Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2006:AV0859

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
19-01-2006
Datum publicatie
03-02-2006
Zaaknummer
AWB 05/56271
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Beleidsregels beëindiging verstrekking leefgelden aan ex-ama’s

Het geschil heeft betrekking op het niet continueren van de verstrekking van leefgeld aan een ex-ama. Zowel het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (AWB 05/56271), de Minister van Justitie (AWB 06/1544) als de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie (AWB 06/691) zijn door de vreemdeling in rechte betrokken.

Verzoekster heeft van de Stichting Nidos de mededeling gekregen dat per 18 december 2005 de verstrekking van het leefgeld aan haar wordt beëindigd, derhalve heeft zij bij verzoekschrift van 15 december 2005 verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat de verstrekking van leefgeld aan haar wordt gecontinueerd tot op bezwaar is beslist. De geboortedatum van verzoekster is door de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, op basis van een leeftijdsonderzoek, geregistreerd als geboren op 1 januari 1986, terwijl het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers verzoekster heeft geregistreerd op de door verzoekster gestelde geboortedatum 18 december 1987. Verzoekster maakt nu aan de ene kant geen recht op een verblijfsvergunning regulier, onder de beperking “voortgezet verblijf” en aan de andere kant valt zij buiten de doelgroep waarvoor het “Project terugkeer ex-alleenstaande minderjarige asielzoekers (ex-ama’s)” is opgezet. De voorzieningenrechter stelt vast dat ingevolge artikel 1, eerste lid, van het Mandaatbesluit COA, aan het bestuur van het COA mandaat wordt verleend van de bevoegdheid om besluiten te nemen ter uitvoering van de beleidsregels van de Minister van Justitie tot beëindiging van verstrekking van leefgelden aan ex-ama’s. Mandaatverlening heeft tot gevolg dat een bevoegdheid wordt uitgeoefend door een ander op naam en onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan, waaraan deze bevoegdheid is geattribueerd. Omdat bij mandaatverlening de verantwoordelijkheid voor de uitoefening van de bevoegdheid niet verschuift, blijft de beslissing van de mandataris een beslissing van de mandant. Daarom dient dan ook de mandant en niet de mandataris als verwerend orgaan te worden aangemerkt. De voorzieningenrechter stelt daarnaast vast dat uit het Mandaatbesluit COA volgt dat het COA, de mandataris, enkel bevoegd is de leefgelden aan ex-ama’s te beëindigen en niet om de leefgelden te verstrekken of te continueren. De bevoegdheid om de leefgelden aan ex-ama’s te verstrekken of te continueren valt derhalve, gelet op het hier bovenstaande, onder de competentie van de mandans. Derhalve is de Minister van Justitie bevoegd om de leefgelden aan ex-ama’s te verstrekken of te continueren. De voorzieningenrechter overweegt dat het COA en de Minister van Justitie op goede gronden hebben besloten de gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie als uitgangspunt te nemen en verzoekster de geboortedatum 18 december 1987 toe te kennen, aangezien voorop moet worden gesteld dat met het begrip “basisadministratie” tot uitdrukking is gebracht dat deze administratie een informatiefunctie heeft ten behoeve van alle organen binnen de overheid en de semi-overheid. De (semi-)overheidsorganen dienen de voor hen relevante algemene persoonsgegevens in beginsel te ontlenen aan deze basisadministratie. Dit brengt mee dat de opgenomen persoonsgegevens aan hoge eisen van betrouwbaarheid moeten voldoen, te meer nu afname van de gegevens doorwerking kent in de vaststelling van rechten en plichten die in de wederzijdse verhouding tussen burger en overheid bestaan. Dit te meer nu de grondslag aan de door de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie vastgestelde geboortedatum van verzoekster, door de resultaten van het herbeoordelingonderzoek van het leeftijdsonderzoek, is komen te vervallen, hetgeen door de Minister van Vreemdelingenzaken en Integratie ter zitting is erkend. Nu aangenomen dient te worden dat de onderzoeksresultaten van het oorspronkelijk leeftijdsonderzoek en de resultaten van het herbeoordelingonderzoek beide onbruikbaar zijn, hebben het COA en de Minister van Justitie, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, terecht de gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie als uitgangspunt genomen. Derhalve zal de voorzieningenrechter als geboortedatum van verzoekster 18 december 1987 aanmerken, zodat,…

