Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2006:16884

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
25-10-2006
Datum publicatie
18-05-2017
Zaaknummer
226279/HA ZA 04-2618
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

incidenteel vonnis

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

hw/hcm/afd.I.inc.

zaaknummer: 226279

rolnummer: HA ZA 04-2618

datum vonnis: 25 oktober 2006

RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE

sector civiel recht - enkelvoudige kamer

Incidenteel vonnis in de zaak met rolnummer HA ZA 04-2618 van:

de naamloze vennootschap ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V., mede handelend onder de naam Topland Agrarische Verzekeringen,

statutair gevestigd te Apeldoorn,

eiseres in de hoofdzaak,

eiseres in het incident in conventie, verweerster in het incident in reconventie,

procureur: mr. W. Taekema,

tegen

1 de vennootschap onder firma [de V.O.F.] ,

gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,

alsmede haar vennoten

2. [vennoot sub 1] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

3. [vennoot sub 2] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagden sub 1, 2 en 3 in de hoofdzaak,

verweerders in het incident in conventie,

procureur: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt,

en

4 de besloten vennootschap [B.V. 1] ,

gevestigd te [vestigingsplaats 2] , gemeente [gemeente] ,

5. de besloten vennootschap [B.V. 2] ,

gevestigd te [vestigingsplaats 2] , gemeente [gemeente] ,

gedaagden sub 4 en 5 in de hoofdzaak,

verweersters in het incident in conventie, eiseressen in het incident in reconventie,

procureur: mr. J. Streefkerk.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘Achmea’, ‘ [de V.O.F. c.s.] ’ en ‘ [B.V. 1 c.s.] ’.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken, waaronder twee vonnissen in vrijwaringsincidenten d.d. 3 november 2004 en 16 februari 2005. Door te grote werkvoorraden kan de rechtbank pas heden dit incidenteel vonnis wijzen.

RECHTSOVERWEGINGEN

1. Vordering, grondslag en verweer

In de hoofdzaak

1.1

Achmea vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, hoofdelijke veroordeling van [de V.O.F. c.s.] en [B.V. 1 c.s.] tot betaling aan haar van in totaal € 1.519.080,72 (zie het petitum van de dagvaarding voor een specificatie van dit bedrag), vermeerderd met rente en kosten.

1.2

Achmea stelt daartoe bij dagvaarding als volgt. Tussen Achmea, althans Topland (haar rechtsvoorgangster), en [X B.V.] (hierna: [X B.V.] ) bestond op 27 oktober 2002 een overeenkomst van schadeverzekering, het zogenaamde Glastuinbouwpakket, op grond waarvan de roerende en onroerende zaken van [X B.V.] bij Achmea waren verzekerd. Op 27 oktober 2002 was “ [B.V. 1] ” in opdracht van “ [de V.O.F.] ” op het aangrenzende perceel bezig met de bouw van een zogenaamde breedkapkas. [X B.V.] heeft schade geleden ter grootte van een bedrag van circa € 1.500.000,= doordat de wind op die datum kunststofkanaalplaten van het dak van die kas in aanbouw uit hun bevestigingen heeft gedrukt en deze platen uiteindelijk op het glazen dak van haar kas zijn beland. Achmea heeft die schade uit hoofde van de verzekeringsovereenkomst vergoed, zodat zij is gesubrogeerd in de rechten van [X B.V.] .

Gedaagden hebben volgens Achmea toerekenbaar onrechtmatig gehandeld door in de zeer directe nabijheid van de kas van [X B.V.] een nieuwe kas te bouwen zonder afdoende
- eenvoudig te realiseren - maatregelen te treffen die de schade aan de kas van [X B.V.] hadden kunnen voorkomen. Ook zou de nieuwe kas volgens een expertiserapport van DGI niet hebben voldaan aan de NEN-normen 3859. Achmea heeft in totaal een bedrag van € 1.506.234,76 uitgekeerd. Voorts heeft zij buitengerechtelijke kosten ex artikel 6:96 BW moeten maken tot een bedrag van € 12.845,96 inclusief btw. [de V.O.F. c.s.] en [B.V. 1 c.s.] zijn in verzuim.

1.3

Zowel [B.V. 1 c.s.] als [de V.O.F. c.s.] hebben bij antwoord in de hoofdzaak gemotiveerd verweer gevoerd. De hoofdzaak is reeds geruime tijd geleden verwezen naar de rol voor repliek, en inmiddels meerdere malen aangehouden wegens onderhandelingen tussen partijen.

