen à decharge gehoord.

Anders dan de rechtbank bij gelegenheid van de eerste pro forma zitting op 1 juni 2005 heeft overwogen, is zij thans met de verdediging van oordeel dat de grondslag van de verdenking bij de aanvang van het opsporingsonderzoek in begin 2004 werd gevormd door het rapport van het Panel van Deskundigen van de Verenigde Naties uit 2000 en het rapport van Global Witness uit 2003. Dit blijkt met name uit het proces-verbaal van 26 april 2004, dat hoort bij de vordering van de officier van justitie van 27 april 2004 tot het verlenen van een machtiging bevel tot het opnemen van telecommunicatie. Dit gewijzigde inzicht van de rechtbank leidt echter niet tot het oordeel dat verdachte in de aanvangsfase van het opsporingsonderzoek ten onrechte als verdachte zou zijn aangemerkt. De rapporten boden immers op zich beschouwd voldoende objectiveerbare feitelijke omstandigheden die het toen bestaande redelijk vermoeden dat verdachte een strafbaar feit had begaan konden dragen. Voorts hebben de reputatie van de Verenigde Naties en Global Witness en de wijze waarop zij hun onderzoeken hebben verricht, het openbaar ministerie in dat stadium van het onderzoek op voorhand geen aanleiding hoeven geven om de rapporten op aannames, inhoud, bronnen en conclusies op hun juistheid te toetsen. Daarbij geldt dat het opsporingsonderzoek gaandeweg meer en andersoortig belastend materiaal jegens verdachte heeft opgeleverd. Tegen die achtergrond leiden de mogelijke twijfels die in de loop van het onderzoek ten aanzien van de validiteit van de rapporten zijn gerezen, niet tot het oordeel dat er onvoldoende aanleiding heeft bestaan om verdachte te verdenken van het begaan van een strafbaar feit.

De rechtbank kan billijken dat in het belang van het onderzoek en de veiligheid van de vertrouwenspersonen vragen omtrent het optreden van de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) en de achtergronden en het functioneren van vertrouwenspersonen in beginsel zijn belet. Hetgeen omtrent de CIE en de vertrouwenspersonen wél naar voren is gekomen uit verklaringen van diverse getuigen à charge en van medewerkers aan het opsporingsonderzoek, leidt de rechtbank af dat de vertrouwenspersonen in hoofdzaak een faciliterende rol hebben gespeeld in het onderzoek in Liberia. Zo zouden zij voornamelijk betrokken zijn geweest bij het aanbrengen en begeleiden van Liberiaanse getuigen. Het dossier biedt naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende concrete aanknopingspunten voor het standpunt van de verdediging dat de vertrouwenspersonen, onder meer door een aan hen of via hen aan getuigen betaalde vergoeding, een doorslaggevende en onoorbare invloed hebben uitgeoefend op de totstandkoming van de verklaringen van de getuigen à charge. Voor de onmogelijkheid voor de verdediging om navraag te doen naar de precieze werkwijze van de CIE en naar de achtergronden en het optreden van de vertrouwenspersonen is de verdediging afdoende gecompenseerd. Zij heeft immers ruimschoots de gelegenheid gehad en benut om de getuigen à charge op de inhoud van hun verklaringen te bevragen en zo de betrouwbaarheid van de belastende verklaringen te toetsen.

Ook het gegeven dat de achtergronden van de getuigen à charge, hun onderlinge connecties en hun beweegredenen om belastende verklaringen af te leggen niet steeds inzichtelijk zijn geworden, heeft de mogelijkheid om deze verklaringen op hun inhoud en betrouwbaarheid te toetsen niet in belangrijke mate belemmerd. Het moge zo zijn dat het openbaar ministerie door deze beperkte inzichtelijkheid slechts ten dele gevolg heeft gegeven aan het verzoek van de rechtbank om een overzichtsproces-verbaal van deze getuigen op te stellen, maar de verdediging is hierdoor niet in haar verdedigingsbelang geschaad, aangezien zij - zoals hierboven reeds overwogen - hiervoor voldoende is gecompenseerd.

De rechtbank verwerpt het verweer dat de verdediging niet in staat is geweest om vragen te stellen aan de getuigen [P11] en [P12], reeds omdat deze verklaringen niet als bewijsmiddel door de rechtbank worden gebezigd. Ook het verweer ten aanzien van de getuigen [P13] en Taylor wordt verworpen, aangezien het horen van deze getuigen in het geheel niet mogelijk is gebleken.

Op grond van het vorenstaande is de rechtbank niet gebleken van ernstige inbreuken op de beginselen van behoorlijke procesorde, waardoor door het openbaar ministerie doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan. De rechtbank verwerpt mitsdien het beroep op de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.

5. Verweer tot uitsluiting van bewijsmiddelen.

Bij de bespreking van het verweer dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard, heeft de rechtbank reeds overwogen dat de wijze waarop het onderzoek en de bewijsvergaring is verricht de verdediging niet in de mogelijkheid heeft belemmerd om de grondslag en de betrouwbaarheid van de onderzoeksresultaten te toetsen. Om diezelfde reden ziet de rechtbank dan ook geen grond om al het verkregen onderzoeksmateriaal van het bewijs uit te sluiten.

Het specifieke verweer tot uitsluiting van het bewijs van de verklaringen van de getuigen [P14], [P15] en [P15a] en van de zogenaamde “affidavits” die door de getuige [P12] zijn overgelegd wordt verworpen, reeds omdat deze verklaringen niet als bewijsmiddel door de rechtbank worden gebezigd.

6. Vrijspraakoverwegingen met betrekking tot de feiten 1, 2 en 3.

Met betrekking tot de feiten telastgelegd onder 1, 2 en 3 is de rechtbank door de beschikbare bewijsmiddelen niet tot de overtuiging gekomen dat deze feiten door verdachte zijn begaan.

De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen aannemelijk geworden dat in februari 2001 te Gueckedou in Guinee, in het jaar 2002 te Voinjama in Liberia en in de periode van 1 december 2001 tot en met 30 juni 2002 te Kolahun, althans in de omgeving van Kolahun, in Liberia gedurende een niet-internationaal conflict leden van een van de strijdende partijen in strijd met het internationaal gewoonterecht (in het bijzonder het gewoonterechtelijk verbod op het uitvoeren van aanvallen die geen onderscheid maken tussen militairen en burgers, marteling, onmenselijke behandeling, verkrachting, plundering en geweldpleging ten aanzien van burgers) en het bepaalde in het gemeenschappelijk artikel 3 van de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949 hebben gehandeld als in de telastlegging omschreven. De rechtbank is echter door die bewijsmiddelen niet overtuigd dat verdachte deze handelingen heeft gepleegd, medegepleegd, uitgelokt of daaraan medeplichtig is geweest dan wel heeft toegestaan dat (een) hem ondergeschikte(n) die feiten heeft of hebben begaan.

De rechtbank heeft uit de bewijsmiddelen onvoldoende de overtuiging kunnen putten van feitelijke betrokkenheid en wetenschap bij verdachte ten aanzien van de feiten die onder 1, 2 en 3 zijn telastgelegd, nu daaromtrent zeer wisselende en soms tegenstrijdige verklaringen zijn afgelegd en de schriftelijke stukken die betrokkenheid onvoldoende hebben kunnen onderbouwen.

De onder 2 en 3 telastgelegde feiten betreffen blijkens de zich in het dossier bevindende getuigenverklaringen en schriftelijke stukken bovendien een groot aantal gebeurtenissen die hebben plaats gevonden op verschillende tijdstippen en verschillende plaatsen. De getuigenverklaringen en schriftelijke stukken zien veelal niet op dezelfde gebeurtenissen en in ieder geval heeft de rechtbank aan de hand van de bewijsmiddelen niet vast kunnen stellen dat de diverse getuigenverklaringen en schriftelijke stukken steeds zien op dezelfde gebeurtenissen.

De rechtbank heeft voorts in het bijzonder onvoldoende overtuigende bewijsmiddelen aangetroffen voor de feitelijke betrokkenheid van verdachte bij en diens wetenschap omtrent de door slachtoffers en door daders beschreven feiten ten aanzien van de onder 1, 2 en 3 telastgelegde feiten. Dat bij een aantal van deze feiten mogelijk beveiligingsmedewerkers van Oriental Timber Corporation (OTC) en/of Royal Timber Company (RTC) betrokken waren, zegt in dit verband onvoldoende, aangezien [P 2] zowel een bevelhebber van strijdkrachten van de Liberiaanse regering als hoofd van de beveiliging van OTC was en de beveiligingsmedewerkers veelal voormalige strijders van de National Patriotic Front of Liberia (NPFL), de voormalige rebellengroep die onder leiding stond van Charles Taylor, waren. Hierdoor is op grond van het beschikbare bewijsmateriaal ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3 niet met voldoende zekerheid vast te stellen of deze beveiligingsmedewerkers in opdracht, met toestemming of met medeweten van verdachte aan deze feiten hebben deelgenomen.

Het feit dat de rechtbank bewezen zal achten dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen wapens heeft geleverd aan Charles Taylor en/of diens strijdkrachten is onvoldoende om alleen om die reden ook bewezen te achten dat verdachte deelnemer is aan een van de onder 1, 2 of 3 telastgelegde feiten. Wapens kunnen immers ook aangewend worden voor toegestane handelingen of handelingen die niet kunnen worden begrepen onder de misdrijven als onder 1, 2 en 3 zijn telastgelegd.

De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van de onder 1, 2 en 3 telastgelegde feiten, zodat de voorlopige hechtenis voor deze feiten dient te worden opgeheven.

7. De bewijsmiddelen met betrekking tot de feiten 4 en 5.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in onderstaande bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

1. de ter terechtzitting van 24 april 2006 afgelegde verklaring van verdachte, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – :

Ik ben Nederlander. In 1986 ben ik met het bedrijf TIMCO in de houtkap begonnen. TIMCO is later overgegaan in Royal Timber Company (RTC). Dat moet ongeveer in 1997 of 1998 zijn geweest. De contracten met OTC zijn in 1999 getekend. Ik was president en enige aandeelhouder van RTC.

Het klopt ook dat ik president van Oriental Timber Corporation (OTC) ben geweest tot de sluiting van het bedrijf in 2003. Feitelijk ben ik nog steeds president van OTC. Ik had een belang van 35% in aandelen bij OTC.

[P1] wordt ook wel [alias P1] genoemd. Hij is van RTC naar OTC overgegaan, waar hij resident manager werd. Voordat hij bij OTC kwam, was hij resident manager van RTC.

U vraagt mij naar de functie van [P 2]. Voordat OTC werd opgericht, ben ik in Indonesië geweest waar mijn partners van OTC opereerden. Ik heb toen aan mijn Indonesische zakenpartners gevraagd hoe wij de bewaking van OTC in Liberia zouden gaan regelen. Bewaking was noodzakelijk. Ik ben toen daarover met Taylor gaan praten. Ik heb tegen hem gezegd dat we moesten regelen dat we een paar gewapende bewakers zouden krijgen. Taylor gaf aan dat hij niet wilde dat OTC eigen beveiligers zou aanstellen en hij zei dat hij zelf bewapende beveiligers voor OTC ging regelen. Vervolgens is [P 2], zijnde ex-chief of staff van het leger, van de Navy Division, bij OTC gekomen voor de beveiliging, want er was geen oorlog meer.

Op 28 juli 1999 is met het tekenen van het contract de mobilisatie van OTC begonnen.

De afspraak was dat er mensen door Taylor werden gestuurd, die door OTC zouden worden betaald. De bedoeling was dus dat ex-strijders werden ingezet en betaald door OTC, want daar had de regering geen geld voor. Ook [P2] ontving van OTC een vergoeding. [P2] was zowel chief of staff van de NPA als hoofd beveiliging van OTC.

2. een proces-verbaal van verhoor verdachte op 21 april 2006 opgemaakt en ondertekend

door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank en de griffier. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – als de op 18 april 2006 en 21 april 2006 afgelegde verklaring van verdachte (RC-verhoren, pagina 844 tot en met 880):

Er is duidelijk wel een relatie tussen mij en OTC. OTC is een bedrijf dat begonnen is in samenwerking met mijn Indonesische partners. Van dat bedrijf heb ik officieel 35% van de aandelen. OTC is een bedrijf dat is opgezet om houtkap te verrichten. OTC is door mij en mijn Indonesische partners opgezet. Wij zijn een management contract aangegaan met LFDC voor de uitvoering van houtkap in de concessiegebieden van LFDC. Ik bemoeide mij met de FDA, documentatie, alles wat met de FDA te maken had. Ik heb naderhand de heer [P16] geïntroduceerd bij de diverse mensen, zoals FDA, Ministerie van Financiën, etc.

U houdt mij voor dat ik in mijn "uitleg [initialen verdachte] operaties" heb aangegeven dat ik mij wel heb bemoeid met de overname van de haven. Dat was een à twee maanden na het tekenen van het concessiecontract. Ik heb over dit contract met betrekking tot de haven onderhandeld. Toen is MDC opgericht. U vraagt mij of ik mij verder nog heb bezig gehouden met de invulling van het management van de haven. Wij hebben eigenlijk het gebruik van de haven gekregen.

Als je de verschillende branches neemt, heb je de afdeling verkoop, de plywoodmanager, [P17] de verkoopmanager hij regelde de verkoop van het plywood en het hout, [P 2] was van de OTC security en [alias P1], [P1], hij was resident manager. Dat zijn zo'n beetje de topfiguren.

U houdt mij voor dat [P2] heeft verklaard dat "wij hebben samengewerkt" en dat ik zijn werkgever was. Dat was feitelijk ook zo. Als de beveiliging niet genoeg mensen had, dan kwam hij naar mij toe. Als er problemen waren, kwamen zij naar mij toe.

U vraagt mij of [P1] wel eens naar mij toe kwam. Hij kwam wel eens naar mij toe als er zaken met betrekking tot de FDA moesten worden geregeld, want hij ging daar over. Ik kende [P1] al langer, als hij bij OTC was deed hij zijn werk, als ik in Monrovia was en hij ook dan hielp ik hem daar. Hij was eigenlijk een assistent van mij en ik heb hem toen bij OTC aanbevolen. Hij was een soort assistent van mij, bij mijn bedrijf wat ik daarvoor had, MLTC, maar ook met betrekking tot privédingen. Ik bedoel dan zaken waar ik zelf mee bezig was. Hij was heel erg bekend met iedereen die in de regering zat. Als er bepaalde dingen op regeringsniveau moesten worden geregeld, dan ging hij daar naar toe.

U houdt mij voor dat [P1] heeft verklaard dat ik één keer actief ben geweest bij de dagelijkse gang van zaken, namelijk dat ik betrokken ben geweest bij de aankoop van machines en dergelijke. Dat klopt.

U houdt mij voor dat [P1] ook heeft verklaard dat ik wel eens naar de productie kwam kijken. Dat klopt, ik kwam wel eens kijken. Onder andere om te kijken of de cijfers op papier overeenkwamen met de werkelijkheid, dit in verband met de betalingen. Een keer in de twee maanden ging ik dan wel eens naar Buchanan. U vraagt mij of ik dan ook naar de haven ging. Als ik in Buchanan was, dan trok ik natuurlijk op met de heer [P16] en dan volgde ik zijn gang, we kwamen in de haven, op de logyard, we gingen dan overal kijken.

