Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2006:AW7392

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
15-03-2006
Datum publicatie
03-05-2006
Zaaknummer
06/201 R
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

verzoekschrift schuldsanering ingediend door gemeente

Betrokkene is gezien haar psychische gesteldheid niet in staat is om de ernst van de ontstane situatie waarin zij thans verkeert te onderkennen. Dreigende ontruiming woning. Beroep op wettelijke schuldsaneringsregeling. Benoeming bewindvoerder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

insolventienummer: 06/201 R

nummer verklaring: HIL0110500083

uitspraakdatum: 15 maart 2006

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

sector civiel recht - enkelvoudige kamer

Burgemeester en wethouders van de gemeente [woonplaats] (hierna te noemen: gemeente) hebben een verzoekschrift ingediend ex art 284 lid 4 Faillissementswet (Fw.) ten behoeve van:

[voornaam] [achternaam],

wonende te [a-straat]

[postcode] [woonplaats],

verzoekster,

heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

1. Procesverloop

1.1

De gemeente heeft in het verzoekschrift aangegeven dat mevrouw [achternaam] gezien haar psychische gesteldheid niet in staat is om de ernst van de ontstane situatie waarin zij thans verkeert te onderkennen. De woningbouwvereniging, [A.], heeft aangegeven op korte termijn over te zullen gaan tot ontruiming van de woning van mevrouw [achternaam]. Teneinde te voorkomen dat de woning van mevrouw [achternaam] ontruimd wordt en dientengevolge haar psychische gesteldheid, een ernstige vorm van schizofrenie, zal verslechteren, doet de gemeente ten behoeve mevrouw [achternaam] een beroep op de wettelijke schuldsaneringsregeling. Tevens blijkt uit onderliggende stukken dat op 9 februari 2005 door de kantonrechter te [Q.] een beschikking tot onderbewindstelling van mevrouw [achternaam] is gegeven. Tot bewindvoerder is benoemd Stichting Financiële Dienstverlening Zuid-Holland Noord te Noordwijkerhout.

1.2

Namens de gemeente is ter terechtzitting van 15 maart 2006 bij volmacht verschenen en omtrent dit verzoekschrift gehoord mevrouw [B], bestuurlijk juridisch medewerker afdeling Middelen. Voorts is verschenen en gehoord de heer [C.], casemanager/maatschappelijk werker GGZ Duin- en Bollenstreek, maatschappelijk werker van mevrouw [achternaam]. Mevrouw [achternaam] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

1.3

Mevrouw [B.] heeft verklaard dat door de beschermingsbewindvoerder aan de gemeente is gerapporteerd dat de ontruiming van de woning op korte termijn zal gaan plaatsvinden. Nu mevrouw [achternaam] gezien haar psychische gesteldheid niet bij machte is om de ernst van de situatie te kunnen inschatten, stelt de gemeente dat dit voldoende reden is om de rechtbank te verzoeken de schuldsaneringsregeling op mevrouw [achternaam] van toepassing te verklaren.

1.4

De heer [C.] heeft verklaard dat thans een verzoek aanhangig is gemaakt strekkende

tot het onder curatele stellen van mevrouw [achternaam]. Een datum voor de behandeling van dit verzoek is nog niet bekend. Voorts heeft hij aangegeven dat afwijzing van het verzoekschrift tot toepassingverklaring van de schuldsaneringsregeling zal leiden tot ontruiming van de woning van mevrouw [achternaam]. Dit zal volgens hem onherroepelijk leiden tot een gedwongen opvang in de gemeente [R.] aangezien deze gemeente door de rijksoverheid is aangewezen als centrumgemeente voor de opvang van daklozen in de regio Duin- en Bollenstreek. Hij acht een en ander zeer onwenselijk met betrekking tot een succesvolle behandeling van de psychische aandoening van mevrouw [achternaam].

1.5

Desgevraagd hebben zowel mevrouw [B.] als de heer [C.] verklaard dat het om diverse redenen niet mogelijk is dat aan mevrouw [achternaam] een extra bijstandsuitkering in de vorm van een lening wordt verstrekt waardoor de relatief lage schuldenlast van € 5.407,54 kan worden voldaan.

2. Ontvankelijkheid gemeente

2.1

Gelet op de door de gemeente overgelegde documenten en gelet op het gestelde ter terechtzitting, stelt de rechtbank vast dat de huidige psychische gesteldheid van mevrouw [achternaam] voldoende grondslag biedt aan de gemeente om een verzoekschrift ex art. 284 lid 4 Fw. ten behoeve van mevrouw [achternaam] in te dienen. Het door de gemeente ingediende verzoekschrift is derhalve ontvankelijk.

3. Motivering

Gelet op de door de gemeente overgelegde documenten en gelet op het behandelde ter terechtzitting stelt de rechtbank vast dat mevrouw [achternaam] in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen. De rechtbank zal op grond van art. 287 lid 7 Fw. de schuldsaneringsregeling voorlopig van toepassing verklaren. Voorts zal de rechtbank op grond van art. 287 lid 4 Fw. een datum bepalen voor de behandeling van de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank bepaalt dat bij deze behandeling mevrouw [achternaam] althans - indien zij onder curatele is gesteld – de curator, een vertegenwoordiger van de gemeente, de bewindvoerder en de beschermingsbewindvoerder aanwezig dienen te zijn. Bovendien dient te blijken dat mevrouw [achternaam] onder curatele (art 1:378 lid 1 BW ) is gesteld.

De rechtbank acht het wenselijk dat de thans door de integrale hulpverlening aangeboden voorzieningen gehandhaafd blijven gedurende de voorlopige toepassing van de schuldsaneringsregeling.

De bewindvoerder dient nader onderzoek te verrichten naar de aard en de omvang van de schuldenlast van mevrouw [achternaam]. Bovendien dient te bewindvoerder na te gaan of zodanige voorzieningen zijn getroffen teneinde te bewerkstelligen dat mevrouw [achternaam] de verplichtingen voortvloeiende uit de wet kan nakomen. De bewindvoerder dient uiterlijk een week voor de behandeling van de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling verslag en advies uit te brengen aan de rechtbank.

BESLISSING

De rechtbank:

stelt vast dat Burgemeester & Wethouders ontvankelijk zijn in hun verzoek;

stelt vast dat mevrouw [achternaam] voornoemd in de toestand verkeert dat zij heeft

opgehouden te betalen;

spreekt de voorlopige toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[mevrouw] [achternaam], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te [a-straat], [postcode] [woonplaats];

benoemt tot rechter-commissaris mr. D. de Loor en tot bewindvoerder

mr. F.R. van der Stroom (Sociaal.nl Schuldsanering BV),

correspondentieadres:

Postbus 845

1440 AV Purmerend;

geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen;

kent aan de bewindvoerder voor de duur van de schuldsaneringsregeling een voorschot toe op het salaris ter hoogte van het bedrag als bedoeld in artikel 320, lid 6 van de Faillissementswet en vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur, zoals deze nu of te eniger tijd geldt;

bepaalt dat dit voorschot opeisbaar wordt na het verstrijken van de maand waarop het betrekking heeft;

bepaalt dat elke bevoegdheid van derden tot verhaal op tot de boedel behorende goederen of tot opeising van goederen die zich in de macht van de schuldenaar of de bewindvoerder bevinden, voor een periode van twee maanden niet dan met machtiging van de rechter-commissaris kan worden uitgeoefend.

houdt de beslissing op het verzoek tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling aan tot 19 april 2006 om 13.30 uur.

Gewezen door mr. A.J.M. Slot en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 maart 2006 in tegenwoordigheid van G.J. Ouwehand, griffier.