In het incident in conventie

1.4

Achmea vordert in conventie [B.V. 1 c.s.] en [de V.O.F. c.s.] - op straffe van verbeurte van een dwangsom - hoofdelijk te veroordelen om:

I. primair

a. haar afschriften te verstrekken van a) al de (controle)berekeningen van [de V.O.F. c.s.] en [B.V. 1 c.s.] met betrekking tot de kas, waaronder de berekeningen die zien op de NEN-norm 3859 en 6702, die voorafgaand aan de bouw van de kas zijn gemaakt, zoals (controle)berekeningen met betrekking tot het kasdeksysteem, de kanaalplaten, de oplegprofielen en de combinatie van de kanaalplaten en de oplegprofielen;

b. haar afschrift te verstrekken van het CAR-expertiserapport dat met betrekking tot de kas is opgemaakt;

c. haar inzage te verlenen in de originele versies van de voormelde stukken;

I. subsidiair

vordert Achmea dat de rechtbank een onafhankelijke derde benoemt, die inzage krijgt in de originelen van de onder a. en b. genoemde stukken, en die, na formulering van vragen door Achmea, een rapport opstelt van zijn bevindingen;

II. met hoofdelijke veroordeling van [B.V. 1 c.s.] en [de V.O.F. c.s.] in de proceskosten.

1.5

Achmea stelt daartoe het volgende. [B.V. 1 c.s.] hadden de kas voorafgaand aan de bouw op grond van het Bouwbesluit moeten toetsen aan de NEN-norm 3859 betreffende kassenbouw. [B.V. 1 c.s.] hebben de kas hieraan niet volledig getoetst, aangezien zij bij het opstellen van de (controle)berekeningen gebruik hebben gemaakt van het computerprogramma Casta. Dit programma voorziet slechts in een toetsing aan bepaalde onderdelen van de NEN-norm, waaronder niet zijn begrepen de door Achmea onder a. genoemde onderdelen. Nu de berekeningen onvolledig zijn, is aannemelijk dat de kas niet conform de bouwkundige vereisten is gebouwd. Achmea heeft rechtmatig belang bij afschriften van en inzage in de hiervoor onder a. genoemde berekeningen. Mocht blijken dat de betreffende berekeningen volledig beschikbaar zijn, dan heeft Achmea eveneens een rechtmatig belang bij afschriften daarvan en inzage daarin.

Ten aanzien van de vordering onder b. geldt dat Achmea belang heeft bij inzage in en afschrift van het daarin genoemde rapport, aangezien daarin naar vermoeden van Achmea berekeningen zijn opgenomen waaruit is op te maken dat [de V.O.F. c.s.] dan wel [B.V. 1 c.s.] aansprakelijk zijn voor de ontstane schade. Bovendien staan daarin waarschijnlijk ook (andere) relevante gegevens met betrekking tot de oorzaak van de schade.

Om de echtheid en het tijdstip van de (controle)berekeningen alsmede om de echtheid van het CAR-rapport te kunnen controleren, is het voor Achmea van belang dat zij inzage krijgt in de originele stukken. Indien de rechtbank mocht oordelen dat [B.V. 1 c.s.] en [de V.O.F. c.s.] tegen overlegging voldoende gewichtige redenen hebben aangevoerd, wenst Achmea subsidiair dat een onafhankelijke derde wordt benoemd voor het doel als hierboven onder c. genoemd. Achmea baseert haar provisionele vordering op de artikelen 843a Rv., 22 Rv. en 85 lid 2 Rv.

1.6

Zowel [B.V. 1 c.s.] als [de V.O.F. c.s.] hebben gemotiveerd verweer gevoerd.

In het incident in reconventie

1.7

[B.V. 1 c.s.] vorderen in reconventie Achmea - op straffe van verbeurte van een dwangsom en met proceskosten- te veroordelen om:

a) hen afschriften te verstrekken van de onder berusting van Achmea zijnde expertise- en deskundigenrapporten betreffende de schade d.d. 27 oktober 2002 van haar verzekerde [X B.V.] ;

b) hen inzage te verlenen in de originele versies hiervan.