Vanwege mijn bekendheid in Liberia en mijn rol met de aankoop van de concessies was het logisch om mij president te maken. Ik deed wel betalingen voor OTC, als vooruitbetaling. Ik claimde dat later weer terug. Deze betalingen konden voor van alles zijn: operationeel, instructies die wij kregen om dingen te betalen. Dan schoot ik dat voor en kreeg ik het weer terug. U vraagt mij waarom ik dit dan deed. Dit viel meer onder public relations kosten. U vraagt mij wat u zich moet voorstellen bij public relations. Van alles. Dat deed ik niet alleen, maar het bedrijf zelf ook door de financiële afdeling en de heer [P16]. Er moesten betalingen gedaan worden, er waren er zoveel, kleinere bedragen aan mensen bij officiële instanties. Als ik thuis was dan had ik een zwerm mensen bij mijn huis wachten die een probleem hadden. Dan keek ik of de betalingen onder [verdachte] privé vielen of onder OTC. Het ging ook om senatoren, ministers, mensen die in de Liberiaanse society zaten. U vraagt mij of ik bepaalde afspraken met betrekking tot de betalingen had met [P16] en [P18]. Daar waren wel bepaalde richtlijnen voor. Wij wisten wie wel en wie niet betaald moest worden. Ik had daar een soort leadway voor, dat werd een beetje aan mij overgelaten. U vraagt mij of ik met [P16] en [P18] ook afspraken had dat ik daar nu juist over zou gaan. [P16] deed dat zelf ook, hij had hetzelfde probleem als ik. Er kwamen ook mensen naar hem toe met verzoeken.

U vraagt mij of ik nog meer afspraken met [P16] en [P18] met betrekking tot OTC heb gemaakt. Nee, ik bemoeide mij verder niet met de operaties. Ik heb wat machines gekocht voor mijzelf, via OTC. Omdat OTC een grotere hoeveelheid machines kocht, kregen zij een betere prijs. Dan vroeg ik of zij machines voor mij wilden kopen. Ik heb 4 Komatsu's en 2 Mercedestrucks van OTC gekocht. Die werden voor de RTC operaties gebruikt. De officier van justitie vraagt mij wanneer dit was. Ik heb één keer de vier Komatsu's gekocht en één keer de Mercedessen. De vier Komatsus was in 2000/2001 de trucks ongeveer op dezelfde datum.

U vraagt mij of ik mij nog namen kan herinneren van personen aan wie ik betalingen deed. Er zijn zoveel mensen. Er waren er elke dag 20 of 30. Ik shifte dat, het ene gedeelte was voor RTC, een gedeelte voor OTC, een gedeelte voor mijzelf. Er werkten zoveel mensen bij de overheid. Deze werden allemaal slecht betaald en zij vonden dat zij op een bepaald niveau moesten leven. Zij gingen dan naar de diverse zakenlui en vroegen dan om oplossing van hun problemen. U vraagt mij wanneer de problemen onder OTC vielen. Dat was als het mensen betrof die te maken hadden met de OTC operaties. Mensen die door hun functie met OTC geconfronteerd werden. Maar ook mensen die in de Senaat zaten of in het House of Representatives zaten. U vraagt mij of ik dan precies wist wie er te maken had met OTC operaties. Ik maakte een lijst op en ging dan samen met [P16] om de tafel zitten.

U vraagt mij of [P2] wel eens PR betalingen zijn gedaan. Ja. Al dit soort heren, ook bijvoorbeeld aan [P19] zijn PR betalingen gedaan. Het waren heel veel mensen die bij ministeries werkten, semi-militaire personen die daar commandant waren, jongens die zich in dit soort functies bevonden vonden dat zij mensen lastig konden vallen. Ik noem u in dit kader [P53]. [P19] was de aide-de-camp van de president. Ik ken [P19] al heel lang. Hij was de persoon die, als Taylor mij wilde zien, werd gebeld door Taylor dat hij mij wilde zien. Hij moest dan een afspraak met mij maken. Als ik Taylor wilde zien was dat moeilijker. Dan waren mensen zoals [P19] handig om een afspraak met de president te maken. Hij kreeg onder andere PR betalingen, omdat hij dit soort dingen deed. Als ik de president moest spreken dan was het vaak voor OTC.

Ik heb contacten met Taylor gehad over zaken met betrekking tot OTC. Meestal vroeg hij mij te komen. Meneer Tayor was de president van Liberia. Als hij iets nodig had, dan belde hij mij. Hij liet om mij vragen als het over OTC ging, of over RTC. U vraagt mij waarom hij mij wilde spreken als het over OTC ging. Omdat hij mij kende. Hij kende [P16] ook wel, die werd door mij geïntroduceerd. Hij kon mij diverse keren per maand vragen, maar ook een aantal maanden niet. Meestal betrof het financiële verzoeken. Nadat wij het OTC agreement gesloten hadden en hij bereid was om LOTC de concessies te geven om er een rendabel bedrijf van te maken, hebben wij 5.000.000 $ voorschot moeten toezeggen voor toekomstige belastingen. De meeste van Taylor's instructies hadden dan betrekking op deze 5.000.000. Hij kwam dus met allemaal verzoeken. Daarnaast vroeg hij bijvoorbeeld om een paar machines naar zijn boerderij te sturen, of zei hij dat hij een weg wilde hebben, dat hij elektriciteit wilde en vroeg hij of ik het kon voorfinancieren. Hij vroeg ook gewoon om betalingen. U vraagt mij of ik alleen naar hem toe ging. Meestal wel, maar soms was [P16] bij me en soms [alias P1]. [alias P1] was niet bij de besprekingen zelf. Dat kon wel voorkomen als het gewoon een operationele bespreking was over OTC of FDA, want dan moest hij het weer verder vervolgen. U houdt mij voor dat [alias P1] heeft verklaard dat als het over OTC zaken ging hij er dan bij was. Ja, als het over operationele zaken ging. Ik bedoel dan operationeel met betrekking tot de FDA, het Ministerie van Wegenbouw en het Ministerie van Financiën. Dat zijn de drie departmenten met wie OTC een relatie had.

Taylor had geen financieel belang in OTC, maar in mij. Toen de contracten met betrekking tot OTC waren afgewikkeld wist Taylor dat ik het niet voor niets had gedaan. Hij heeft mij geroepen en gezegd dat er natuurlijk een officiële belastingrelatie was tussen de Liberiaanse overheid en OTC. Het gewone budget van de regering was niet toereikend en aan zakenmensen werd gevraagd om hulp. Hij kreeg 50% van wat ik aan royalties kreeg van OTC.

U vraagt mij of ik ook op verzoek van president Taylor goederen heb aangeschaft. Ja, veel. Wij leverden dan goederen, bijvoorbeeld ten behoeve van de wegenbouw, cement, onderdelen voor zijn machines, een auto, overboekingen aan zijn vrouw, aan de ambassade, de fameuze overboeking van 500.000 $ voor de helikopter.

Ik moest voor zijn verzoeken reizen en ik stond op de Travelban en kon dus overal in moeilijkheden komen. Taylor wilde bijvoorbeeld tot drie keer toe de erkenning van Taiwan intrekken ten behoeve van de relatie met China. Wij zijn toen met een hele equipe naar Thailand gevlogen waar de vader van [P16] contacten had gelegd. Daar was de Minister van Buitenlandse Zaken bij en ik. Toen wij in Thailand waren, toen zijn de Taiwanezen weer bij Taylor geweest en hebben Taylor toen weer overgehaald. Toen werden wij weer teruggeroepen. Ik ben ook voor de helikopter op pad geweest. Ik ben zo vaak op reis geweest om dingen voor hem te regelen.

U houdt mij voor dat ik heb verklaard dat ik wel eens geld heb gegeven aan [P3]. Ja, dat was voor zijn personeel, maar ook wel eens gewoon voor hemzelf. U vraagt mij wat ik bedoel met zijn personeel. Als hij bij de White Flower stond, dan was dat SSS personeel. U houdt mij voor dat het volgens mijn eigen berekeningen gaat om 17.000 $. Dat zou goed kunnen.

Per jaar werd tussen de 5 en 7 miljoen betaald aan de regering; dit betrof belastingen, royalties en special funds.

De rechter-commissaris vraagt mij of ik Taylor wel eens cash geld bracht. Nee, ik niet. Dan zei Taylor dat hij geld nodig had. Dan ging ik naar [P16], dan schreef hij een cheque uit. Deze werd dan door bijvoorbeeld door [alias P1] naar Taylor gebracht en deze vroeg dan om de cheque te verzilveren bij de bank. Ik weet niet precies hoe dat ging. Ik neem aan dat dat via de Minister van Financiën ging, want die gaf ook een reçu. Dergelijke reçu's heb ik wel eens gezien. Dit is wel eens om een bedrag van $ 500.000 of $ 700.000 gegaan. Een keer per maand lijkt me overdreven, maar het is wel mogelijk.

[P2] was al hoofd van de NPA security en daar viel ook Buchanan onder. [P 2] was buiten hoofd van NPA security, ook ex chief of staff van de navy division. In 1999 was hij dat niet-operationeel, want er was geen leger. Hij was hoofd van de NPA security, daaronder had hij de beveiliging van OTC. In 2000 begon dus de oorlog. Het opbouwen van het leger was nooit tot stand gekomen en daarom viel Taylor terug op zijn oud-strijders. Meneer [P 2] is toen natuurlijk weer teruggeroepen als commandant van zijn vroegere bestaande onderdeel.

U vraagt mij of ik op enig moment in bezit ben geweest van een helikopter. Dat klopt. Wij hebben een helikopter gehuurd, als OTC zijnde, eind 1999/2000. De helikopter was wit met blauw.

Ik schat dat de helikopter rond februari of maart 2002 in gebruik is genomen door Charles Taylor. Ik heb ook na februari en maart 2002 nog betalingen gedaan aan dit bedrijf. Maar misschien ook nog wel voor de helikopter.

U vraagt mij of ik de periode dat ik in Liberia zat wel eens pogingen heb gedaan partijen bij elkaar te brengen. Het enige wat we geprobeerd hebben met betrekking tot de situatie LURD en Liberia, wat eigenlijk een conflict tussen Guinee en Liberia was, was dat we hebben geprobeerd om Taylor en Conteh, de president van Guinee, bij elkaar te brengen. Dat werd door [P20] geregeld in samenwerking met de EU. Ik was nooit bij deze bezoeken. Mijn rol was het regelen van de financiële kant van het contact tussen Taylor en [P20]. U vraagt mij wanneer dit was. Dit was in 2001/2002.

U houdt mij voor dat op p. 3638 staat "message chief. Guinea. Spoke to [[P20], he finalised his meeting with our neighbour and he has agreed on all fronts". Dat is naar aanleiding van die bezoeken. [P20] had weer een contact die een persoonlijke relatie met Conteh had. In de brief staat een wensenlijstje of lijst met voorstellen van Taylor genoemd ten behoeve van de besprekingen met Conteh. Op het moment dat de grens dicht was, had Taylor de wens de grens door joint forces te laten controleren om de wapenaanvoer te laten stoppen. Met our neighbour wordt Guinee bedoeld. Meneer [P20] en zijn contact hebben een meeting gehad met Conteh. U houdt mij voor dat er wordt gesproken over dat mr. [P21] van de EU komt. [P21] was een of ander hoofd bij de EU. De verstandhouding tussen de EU en Liberia was niet al te best. De heer [P22] is geweest en [P21] is ook een paar keer geweest. Ik heb met de heer [P22] gesproken; de minister van buitenlandse zaken van Liberia was hierbij. De verstandhouding tussen de EU en Liberia is aanzienlijk verbeterd. De hoofdtaak was om vrede te bereiken tussen Liberia en Guinee.

U vraagt mij of ik op de hoogte ben van betalingen aan[P20]. Ja. Hij had een contract voor 1 miljoen dollar. Dat contract had hij al gemaakt met de regering. De rechter-commissaris vraagt mij of hij een contract had met de regering en dat ik heb betaald. Ik heb betaald met weer een aftrek van de belastingen. Ik heb ook enige kosten van [P22] gedragen. Ik geloof dat ik een ticket van Monrovia naar Abidjan heb betaald en misschien zijn eten. Ik ben met hem mee geweest. Ik ben met hem naar Buchanan geweest.

3. de ter terechtzitting van 03 mei 2006 afgelegde verklaring van verdachte, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven –:

Men praat altijd over [alias P1] en [alias P1] werd generaal genoemd. Toen ik hem in 1997 ontmoette, werkte hij voor een vriend van mij, die een communicatiebedrijf in Liberia had, met radiosystemen. Vanwege zijn capaciteit met de radio heb ik hem in dienst genomen. Hij werd bij mij inkoper en hij is geleidelijk aan met mijn bedrijf mee gegroeid. Hij had veel connecties.

Tot 1995 was hij hoofd van alle communicatie. Ik denk dat hem daarom de titel van generaal is gegeven. Na 1995 is hij uit de oorlog gekomen en werd hij hoofd van de privécommunicatie van Taylor.

U vraagt mij of ik de naam [P23] ken. Wij zouden een nieuwe concessie krijgen die van [P23] was. Star Timber zou in die concessie gaan opereren. Zij had contacten in de regering. Zij zou die concessie kunnen regelen. Wij zaten in Noord Lofa waar wij weg moesten. Wij zochten een alternatief, toen kwam Taylor met mevrouw [P23].

U vraagt mij of de naam [P24] mij iets zegt. Dat is een dochter van Taylor. U vraagt mij waarom er 60 van de 500 aandelen van RTC naar haar toe zijn gegaan. U zegt mij dat dat 12% van de aandelen betrof. Toen wij met die ex-Bomi Wood concessie begonnen, zei men dat de NPP van Taylor eigenlijk de eigenaar was van die concessie. In Liberia was het gebruikelijk dat de leidende politieke partij eigenaar was van een concessie. Dat die aandelen op naam van [P24] stonden, had waarschijnlijk te maken met de NPP. Ik werkte al met die ex-Bomi Wood concessie vóór de oorlog, dat wil zeggen vóór 1995.

Ik heb op een gegeven moment gezegd dat ik die oude concessie weer wilde gaan reactiveren. Toen werd mij gezegd dat die concessie inmiddels eigendom was geworden van de National Patriotic Party. De NPP zou royalties krijgen uit die zogenaamde NPP-concessie. Daaruit is toen een geschil ontstaan en werd er gezegd dat ik mij die concessie toeëigende.

4. de ter terechtzitting van 04 mei 2006 afgelegde verklaring van verdachte, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven –:

U vraagt mij of ten tijde van de eerste aankomst van een schip voor OTC in de haven van Buchanan - u zegt mij dat dat ongeveer oktober/november 1999 was - OTC zeggenschap had over de haven. Ik neem aan dat OTC toen al zeggenschap had over de haven. Dat moet inderdaad ergens in het jaar 1999 zijn geweest.

U vraagt mij of OTC de haven beheerde vanaf het moment dat het huurcontract van OTC met de haven was aangevangen. Nee, MDC managede voor OTC de haven, terwijl de haven eigendom bleef van de NPA. MDC was een onderdeel van OTC. U vraagt mij of MDC bepaalde wie toegang kreeg tot de haven. De mensen van OTC waren degenen die kwamen werken in de haven. Als zij de haven niet in mochten, dan had het management van de haven ofwel MDC daartoe de opdracht gegeven. De MDC bepaalde wie toegang had tot de haven. MDC bepaalde de gehele gang van zaken in de haven. Als iemand iets wilde verschepen, dan moest hij naar MDC. De kosten van "handling" betreffende het in- en uitgaan van schepen moesten ook aan MDC worden betaald. Inderdaad mochten de heftrucks alleen de haven in als MDC daarvoor toestemming had gegeven.

De Seapolice stond in de haven voor de beveiliging van de NPA; de Seapolice valt onder de NPA. De Seapolice was geen OTC-security, maar stond wel samen met de OTC-security in de haven.

[Alias P1] regelde de security van RTC; dat was één van zijn taken als resident manager, maar [P25] was hoofd van de RTC-beveiliging. De resident manager is manusje van alles; alle zaken regelen die met de locale situatie te maken hebben. [alias P1] kent [P 2]. Ze komen uit dezelfde organisatie, het leger. De resident manager onderhoudt contacten met de autoriteiten, de FDA, het ministry of public works, het ministerie van financiën en hij regelt documenten. Nadat ik met de minister van public works en [P16] een afspraak had gemaakt en dat moest opgevolgd worden, dan deed [alias P1] dat. Hij deed niet de normale operationele werkzaamheden.