In zaak tegen het COA

…verzoekster niet valt binnen de doelgroep waarvoor het COA gemandateerd was het leefgeld te beëindigen. Nu het COA evenmin de bevoegdheid heeft te besluiten dat het verstrekken van leefgelden aan verzoekster worden gecontinueerd, is de voorzieningenrechter dan ook van oordeel dat het COA zich terecht onbevoegd heeft verklaard om als verwerend orgaan te worden aangemerkt.

In zaak tegen de Minister van Justitie

…de Minister van Justitie geen beëindigingsbesluit met betrekking tot het stopzetten van de leefgelden behoeft te nemen, aangezien verzoekster, gelet op de gegevens van de gemeentelijke basisadministratie, na 21 augustus 2005 de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en de verstrekking van leefgeld aan verzoekster, ingevolge de “Beleidsregels beëindiging verstrekking leefgelden aan ex-ama’s” derhalve van rechtswege is geëindigd.

In zaak tegen de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie

…verzoekster buiten de doelgroep van het “Project terugkeer ex-ama’s” valt en er derhalve voor de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie geen verplichting is om het dossier van verzoekster aan het COA aan te leveren zodat zij in aanmerking kan komen voor verstrekking van leefgelden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’S-GRAVENHAGE

Voorzieningenrechter

Vreemdelingenkamer

Nevenzittingsplaats Arnhem

Registratienummer: Awb 05/56271

Datum uitspraak: 19 januari 2006

Uitspraak

ingevolge artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 71 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) en artikel 3a van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers

in de zaak van

A,

geboren op [...] december 1987,

v-nummer 2007.46.7292,

Burger van Mauritanië,

verzoekster,

gemachtigde mr. J.J. Eizenga,

tegen

HET CENTRAAL ORGAAN OPVANG ASIELZOEKERS,

verweerder,

niet verschenen.

Het procesverloop

Bij brief van 1 december 2005 heeft verzoekster verweerder verzocht om binnen zeven dagen na dagtekening van het verzoek mede te delen of het door Stichting Nidos verstrekte leefgeld dat verzoekster ontvangt, na [...] december 2005 wordt gecontinueerd. Daarbij heeft verzoekster aangegeven dat indien niet binnen zeven dagen op dit verzoek wordt gereageerd, dit zal worden gezien als een fictieve weigering.

Op 14 december 2005 heeft verzoekster bij het COA bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig nemen van een besluit.

Bij verzoekschrift van 15 december 2005 heeft verzoekster verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat de verstrekking van leefgeld aan haar wordt gecontinueerd tot op bezwaar is beslist.

Openbare behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 12 januari 2006. Verzoekster is verschenen bij gemachtigde.

De beoordeling

1. Ingevolge artikel 8:81 van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bezwaar is gemaakt, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekster op 15 december 2005 heeft verzocht de voorlopige voorziening te treffen hangende het bezwaar tegen het niet tijdig nemen van een besluit van 14 december 2005. Ingevolge artikel 6:2, aanhef, en onder b, van de Awb wordt met een besluit gelijkgesteld het niet tijdig nemen van een besluit. Derhalve voldoet de verzochte voorlopige voorziening aan het connexiteitsvereiste.

3. Stichting Nidos heeft verzoekster medegedeeld, dat per [...] december 2005 de verstrekking van het leefgeld aan haar wordt beëindigd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft het stopzetten van de leefgelden aan verzoekster een zo ingrijpend karakter dat zij belang heeft om op korte termijn duidelijkheid te verkrijgen over haar huidige leef- en woonsituatie en al dan niet aanspraak kan blijven maken op verstrekkingen van leefgelden. Verzoekster heeft derhalve een spoedeisend belang bij de verzochte voorziening.

4. Getoetst dient te worden of de verstrekking van leefgeld aan verzoekster gecontinueerd dient te worden omdat het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft.

5. Verweerder stelt zich op het standpunt dat hij onbevoegd is, omdat de zaak niet door het Ministerie van Justitie is aangeleverd.

