Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2005:AV0384

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
05-12-2005
Datum publicatie
25-01-2006
Zaaknummer
224365
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

[...] Als grond voor haar wijzigingsverzoek voert de bijzonder curator aan dat zij door nadere bestudering van de stukken tot de conclusie is gekomen dat, in tegenstelling tot het uitgangspunt van de rechtbank in de beschikking 20 december 2004, de inschrijving van de echtscheiding tussen de vrouw en [man 1] niet op 8 maart 1993 heeft plaatsgevonden doch op 29 november 1990. Hierdoor zijn de minderjarige kinderen niet tijdens het huwelijk van de vrouw en [man 1] geboren en dienen zij niet als wettige kinderen van [man 1] te worden aangemerkt. Deze stelling van de bijzonder curator vindt bevestiging in het advies inzake de afstamming volgens Braziliaans Recht d.d. 31 mei 2005 van Silvia Regina Patrício Sartorelli van Rooijen aangesloten bij de Orde van Advocaten in Brazilië/Deelstaat São Paulo, zij het dat hierin van een andere datum wordt uitgegaan. In dit advies wordt ervan uitgegaan dat de echtscheiding tussen de vrouw en [man 1] op 27 september 1990 rechterlijk is bekrachtigd en vanaf deze datum ook rechtsgevolgen heeft gekregen. [...]

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector Familie- en Jeugdrecht

Enkelvoudige Kamer

Ontkenning vaderschap

rekestnummer : FA RK 04-3787

zaaknummer : 224365

datum beschikking: 05 december 2005

BESCHIKKING op het op 7 juli 2004 ingekomen verzoek van:

mr. P. Scholtes,

in haar hoedanigheid van bijzonder curator over de minderjarigen:

- [minderjarige 1],

geboren te [geboorteplaats], Brazilië, op [geboortedatum],

- [minderjarige 2],

geboren te [geboorteplaats], Brazilië, op [geboortedatum],

kantoor houdende te 's-Gravenhage,

hierna te noemen: de bijzonder curator,

belanghebbenden zijn:

1. [de vrouw],

wonende te [adres], Brazilië,

hierna te noemen: de vrouw;

2. [man 1],

wonende te [adres], Great Britain,

hierna te noemen: [man 1].

PROCEDURE

Bij beschikking d.d. 20 december 2004 is de behandeling van de zaak pro forma aangehouden tot

1 maart 2005 voor welke datum de bijzonder curator de rechtbank nadere informatie diende te verschaffen over de grond waarop naar Braziliaans recht [man 2] in de geboorteakten als vader is vermeld.

De rechtbank heeft vervolgens kennis genomen van de brief met bijlagen d.d. 24 februari 2005 van de kant van de bijzonder curator inhoudende een wijzigingsverzoek. De bijzonder curator verzoekt thans:

- primair: over te gaan tot ontkenning van het vaderschap van [man 1] als vader van voornoemde minderjarigen;

- subsidiair: een verklaring voor recht af te geven dat met toepassing van het Nederlandse privaatrecht is vastgesteld dat [man 2] de wettig vader is van voornoemde minderjarigen.

Vervolgens heeft de rechtbank kennis genomen van:

- een faxbericht met bijlagen d.d. 28 februari 2005 van de kant van de vrouw;

- een faxbericht met bijlagen d.d. 1 juni 2005 van de kant van de bijzonder curator;

- een brief met bijlagen d.d. 22 juni 2005 van de kant van de bijzonder curator, waaronder een kopie van het advies inzake afstamming volgens Braziliaans Recht d.d. 31 mei 2005 van Silvia Regina Patrício Sartorelli van Rooijen werkzaam bij de Orde van Advocaten in Brazilië/Deelstaat São Paulo.

BEOORDELING

De rechtbank neemt over hetgeen bij de beschikking d.d. 20 december 2004 is overwogen en beslist.

De rechtbank stelt voorop dat ook de onderhavige wijzigingsverzoeken betrekking hebben op de afstamming van de minderjarigen. Gelet op de overwegingen in voornoemde beschikking is, is ook bij de beoordeling van de gewijzigde verzoeken Braziliaans recht van toepassing op de vraag of er familierechtelijke betrekkingen zijn ontstaan tussen de minderjarigen, de vrouw en haar echtgenoot.

Als grond voor haar wijzigingsverzoek voert de bijzonder curator aan dat zij door nadere bestudering van de stukken tot de conclusie is gekomen dat, in tegenstelling tot het uitgangspunt van de rechtbank in de beschikking 20 december 2004, de inschrijving van de echtscheiding tussen de vrouw en [man 1] niet op 8 maart 1993 heeft plaatsgevonden doch op 29 november 1990. Hierdoor zijn de minderjarige kinderen niet tijdens het huwelijk van de vrouw en [man 1] geboren en dienen zij niet als wettige kinderen van [man 1] te worden aangemerkt. Deze stelling van de bijzonder curator vindt bevestiging in het advies inzake de afstamming volgens Braziliaans Recht d.d. 31 mei 2005 van Silvia Regina Patrício Sartorelli van Rooijen aangesloten bij de Orde van Advocaten in Brazilië/Deelstaat São Paulo, zij het dat hierin van een andere datum wordt uitgegaan. In dit advies wordt ervan uitgegaan dat de echtscheiding tussen de vrouw en [man 1] op 27 september 1990 rechterlijk is bekrachtigd en vanaf deze datum ook rechtsgevolgen heeft gekregen.