Security viel onder de werkzaamheden van de resident manager. Hij coördineerde daarom ook de beveiliging vanwege zijn relatie met de jongens die bij de beveiliging werkten. Alle arbeidskwesties die werknemers hadden met OTC konden naar [alias P1] gaan. [alias P1] ging dan praten met de management staf van OTC ofwel met de Maleisiërs. In coördinerende zin had hij overal mee te maken. Documentatie met het ministerie van arbeid bijvoorbeeld verzorgde [alias P1] ook. Tussen [alias P1] en [P2] was geen gezagsverhouding.

Ik had de betalingen aan Taylor gekoppeld aan de OTC-betalingen, waaronder de bedragen voor belastingen en royalties vielen. Van mijn royalties uit OTC ging de helft naar het "special fund" van Taylor.

5. de ter terechtzitting van 28 april 2006 afgelegde verklaring van verdachte, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – :

U vraagt mij hoe de communicatie tussen OTC en Taylor verliep. Vanaf het begin, de periode juli 1999 tot eind 2000, liep dat via mij. Ik nam altijd [P16] mee naar Taylor. Het kwam ook wel eens voor dat [alias P1] [P16] meenam naar Taylor als ik er niet was. Als OTC iets had wat geregeld moest worden met Taylor, dan waren [P16] en ik de personen om dat te doen. Na anderhalf jaar ongeveer ging [P16] alleen naar Taylor. Dat was ook omdat ik er vaak niet was.

6. een proces-verbaal van verhoor getuige op 08 februari 2006 opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank en de griffier. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – als de op 08 februari 2006 afgelegde verklaring van [P22], (RC-verhoren, pagina 357 tot en met 395):

U vraagt mij of ik weet dat [P20] mister [verdachte] kent. Ik weet dat dat zo is. Meneer [P20] heeft bezoeken voor mij geregeld aan Togo, Senegal, Ivoorkust en andere Afrikaanse landen. Meneer [P20] was een consultant en hij wist veel van de Afrikaanse landen. Ik heb hem gevraagd het een en ander voor mij uit te zoeken en te regelen. Ik betaalde hem daar voor.

U houdt mij voor dat ik zojuist heb verklaard dat ik mijn bezoek heb gearrangeerd met Taylor in Togo. Dat klopt, ik heb hem om toestemming gevraagd. Dat was in mei 2001. U houdt mij voor p. 30 van het concept proces-verbaal van de FIOD, dossier t.b.v. 3e pro forma, p. 653. U houdt mij voor dat er in computerbestanden van de computer van de heer [verdachte] twee brieven zijn aangetroffen. CT310501 U houdt mij voor dat er in de ene brief staat: "[P20] is proposing to come to Liberia together with mr. [P22], European President of the Joint Assembly of the CP / EU ". Ik zeg u dat [P20] het praktische gedeelte van mijn reis heeft geregeld. Waarschijnlijk kende [P20] [verdachte] en heeft [P20] hem gevraagd of hij een ontmoeting met de president kon regelen.

7. een proces-verbaal van verhoor getuige op 06 januari 2006 opgemaakt en ondertekend

door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank en de griffier. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – als de op 06 januari 2006 afgelegde verklaring van [P 2] (RC-verhoren, pagina 201 tot en met 216):

Ik ken de heer [verdachte]. Wij hebben samen gewerkt, hij was mijn werkgever. Ik werkte als hoofd beveiliging bij OTC. Sinds de komst van OTC tot hun vertrek heb ik daar gewerkt. Dit was van eind 1999 tot in 2002. Ik heb met [verdachte] gesproken over veiligheidskwesties.

Het bespreken van de veiligheidszaken van OTC deed ik met [P18] en [P16]. Als er een zaak was die we niet konden oplossen, dan gingen we naar Mister [verdachte].

Ik was ook directeur van de NPA en van de Liberiaanse zeehavenpolitie. Verder was ik generaal in het leger. Ik had controle over alle soldaten die bij het regeringsleger zaten, het GOL. Dat was geheel iets anders dan mijn werk bij OTC. Ik werkte bij OTC als hoofd beveiliging.

U houdt mij voor de verklaring van [P10] en u zegt mij dat hij heeft verklaard dat ik Chief of Staff was van de Navy Division. Dat klopt.

Ik was ook hoofd van de politie van de zeehaven. Er was een overeenkomst dat er wapens in de haven van Buchanan aanwezig waren. Voordat OTC de haven van Buchanan overnam, was de havenpolitie verantwoordelijk voor de beveiliging. Zij waren in het bezit van wapens. Toen OTC kwam nam zij de beveiliging van de haven over. Zij nam het personeel over; OTC kon deze mensen niet ontslaan. De wapens waren er dus al en vielen onder mijn controle. U zegt mij dat ik zojuist heb verklaard dat er personen bij OTC gingen werken, die oud-strijders waren. U vraagt mij in welke oorlog zij hebben gevochten. Zij vochten van 1990 tot 1994.

[P3] was adviseur bij OTC security. Hij adviseerde het management en de hoofd van de beveiliging. Er was een bepaalde verdeling van salaris, ik denk dat hij ongeveer $ 1200 kreeg, iets meer dan ik. De adviseur is een soort consultant, daarom werd hij meer betaald.

8. een proces-verbaal van verhoor getuige op 07 januari 2006 opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank en de griffier. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – als de op 07 januari 2006 afgelegde verklarin[P1], (RC-verhoren, pagina 217 tot en met 239):

Ik ken [verdachte]. Ik noem hem Mister [verdachte]. Ik was een werknemer van hem. Ik ben op 11 februari 1997 voor hem gaan werken, dat was voor zijn bedrijf genaamd TIMCO. Ik hield mij daar bezig met de 'procurement', de logistieke zaken. Ik was niet de baas, maar ik werkte op die procurementafdeling.

Ik ben in 1999 voor OTC gaan werken. Ik was daar resident manager. Ik was verantwoordelijk voor de verhoudingen tussen de werknemers, ook de buitenlandse werknemers. Indien het management het land moest verlaten, dan zou de resident manager als Liberiaan op zijn post blijven, het is een Liberiaanse positie. Ik had niet direct iets met de beveiliging te maken, indirect wel, omdat ik degene was die verantwoordelijk was voor het personeel.

Van 1991 tot 1996 werkte ik voor Taylor als communicatie officier. Na 1996 was er vrede gesloten en ben ik gestopt met werken voor Taylor en ben ik naar de privésector overgestapt.

Het hoofd van de beveiliging van OTC was [P 2].

Mijn bijnaam is [alias P1].

Het is zo dat de mensen die voor die tijd voor de beveiliging van de haven zorgden, de NPA, al wapens in hun bezit hadden. Voordat MDC de haven overnam, had de NPA de supervisie over de haven, de veiligheid en de management van de haven. Zij hadden eigen beveiligingsmedewerkers. Toen MDC de haven overnam, werd de MDC verantwoordelijk voor het uitbetalen van de beveiligingsmedewerkers. Zij moesten de salarissen doorbetalen aan de beveiligingsmedewerkers en de andere medewerkers. Het contract dat deze beveiligingsmedewerkers bij NPA hadden, bleef van kracht; ze waren nog steeds in dienst van de NPA. Hun namen werden toegevoegd op de lijst van beveiligingspersoneel van OTC. Ze kregen toen hun salaris uitbetaald door het management van OTC. Deze contractconstructie gold alleen voor de beveiligingsmedewerkers in de haven, deze medewerkers werden overgenomen van NPA. Het overige beveiligingspersoneel had een rechtstreeks contract met OTC.

Ik ken [P3]. Hij was het hoofd van de speciale beveiliging van Charles Taylor.

Ik was soms bij de besprekingen tussen Mister [verdachte] en Taylor. Als het om OTC ging, dan was ik erbij. Het ging over verschillende zaken. OTC was het op een na grootste bedrijf in Liberia. Ik weet niet meer waar het precies over ging, maar het ging voornamelijk over OTC business. Als het om OTC zaken ging, dan was ik wel samen met hem bij de besprekingen aanwezig.

Mr. Weski vraagt wanneer ik dan met Mister [verdachte] meeging. Ik ging met hem mee naar speciale besprekingen of gebeurtenissen. Als Mister [verdachte] naar de Executive Mansion of White Flower ging, dan ging ik met hem mee. Als hij naar Buchanan kwam en hij wilde naar een concessie, dan ging ik met hem mee. Dat was mijn verantwoordelijkheid. De rechter-commissaris vraagt waarom dat mijn verantwoordelijkheid was. Het is een deel van mijn functie als resident manager. Hij moet de dagelijkse zaken kennen van het bedrijf. Hij kan eventueel ook general manager of assistent general manager worden als hij deze moest vervangen, dus hij moet op de hoogte zijn van alle zaken van het bedrijf.

[P 2] was hoofd van de security en de frontline commander en een divisie commander. Hij had zoveel functies. Hij was nog steeds hoofd van NPA en ook aangenomen als hoofd van de beveiliging van OTC. Hij had ook een privé beveiligingsbedrijf.

Ik verdiende $1500,- per maand als resident manager van OTC. Ik kreeg ook een woning, wekelijks kreeg ik eten, elektriciteit en een voertuig. Ik en twee van mijn familieleden konden gratis medische hulp krijgen.

9. een proces-verbaal van verhoor getuige van het Korps landelijke politiediensten, Dienst Nationale Recherche, d.d. 10 april 2005, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – als de op 10 april 2005 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [P26] (1e Pro Forma, Deel IV-1, pagina 124 tot en met 126):

[verdachte] was een protegé van van Charles Taylor. [verdachte] was wel een zakenman, maar zijn zaken waren verstrengeld met het beleid van Charles Taylor.

10. een proces-verbaal van verhoor getuige op 09 januari 2006 opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank en de griffier. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – als de op 09 januari 2006 afgelegde verklaring van [P19] (RC-verhoren, pagina 253 tot en met 264):

Ik begon in 1992 als aide-de-camp van president Taylor. In 2001/2002 ben ik commandant van de ATU geworden. In 2003 ben ik weer aide-de-camp geworden, totdat de president hier weer wegging; de laatste twee jaar van zijn presidentschap. Ik was dag en nacht bij president Taylor.

De president had persoonlijke belangen in het bedrijf en gaf opdracht tot het beveiligen van het bedrijf. In die tijd was OTC het enige grote bedrijf, met de meeste investeringen in Liberia. Daarom wilde hij er persoonlijk op toezien dat OTC er voor zou zorgen dat Liberia hiervan zou profiteren. Het klopt dat Taylor OTC zijn pepper-bush noemde. President Taylor heeft gezegd: "Ik wil betrokken zijn bij de organisatie van het beveiligingspersoneel en ik geef opdracht aan iemand om dat te regelen". [P 2] werd het hoofd van de beveiliging van OTC. Ik was bij de besprekingen toen de president hem hoofd van de beveiliging van OTC maakte.

11. een proces-verbaal van verhoor getuige van het Korps landelijke politiediensten, Dienst Nationale Recherche, d.d. 11 augustus 2004, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – als de op 11 augustus 2004 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [P27] (1e Pro Forma, Deel IV-1, pagina 127 tot en met 133):

[verdachte] was de president van OTC, hij was het boegbeeld en brein van OTC. Hij werd ook als president aangesproken door alle medewerkers en mensen buiten het bedrijf. Er werd ook over hem gesproken als president. Er ontstond wel eens onduidelijkheid over welke president dan gesproken werd [verdachte] van OTC of Taylor van Liberia. [verdachte] was OTC en OTC was [verdachte]. Zij zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

12. een proces-verbaal van verhoor van getuige op 02 maart 2006 opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank en de griffier. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – als de op 02 maart 2006 afgelegde verklaring van [P28], (RC-verhoren, pagina 524 tot en met 535):

[P 2] was het hoofd van de beveiliging van OTC. Hij was ook deputy commanding general van het Liberiaanse leger. Hij stond onder leiding van commander [P3]. RTC's resident manager was [P1]. Hij was generaal in de NPFL. Beide hoofden waren dus mensen met een militaire achtergrond.

13. de ter terechtzitting van 28 april 2006 afgelegde verklaring van verdachte, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – :

U houdt mij voor de op 2 maart 2006 bij de rechter-commissaris afgelegde verklaring van [P28]. [P28] was minister van labour. Voor arbeidsvergunningen voor buitenlandse werknemers moest ik 75 dollar aan het ministerie en 75 dollar aan [P28] zelf betalen. Op de vraag of dit niet lijkt op corruptie antwoord ik dat ik dit niet tegenspreek.

14. een proces-verbaal van verhoor van getuige op 24 maart 2006 opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank en de griffier. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – als de op 24 maart 2006 afgelegde verklaring van [P29] (RC-verhoren, pagina 701 tot en met 710):

U vraagt mij wat [verdachte] met OTC te maken had. [verdachte] was de overall manager. [verdachte] was het hoofd. U vraagt mij hoe ik dat weet. Ik werkte bij OTC, dus ik moest weten wie de 'big boss' was.

15. een geschrift, zijnde een kopie van een in de Engelse taal gestelde 'Forest Management Agreement' tussen 'Liberia Forest Development Corporation and Oriental Timber Corporation' gedateerd 28 juli 1999 voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – (Aanvulling 4e Pro Forma, ordner 9, pagina 301 tot en met 313):

Dated July 28th, 1999

Liberia Forest Development Corporation and Oriental Timber Corporation

Forest Management Agreement

Whereas the Owner is desirous of appointing the Manager to operate, manage, control, exploit and administer concession areas A, B and C upon the terms and conditions herinafter contained.

Concession areas

Area A: Grand Bassa, Rivercess, Nimba, Sinoe and Grand Gedeh Counties

Area B: Sinoe, Grand Kru, Maryland and Grand Gedeh Counties

Area C: Sinoe County

In witness whereof, the parties hereto have hereunto executed this Agreement on the day and year first above written.

Signed by [verdachte]

For and on behalf of Liberia Forest Development Corporation

Signed by [P16]

For and on behalf of Oriental Timber Corporation

16. een geschrift, zijnde een kopie van de in de Engelse taal gestelde 'Minutes of Organization meeting of Oriental Timber Company' gedateerd 20 september 1999, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – (1e Pro Forma, Deel IV-2, pagina 667-671):

The following persons were appointed as initial Directors of the Corporation to serve until the first annual meeting of the shareholders or until their successors are elected:

a) Mr. [P16]

b) Mr. [P30]

c) Mr. [P31]

d) Mr. [P32]

e) Mr. [verdachte]

f) Mrs. [P33]

g) Mrs. [P34]

Name Title

Mr. [P16] Chairman

Mr. [verdachte] President

Mr. [P30] Treasurer

Counsellor [P35] Secretary

The Chairman [P16], and the President, [verdachte], are hereby authorized to open and maintain bank account(s) on behalf of the Corporation with banks or other financial insititutions within and/or without the Republic of Liberia.

17. een geschrift, zijnde een kopie van de in de Engelse taal gestelde ‘BYLAWS OF ORIENTAL TIMBER CORPORATION’, gedateerd 20 september 1999, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – (door mr. I.N. Weski aan de rechtbank overgelegd bij brief van 9 maart 2006 aan mr. Van Rossum, bijlage “A-verklaringen deel 1”, “A18 OTC Bylaws”):

6.07 President. The President shall be the chief executive officer of the Corporation. In the absence of the Chairman, he shall preside at all meetings of the shareholders and the Board of Directors. He shall have general and active management of the business and affairs of the Corporation, and shall see that all orders and resolutions of the Board of Directors are carried into effect. He shall perform such other duties and have such other authority and powers as the Board of Directors may from time to time prescribe or as the President may from time to time delegate.

