Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2005:AU9129

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
02-12-2005
Datum publicatie
05-01-2006
Zaaknummer
240248 - FA RK 05-1823
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

echtscheiding met nevenvorderingen - verzoek, om te bepalen dat een schuld van de man aan de gemeente Vlaardingen en een schuld van de man aan "De IJssel" BV wegens bijzondere verknochtheid aan de man buiten de gemeenschap van partijen vallen, toegewezen

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 251
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RFR 2006, 20
JPF 2006/51 met annotatie van BER
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector familie- en jeugdrecht

Enkelvoudige Kamer

Scheiding

6x

rekestnummer : FA RK 05-1823

zaaknummer : 240248

datum beschikking: 02 december 2005

BESCHIKKING op het op 5 april 2005 ingekomen verzoek van:

[de vrouw],

de vrouw,

wonende te [woonplaats],

procureur: mr. M.J.E. Gilsing.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

1. [de man],

de man,

wonende te [woonplaats], en

2. de Stichting C.A.V.,

bewindvoerder van alle goederen van de man,

gevestigd te Rijswijk,

procureur: mr. M.C. Schmidt.

PROCEDURE

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift;

- het verweerschrift;

- de brief d.d. 10 oktober 2005, met producties, van mr. M.C. Schmidt.

Op 4 november 2005 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw, vergezeld van mr. M. de Boorder, kantoorgenoot van mr. M.J.E. Gilsing, alsmede mr. M.C. Schmidt. Mr. Schmidt heeft ter terechtzitting een brief overgelegd van deurwaarder R.P.A. Schuman van 25 april 2005 betreffende een vordering van Crediet Maatschappij "De IJssel" B.V.

VERZOEK EN VERWEER

Het verzoek van de vrouw zoals dat thans luidt strekt tot echtscheiding, met nevenvoorzieningen tot:

- bepaling dat voortaan alleen aan de vrouw het ouderlijk gezag zal toekomen over hun minderjarig kind [minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

- vaststelling van een bijdrage ad € 200,-- per maand in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige, bij vooruitbetaling te voldoen, vanaf datum uit huis gaan van de man,

- bepaling dat de schuld van de man aan de gemeente Vlaardingen wegens verhaalsbijdrage ABW uit de jaren 1998/1999 en de schuld van de man aan Crediet Maatschappij "De IJssel" B.V. uit hoofde van het vonnis d.d. 19 maart 1997 van de arrondissementsrechtbank te Utrecht aan de man verknochte schulden zijn in de zin van 1:94 lid 3 BW en geheel door hem moeten worden voldaan,

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Mr. Schmidt heeft zich namens de man gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het verzoek van de vrouw tot echtscheiding en tot eenhoofdig gezag.

Mr. Schmidt heeft namens de stichting C.A.V. en - voor zover nodig - de man verweer gevoerd tegen de verzochte kinderalimentatie, alsmede tegen de bepaling dat de hiervoor genoemde schulden aan de gemeente Vlaardingen en aan Crediet Maatschappij "De IJssel" verknochte schulden zijn die door de man dienen te worden voldaan.

BEOORDELING

Aan de wettelijke formaliteiten is voldaan.

Blijkens authentiek bewijsstuk zijn de echtgenoten op 23 maart 2001 in de gemeente 's-Gravenhage met elkaar gehuwd. Door het huwelijk van partijen is gewettigd de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats].

De persoonsgegevens luiden blijkens de overgelegde authentieke bewijsstukken zoals hierna in de beslissing vermeld.

Echtscheiding

De door de vrouw gestelde duurzame ontwrichting van het huwelijk is niet bestreden en staat dus in rechte vast, zodat het daarop steunende niet weersproken verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond voor toewijzing vatbaar is.

Gezag

De vrouw heeft verzocht om te bepalen dat voortaan alleen aan haar het ouderlijk gezag zal toekomen over de minderjarige. De vrouw heeft in dit verband onder meer gesteld dat de man wegens blijvend hersenletsel niet in staat is om zijn belangen waar te nemen, noch om voor de minderjarige te zorgen.