Het is de rechtbank gebleken dat het Braziliaanse recht de 'gerechtelijk scheiding' kent, die het huwelijk niet beëidingt en de echtscheiding, die kan volgen op de 'gerechtelijke scheiding' en het huwelijk wel beëidingt. Uit de door de bijzonder curator overgelegde vertaling van een 'Attest van inschrijving van gerechtelijk bevel' d.d. 5 mei 1993 leidt de rechtbank af dat er tussen de vrouw en [man 1] 'gerechtelijke scheiding' is uitgesproken bij vonnis van 27 september 1990 en nadien echtscheiding bij vonnis van 8 maart 1993.

Naar Braziliaans recht (artikel 338 van het Burgerlijk Wetboek) gelden kinderen die zijn geboren ná 300 dagen na de 'gerechtelijke scheiding' niet als uit het huwelijk geboren. Maatgevend is hierbij niet de datum van het vonnis, maar de dag waarop het vonnis onherroepelijk is geworden. Kennelijk, gelet op het 'attest van inschrijving' is dit 29 november 1990.

Nu [minderjarige 1] op [geboortedatum] april 1991 is geboren, is zij hoe dan ook geboren binnen de termijn van 300 dagen die volgt op de 'gerechtelijke scheiding' van de vrouw en [man 1]. Ex artikel 338 van het Braziliaanse Burgerlijk Wetboek recht wordt [man 1] verondersteld de vader te zijn van deze minderjarige [minderjarige 1], tenzij ex artikel 348 van het Braziliaanse Burgerlijke Wetboek van toepassing is. Uit artikel 348 van het Braziliaanse Burgerlijke Wetboek volgt dat niemand een andere staat kan opeisen dan die blijkt uit de geboorteakte behalve wanneer vergissing of valsheid bewezen wordt. Hieruit is af te leiden dat naar Braziliaans recht de wettige afstamming eveneens kan worden bewezen door de geboorteakte. Bij de inschrijving van [minderjarige 1] in het Burgerlijk Register is de [man 2] als vader vermeld, daar er kennelijk bij de notaris, zijnde in Brazilië de beheerder en ambtenaar van het Burgerlijk Register, geen twijfels waren over het vaderschap van de [man 2]. Daarmee dient de [man 2] naar Braziliaans recht als vader van de minderjarige [minderjarige 1] te worden beschouwd. Het verzoek van de bijzonder curator strekkende tot ontkenning van het vaderschap van [man 1] van de minderjarige [minderjarige 1] dient dan ook bij gebrek aan belang te worden afgewezen.

Uit het voorgaande is af te leiden dat de minderjarige [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] december 1992, na de termijn van 300 dagen na de 'gerechtelijke scheiding' tussen de vrouw en [man 1] is geboren. Zij geldt dus niet als een uit hun huwelijk geboren kind. Nu niet [man 1] doch de [man 2] als vader staat vermeld op de geboorteakte van de minderjarige [minderjarige 2] wordt de [man 2] naar Braziliaans recht als vader beschouwd en heeft de bijzonder curator ook geen belang bij het verzoek strekkende tot ontkenning van het vaderschap van [man 1] met betrekking tot [minderjarige 2]. Ook het daartoe strekkende verzoek dient derhalve te worden afgewezen.

Nu in het hierboven overwogene is vastgesteld dat [man 2] als vader van de minderjarigen dient te gelden, verzoekt de rechtbank de bijzonder curator zich uit te laten over de vraag of er nog steeds belang bestaat bij het subsidiaire verzoek. Indien de bijzonder curator haar verzoek handhaaft, verzoekt de rechtbank de bijzonder curator tevens instemmingsverklaringen van de vrouw en [man 1] over te leggen. De rechtbank houdt de zaak daartoe pro forma 3 maanden aan.

BESLISSING

De rechtbank:

wijst het primaire verzoek af;

houdt de behandeling van de zaak met betrekking tot subsidiaire verzoek pro forma aan tot 1 februari 2006, teneinde de bijzonder curator in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over het belang bij dit verzoek, alsmede indien het verzoek gehandhaafd wordt, instemmingsverklaringen van de vrouw en [man 1] over te leggen.

Deze beschikking is gegeven door mr. I.D. Bellaart, bijgestaan door mr. A.C. Bakker als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 december 2005.