18. een geschrift, zijnde een kopie van een in de Engelse taal gesteld ‘Memorandum of Understanding’, gedateerd 25 mei 1999, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – (1e Pro Forma, Deel IV-3, pagina 715 tot en met 716):

THIS MEMORANDUM OF UNDERSTANDING is entered (…) this 25th day of may, A.D., 1999, by and between the Government of the Republic of Liberia (…) and [P36]

Whereas, [P36], a Hong Kong resident, is desirous of investing in various business ventures in the Republic of Liberia including forestry, hotel and port management;

(…) NPA on behalf of GOL, also agrees that the Port of Buchanan and related facilities shall be offered for lease to [P36] on terms and conditions to be agreed upon by the parties.

Approved: [handtekening]

Dakpanah Dr. Charles G. Taylor

President of the Republic of Liberia

19. een geschrift, zijnde een kopie van een in de Engelse taal gestelde 'agreement', voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – (4e Pro Forma, ordner 9, pagina 318 tot en met 320):

'This agreement is made and entered into as of the 4th day of December A.D. 2000, by and between the Tribal Authority of Bopulu Chiefdom and Royal Timber Corporation and Malaysian-Liberian Timber Corporation represented by its Authorized Officer, [verdachte], hereby,

witnesseth

WHEREAS, Royal Timber Corporation ("RTC") is holder of a valid and existing forestry concession from the Government of the Republic of Liberia through the Forestry Development Authority ("FDA") under the provisions of which, RTC was given the exclusive right to enter and exploit forest located in Lower Lofa County;

(...).

20. een geschrift, zijnde een kopie van een in de Engelse taal gestelde 'Agreement of the shareholders of Royal Timber Corporation', ondertekend door verdachte en [P23], gedateerd 10 september 2002, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – (1e Pro Forma, Deel IV-3, pagina 1059):

This shareholders agreement is made and entered this 10th day of September, A.D., 2002, by and between [verdachte], and [P23], both of whom are the registered shareholders of all of the authorized and issued shares of stock of Royal Timber Corporation.

2.1 All of the authorized shares of stock of Star will be issued to two corporate entities which are to be created as special purpose corporations under Liberian laws. One such corporation, to be referred to herein as Company "A", will be owned by [initialen P 23], and the other such corporation, to be referred to herein as Company "B" will be owned by [initialen verdachte]. Company A will legally and beneficially own Fifty-Five (55%) Percent of the authorized and issued shares of stock of Star; and Company "B" will legally and beneficially own Forty-Five (45%) Percent of the authorized and issued shares of Stock of Star.

5.1 In return for the exclusivity granted Company "B" for the financing, management and operation of Star, Company "B" guarantees Company "A" a minimum annual royalty payment from Star of Five Hundred Thousand (US$500,000.00) UNITED STATES DOLLARS, ("the Royalty). These payments shall be made throughout the duration of the operations of Star's timber concession.

21. een geschrift, zijnde een kopie van een in de Engelse taal gesteld ‘certificate’ , ongedateerd en ondertekend door ‘Secretary’ en ‘President’, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – (1e Pro Forma, Deel IV-3, pagina 1086):

ROYAL TIMBER CORPORATION

INCORPORATED UNDER THE LAWS OF THE REPUBLIC OF LIBERIA

COMMON STOCK

THIS CERTIFIES that [verdachte] is the registered holder of five hundred (500) shares of fully paid and nonassessable Common Stock, without par value, of ROYAL TIMBER CORPORATION, (…)

IN WITNESS WHEREOF, the said Corporation has caused this Certificate to be signed by its duly authorized officers and to be sealed with the seal of the Corporation.

22. een geschrift, zijnde een kopie van een in de Engelse taal gesteld 'endorsement', gedateerd 23 februari 1999, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – (1e Pro Forma, Deel IV-3, pagina 1087):

'For value received, I hereby sell, assign and transfer unto (please print or typewrite name and address of assignee)

[P24 (dochter Taylor)] (60) sixty shares (...)

of the Capital Stock of Royal Timber Corporation represented by the affixed Certificate, and do hereby irrevocably constitute and appoint the Secretary of the Corporation, my Attorney with full power to transfer the said stock on the books of the Corporation with full power of substitution in the premisses.

23. het proces-verbaal van de FIOD-ECD/Noordoost, nr. 31651, d.d. 24 januari 2006, opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijke weergegeven – als relaas van deze opsporingsambtenaar (4e Pro Forma, ordner 4, pagina 1207 tot en met 1282):

3.1.2.2. In de zakelijke sfeer met betrekking tot RTC

In het bestand genaamd: "020828.DOC" komt naar voren dat de verdachte samen met Charles Taylor eigenaar was van de RTC. Zo is in het genoemde bestand het volgende opgenomen:

"....Mr President, please let this issue not spoil our friendship as it is not worth it, whatever you want to do I agree as you are the boss but we have a good company.........."

Uit een aantal bestanden komt naar voren dat Charles Taylor hoogstwaarschijnlijk mede-aandeelhouder van de RTC was.

Het betreft aan de ene kant het bestand genaamd: "RTC-OTC.WK4". In dat bestand komt naar voren dat Charles Taylor en de verdachte ieder 50% van de aandelen van RTC in eigendom hadden. Verder kwam in dat bestand naar voren dat de RTC 60% van de aandelen van de Malaysian Liberian Timber Corporation (MLTC) in eigendom had.

"CT 50% RTC 50% [initialen verdachte]

DSY 40% MLTC 60% RTC"

Aan de andere kant komt de hiervoor genoemde aandelenverhouding ook naar voren in het volgende bestand, genaamd: "CT020823.DOC":

"....At this time RTC started to operate as a company and you and I agreed that since we were working 50-50 on the OTC royalties we should do the same in the RTC operation....."

Dat de relatie als aandeelhouder van Charles Taylor met de RTC niet slechts en alleen gebaseerd was op de vriendschap van de verdachte met Charles Taylor maar dat Charles Taylor ook de financiële vruchten van deze relatie wilde oogsten, kwam enerzijds naar voren in een bestand genaamd: "081299.doc" gericht aan [P38]:

"...Because of reasons we both know, we have certainly not got close to our target that you have projected and this makes everything very difficult and expensive and we make no profit. I have quite a big problem with the Chief as he does not understand why he does not receive for his share. I have already paid $ 60 - $ 70.000 but this is of course not as expected..."

Uiteindelijk kwamen Charles Taylor en de verdachte een nieuwe overeenkomst overeen. In een bestand gericht aan [P 37] en genaamd: "020927.DOC" vermeldde de verdachte het volgende:

"...Anyhow I have now concluded with the Chief and I have come up with a new agreement,... ...This is the good side, the bad side is that we are paying a minimum royalty of 500.000 USD per year whether we make the 50.000 or not..."

3.1.2.3. In de zakelijke sfeer met betrekking tot de OTC:

Naast betrokkenheid bij de activiteiten van de RTC was de verdachte eveneens betrokken bij de activiteiten van de OTC.

Voor wat betreft de vraag in hoeverre Charles Taylor zakelijke belangen had in de OTC geeft het bestand genaamd: "081099.doc" wat gericht is aan [P38] het volgende beeld:

"..... As far as we are concerned we now have a company United Holding Corporation that is 35% shareholder in LFDC (The concession owner) and OTC (The operating company), the shares in UHC are owned by you, me and CT."

Hieruit komt hoogstwaarschijnlijk naar voren dat Charles Taylor aandeelhouder was van OTC door middel van de United Holding Company.

Dit wordt bevestigd in het hiervoor genoemde bestand genaamd: "RTC-OTC.WK4". In dat bestand werd namelijk de rechtspersoon: "Pal corp" genoemd als 35 % aandeelhouder van de OTC. De aandelen van "Pal corp" waren als volgt verdeeld: 33,34 % in handen van [P38] en 66,66 % in handen van de RTC:

"LOTC 65% OTC 35% Pal Corp

DSY 33,34% Pal corp 66,66% RTC"

Gezien de joint venture overeenkomst de dato 28-07-1999 tussen de OTC, de Liberia Oriental Timber Limited en de United Holding Company waarin naar voren komt dat de United Holding Company 35% van de aandelen van OTC verkreeg, is hoogstwaarschijnlijk de United Holding Company in de plaats gekomen van "Pal corp".

Deze aandelenverhouding wordt onderbouwd door het bestand genaamd: "CT020823.DOC" waarin de verdachte het volgende schreef met betrekking tot de verdeling van de royalties die verkregen werden van de OTC:

"....At this time RTC started to operate as a company and you and I agreed that since we were working 50-50 on the OTC royalties we should do the same in the RTC operation....."

Dat ook deze relatie van de verdachte met Charles Taylor door middel van de OTC niet strikt vriendschappelijk was maar ook moest renderen, komt naar voren in verschillende bestanden. Zo schreef de verdachte in een bestand genaamd: "260100.doc1" en welke was gericht aan[P16], het volgende:

".... Also Chief has already asked me when we receive the funds for the January production as I need to make some payments for him...."

En in een bestand genaamd: "091700.doc2" eveneens gericht aan [P16]:

"Royalties

Have you made arrangement for the transfer for June as the chief is behind me for it.."

Uit de verschillende bestanden komt naar voren dat de verdachte regelmatig door Charles Taylor onder druk werd gezet om royalties of voorschotten van de OTC te ontvangen. Dat kwam bijvoorbeeld naar voren in het bestand genaamd: "010118.doc":

"Royalties:

....Anyhow he said that he cannot wait any longer and that I have to transfer immediately for him the amount of US$ 200.000 to the Liberian Embassy in Brussels Belgium."

"......As specified please sent out of the royalty amounts US$ 200.000 for Chief to the account I will transmit to you tomorrow indicated and the balance US$ 175.000 to my account at Ecobank.

.... Please [P16] try to arrange this for me as the Chief is behind me everyday..."

En in het bestand genaamd: "010702.doc", eveneens gericht aan [P16]:

"...Meanwhile the funds of $ 500.000 from Natura have still not reached my account and I do not know what to tell our man again, till now I have been giving various excuses but I have run out and do not know what else to tell him. If I tell him the real reason that I have not yet received the funds from[P16], he will go through the ceiling. Please let me know what you are doing or have done and I will try to solve the problem as soon as possible. Call me urgently in Monrovia or let me know where I can reach you. Please take this very serious as you know our man in these matters.

I am also enclosing the OTC/RTC statement, as of today RTC is to receive $ 675.000 and again I am also pressurised by him, please make arrangement that this amount is paid as soon as possible so that we are again up to date. If we wait so long the amount keeps increasing and more difficult to collect..."

En verder in het bestand genaamd: "010726.doc" eveneens gericht aan [P16]:

"...It is very important that you make the payment of the royalties due as per my last statement urgently as I need that to cover the balance due and to pay the commitments made tot the lobbying people....

.....[P16] please make sure we talk to each other tomorrow as the pressure on me is too high from our friend. He wants to know why it is difficult to be in time with the arrangements, he knows what we have produced and shipped and does not know why we are delaying but then of course puts everything in my lap and tell me to pay in advance and to collect when it comes but I cannot anymore. I am now out over 500.000 USD and still bills are unpaid. Please make sure that the payment is done and if possible please add the July money in it as well since the month is already nearly over in order I get some air..."

3.2.3. RTC door middel van OTC:

In het bestand genaamd: "CT020823.DOC" welke gericht is aan Charles Taylor noemde de verdachte zichzelf als degene die de OTC naar Liberia had gehaald:

"OTC

I was able to convince [P38] to join me in setting up a logging company in Liberia and the results are OTC which is now a company which has invested more then 100 million dollars in Liberia and has employed several thousand Liberians......"

De RTC had concessierechten verkregen om in grote delen van Liberia hout te kappen. Deze rechten werden vervolgens ter beschikking gesteld aan de OTC.

Dit komt naar voren in het bestand genaamd: "060499.doc" gericht aan [P16]:

"...RTC has been allocated additional forest areas, in area C we were allocated another 1.4 million acres in that area and a little over 600.000 acres in the area where we flew the last time when we came from the Presidents farm. However during our last conversation you indicated that we would prefer more acres in the C area and to reduce the other side. I have therefor asked to make again some changes and we will get some more acres in area C and probably we will be able to hold the assigned acreage om the other side.....

.......The new concession agreement has already been made and should be signed by all parties today. The signatories to the agreement are the same as the first RTC agreement. I wanted them to go ahead with the signing as we can always make amendments in the near future for metes and bounds and other specific items...."

Uit de verklaring van [P16] de dato 20 september 2005 kwam naar voren dat de OTC zijn eigen beveiligingsmensen in dienst had. De omvang van de beveiliging en de leidinggevende van deze beveiliging worden genoemd in het bestand genaamd: "SECURITY.WK4":

"Director of security Hon. [P2]"

"Advisor to Director Ho. [P3]"

"General Supervisor [P39]"

"Administrator [P40]"

in totaal 5 supervisors en 51 security guards.

3.2.3.2. Verschillende activiteiten van de verdachte met betrekking tot de OTC:

Verder komt uit het onderzoek van de in beslag genomen bestanden naar voren dat de verdachte verschillende activiteiten heeft verricht in het kader van de bedrijfsvoering van de OTC. Dit betreffen de volgende:

* Het helpen bij de ontvangst van de machines voor de OTC:

Dit komt naar voren in het bestand genaamd: "102399.doc" gericht aan [P38]:

"...I have been very busy with OTC as we have discharged the second ship with 118 pieces of equipment and 79 containers. The President went to Buchanan to see the equipment when it was discharged and he has been very co-operative and has instructed everybody to work close with us and to do everything possible te make this venture a success..."

* Het regelen van nieuwe concessierechten voor de OTC:

Dit komt naar voren in het bestand genaamd: "260100.doc1" gericht aan [P16]:

"Additional 1.6 million acres for OTC:

"We are preparing the flight plan for the survey flights over this area, we will keep you informed of the results but in the meantime I will negotiate with the President as if we are taking it. [P18] has asked me about an area below us which lays along the Cestos river and which I have suggested to you several times before. The area belongs to [P41] and I will ask the Boss what can be done..."

* Het bewaken van de relatie met de Forest Development Authority:

Dit komt naar voren in het bestand genaamd: "020200.doc" gericht aan [P16]:

"...We have promised FDA that in spite of our five million tax credit, we would be paying them about 15% of what we are due in FDA taxes in cash. This was proposed as we now that they will needs funds to operate and if we do not pay anything then they will not be able to function. We have produced already more the 105.000 cbm which means we should be paying them now about $ 150.000 but I think if we send them now $ 100.000 they will be very happy. Please reply to this matter urgently, the boss has been asking me about this already several times..."

* Het bewaken van de dagelijkse gang van zaken binnen de OTC:

Dit komt naar voren in onder andere de bestanden genaamd: "[P18].doc" en "2GM120200.doc" gericht aan [P18] waarin gesproken wordt over een vergadering waar onder andere de volgende punten aan de orde moesten komen:

"[P18] meeting

...Our operation looks like an unorganised machine, we need to streamline our operations...

1 Professional assistance to managers including [P18] and [P42]

15 Security to be improved and obtain uniforms, additional staff and vehicles

18 Soon all hell will brake lose as we are doing nothing as it suppose to be, if I and [alias P1]

are leaving everything will be open for trouble

48 [P43] accounting..."

"...Please [P18], have your camp managers send you these details with immediate effect as I will need this information during my meetings with the Chairman in order to decide whether more power saw operators, yellow machine operators or machines and trucks are required to maximise our production..."

* Het zoeken en kopen dan wel huren van bedrijfsmiddelen voor de OTC :

Dit komt naar voren in de bestanden genaamd: "Pickup's.doc" en "071900i.doc" gericht aan [P31] en de bestanden: "081800.doc" en "083100.doc1" gericht aan [P1]:

"...We have purchased 6 Mitsubishi Pick up's from Holland for OTC, the vessel is leaving in 5 days and we need to send urgently the funds in order to take delivery and deliver the vehicles to the port in time. Please transfer the amount of US$ 108.000 (one hundred and eight thousand) to the same account at the US$ 25.000 for the helicopter..."