[B.V. 1 c.s.] hebben daartoe aangevoerd dat Achmea haar stelling dat [B.V. 1 c.s.] aansprakelijk zijn voor de ontstane schade aan de kas omdat zij onvoldoende maatregelen hebben getroffen met bescheiden dient te onderbouwen. Zij stellen er ook belang bij te hebben om kennis te nemen van alle expertiserapporten die (mede) op verzoek van Achmea zijn opgesteld, dit in verband met de aard, omvang en oorzaak van de gevorderde schade. Om te voorkomen dat Achmea niet alle rapporten overlegt en/of daarin wijzigingen laat aanbrengen, verzoeken [B.V. 1 c.s.] hen inzage te verlenen in alle originele stukken.

1.8

Achmea heeft geen bezwaar tegen het produceren van de door [B.V. 1] thans gevorderde bescheiden. Zij heeft onder pt. 13 van haar antwoordconclusie in reconventie aangegeven welke rapporten haar in dat verband ter beschikking staan. Volgens haar hebben [B.V. 1 c.s.] daarom geen belang meer bij hun provisionele vordering in reconventie, zodat deze dient te worden afgewezen.

2. Beoordeling

In de incidenten ex art. 843a Rv in conventie en in reconventie

2.1

De rechtbank zal de incidentele vorderingen van Achmea jegens [de V.O.F.] cs afwijzen. Onvoldoende gesteld, gebleken of aannemelijk is immers dat [de V.O.F.] cs (kunnen) beschikken over a) andere destijds gemaakte constructieberekeningen dan al bij antwoord door [de V.O.F.] cs en [B.V. 1] cs in de hoofdzaak geproduceerd, of over b) een expertiserapport van de CAR-verzekeraar van [B.V. 1] cs. Achmea zal als de in het ongelijk gestelde partij moeten worden veroordeeld in de proceskosten van het incident aan de zijde van [de V.O.F.] cs.

2.2

Ook de incidentele vordering in conventie onder a) van Achmea jegens [B.V. 1] cs moet worden afgewezen. Onvoldoende gesteld, gebleken of aannemelijk is immers evenzeer dat [B.V. 1] cs (kunnen) beschikken over andere destijds gemaakte constructieberekeningen dan al bij antwoord door hen geproduceerd. Andere berekeningen dan die met het Casta-computerprogramma zijn destijds kennelijk eenvoudigweg niet gemaakt.

2.3

De incidentele vordering in conventie onder b) van Achmea jegens [B.V. 1] cs zal de rechtbank toewijzen. Bij kennisneming van een compleet afschrift van het bestaande expertiserapport van de CAR-verzekeraar van [B.V. 1] cs heeft Achmea het vereiste rechtmatig belang. Bij het opstellen van een conclusie van repliek is het voor Achmea immers van belang – gelet op het bij antwoord gevoerde verweer door [B.V. 1] cs – te vernemen al hetgeen de door de CAR-verzekeraar van [B.V. 1] cs ingeschakelde expert heeft genoteerd over – kort gezegd – de oorzaken van de desbetreffende schades. Gewichtige redenen om geen afschriften aan Achmea te verstrekken, hebben [B.V. 1] cs alles afwegende niet aangevoerd. Niet aannemelijk is dat [B.V. 1] cs zo nodig na sommatie niet alsnog op een redelijke termijn zouden kunnen beschikken over een volledig afschrift van het expertiserapport van, althans verstrekt aan de eigen CAR-verzekeraar.

2.4

De incidentele vordering in conventie onder c) plus de subsidiaire vordering van Achmea wijst de rechtbank af. Onvoldoende gesteld, gebleken of aannemelijk oordeelt de rechtbank op dit moment dat de al in kopie geproduceerde Casta-constructieberekeningen of het nog te verstrekken afschrift van het CAR-expertiserapport afwijken van de originele stukken. Een rechtmatig belang bij inzage in de originele stukken kan Achmea zo nodig nog gemotiveerd aan de orde stellen bij repliek.

2.5

De incidentele vordering in reconventie van [B.V. 1] cs onder a) moet als niet inhoudelijk weersproken worden toegewezen, althans voorzover het de door Achmea bij incidentele antwoordconclusie onder 13 opgesomde bescheiden betreft, en dan met uitzondering van het al als productie 2 bij dagvaarding overgelegde afschrift van de rapportage van DGI Dak & Gevel Ingenieurs BV van 16 maart 2004. Het rechtmatig belang van [B.V. 1] cs bij het daadwerkelijk verstrekken van deze beschikbare bescheiden is voldoende gesteld, zodat de rechtbank het desbetreffende verweer van Achmea passeert. Onvoldoende gesteld, gebleken of aannemelijk is dat Achmea beschikt of kan beschikken over andere rapportages dan de thans door haar genoemde bescheiden.