De procureur van de man heeft de stellingen van de vrouw niet weersproken. De procureur van de man heeft in dit verband gesteld dat de man niet in staat is met de vrouw te overleggen over belangrijke beslissingen ten aanzien van de minderjarige. De man is vanwege zijn hersenletsel zelfs niet in staat tot het voeren van een (zinvol) gesprek, aldus de procureur.

Uit het voorgaande volgt dat het vanwege het blijvende hersenletsel van de man voor partijen niet meer mogelijk zal zijn om beslissingen van enig belang over de minderjarige in gezamenlijk overleg te nemen. De rechtbank zal daarom in het belang van de minderjarige de door de vrouw verzochte gezagsvoorziening toewijzen.

Kinderalimentatie

De vrouw heeft verzocht om een kinderalimentatie vast te stellen van € 200,-- per maand vanaf datum uit huis gaan van de man.

Mr. Schmidt heeft namens de stichting C.A.V. en de man verweer gevoerd. Mr. Schmidt heeft in dit verband gesteld dat de man na de echtscheiding niet in staat zal zijn om de verzochte kinderalimentatie te betalen. De man verblijft in een verpleeginstelling waarvoor op grond van de AWBZ een bijdrage is verschuldigd, die thans € 184,20 per maand bedraagt doch na de echtscheiding aanzienlijk zal worden verhoogd. Na de echtscheiding zal voor de man, na voldoening van bedoelde AWBZ-bijdrage, slechts een bedrag van € 255,-- per maand aan zak- en kleedgeld resteren.

Over de hoogte van de door de man verschuldigde kinderalimentatie hebben partijen ter terechtzitting overeenstemming bereikt. Partijen hebben afgesproken dat de man een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige zal betalen van € 129,-- per maand. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.

Nu namens de stichting C.A.V. en de man geen verweer is gevoerd tegen de verzochte ingangsdatum van de door de man te betalen kinderalimentatie, zal de rechtbank conform het verzoek van de vrouw als ingangsdatum vaststellen de datum waarop de man de echtelijke woning heeft verlaten.

Verdeling

De rechtbank verstaat het verzoek van de vrouw om te bepalen dat de schulden van de man aan de gemeente Vlaardingen respectievelijk aan Crediet Maatschappij "De IJssel" B.V. verknochte schulden zijn in de zin van 1:94 lid 3 BW en geheel door hem moeten worden voldaan, als een verzoek om te bepalen dat bedoelde schulden wegens bijzondere verknochtheid aan de man buiten de gemeenschap van goederen van partijen vallen.

Mr. Schmidt heeft namens de stichting C.A.V. en de man verweer gevoerd.

De rechtbank overweegt het volgende.

Ter terechtzitting is gebleken dat de schuld aan de gemeente Vlaardingen dateert van vóór het huwelijk met de vrouw. Het betreft het verhaal door de gemeente Vlaardingen van kosten van bijstand, wegens een aan de ex-echtgenote van de man ([ex-echtgenote]) en zijn kind verleende bijstand in de periode van 1 februari 1998 tot 21 december 1999. Het verhaalsbedrag van ƒ 2.357,88 (€ 1.069,96) per maand, ingaande 1 februari 1998, is vastgesteld bij beschikking van de arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 4 juni 1999. De man heeft ten aanzien van deze vordering van de gemeente nimmer betalingen verricht. De vrouw is op 23 maart 2001 met de man in het huwelijk getreden.

Mr. Schmidt heeft namens de stichting C.A.V. en de man betoogd dat de vrouw bij haar huwelijk met de man van diens schulden op de hoogte was. De vrouw heeft dit gemotiveerd weersproken. De vrouw heeft ter terechtzitting verklaard dat zij een maand na de huwelijkssluiting voor het eerst van deze schuld op de hoogte is geraakt. De vrouw heeft bovendien verklaard dat de man vele schulden heeft doen ontstaan, waarvan zij niet op de hoogte was. De man heeft in die situatie vermoedelijk geen uitweg meer gezien en heeft uiteindelijk een zelfmoordpoging ondernomen.