"...As you are aware we have hired a helicopter for survey purposes from a company in Poland, there were a lot of delays before the helicopter finally arrived in Monrovia but we have agreed that the starting date for operations is June 26th 2000..."

"...The 2 containers with 4 Mitsubishi pick up's came, 3 for OTC and 1 for FDA..."

"..[P16] has instructed [P18] to collect the pick up's but I think he wants to use them for the bush operations and give 2 of the Tata Jeeps to [P2] and Dr [P44] instead..."

* Het onderhouden van de contacten met Charles Taylor:

Dit komt naar voren in paragraaf 3.2.1. inzake de speciale voorrechten en in onder andere het bestand genaamd: "260100.doc1" gericht aan [P16] waarin de verdachte aan [P16] vraagt wanneer diens vader komt zodat de verdachte een ontmoeting kan regelen met Charles Taylor:

"...[P18] is still telling me that your father is coming to Liberia in the beginning of next month. I have asked him to confirm this as that is very important for me to know in order to make the necessary program with the Chief and to plan my travel plans..."

Dat [P54] even daarna in Liberia is geweest komt onder naar voren in de volgende bestanden genaamd: "# 72.doc" en "# 73.doc":

2000-139 / F&B charges trip Abidjan collection Chairman $ 200

2000-135 / Var. PR visit Mansion CT with Chairman $ 300

2000-138 / Var. PR & exp. Airport Chairman $ 100

2000-141 / Var. PR & exp. Airport Chairman $ 160

En in het bestand genaamd: "[P54] 0704.doc" gedateerd op 7 april 2000 en gericht aan [P54]:

"...I also met with President Taylor before I left and he has asked me to talk to you on some matters and if there is any progress on the issue of your last visit..."

3.2.4.3. Hulp van de OTC bij de activiteiten van de RTC:

Door middel van het onderzoek in de in beslag genomen bestanden komt naar voren dat:

* De RTC hoogstwaarschijnlijk gebruik kon maken van de brandstof van de OTC:

Dat komt naar voren in het bestand genaamd: "080100.doc3" gericht aan [P16]:

"...For RTC, I understand that production has started and that they are not doing bad, they might finish the fuel left with LPRC before my return. Can you please assist them and supply them from our Buchanan stock so that I do not have to purchase at the high rate from Monrovia. Thank you in advance..."

* De RTC machines en gereedschappen heeft gekocht van de OTC:

Dat komt naar voren in onder andere de bestanden genaamd: "[P38]~1.DOC" gericht aan [P38], "CT020823.DOC" gericht aan Charles Taylor en "010718.doc" gericht aan [P16]:

".....They still owe me about USD 400.000 after deducting the equipment that I took against my account as there was no money..."

"...I received about 4 million but from this about 1.7 million went to purchase equipment and fuel from OTC and was deducted from my royalties..."

"...I send you our last financial statement up to the end of June, this statement only reflects the outstanding from the period till end February as well as the royalties due RTC up to the end of June minus the payments for the equipment and the trucks. I have not made the statement yet for the period of February till now for funds spend by me on account OTC but I will do that later..."

* De RTC machines en dergelijke liet onderhouden door personeel van de OTC:

Dat komt naar voren in de bestanden genaamd: "021023.DOC" gerich[P1] en "020927.DOC" gericht aan [P 37]:

"...They are going to bring four 85 SS machines down from Zwedru to OTC for service and repairs. Please see to it that [P16] is this time not upset and [......] must stay with him to see what they are doing and learn so that he can do it the next time...."

"...We need to have all our machines in good working condition and we need some additional trucking capacity.

[P16] has agreed that I can send the 85 SS for service to Buchanan provided we supply the spare parts if they do not have them. I am also trying to see if he can service the Mercedes trucks for us too....."

* De OTC met het schip de Antarctic Mariner goederen liet vervoeren naar Liberia voor de RTC:

Dit komt naar voren in het bestand genaamd: "081800.doc" gericht aan [P1]:

"Buchanan

The vessel must be discharged by now, make sure we have all documents in order with the customs people so that we will not have any problems later. Our 4 Komatsu 85 SS are also there and we should clear them under OTC as we will make a lease purchase agreement with them. "

24. een geschrift, zijnde een in de Engelse taal door verdachte opgesteld bestand genaamd "CT020827.DOC", als bijlage behorende bij het hiervoor genoemde proces-verbaal van de FIOD-ECD/ Noordoost, nr. 31651, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – (4e Pro Forma, ordner 4, pagina 1482):

I was so hurt and felt so bad that my friend and President would say this about me and make me look bad to everybody around him who used to respect me. I thought that our relationship was so strong that this could never have happened, not after all what we have gone through and what we were able to accomplish together. I thought if there was something that bothered you or that I had done wrong you would have waited for me to come home and to tell me directly.

I have never done anything that I thought could have hurt you as my relationship with you goes further then President alone, we are friends and I cannot let you down ever. When have I not done or tried to do what you have asked me. Every time you ask me to do something I try and I go and I never asked you for any compensation for my expense as every body else.

25. de ter terechtzitting van 04 mei 2006 afgelegde verklaring van verdachte, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven –:

U leest mij voor mijn brief aan Charles Taylor (4e Pro Forma, ordner 4, pagina 1482). Ik heb reeds over deze brief verklaard. Ik heb deze brief nooit aan Taylor verzonden, voor zover ik mij goed herinner. Ik weet bijna 100% zeker dat ik de brief niet heb verzonden.

U zegt mij dat de brief in mijn computer staat opgeslagen als CT020827 en u vraagt mij of deze brief is gedateerd op 27 augustus 2002. Dat is mogelijk, ik weet het niet. Ik zie in het dossier ook brieven, waarbij ik het jaartal achteraan plaatste.

26. een geschrift, zijnde een in de Engelse taal door verdachte opgestelde notitie met als opschrift 'Uitleg [initialen verdachte] operaties # 1', ongedateerd, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – (bijlage 15 van de door mr. Weski op de terechtzitting van 17 maart 2006 overgelegde stukken, gehecht aan het proces-verbaal van die terechtzitting):

Liberia mag dan wel een land zijn waar de president democratisch is gekozen maar zoals overal in Afrika is de democratie soms ver te zoeken en heeft men er te maken met een soort dictatorschap, men kan dan kiezen om eronder te opereren of weg te gaan.

Als er nu een oorlog uitbreekt en de bestaande regering de financiële mogelijkheden niet heeft om dit allemaal te kunnen bekostigen dan wordt de druk steeds zwaarder op de zakenwereld. Als er geld nodig is doet de regering alles wat mogelijk is om de benodigde fondsen bij elkaar te krijgen. De grote industriëlen worden het meeste onder druk gezet.

Ten eerste mijn relatie met President Taylor. Er zijn 2 inner circles.

Dan is er een 2e inner circle, en dat zijn de grotere zakenmensen die wel een directe relatie met hem hebben maar dat alleen eigenlijk op een financiële basis is gebaseerd. Zij worden opgeroepen als er financiële kwesties moeten worden besproken. Natuurlijk heeft deze groep wel een vrij regelmatig contact met de President maar toch blijft het altijd zakelijk.

27. de ter terechtzitting van 24 april 2006 afgelegde verklaring van verdachte, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – :

Ik behoorde tot inner circle 2 ofwel de zakenmensen met wie Taylor contacten had.

Ik wist dat er één schip van OTC was.

28. het proces-verbaal van onderzoek paspoort, d.d. 06 april 2005, opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – als relaas van deze opsporingsambtenaar (1e Pro Forma, Deel I, pagina 137 tot en met 142):

Doorzoeking woon en/of verblijfplaats [verdachte] te Parijs:

Op 18 maart 2005, na de aanhouding van [verdachte], heeft er een doorzoeking plaatsgevonden van de woon en/of verblijfplaats van [verdachte] aan de [adres] te Parijs. Hierbij werd het diplomatieke paspoort [nummer] afgegeven door de autoriteiten van de Republiek Liberia, in beslag genomen.

Dit paspoort werd op 10 mei 2001 afgegeven aan [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]. Het paspoort is geldig tot 9 mei 2003.

Verlenging geldigheid paspoort:

De geldigheid van het paspoort is middels een stempel van de Liberiaanse ambassade te Abidjan, Ivoorkust, op 13 mei 2003 verlengd tot 13 mei 2006.

29. de ter terechtzitting van 04 mei 2006 afgelegde verklaring van verdachte, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – :

U vraagt mij of het in 2001, 2002 en 2003 verboden was om wapens in te voeren in Liberia. Ja, dat was het geval, ik hoorde destijds al dat er een VN-wapenembargo was. Ik wist toen inderdaad ook dat ik op de travelban stond.

30. een proces-verbaal van verhoor getuige op 06 januari 2006 opgemaakt en ondertekend

door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank en de griffier. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – als de op 06 januari 2006 afgelegde verklaring van [P 2] (RC-verhoren, pagina 201 tot en met 216):

Ik heb wapens gezien in White Flower. Dat is het huis van Charles Taylor. De wapens die binnenkwamen werden opgeslagen in White Flower of de Executive Mansion.

31. een proces-verbaal van verhoor getuige op 09 maart 2006 opgemaakt en ondertekend

door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank en de griffier. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – als de op 09 maart 2006 afgelegde verklaring van [P16] (RC-verhoren, pagina 622 tot en met 638):

Mijn bedrijf heette Oriental Timber Corporation, OTC. Ik was eigenaar van OTC.

Twee schepen waren van mij: de Pacific Mariner en de Antarctic Mariner. De Antarctic Mariner kwam per jaar ongeveer drie keer in Buchanan.

32. een proces-verbaal van verhoor getuige op 06 mei 2006 opgemaakt en ondertekend

door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank en de griffier. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – als de op 06 mei 2006 afgelegde verklaring van [P31] (RC-verhoren, ongenummerd):

Ik ben president van het bedrijf Serway Shipping. Dit bedrijf in pas in 2000 opgericht. Daarvoor heette het Global Star Shipping Company. Ik was daar ook in dienst. Mijn functie was general manager.

In 1999 ging ik met [P16] zaken doen. Wij hebben besproken naar welke haven de goederen vervoerd zouden kunnen worden. Wij hebben besloten dat het Buchanan zou worden.

[P16] bepaalde welke goederen vervoerd zouden gaan worden naar Liberia.

De Antarctic Mariner was een van de schepen die door ons management werd onderhouden. Tussen 2000 en 2003 hebben wij het schip gebruikt om goederen naar Liberia en Azië te vervoeren. Ik kreeg de te vervoeren goederen door van [P16]. Als [P16] geen tijd had, vroeg hij mij om contact te leggen met [P18]. Ik praatte met [P18] ook over de goederen die besteld waren door [P16].

33. een proces-verbaal van verhoor getuige van het Korps landelijke politiediensten, Dienst Nationale Recherche, d.d. 21 augustus 2004, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – als de op 21 augustus 2004 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [P45] (1e Pro Forma, Deel IV-1, pagina 188 tot en met 191):

Ik heb van 1999 tot 2003 als security-medewerker bij OTC gewerkt.

Ik heb gezien dat er in de haven van Buchanan wapens gebracht werden door een schip genaamd Antarctic Mariner. Ik weet niet meer wanneer dat precies was. Ik heb in ieder geval gezien dat het in het begin van 2003 wapens bracht. Het schip kwam per jaar ongeveer twee tot drie keer. In het jaar 2002 kwam de Antarctic Mariner ook weer twee of drie keer.

Ik weet dat er wapens aan boord van de Antarctic Mariner waren. Ik ben namelijk zelf aan boord geweest. Ik zag in het schip houten kisten. De kisten werden op vrachtauto’s en jeeps gezet. Eén van de kisten bleef achter en daarin zaten wapens. Deze wapens werden onder ons verdeeld. Ik weet dat de vrachtauto’s naar Monrovia gingen, omdat collega’s van de security de vrachtauto’s begeleidden. Later hoorde ik van hen dat de wapens direct naar de Executive Mansion werden gebracht.

In de kist die achtergebleven was, zag ik AK-47-geweren zitten.

34. een proces-verbaal van verhoor getuige van het Korps landelijke politiediensten, Dienst Nationale Recherche, d.d. 20 augustus 2004, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – als de op 20 augustus 2004 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [P46] (1e Pro Forma, Deel IV-1, pagina 184 tot en met 187):

Ik heb als security-officer voor OTC gewerkt vanaf de komst van het bedrijf naar Liberia tot aan de sluiting van het bedrijf.

De Antarctic Mariner kwam elk jaar twee keer. Ik weet dat de Antarctic Mariner in 2002 twee keer in de haven van Buchanan is geweest. Ik weet dat de tweede keer aan het einde van het jaar was. In 2002 heb ik het schip beide keren gezien. Ik ben die tweede keer niet bij het schip geweest, ik heb geen wapens gezien. Ik hoorde echter van vrienden binnen de OTC-security wel dat er toen wapens werden gebracht.

Ik heb één keer wel wapens gezien die van de Antarctic Mariner afkomstig waren. Ik heb dit keer gezien dat er een container van de Antarctic Mariner werd gehesen. Er was beveiliging van de Executive Mansion, dit was de SSS. Ik weet dat de container naar de Executive Mansion in Monrovia is gebracht. De keer dat de container werd gebracht is [alias P1] een paar dagen later naar Monrovia gegaan om wapens op te halen. Om deze reden weet ik dat de Antarctic Mariner wapens had geleverd.

35. een geschrift, zijnde een kopie van een in de Engelse taal gestelde loonlijst van OTC, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – (door mr. I.N. Weski aan de rechtbank overgelegd bij brief van 9 maart 2006 aan mr. Van Rossum, bijlage “A-verklaringen deel 2”, “OTC1, Payroll OTC all dept”):

ORIENTAL TIMBER CORPORATION

SECURITY DEPARTMENT

Sl. Name Position Basic pay US$ Yrs. of service Benefit US$

7 [P46] supervisor 180 3 540

36. een geschrift, zijnde een kopie van een in de Engelse taal gestelde loonlijst van OTC, bevattende voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – (door mr. I.N. Weski aan de rechtbank overgelegd bij brief van 9 maart 2006 aan mr. Van Rossum, bijlage “A-verklaringen deel 2”, “OTC2, Payroll security”/2e Pro Forma, ordner 2, pagina 588):

Oriental Timber Corporation

Buchanan, Grand Bassa County

Security Department/Administrative staff

# Name Position Date employed Time of service

11 [P46] Supervisor Nov. 1, 1999 3yrs/6months

37. een proces-verbaal van verhoor getuige van het Korps landelijke politiediensten, Dienst Nationale Recherche, d.d. 23 november 2004, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – als de op 23 november 2004 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [P6] (1e Pro Forma, Deel IV-1, pagina 204 tot en met 208):

Ik ben van 1999 tot en met 2002 werkzaam geweest bij RTC security.

De leveringen kwamen twee keer per jaar. De eerste keer was in het begin van het jaar en de tweede keer aan het eind van het jaar. Ik ben van 2000 tot 2003 bij elke wapenlevering aanwezig geweest. De laatste keer was in het begin van het jaar 2003. In 2003 was er dus

maar één wapenlevering. De wapens werden gebracht in de haven van Buchanan.

Als de vrachtauto’s geladen waren, brachten we ze naar de verschillende frontlinies. We moesten echter altijd eerst langs White Flower, de woning van Charles Taylor.

38. een proces-verbaal van verhoor getuige op 13 januari 2006 opgemaakt en ondertekend

door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank en de griffier. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijke weergegeven – als de op 13 januari 2006 afgelegde verklaring van [P6] (RC-verhoren, pagina 306 tot en met 319):

U houdt mij voor dat ik zojuist heb verklaard dat ik wapens moest afhalen in de haven van Buchanan. U vraagt mij wanneer ik dat voor het eerst heb gedaan. Dat was in 2000. Ik kan u geen precieze datum noemen. Het was mijn eerste keer daar, dit was in de maand mei of juni. Ik heb toen wel een schip in de haven gezien. Als ik mij niet vergis was de naam van dit schip de Antarctic Mariner.