6. Verzoekster stelt zich op het standpunt dat zij door inconsequente leeftijdsregistratie bij de verschillende bestuursorganen tussen de wal en het schip dreigt te geraken. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) heeft verzoekster op basis van een leeftijdsonderzoek geregistreerd als geboren op [...] januari 1986, terwijl verweerder haar heeft geregistreerd op de door verzoekster gestelde geboortedatum [...] december 1987. Verzoekster maakt nu aan de ene kant geen recht op een verblijfsvergunning regulier, onder de beperking “voortgezet verblijf” en aan de andere kant valt zij buiten de doelgroep waarvoor het “project terugkeer ex-alleenstaande minderjarige asielzoekers (ex-ama’s)” is opgezet.

7. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

Ingevolge artikel 1, eerste lid, van het besluit van de Minister van Justitie van 19 november 2004 (nr. 5329852/05/DJJ), houdende verlening van mandaat aan het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers tot het nemen van besluiten inzake beëindiging van het verstrekken van leefgelden aan ex-ama’s alsmede verlening van procesbevoegdheid terzake (Mandaatbesluit COA), wordt aan het bestuur van het COA mandaat verleend van de bevoegdheid om besluiten te nemen ter uitvoering van de beleidsregels van de Minister van Justitie tot beëindiging van verstrekking van leefgelden aan ex-ama’s.

8. Mandaatverlening heeft tot gevolg dat een bevoegdheid wordt uitgeoefend door een ander op naam en onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan, waaraan deze bevoegdheid is geattribueerd. Omdat bij mandaatverlening de verantwoordelijkheid voor de uitoefening van de bevoegdheid niet verschuift, blijft de beslissing van de mandataris een beslissing van de mandant. Daarom dient dan ook de mandant en niet de mandataris als verwerend orgaan te worden aangemerkt.

De voorzieningenrechter stelt vast dat uit het Mandaatbesluit COA volgt dat verweerder, de mandataris, enkel bevoegd is de leefgelden aan ex-ama’s te beëindigen en niet om de leefgelden te verstrekken of te continueren. De bevoegdheid om de leefgelden aan ex-ama’s te verstrekken of te continueren valt derhalve, gelet op het hier bovenstaande, onder de competentie van de mandans. Derhalve is het Ministerie van Justitie bevoegd om de leefgelden aan ex-ama’s te verstrekken of te continueren.

De voorzieningenrechter overweegt voorts dat uit de “Beleidsregels beëindiging verstrekking leefgelden aan ex-ama’s” (kenmerk 5318904/04/DJJ) volgt dat, ten aanzien van het beëindigen van het leefgeld er een onderscheid gemaakt dient te worden tussen ex-ama’s die voor 21 augustus 2005 achttien jaar zijn geworden en zij die na 21 augustus 2005 de achttien jarige leeftijd hebben bereikt. Voor de ama’s die op 21 augustus 2005 of later achttien jaar zijn geworden, eindigt het leefgeld automatisch bij het bereiken van de leeftijd van achttien jaar. Hier is geen beëindigingbeschikking voor nodig. Deze ex-ama’s vallen niet onder de doelgroep van de ministeriele opdracht die verweerder is gaan uitvoeren. Het leefgeld van ex-ama’s die vóór 21 augustus 2005 achttien jaar zijn geworden, wordt daarentegen per beëindigbeschikking beëindigd. Het zijn deze ex-ama’s waar verweerder de opdracht voor heeft gekregen om voor de beëindiging zorg te dragen. Alvorens te beoordelen of verweerder, zoals door verzoekster is aangevoerd niet de juiste procedure in acht heeft genomen bij het beëindigen van het leefgeld, dient te worden vastgesteld of verzoekster deel uitmaakt van de ex-ama’s die onder de doelgroep vallen van de ministeriele opdracht. Dit is het geval indien verzoekster voor 21 augustus 2005 de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.

9. De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder de gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie als uitgangspunt heeft genomen bij de vaststelling van verzoeksters geboortedatum. Daaruit volgt dat hij verzoekster heeft aangemerkt als geboren op [...] december 1987.