De rechtbank is van oordeel dat de onderhavige schuld naar zijn aard verknocht is aan de man, nu het verhaal van bijstand betreft die verband houdt met het vorige huwelijk van de man, over een periode vóórdat partijen waren gehuwd.

Gesteld noch gebleken is dat de vrouw op enigerlei wijze van deze situatie heeft geprofiteerd. In dit verband overweegt de rechtbank dat niet gebleken is dat partijen in de periode 1998/1999 een gezamenlijke huishouding hebben gevoerd, noch dat de vrouw anderszins direct danwel indirect voordeel heeft genoten van het feit dat de man de bij beschikking van de rechtbank te Rotterdam van 4 juni 1999 vastgestelde verhaalsbijdrage nimmer heeft voldaan. Nu mr. Schmidt de stellingen van de vrouw onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken gaat de rechtbank ervan uit dat de vrouw niet bekend was met de schuld van de man aan de gemeente Vlaardingen.

Onder de hierboven genoemde omstandigheden is de rechtbank voorts van oordeel dat deze schuld zo sterk aan de persoon van de man is verknocht dat deze niet in de huwelijksgemeenschap valt.

Met betrekking tot de schuld aan "De IJssel" is ter terechtzitting een schrijven van deurwaarder R.P.A. Schuman overgelegd van 25 april 2005, waaruit blijkt dat "De IJssel" haar vordering baseert op een vonnis van de arrondissementsrechtbank te Utrecht van 19 maart 1997.

De vrouw heeft ter terechtzitting verklaard dat dit een schuld betreft uit het vorige huwelijk van de man. Het betrof een lening die de man en zijn toenmalige echtgenote zijn aangegaan voor de inrichting van hun woning. De vrouw heeft voorts verklaard dat zij, afgaande op mededelingen dienaangaande van de man, steeds ervan was uitgegaan dat die schuld was afbetaald. Pas nadat de ouders van de man haar de voormelde brief van de deurwaarder van 25 april 2005 hebben getoond, is de vrouw ervan op de hoogte geraakt dat deze schuld geenszins was afbetaald.

Mr. Schmidt heeft een en ander onvoldoende gemotiveerd weersproken.

De rechtbank gaat daarom ervan uit dat de schuld aan "De IJssel", tot betaling waarvan de man kennelijk bij vonnis van de rechtbank te Utrecht van 19 maart 1997 is veroordeeld, eveneens een schuld betreft uit het vorige huwelijk van de man. De rechtbank is voorts van oordeel dat ook deze schuld zo sterk aan de persoon van de man is verknocht dat deze niet in de huwelijksgemeenschap valt.

Het verzoek van de vrouw zal dan ook worden toegewezen.

BESLISSING

De rechtbank:

spreekt uit de echtscheiding tussen: [de man], en [de vrouw], gehuwd op 23 maart 2001 in de gemeente 's-Gravenhage;

bepaalt dat voortaan alleen aan de vrouw, wonende te [woonplaats], het gezag zal toekomen over de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats];

en verklaart deze gezagsvoorziening uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat de man vanaf datum uit huis gaan voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige aan de vrouw, die de minderjarige verzorgt en opvoedt, (bij co-ouderschap eventueel: medeverzorgt en opvoedt)zal betalen een bedrag van € 129,--- per maand, vanaf heden telkens bij vooruitbetaling te voldoen, en verklaart de bepaling van deze bijdrage uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat:

- de schuld van de man aan de gemeente Vlaardingen wegens verhaalsbijdrage ABW uit de jaren 1998/1999, en

- de schuld van de man aan Crediet Maatschappij "De IJssel" B.V. uit hoofde van het vonnis d.d. 19 maart 1997 van de arrondissementsrechtbank te Utrecht,

wegens hun bijzondere verknochtheid aan de man buiten de gemeenschap van goederen van partijen vallen, en verklaart deze bepaling uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. J.M.M. Bancken als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 december 2005.