In totaal heb ik drie keer kisten van het schip begeleid. In 2000, 2001 en 2002. Elk jaar deden wij dit twee keer. In totaal 6 keer in drie jaar. Er was maar één schip. Dat was de Antarctic Mariner.

39. een proces-verbaal van verhoor getuige van het Korps landelijke politiediensten, Dienst Nationale Recherche, d.d. 22 november 2004, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – als de op 22 november 2004 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [P9] (1e Pro Forma, Deel IV-1, pagina 192 tot en met 197):

In de periode 1999-2000 ben ik als ATU-lid geplaatst bij de beveiliging van RTC.

Ik moest wapens en munitie ophalen in de haven van Buchanan. Dit was ergens in april 2000.

Ik heb gezien dat in de haven van Buchanan een kist werd opengemaakt waar AK-47’s in zaten. Van alle soorten kisten werd er één opengemaakt. In andere kisten zaten RPG’s en zwaardere machinegeweren.

Ik heb vaker wapens opgehaald in Buchanan. De wapens kwamen elk jaar twee keer, in april

en oktober.

40. een proces-verbaal van verhoor getuige van het Korps landelijke politiediensten, Dienst Nationale Recherche, d.d. 26 juni 2004, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – als de op 26 juni 2004 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [P26] (1e Pro Forma, Deel IV-1, pagina 111 tot en met 114):

Ik heb als reporter gewerkt in de Executive Mansion, bij Charles Taylor. Ik begon daarmee in 1995 en werkte daar tot 2000.

Ik heb gezien dat er schepen met wapens de haven van Buchanan binnenkwamen. Ik heb gezien dat er wapens uit de schepen geladen werden.

Ik reisde met de president in zijn gevolg. We gingen naar Buchanan met lege vrachtwagens en op de terugweg waren deze vrachtwagens geladen met AK-47’s, enzovoorts. De wapens werden gestuurd naar Monrovia.

41. een proces-verbaal van verhoor getuige van het Korps landelijke politiediensten, Dienst Nationale Recherche, d.d. 10 april 2005, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – als de op 10 april 2005 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [P26] (1e Pro Forma, Deel IV-1, pagina 124 tot en met 126):

Ik heb in februari 2002 OTC bezocht in Buchanan. Ik heb toen wapens gezien in Buchanan, ik zag deze in The Loop.

Toen we naar Buchanan gingen, gingen we met een groot konvooi. Op de heenreis gingen er auto’s mee die leeg waren. Ik heb zelf gezien dat auto’s later weer Buchanan verlieten, die volgeladen waren met wapens. Ik zag bijvoorbeeld pick-up trucks die geladen waren met RPG’s en AK-47’s.

42. een proces-verbaal van verhoor getuige van het Korps landelijke politiediensten, Dienst Nationale Recherche, d.d. 20 september 2005, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – als de op 20 september 2005 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [P10] (3e Pro Forma, ordner 1, pagina 143 tot en met 148):

Ik heb als beveiligingsman gewerkt voor OTC van eind 1999 tot ongeveer mei 2003.

De Antarctic Mariner kwam twee keer per jaar. Het schip kwam altijd in het begin en het einde van het jaar. De laatste keer dat het schip kwam, was toen het bedrijf op het punt van sluiten stond. Ik weet niet meer precies wanneer dat was, volgens mij april/mei 2003. Elke keer als het schip kwam, bracht het wapens. Dit heb ik zelf gezien. De containers die ik open heb gezien, bevatten altijd dezelfde soorten wapens, namelijk RPG’s en AK-47-geweren.

Elke keer werden er wapens naar The Loop gebracht voor OTC, maar er werd ook veel naar Monrovia gebracht voor de “national duty” die in het land vervuld moest worden. De ATU begeleidde de wapentransporten naar Monrovia; ook wel eens samen met ons.

43. een proces-verbaal van verhoor getuige op 02 maart 2006 opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank en de griffier. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijke weergegeven – als de op 02 maart 2006 afgelegde verklaring van [P10] (RC-verhoren, pagina 576 tot en met 587):

Soms brachten wij de wapens naar de Executive Mansion en soms ook naar White Flower.

44. een geschrift, zijnde een kopie van een in de Engelse taal gestelde loonlijst van OTC, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – (door mr. I.N. Weski aan de rechtbank overgelegd bij brief van 9 maart 2006 aan mr. Van Rossum, bijlage “A-verklaringen deel 2”, “OTC1, Payroll OTC all dept”):

ORIENTAL TIMBER CORPORATION

SECURITY DEPARTMENT

Sl. Name Position Basic pay US$ Yrs. of service Benefit US$

124 [P10] Guard 80 3 240

45. een geschrift, zijnde een kopie van een in de Engelse taal gestelde loonlijst van OTC, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – (door mr. I.N. Weski aan de rechtbank overgelegd bij brief van 9 maart 2006 aan mr. Van Rossum, bijlage “A-verklaringen deel 2”, “OTC2, Payroll security”/2e Pro Forma, ordner 2, pagina 591):

Oriental Timber Corporation

Buchanan, Grand Bassa County

Security Department/Administrative staff

# Name Position Date employed Time of service

93 [P10]. Security Guard Nov. 1, 1999 3yrs/5months

46. een proces-verbaal van verhoor getuige van het Korps landelijke politiediensten, Dienst Nationale Recherche, d.d. 25 november 2004, opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – als de op 25 november 2004 tegenover deze opsporingsambtenaar afgelegde verklaring van [P5] (1e Pro Forma, Deel IV-1, pagina 224 tot en met 228):

Ik ben als security officer werkzaam geweest bij RTC. Ik werkte daar van december 1999 tot mei 2003.

OTC bracht illegaal wapens naar Liberia. De wapens kwamen binnen in de haven van Buchanan. Hierna werden de wapens naar Monrovia gebracht, naar het huis van Charles Taylor genaamd White Flower. Ik ben daar verschillende keren geweest bij de verdeling van de wapens. OTC bracht deze wapens binnen in ruil voor hout tegen een lage prijs.

Ik ben één keer bij een wapenlevering in de haven van Buchanan geweest. Ik denk dat het in mei of oktober is geweest, ik weet niet meer welk jaar dat was.

U vraagt mij hoe ik wist dat het wapens waren die verdeeld werden in White Flower. Ik heb in White Flower kisten gezien waarop geschreven stond wat erin stond. Er stond dan bijvoorbeeld AK-47 op de kisten. We maakten deze kisten ook open om te verifiëren wat erin zat. Ik heb toen AK-47-machinegeweren en RPG’s gezien.

De wapentransporten gebeurden in het geheim omdat de internationale gemeenschap een wapenembargo had uitgesproken over Liberia. De wapens werden door [verdachte] binnengebracht.

47. een proces-verbaal van verhoor getuige op 01 maart 2006, opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank en de griffier. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijke weergegeven – als de op 28 februari 2006 en 01 maart 2006 afgelegde verklaring van [P5] (RC-verhoren, pagina 560 tot en met 575):

Het brengen van de wapens naar Buchanan was een deal tussen de regering en [verdachte]. U vraagt mij hoe ik dat weet. Ik was deel van het systeem.

48. een proces-verbaal van verhoor getuige op 04 maart 2006 opgemaakt en ondertekend

door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank en de griffier. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijke weergegeven – als de op 04 maart 2006 afgelegde verklaring van [P47] (RC-verhoren, pagina 605 tot en met 606):

Ik heb bij OTC gewerkt. Dat was gedurende twee verschillende periodes. De eerste

periode was van 2000 tot 2001. Toen heb ik bij OTC gewerkt op contractbasis bij de bouw van de triplexfabriek van OTC. Mijn werkzaamheden betroffen ook het laden en uitladen van schepen. De tweede periode heb ik als beveiliger voor OTC gewerkt. Dat was van 2002 tot 2003.

In de tijd dat ik daar werkte kwam het OTC-schip binnen, dat heb ik gezien. Dat is het schip dat de Antarctic Mariner heette.

Ik kan mij nog wel het jaar herinneren waarin ik op de Antarctic Mariner heb gewerkt. Dat was in 2001. Wij hebben ook wapens uitgeladen. Ik heb slechts één keer zelf gezien dat er wapens van het schip werden geladen.

U vraagt mij of ik heb gezien wat er met de wapens gebeurde die van het schip werden geladen. Die werden uitgedeeld aan de soldaten. Daar was ik bij. Dat waren onze regeringssoldaten. Het was een beetje een mix: er waren rebellen en soldaten en die waren allemaal samen.

49. een geschrift, zijnde een kopie van een in de Engelse taal gestelde loonlijst van OTC, voor inhoudende – zakelijk weergegeven – (door mr. I.N. Weski aan de rechtbank overgelegd bij brief van 9 maart 2006 aan mr. Van Rossum, bijlage “A-verklaringen deel 2”, “OTC1, Payroll OTC all dept”):

ORIENTAL TIMBER CORPORATION

SECURITY DEPARTMENT

Sl. Name Position Basic pay US$ Yrs. of service Benefit US$

57 [P47] Guard 80 3 240

50. een geschrift, zijnde een kopie van een in de Engelse taal gestelde loonlijst van OTC, bevattende voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – (door mr. I.N. Weski aan de rechtbank overgelegd bij brief van 9 maart 2006 aan mr. Van Rossum, bijlage “A-verklaringen deel 2”, “OTC2, Payroll security”/2e Pro Forma, ordner 2, pagina 592):

The following security guards were recruited but no status is known

17 [P47]

51. een proces-verbaal van verhoor getuige van het Korps landelijke politiediensten, Dienst Nationale Recherche, d.d. 12 augustus 2004, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – als de op 12 augustus 2004 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [P48] (1e Pro Forma, Deel IV-1, pagina 134 tot en met 138):

Mijn eerste baan binnen OTC was die van beveiliger. Ik werd aangewezen om de haven van Buchanan te beveiligen. Ik ben in september 1999 aangenomen.

In 2001 en 2002 is de Antarctic Mariner twee keer geweest.

Ook in december 2002 is hij geweest. Deze keer waren er ook weer wapens aan boord, er waren eigenlijk altijd wapens bij. Bij deze levering heb ik verschillende soorten wapens gezien: AK-47’s en RPG’s.

Ook in 2003 is de Antarctic Mariner nog in Buchanan geweest. De Antarctic Mariner had toen ook wapens bij zich. Dit was volgens mij rond mei.

52. een proces-verbaal van verhoor getuige van het Korps landelijke politiediensten, Dienst Nationale Recherche, d.d. 20 november 2004, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – als de op 20 november 2004 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [P49] (1e Pro Forma, Deel IV-1, pagina 214 tot en met 217):

Ik heb bij OTC-security gewerkt van 1 november 1999 tot 28 juli 2003.

De Antarctic Mariner kwam elk jaar twee keer. In 2001 was de Antarctic Mariner in november/december de tweede keer in de haven. De tweede keer in 2001 weet ik zeker, omdat het twee of drie weken voor de kerst was.

In 2002 is de Antarctic Mariner ook twee keer in de haven geweest. Volgens mij is de Antarctic Mariner in 2002 de eerste keer rond maart geweest, de tweede keer was weer aan het einde van het jaar, volgens mij rond november. Ik weet zeker dat de tweede keer aan het einde van het jaar was, omdat de Antarctic Mariner toen ook allerlei andere goederen bij zich had die wij voor de kerst konden kopen.

Elke keer als de Antarctic Mariner kwam waren er wapens aan boord. De wapens waren verpakt in kisten en containers. Ik heb gezien dat er op kisten geschreven stond dat er wapens in zaten. Er stond dan bijvoorbeeld “ak47 rifle” op een kist.

De tweede keer in 2002 was ik op een bepaald moment aan boord, dat was mijn taak. Ik zag dat de wapens in het ruim zaten, want het luik werd geopend. De wapens werden op trucks geladen. Vervolgens gingen de vrachtwagens naar de Executive Mansion in Monrovia. De leden van de SSS van de Executive Mansion reden mee om de vrachtwagens te begeleiden. De wapens die door de Antarctic Mariner werden gebracht waren voor de regering, maar een gedeelte was ook voor de beveiliging van OTC. Wij van de beveiliging kregen verschillende wapens uitgereikt door [P 2]. Wij kregen onder andere AK-47’s, RPG’s en GMG’s.

53. een proces-verbaal van verhoor getuige op 03 maart 2006 opgemaakt en ondertekend

door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank en de griffier. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijke weergegeven – als de op 03 maart 2006 afgelegde verklaring van [P49] (RC-verhoren pagina 588 tot en met 604):

OTC had een schip met de naam Antarctic Mariner. De wapens kwamen binnen met het schip. Het schip kwam twee keer per jaar. Het schip kwam de eerste keer altijd in januari/februari/maart en de tweede keer in oktober/november/december.

De wapens werden naar Monrovia vervoerd.

54. een geschrift, zijnde een kopie van een in de Engelse taal gestelde loonlijst van OTC, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – (door mr. I.N. Weski aan de rechtbank overgelegd bij brief van 9 maart 2006 aan mr. Van Rossum, bijlage “A-verklaringen deel 2”, “OTC1, Payroll OTC all dept”):

ORIENTAL TIMBER CORPORATION

SECURITY DEPARTMENT

Sl. Name Position Basic pay US$ Yrs. of service Benefit US$

60 [P49] Guard 80 3 240

55. een geschrift, zijnde een kopie van een in de Engelse taal gestelde loonlijst van OTC, bevattende voor inhoudende – zakelijk weergegeven – (2e Pro Forma, ordner 2, pagina 578):

OTC

Security – New Recruitment

# Name Basic pay US$ # of days Amount US$

21. [P49] 100.00 14 47,00

56. een geschrift, zijnde een kopie van een in de Engelse taal gestelde loonlijst van OTC, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – (door mr. I.N. Weski aan de rechtbank overgelegd bij brief van 9 maart 2006 aan mr. Van Rossum, bijlage “A-verklaringen deel 2”, “OTC2, Payroll security”/2e Pro Forma, ordner 2, pagina 589):

Oriental Timber Corporation

Buchanan, Grand Bassa County

Security Department/Administrative staff

# Name Position Date employed Time of service

41 [P49] Security Guard March 1, 2000 3yrs/1months

57. een proces-verbaal van verhoor getuige van het Korps landelijke politiediensten, Dienst Nationale Recherche, d.d. 15 augustus 2004, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – als de op 15 augustus 2004 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [P4] (1e Pro Forma, Deel IV-1, pagina 148 tot en met 157):

Ik ben van 1 november 1999 tot en met 28 juli 2003 als beveiliger werkzaam geweest bij OTC.

Ik heb in maart 2001 voor het eerst gezien dat er wapens werden geleverd met de

Antarctic Mariner in de haven van Buchanan. Dat jaar kwam de Antarctic Mariner namelijk twee keer naar de haven van Buchanan.

Iedere keer als de Antarctic Mariner binnenkwam, werden twee laadruimten gebruikt voor wapens. Iedere keer als de Antarctic Mariner kwam, werden AK47’s, RPG’s en GMG’s gebracht.

De wapens gingen iedere levering in vrachtauto’s naar de Executive Mansion van Charles Taylor. Van daaruit werden de wapens verdeeld onder de verschillende strijdmachtonderdelen.

In 2001 is de Antarctic Mariner nog een keer gekomen, dat was in november. Ik heb toen ook wapens gezien. Ik heb toen dezelfde wapens gezien. Deze wapens zijn ook weer naar de Executive Mansion gebracht. Ik ben als escorte meegegaan naar Monrovia.

In 2002 kwam de Antarctic Mariner twee keer, in ongeveer februari en de tweede keer in december. De eerste keer in 2002 heb ik weer wapens gezien.