2.6

De door [B.V. 1] cs onder b) gevorderde inzage in alle originele stukken is op dit moment niet toewijsbaar als zijnde onvoldoende onderbouwd en prematuur. Een rechtmatig belang bij inzage in de originele stukken kan zo nodig nog gemotiveerd aan de orde worden gesteld bij dupliek. Thans is niet aannemelijk dat Achmea falsificaties aan [B.V. 1] cs zal verstrekken.

2.7

De gevorderde dwangsommen zijn toewijsbaar, met dien verstande dat een ruimere termijn moet en zal worden vergund dan de over en weer gevorderde twee dagen na betekening van dit vonnis. Ambtshalve zal de rechtbank bepalen dat alle dwangsommen in geval van onverhoopte executiegeschillen naderhand vatbaar zijn voor matiging en maximering door de rechter, voorzover algehele handhaving van de verbeurde dwangsommen in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, zulks mede in aanmerking genomen de mate waarin aan de veroordeling is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid daarvan.

2.8

Achmea en [B.V. 1] cs zijn in de incidenten in conventie en in reconventie per saldo over en weer op punten van niet ondergeschikte betekenis in het ongelijk gesteld. Daarom zal de rechtbank de proceskosten van deze partijen in de incidenten compenseren.

In de hoofdzaak verder

2.9

De hoofdzaak met rolnummer HA ZA 04-2618 staat reeds lang voor repliek en is al meermalen aangehouden in verband met schikkingsonderhandelingen. De drie (onder)vrijwaringszaken met de rolnummers HA ZA 04-4129, 05-1105 en 05-2365 staan eveneens voor repliek en zijn verwezen naar de parkeerrol van 4 april 2007, vermoedelijk ook wegens schikkingsonderhandelingen tussen partijen of hun verzekeraars.

2.10

De hoofdzaak leent zich ook nu niet voor alsnog een comparitie na antwoord. Gelet op het bovenstaande verwijst de rechtbank ook de hoofdzaak nu naar de parkeerrol van 4 april 2007.

BESLISSINGEN

De rechtbank:

In de incidenten in conventie en in reconventie ex art. 843a Rv

- wijst de vorderingen van Achmea jegens [de V.O.F.] cs af;

- veroordeelt Achmea in de kosten van het incident aan de zijde van [de V.O.F.] cs, tot heden begroot op € 452,- aan salaris procureur;

- veroordeelt [B.V. 1] cs om binnen een maand na betekening van dit vonnis aan Achmea een volledig afschrift te verstrekken van het expertiserapport dat in het kader van de CAR-verzekering van [B.V. 1] cs met betrekking tot de onderhavige kas is opgemaakt, op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag dat [B.V. 1] cs in gebreke zouden blijven aan deze veroordeling te voldoen;

- veroordeelt Achmea om binnen een maand na betekening van dit vonnis aan [B.V. 1] cs volledige afschriften te verstrekken van alle in punt 13 van de incidentele conclusie van Achmea van 24 mei 2006 opgesomde rapportages en brieven van Agro AdviesBuro, [… 1] , DGI Dak & Gevel Ingenieurs BV en Adviesbureau [… 2] BV (met uitzondering van het al als productie 2 bij dagvaarding overgelegde rapport van DGI voornoemd), op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag dat Achmea in gebreke zou blijven aan deze veroordeling te voldoen;

- bepaalt dat bovenstaande dwangsommen vatbaar zijn voor matiging en maximering op de wijze zoals in rov. 2.7 is overwogen;

- compenseert de proceskosten in de incidenten tussen Achmea en [B.V. 1] cs in conventie en in reconventie aldus, dat iedere partij per saldo de eigen proceskosten draagt;

- verklaart dit incidenteel vonnis tot zover zo veel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het in conventie en in reconventie tussen Achmea en [B.V. 1] cs over en weer meer of anders gevorderde;

In de hoofdzaak met rolnummer HA ZA 04-2618

- verwijst de zaak naar de parkeerrol van 4 april 2007.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. Wien en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 oktober 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.