10. De voorzieningenrechter overweegt hieromtrent dat voorop wordt gesteld dat met het begrip “basisadministratie” tot uitdrukking is gebracht dat deze administratie een informatiefunctie heeft ten behoeve van alle organen binnen de overheid en de semi-overheid. De (semi-)overheidsorganen dienen de voor hen relevante algemene persoonsgegevens in beginsel te ontlenen aan deze basisadministratie. Dit brengt mee dat de opgenomen persoonsgegevens aan hoge eisen van betrouwbaarheid moeten voldoen, te meer nu afname van de gegevens doorwerking kent in de vaststelling van rechten en plichten die in de wederzijdse verhouding tussen burger en overheid bestaan.

Mede in dit licht kan het niet zo zijn dat de betreffende bestuursorganen in het onderhavige geval verschillende geboortedata hanteren, waardoor verzoekster tussen de wal en het schip dreigt te geraken. De voorzieningenrechter is, evenals verweerder, van oordeel dat uit dient te worden gegaan van één en dezelfde geboortedatum.

11. Het vorengaande leidt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat verweerder terecht en op goede gronden heeft besloten de gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie als uitgangspunt te nemen en verzoekster de geboortedatum [...] december 1987 toe te kennen.

Te meer nu de grondslag aan de door de IND vastgestelde geboortedatum van verzoekster, door de resultaten van het herbeoordelingonderzoek van het leeftijdsonderzoek, is komen te vervallen, hetgeen door de Minister van Vreemdelingenzaken en Integratie ter zitting is erkend. De voorzieningenrechter overweegt daartoe dat de Minister van Vreemdelingenzaken en Integratie op 12 maart 2001 met betrekking tot verzoekster een leeftijdsonderzoek heeft laten plaatsvinden. Uit de conclusies van dit leeftijdsonderzoek volgt dat “[...] rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid van minderjarigheid ten tijde van de asielaanvraag, hoewel meerderjarigheid zeker niet uit te sluiten is.” Op 9 november 2005 heeft de Minister van Vreemdelingenzaken en Integratie een radiologisch herbeoordelingonderzoek van de oorspronkelijke resultaten van het eerste leeftijdsonderzoek laten plaatsvinden. Uit de conclusies van dit leeftijdsonderzoek volgt dat “[...] de herbeoordeling kan niet anders worden geïnterpreteerd als dat minderjarigheid uitgesloten is en dat betrokkene meerderjarig is.” Uit de conclusie die de radioloog, drs. H.Th. van der Pas, naar aanleiding van de resultaten van het herbeoordelingonderzoek trekt blijkt dat, door de discrepantie tussen de oorspronkelijke beoordeling van het leeftijdsonderzoek van 21 maart 2001 en de herbeoordeling van datzelfde leeftijdsonderzoek op 9 november 2005, “beide conclusies niet tegelijkertijd mogelijk zijn zodat niets anders meer rest dan te verklaren dat zowel de oorspronkelijke beoordeling als de herbeoordeling onbruikbaar zijn en terzijde gelegd dienen te worden.”

Nu aangenomen dient te worden dat de onderzoeksresultaten van het oorspronkelijk leeftijdsonderzoek en de resultaten van het herbeoordelingonderzoek beide onbruikbaar zijn, heeft verweerder, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, terecht de gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie als uitgangspunt genomen. Derhalve zal de voorzieningenrechter als geboortedatum van verzoekster [...] december 1987 aanmerken.

12. Uit het hier bovenstaande volgt dat verzoekster niet valt binnen de hiervoor genoemde doelgroep waarvoor verweerder gemandateerd was het leefgeld te beëindigen. Nu verweerder evenmin de bevoegdheid heeft te besluiten dat het verstrekken van leefgelden aan verzoekster worden gecontinueerd, is de voorzieningenrechter dan ook van oordeel dat verweerder zich terecht onbevoegd heeft verklaard om als verwerend orgaan te worden aangemerkt. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening kan dan ook niet worden ingewilligd. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

De beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.F. Gielissen en in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2006 in tegenwoordigheid van L.E. Huberts als griffier.

de griffier de voorzieningenrechter

Rechtsmiddel:

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.