In december 2002 liep de Antarctic Mariner weer de haven van Buchanan binnen. Toen waren het ook weer dezelfde wapens die geleverd werden, namelijk AK47’s, RPG’s en GMG’s. De wapens van de levering van december 2002 zijn doorgeleverd aan het leger van Charles Taylor.

58. een proces-verbaal van verhoor getuige van het Korps landelijke politiediensten, Dienst Nationale Recherche, d.d. 25 juni 2004, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – als de op 25 juni 2004 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [P50] (1e Pro Forma, Deel IV-1, pagina 92 tot en met 100):

In 1971 ging ik het Liberiaanse leger in. In 1997, na de verkiezingen, werd ik assistent chef-staf, G3. In 2000 werd ik commanding general of the armed forces of Liberia. Mijn rang was brigadier-generaal.

Ik weet dat er dat er wapens gesmokkeld werden door de schepen van OTC. Dit gebeurde zelfs in de tijd dat de sancties van de VN van kracht waren. [verdachte] regelde alles.

Alle schepen die in de haven van Buchanan kwamen, kwamen voor OTC. OTC was de baas in de haven.

Ik zag zelf de vrachtwagens geladen met kratten, die ik herkende als kratten bestemd voor wapens, rijden en naar White Flower gaan. Er was een groot wit huis achter White Flower waar ze de wapens bewaarden.

In de haven van Buchanan kwamen AK-47’s en RPG’s binnen.

59. een proces-verbaal van verhoor getuige van het Korps landelijke politiediensten, Dienst Nationale Recherche, d.d. 09 april 2005, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – als de op 09 april 2005 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [P50] (1e Pro Forma, Deel IV-1, pagina 101 tot en met 105):

Ik heb zelf twee of drie keer gezien dat er met een schip wapens de haven van Buchanan werden binnengebracht. Eén keer was toen de strijd met de LURD in Lofa County oplaaide. Dat moet in de jaren 2000 en 2001 zijn geweest.

Ik heb gezien dat er vanuit een schip in de haven van Buchanan AK-47’s werden uitgeladen. Ik heb ook gezien dat er RPG’s werden uitgeladen.

60. een proces-verbaal van verhoor getuige van het Korps landelijke politiediensten, Dienst Nationale Recherche, d.d. 19 augustus 2004, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – als de op 19 augustus 2004 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [P51] (1e Pro Forma, Deel IV-1, pagina 180 tot en met 183):

Ik ben werkzaam geweest bij OTC van het midden van 2000 tot het einde van het bedrijf

in 2003. Ik ben bij OTC begonnen als bestuurder van grote vrachtauto’s en heb dit twee jaar gedaan. Ik werkte in Buchanan en bracht onderdelen rond, overal waar OTC aanwezig was. Ik werkte als vrachtwagenchauffeur tot eind 2002.

De tweede levering van wapens was in eind 2001. De levering kwam met de Antarctic Mariner. Ik heb geen wapens gezien in de container omdat die gesloten was. Ik hoorde later van een vriend van mij, genaamd [P55], dat er wapens in de container zaten. [P55] werkte als ATU-soldaat.

61. een proces-verbaal van verhoor getuige van het Korps landelijke politiediensten, Dienst Nationale Recherche, d.d. 13 augustus 2004, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – als de op 13 augustus 2004 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [P29] (1e Pro Forma, Deel IV-1, pagina 144 tot en met 147):

Ik heb van januari 2001 tot mei 2003 als vorkheftruckchauffeur voor OTC gewerkt. Ik heb

geholpen een schip genaamd de Antarctic Mariner te ontladen. Ik weet dat er toen wapens

geleverd werden, omdat ik ze gevoeld heb. Ik heb RPG’s gevoeld. Naast de RPG’s heb ik

toen, in mei 2002, bij het uitladen ook AK-47’s gezien. Ik heb deze gezien in het schip. De

AK-47’s zaten in kisten. Je zag de AK-47’s er uitsteken. De AK-47’s waren ingepakt, maar

door de vorm herkende ik hen.

In 2002 is de Antarctic Mariner twee keer geweest. De tweede keer was in december 2002. In december 2002 heb ik geholpen met het uitladen van de Antarctic Mariner. Ik heb in december dezelfde wapens gezien als in mei 2002. Er waren AK-47’s die niet in kisten zaten, maar die verpakt waren in zeil. Als we deze versjouwden dan voelde je aan de vorm dat het AK-47’s waren.

In april 2003 is er ook nog een keer een wapenlevering geweest door de Antarctic Mariner. Ik ben daar bij geweest.

62. een geschrift, zijnde een kopie van het in de Engelse taal gestelde logboek van de Antarctic Mariner, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – (Einddossier, ordner 7, pagina 1949 tot en met 1954):

Voyage of Antarctic Mariner

(from the logbook surrendered by [P31] of Serway Shipping Co)

date place

2000.04.18 to 2000.04.26 Buchanan

2000.08.12 to 2000.08.29 Buchanan

2001.01.02 to 2001.01.12 Buchanan

2001.06.21 to 2001.07.14 Buchanan

2001.11.11 to 2001.11.29 Buchanan

2002.02.28 to 2002.03.07 Buchanan

2002.08.14 to 2002.08.23 Buchanan

2002.12.15 to 2002.12.29 Buchanan

2003.04.21 to 2003.05.14 Buchanan

63. een geschrift, zijnde een kopie van een in de Engelse taal gesteld overzicht van scheepsbewegingen van de National Port Authority te Buchanan, voor zover inhoudende

– zakelijk weergegeven – (2e Pro Forma, ordner 2, pagina 642 tot en met 660):

National Port Authority

Ship movements

Port of Buchanan

Month of Mar, April, June 2000

No of order ship’s name/type berthing

8. Antarctic Mariner 18th, 11.36

11. Antarctic Mariner 27th, 12.50

Month of July, Aug, Sept 2000

14. Antarctic Mariner 12th, 10.54

17. Antarctic Mariner 29th, 18.00

Month of Jan, Feb, Mar. 2001

1. Antarctic Mariner 2nd, 16.45

2. Antarctic Mariner 12th, 07.50

Month of May, June, July 2001

13. Antarctic Mariner 21st, 08.30

Month of July, Aug, Sept 2001

1. Antarctic Mariner 14th, 11.55

Month of Sept, Oct, Nov, Dec 2001

10. Antarctic Mariner 11th, 09.00

13. Antarctic Mariner 29th, 16.40

Month of Feb, Mar, April 2002

2. Antarctic Mariner 28th, 09.42

5. Antarctic Mariner 8th, 15.06

Month of July, Aug, Sept, Oct, Nov, Dec 2002

10. Antarctic Mariner 14th, 09.00

12. Antarctic Mariner 23rd

Month of Dec. 2002

1. Antarctic Mariner 15th, 14.42

11. Antarctic Mariner 31st, 07.25

Month of Mar, April, May 2003

17. Antarctic Mariner 25th, 10.00

30. Antarctic Mariner 14th, 17.20

De hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen zijn - ook in onderdelen - slechts gebruikt ten aanzien van het feit of de feiten waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben. Voor zover geschriften zijn gebruikt, is dit geschied in samenhang met andere bewijsmiddelen, die op hetzelfde feit of op dezelfde feiten betrekking hebben.

8. Bewijsoverwegingen met betrekking tot de feiten 4 en 5.

De relatie tussen verdachte en Charles Taylor

Tussen verdachte en de toenmalige president van Liberia, Charles Taylor, bestond een nauwe financiële betrekking via de band van OTC en RTC. Verdachte heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat Charles Taylor bij verdachte had bedongen om een percentage van 50% van de royalties die verdachte van OTC zou ontvangen, aan hem, Charles Taylor, af te staan.

Ook waren de persoonlijke banden nauw tussen OTC, het bedrijf waar verdachte president van was, en personen die voor de Liberiaanse overheid, vertegenwoordigd in de persoon van Charles Taylor werkten of hadden gewerkt. Dit volgt uit een aantal verklaringen, waaronder die van [P2], [P1], verdachte en [P28]. [P2] werkte enerzijds zowel voor Charles Taylor als hoge militair in het Liberiaanse leger, directeur van de National Port Authority (NPA) en de Liberiaanse zeehavenpolitie en anderzijds als hoofd van de beveiliging bij OTC. Dit laatste wordt bevestigd in de verklaring van [P19], de aide-de-camp van Charles Taylor, die verklaart dat de achtergrond van deze benoeming van [P2] was de bescherming van de zakelijke belangen van Charles Taylor in OTC.

Verder maakt de rechtbank dit op uit de verklaringen van [P2] en [P1] en een bestand dat is aangetroffen op een van de onder verdachte inbeslaggenomen computers en usb-geheugensticks. Duidelijk wordt hieruit dat [P3] niet alleen hoofd van de speciale beveiliging van Charles Taylor was, maar ook dat hij de functie van adviseur bij OTC-security vervulde. Verdachte heeft verklaard [P3] en diens personeel van de Special Security Service (SSS) meermalen te hebben betaald. Voornoemde verklaringen houden verder in dat [P1] aanvankelijk voor Charles Taylor heeft gewerkt. Later is [P1] voor verdachte gaan werken, zowel ten behoeve van RTC als van OTC. Bij beide bedrijven was [P1] 'resident manager'. Volgens de verklaring van verdachte bij de rechter-commissaris werd [P1] ingeschakeld indien er iets op regeringsniveau geregeld moest worden, omdat hij de contacten had. De door [P1] afgelegde verklaring past in dit door verdachte geschetste beeld. [P1] verklaart bekend te zijn met de gang van zaken van OTC, omdat de functie van resident manager dat met zich bracht. Hij ging veelal ook mee indien verdachte Charles Taylor moest spreken voor speciale gelegenheden.

[P2] en [P1] worden door verdachte aangeduid als topfunctionarissen van OTC en blijken bovendien nauwe banden met Charles Taylor te hebben.

Dat Charles Taylor OTC als een uitgesproken belangrijke zakelijke investering zag, volgt uit het volgende. Via tussenstappen waarbij verdachte een belangrijke rol speelde, kreeg OTC van Charles Taylor grote gebieden voor de exploitatie van houtkapbedrijven in de vorm van concessies. Ook heeft OTC na goedkeuring door Charles Taylor het beheer van de haven in Buchanan gekregen. De verdachte verklaart dat door Marine Development Corporation (MDC), een onderdeel van OTC, het management van de haven van Buchanan is overgenomen. Dit gebruik van de haven hield onder meer in de controle over de voertuigen die op het haventerrein kwamen, verklaart de verdachte ter terechtzitting. [P2] noemt in dit verband de beveiliging van de haven die nu door OTC werd verzorgd in plaats van door de NPA.

Uit bestanden in de onder verdachte inbeslaggenomen computers blijkt voorts dat verdachte ook nog in 2001 en 2002 contacten met Charles Taylor heeft onderhouden. Niet al deze contacten en daaruit voortvloeiende werkzaamheden waren direct terug te voeren op OTC. Verdachte heeft verklaard voor Charles Taylor en diens staatsapparaat verschillende soorten goederen te hebben aangeschaft. Verder heeft verdachte namens Charles Taylor contacten met de Europese Unie onderhouden in de persoon van [P22] en de heer [P21] tijdens bezoeken van voornoemde personen aan Liberia. Verdachte heeft samen met deze [P22] een rol gespeeld in de poging tot het regelen van een bijeenkomst met de president Conteh van Guinee om vredesonderhandelingen tussen Guinee en Liberia op gang te brengen. In het kader van besprekingen op regeringsniveau met China is verdachte door Charles Taylor samen met een regeringsdelegatie naar China gestuurd. Verdachte had een Liberiaans diplomatiek paspoort waar hij naar eigen zeggen en gelet op de in zijn computer aangetroffen bestanden, onder meer ten behoeve van Charles Taylor veelvuldig gebruik van heeft gemaakt.

Charles Taylor had zakelijke en financiële belangen in RTC, dat door verdachte als zijn eigen bedrijf wordt aangeduid. De rechtbank baseert zich hiervoor op de eigen verklaring van verdachte en op onder verdachte aangetroffen bestanden, waarbij blijkt dat Charles Taylor 50% van de aandelen bezit. Voorts volgt uit een schriftelijk stuk uit 2002 dat de dochter van Charles Taylor aandelen van RTC bezat. Tevens bestaat er een overeenkomst daterend uit september 2002 tussen de aandeelhouders van RTC, te weten verdachte en [P23]. Deze laatste persoon is blijkens een door de verdachte ter terechtzitting afgelegde verklaring door Charles Taylor als contactpersoon naar voren geschoven.

Uit het voorgaande volgt dat verdachte persoonlijk en in zijn hoedanigheid van president van OTC sterke banden met de president van Liberia Charles Taylor had. Dit waren zakelijke belangen van Charles Taylor die direct gerelateerd kunnen worden aan financiële opbrengsten die verdachte genoot in het kader van zijn werkzaamheden voor OTC. Verder blijkt dat verdachte allerlei andere werkzaamheden, die verder los staan van OTC, voor Charles Taylor uitvoerde en die als belangrijk voor het functioneren van Liberia als staat kunnen worden aangemerkt. Voorts blijkt dat belangrijke personen werkzaam binnen OTC ook een toppositie vervulden binnen de kring van Charles Taylor. Deze intensieve samenwerking vindt haar bevestiging in de overdracht van het beheer van de haven aan - in feite - OTC.

Verder volgt uit het voorgaande dat president Charles Taylor ook financiële belangen had in het bedrijf van verdachte, RTC.

De rechtbank stelt vast dat de belangen van Charles Taylor als president van Liberia in sterke mate waren verstrengeld met de financiële belangen van verdachte door diens investeringen in Liberia.

De positie en de rol van verdachte binnen OTC

Formeel was verdachte president van OTC. Dit volgt uit een aantal schriftelijke stukken waarin verdachte als president wordt aangeduid. Verdachte heeft dit ook ter terechtzitting bevestigd.

De taak van de president van OTC is in de Bylaws van OTC omschreven. Volgens die Bylaws is deze taak niet slechts een van louter formele aard, maar houdt die ook feitelijke bemoeienis met OTC in.

Verdachte had ook financiële belangen in OTC. Ter terechtzitting heeft hij verklaard voor 35% aandelen in OTC te bezitten. Bovendien was afgesproken dat hij royalties uitbetaald zou krijgen uit de opbrengsten van OTC.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in de eerste anderhalf jaar van het bestaan van OTC de relaties met Charles Taylor onderhield namens OTC.

Onderzoek aan de bestanden, aangetroffen in de onder verdachte inbeslaggenomen computers en usb-geheugensticks, heeft uitgewezen dat verdachte niet alleen in de oprichtingsfase, maar ook in de periode daarna actief betrokken was bij de bedrijfsvoering van OTC.

Ook uit zijn verklaring bij de rechter-commissaris blijkt dat hij belangrijke werkzaamheden voor OTC verrichtte, waaronder het leggen en het onderhouden van contacten met de Forest Development Authority (FDA), het ministerie van financiën en met Charles Taylor. Dit alles deed hij ook in de periode die ligt na de oprichtingsfase van OTC.

Verdachte, [P1] en [P2] verklaren ook over hun onderlinge samenwerking in het kader van OTC. Verdachte verklaart verder over allerhande vooruitbetalingen die hij namens OTC deed in het kader van de bedrijfsvoering van OTC. Deze door de verdachte als 'public relations' aangemerkte betalingen werden aan allerlei mensen gedaan, waaronder overheidsfunctionarissen. Dat het onder omstandigheden om betalingen ging die in de sfeer van corruptie liggen, heeft verdachte ter terechtzitting bevestigd.

De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat de verdachte een belangrijke rol in de bedrijfsvoering van OTC vervulde. Met name zijn doorlopende contacten met Charles Taylor, de president van Liberia, waarbij hij optrad als vertegenwoordiger van OTC.

De rol van verdachte bij de invoer van de wapens via de haven van Buchanan

De verdachte heeft meermalen verklaard dat hij de eerste anderhalf jaar vanaf de start van OTC als enige voor dit bedrijf alle contacten met Charles Taylor heeft onderhouden. Eerst in de loop van 2000 heeft verdachte [P16] bij Charles Taylor geïntroduceerd.

De rechtbank stelt vast dat de Antarctic Mariner al in 2000 twee keer de haven van Buchanan heeft aangedaan. Dit schip was in die tijd al bij OTC. Tevens voerde OTC gedurende die periode al het beheer over de haven. Uit diverse verklaringen van getuigen komt naar voren dat de Antarctic Mariner ook in dat jaar wapens heeft ingevoerd ten behoeve van Charles Taylor en zijn regime. De rechtbank leidt hieruit af dat in 2000 een direct verband heeft bestaan tussen OTC en de invoer van wapens voor Charles Taylor via de haven van Buchanan. Aangezien verdachte zeker de eerste anderhalf jaar na de oprichting van OTC – dus tot ongeveer eind 2000 – de enige schakel tussen OTC en Charles Taylor is geweest, kan het niet anders dan dat verdachte van de aanvang af bij voortduring een voorname rol heeft gespeeld in deze structurele wapeninvoer.

De rechtbank acht dus bewezen dat verdachte tezamen met een of meer anderen wapens heeft geleverd aan Charles Taylor en/of een rechtspersoon, te weten de staat Liberia.

9. Nadere bewijsmotivering.

De rechtbank stelt vast dat het een feit van algemene bekendheid is:

dat een AK-47 een geweer is,

dat een RPG een anti-tankwapen is,

dat een GMG een machinegeweer is en

dat de Executive Mansion het regeringsgebouw is van Liberia.

De rechtbank heeft zich bij de keuze van de bewijsmiddelen gerealiseerd dat de verklaringen van de getuigen omtrent hetgeen ze gezien hebben, te weten dat wapens uit de Antarctic Mariner werden gelost, op veel details niet gelijkluidend zijn.

Betreffende de verschillen in de details is de rechtbank van oordeel dat deze hun oorzaak vinden ten dele in het grote aantal aanlandingen van de Antarctic Mariner in Buchanan, die, gelet op de instabiliteit van het land Liberia, ten aanzien van aanwezig personeel en gebruikte voertuigen niet steeds onder dezelfde omstandigheden hebben plaatsgevonden, ten dele in onnauwkeurige waarnemingen en herinneringen, ten dele in het in Liberia andere levende besef van tijd en ten dele mogelijk in de wens van getuigen details in te vullen.

De rechtbank acht de essentie van deze verklaringen, zoals opgenomen in de bewijsmiddelen, echter overtuigend.

10. De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan is de rechtbank tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat de verdachte de bij gewijzigde telastlegging als 4 en 5 telastgelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - zoals weergegeven in de hieronder vermelde bewezenverklaring:

4

dat hij in de periode van 21 juli 2001 tot en met 8 mei 2002, te Buchanan, Liberia, tezamen en in vereniging met een ander of anderen

twee maal, te weten

- in de periode van 10 november 2001 tot en met 29 november 2001 en

- in de periode van 28 februari 2002 tot en met 8 maart 2002,

opzettelijk in strijd met het krachtens artikel 2 lid 2 van de Sanctiewet 1977 vastgestelde verbod van artikel 2 van de Sanctieregeling Liberia 2001,

houdende het verbod tot het verkopen of leveren aan natuurlijke personen of rechtspersonen in Liberia van wapens, munitie en militaire uitrusting, goederen, bewapende en niet bewapende emplacementen, dan wel onderdelen, reparaties en onderhoud daarvan, alsmede militaire technologie, aangewezen in de bijlage bij het In- en uitvoerbesluit strategische goederen,

heeft geleverd wapens aangewezen in de bijlage bij het In- en uitvoerbesluit strategische goederen aan een natuurlijk persoon en/of een rechtspersoon in Liberia,

immers hebben hij, verdachte, als president van de Oriental Timber Corporation en een of meer van zijn mededaders toen en daar telkens opzettelijk

wapens, te weten AK-47’s en/of RPG’s en/of GMG’s, geleverd aan Charles Taylor en/of een rechtspersoon in Liberia;

5

dat hij in de periode van 26 september 2002 tot en met 7 mei 2003, te Buchanan, Liberia, tezamen en in vereniging met een ander of anderen

twee maal, te weten

- in de periode van 15 december 2002 tot en met 30 december 2002 en

- in de periode van 25 april 2003 tot en met 7 mei 2003,

opzettelijk in strijd met het krachtens artikel 2 lid 2 van de Sanctiewet 1977 vastgestelde verbod van artikel 2 van de Sanctieregeling Liberia 2002,

houdende het verbod tot het verkopen of leveren aan natuurlijke personen of rechtspersonen in Liberia van wapens, munitie en militaire uitrusting, goederen, bewapende en niet bewapende emplacementen, dan wel onderdelen, reparaties en onderhoud daarvan, alsmede militaire technologie, aangewezen in de bijlage bij het In- en uitvoerbesluit strategische goederen,

heeft geleverd wapens aangewezen in de bijlage bij het In- en uitvoerbesluit strategische goederen aan een natuurlijk persoon en/of een rechtspersoon in Liberia,

immers hebben hij, verdachte, als president van de Oriental Timber Corporation en een of meer van zijn mededaders toen en daar telkens opzettelijk

wapens, te weten AK-47’s en/of RPG’s en/of GMG’s, geleverd aan Charles Taylor en/of een rechtspersoon in Liberia.

11. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

De verdediging heeft voor het geval de rechtbank de feiten 4 en/of 5 bewezen acht, onder verwijzing naar artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties, aangevoerd dat Liberia zich diende te verdedigen tegen de aanvallen van de rebellen en dat dat ook volkenrechtelijk was toegestaan. Liberia had voor die verdediging wapens nodig en dat zou een rechtvaardigingsgrond opleveren voor het leveren van die wapens, zodat verdachte zou moeten worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

De verdediging doet hiermee een beroep op het ontbreken van de materiële wederrechtelijkheid van het handelen van verdachte.

De rechtbank verwerpt dit verweer op de navolgende gronden:

Artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties luidt – voor zover van belang – als volgt:

'Geen enkele bepaling van dit Handvest doet afbreuk aan het inherente recht tot individuele of collectieve zelfverdediging in geval van een gewapende aanval tegen een Lid van de Verenigde Naties, totdat de Veiligheidsraad de noodzakelijke maatregelen ter handhaving van de internationale vrede en veiligheid heeft genomen'.

Die maatregelen waren ten tijde van het begaan van hetgeen onder de feiten 4 en 5 bewezen is verklaard al genomen door de Veiligheidsraad en wel door het aannemen op 7 maart 2001 van de Resolutie 1343 (2001). Hierbij is onder andere vastgesteld dat de ondersteuning die Liberia gaf aan gewapende rebellengroepen in buurlanden en meer in het bijzonder het Revolutionary United Front (RUF) in Sierra Leone een bedreiging vormde voor de internationale vrede en veiligheid in de regio.

Over een gerechtvaardigde zelfverdediging door Liberia wordt in deze resolutie in het geheel niet gesproken. Het tegendeel is het geval. Van Liberia wordt de stopzetting geëist van onder meer steun aan het RUF en andere gewapende rebellengroepen waaronder het beëindigen van de overdracht van wapens en munitie, het geven van militaire training, het voorzien in logistiek en op het gebied van de communicatie het leveren van steun.

In de op 6 mei 2002 aangenomen Resolutie 1408 (2002) maakt de Veiligheidsraad nogmaals zijn ernstige zorgen bekend over het niet voldoen van Liberia aan de maatregelen opgelegd in Resolutie 1343, met name op het punt van de verwerving van wapens.

Tevens wordt besloten dat de maatregelen die waren opgelegd in Resolutie 1343 nog voor een periode van twaalf maanden van kracht blijven.

Ook de door de verdediging aangehaalde delen van het rapport S/2003/466 gedateerd 22 april 2003 van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties aan de Veiligheidsraad kunnen naar het oordeel van de rechtbank niet leiden tot de conclusie dat er sprake was van een situatie van zelfverdediging door Liberia.

De Veiligheidsraad neemt na de ontvangst van dat rapport op 6 mei 2003 de Resolutie 1478 (2003) aan, waarin opnieuw de ernstige bezorgdheid wordt uitgedrukt over het voortduren van de schendingen door Liberia van de eerder opgelegde maatregelen. Ook in deze resolutie worden de maatregelen opgelegd in Resolutie 1343 weer voor de volgende twaalf maanden van kracht verklaard.

Ten tijde van de feiten 4 en 5 waren er dus al maatregelen door de Veiligheidsraad genomen en Liberia was verplicht deze maatregelen na te leven. Een beroep op artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties kan dan ook niet opgaan.

Daarbij heeft de Veiligheidsraad keer op keer de opgelegde maatregelen verlengd en daarmee impliciet bevestigd dat er voor Liberia geen situatie van zelfverdediging was.

De levering van wapens aan Liberia was dan ook niet gerechtvaardigd en derhalve een strafbaar feit.

Het beroep op een ontslag van alle rechtsvervolging ten aanzien van de feiten 4 en 5 dient dan ook te worden afgewezen.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

12. Overwegingen met betrekking tot verandering van wetgeving.

Na het begaan van het onder 4 bewezenverklaarde is de Wet op de economische delicten enige malen gewijzigd. In deze zaak is slechts de wijziging met betrekking tot de Sanctiewet 1977 van belang.

De Sanctiewet 1977 was opgenomen in artikel 1, aanhef en onder 2º, van de Wet op de economische delicten en werd bij de Wet van 16 mei 2002 van daaruit verplaatst naar artikel 1, aanhef en onder 1º, van de Wet op de economische delicten. Deze wijziging trad in werking op 7 juni 2002 (Stb. 2002, 270).

Het gevolg van deze wijziging is dat de maximumstraffen voor overtreding van de Sanctiewet 1977 zijn verhoogd.

Niet gezegd kan worden dat de wijziging van de Wet op de economische delicten met betrekking tot de Sanctiewet 1977 die plaatsvond na het begaan van het onder 4 bewezenverklaarde voor de verdachte gunstiger bepalingen heeft opgeleverd die nopen tot toepassing van artikel 1, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht.

De toepasselijke wettelijke bepaling met betrekking tot het onder 4 bewezenverklaarde is derhalve artikel 1 van de Wet op de economische delicten zoals dat artikel luidde ten tijde van het begaan van die feiten.

13. Strafmotivering.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Het verbod tot het leveren van wapens aan Liberia als neergelegd in de Sanctieregeling Liberia 2001 en in de Sanctieregeling Liberia 2002 is ingesteld naar aanleiding van de Verordening (EG) nr.1146/2001 van de Raad van de Europese Unie van 11 juni 2001 (PbEG L 126) respectievelijk de Verordening (EG) nr.1318/2002 van de Raad van de Europese Unie van 22 juli 2002 (PbEG L 156). Beide verordeningen betreffen een aantal beperkende maatregelen ten aanzien van Liberia. Deze verordeningen zijn weer een uitvloeisel van de resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties 1343 (2001) van 7 maart 2001 respectievelijk 1408 (2002) van 6 mei 2002.

Resolutie 1343 is aangenomen, omdat was vastgesteld dat de actieve steun van de regering van Liberia aan gewapende rebellengroepen in buurlanden, in het bijzonder aan het RUF in Sierra Leone, een bedreiging vormde voor de internationale vrede en veiligheid in de regio.

Resolutie 1408 is aangenomen, omdat was vastgesteld dat de regering van Liberia Resolutie 1343 niet was nagekomen en dat de actieve steun van de regering van Liberia aan gewapende rebellengroepen in de regio, in het bijzonder aan voormalige RUF-strijders die voortgingen met het destabiliseren van de regio, een bedreiging vormde voor de internationale vrede en veiligheid in de regio.

Door deze verboden op grote schaal te overtreden heeft verdachte een wezenlijke bijdrage geleverd aan inbreuken op de internationale vrede en aan de destabilisering en onveiligheid in de regio waartoe Liberia behoort. Verdachte heeft bij deze verbodsovertredingen door zijn nauwe samenwerking met de toenmalige president van Liberia Taylor en zijn belangrijke functie bij OTC, waardoor hij de wapeninvoer in Liberia via de haven van Buchanan mogelijk heeft gemaakt, een cruciale rol gespeeld. Verdachte heeft zich bij zijn handelen slechts laten leiden door zijn financiële belangen in de bedrijven waarin hij deelnam, zoals RTC en OTC. Dit alles terwijl verdachte met het bestaan van de verboden bekend was.

Verdachte heeft aldus niet alleen gehandeld in strijd met de Nederlandse nationale verbodsbepalingen, maar ook willens en weten gehandeld in strijd met de internationale rechtsorde.

De inbreuken op de internationale vrede en de destabilisering en onveiligheid in de regio waartoe Liberia behoort, hebben talloze slachtoffers tot gevolg gehad. Dit blijkt onder meer uit de zich in het dossier bevindende rapporten van Human Rights Watch en de inhoud van de door de getuige [P52] tegenover de rechter-commissaris op 19 april 2006 afgelegde verklaring. Veel mensen zijn gedood en veel wreedheden zijn begaan.

De rechtbank is van oordeel dat de bewezen verklaarde feiten en de gevolgen daarvan dermate ernstig zijn, dat de voor deze feiten bedreigde maximum gevangenisstraf dient te worden opgelegd. Dat aan de rechtbank geen eerdere veroordeling van verdachte bekend is, doet hieraan niet af. Er zijn geen andere feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die tot matiging van de straf zouden moeten leiden.

Voor het opleggen van een geldboete naast de gevangenisstraf, zoals door het openbaar ministerie gevorderd, ziet de rechtbank geen aanleiding, nu volgens de verklaring van verdachte zijn investeringen in Liberia en Congo-Brazzaville verloren zijn gegaan en overigens niet aannemelijk is geworden dat hij een aanzienlijke boete zal kunnen betalen.

14. Inbeslaggenomen voorwerpen.

De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de blijkens de beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 1 tot en met 54.

15. De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straf is gegrond op:

- de artikelen 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;

- de artikelen 1, aanhef en onder 2º (oud), 1, aanhef en onder 1º, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;

- de artikelen 2 (oud), 2, 3 (oud), 3 en 13 van de Sanctiewet 1977;

- artikel 2 van de Sanctieregeling Liberia 2001;

- artikel 2 van de Sanctieregeling Liberia 2002;

- ML1 en ML2 van de bijlage van het In- en uitvoerbesluit strategische goederen.

16. De beslissing.

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij gewijzigde telastlegging onder 1A -primair, subsidiair, meer subsidiair-, 1B, 2A -primair, subsidiair, meer subsidiair-, 2B, 3A -primair, subsidiair, meer subsidiair- en 3B telastgelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij gewijzigde telastlegging onder 4 en 5 telastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 4:

- medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 2 (oud) van de Sanctiewet 1977, meermalen gepleegd;

ten aanzien feit 5:

- medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 2 van de Sanctiewet 1977, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

- een gevangenisstraf voor de duur van 8 JAREN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

in verzekering gesteld op : 18 maart 2005;

in voorlopige hechtenis gesteld op : 21 maart 2005;

heft ten aanzien van de onder 1A -primair, subsidiair, meer subsidiair-, 1B, 2A -primair, subsidiair, meer subsidiair-, 2B, 3A -primair, subsidiair, meer subsidiair- en 3B telastgelegde feiten de voorlopige hechtenis op;

gelast de teruggave aan de verdachte van de op de hierna opgenomen beslaglijst vermelde inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 1 tot en met 54.

Dit vonnis is gewezen door

mrs R.A.C. van Rossum, voorzitter,

R.J.A. Schaaf en J.R.G. Jofriet, rechters,

in tegenwoordigheid van mrs M. Gest en C.J.M. van de Vrede, griffiers,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 07 juni 2006.