Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2005:AU0809

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
29-07-2005
Datum publicatie
10-08-2005
Zaaknummer
KG 05/875
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

[...] Eiser vordert - zakelijk weergegeven - het besluit tot invoering van een 45-minuten rooster met ingang van het schooljaar 2005-2006 te schorsen totdat de Bezwarencommissie uitspraak heeft gedaan, alsmede gedaagde te bevelen de voorbereidingen voor de invoering van dat rooster te staken en de uitspraak van de Bezwarencommissie af te wachten. [...]

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

beveelt gedaagde om de (voorbereidingen voor) invoering van een 45-minuten rooster op het RLS te staken en gestaakt te houden totdat de Bezwarencommissie CAO VO uitspraak zal hebben gedaan in de tussen partijen bij die commissie lopende procedure; [...]

Wetsverwijzingen
Wet medezeggenschap onderwijs 1992
Wet medezeggenschap onderwijs 1992 3
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2005/216
ROT 2006/5
JAR 2005, 216

Uitspraak

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE

sector civiel recht - voorzieningenrechter

Vonnis in kort geding van 29 juli 2005,

gewezen in de zaak met rolnummer KG 05/875 van:

de Medezeggenschapsraad van het Rijnlands Lyceum Sassenheim,

gevestigd te Sassenheim,

eiser,

procureur mr. L.S.J. de Korte,

advocaat mr. N. Ruiter te Amsterdam,

tegen:

de stichting Stichting Rijnlands Lyceum,

gevestigd te Wassenaar,

gedaagde,

procureur mr. W. Brussee.

1. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 21 juli 2005 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1. Gedaagde exploiteert vier scholen, waaronder het Rijnlands Lyceum Sassenheim (hierna: RLS). Eiser is de medezeggenschapsraad van het RLS als bedoeld in artikel 3 van de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 (WMO). Deze medezeggenschapsraad bestaat uit leden die uit en door het personeel worden gekozen en leden die uit en door de ouders of de leerlingen worden gekozen.

1.2. Bij brief van 21 juni 2005 heeft [rector], rector van het RLS, namens gedaagde aan de secretaris van eiser onder meer als volgt bericht:

"Daarom moet ik u helaas voorstellen de vigerende lessentabel in een 45-minuten-rooster te realiseren. Elke les duurt 45 minuten en krijgt een opslagfactor van 0.6 van de lesduur ten behoeve van voor- en nawerk. Het bestaande taakbeleid blijft verder gehandhaafd. Deze maatregel geldt voor één jaar en gaat per 1 augustus a.s. in.

Ik vraag u hierover een advies te geven op grond van artikel 7 lid b van de WMO."

1.3. Bij brief van 24 juni 2005 heeft A.G.H. van Mansum-van der Drift, secretaris van eiser, bericht dat eiser negatief adviseert over het voorgenomen besluit tot invoering van een 45-minuten rooster. Tevens heeft eiser gedaagde erop gewezen dat het voorgenomen besluit geen advies maar instemming behoeft.

1.4. Gedaagde heeft bij brief van 28 juni 2005 eiser meegedeeld dat zij van mening is dat geen sprake is van instemmingsrecht alsmede dat zij het onder 1.2 genoemde voorgenomen besluit handhaaft.

1.5. Op 'werknemers' van gedaagde is een collectieve arbeidsovereenkomst voor het voortgezet onderwijs (hierna: CAO-VO) van toepassing. Artikel 3.1 ('Algemene bepalingen taakbelastingbeleid) van de CAO-VO 2002-2003 luidt onder meer als volgt:

"1.a De werkgever voert een taakbelastingbeleid gebaseerd op de omvang van de normjaartaak zijnde 1659 uur.

(...)

8 Het taakbelastingbeleid wordt door de werkgever vastgesteld in overeenstemming met de personeelsgeleding van de (G)MR.

Het eerste lid van artikel 3.2 ('CAO-model taakbelastingbeleid leraren') van de CAO VO 2002-2003 luidt als volgt:

"1 Met ingang van 1 augustus 2002 worden aan de leraar per jaar maximaal 750 klokuren aan lessen opgedragen op ten minste 180 lesdagen. (...)"

1.6. In artikel 2.5 ('Taakbeleid') van de CAO-VO 2003-2005, die op 1 augustus 2003 in werking is getreden, is onder meer het volgende bepaald:

"1. De werkgever voert een taakbeleid gebaseerd op de omvang van de normjaartaak van 1659 uur.

(...)

3. De werkgever stelt in overleg met de P(G)MR een taakbeleid vast met inachtneming van hetgeen in de artikelen 2.6 en 2.7 is bepaald."

Artikel 2.6 ('Taakbeleid 2003') van de CAO-VO 2003-2005 luidt - voor zover thans relevant - als volgt:

"1. Per 1 augustus 2003 past de werkgever de regelingen taakbeleid (...) toe zoals die op grond van overleg tussen werkgever en centrales zijn vastgelegd in een voor de werkgever op 31 juli 2003 geldende CAO of rechtspositionele regeling. In dat geval komt bijlage VII van deze CAO te vervallen.

2. Indien en voorzover bij de werkgever geen sprake is van een taakbeleid als bedoeld in lid 1, geldt per 1 augustus 2003 het taakbeleid zoals dat in bijlage VII van deze CAO is vastgelegd."

Artikel 6.2 van voornoemde bijlage VII bepaalt dat de werkgever in overleg met de PMR kan overgaan tot het instellen van een 45-minutenrooster.

In artikel 2.7 CAO-VO 2003-2005 ('Taakbeleid 2004') is verder nog het volgende bepaald:

"1. Indien de werkgever voornemens is het taakbeleid zoals verwoord in artikel 2.6 op of na 1 augustus 2004 te wijzigen dan wel te vervangen voert hij daarover overleg met de P(G)MR, (...).

Artikel 14.2 CAO-VO 2003-2005 ('Overleg personeelsgeleding van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad') luidt onder meer als volgt:

"Het overleg tussen werkgever en P(G)MR dat binnen het kader van deze CAO wordt gevoerd is op instemming gericht."

Artikel 14.3 CAO-VO 2003-2005 ('Bezwarencommissie CAO-VO') bepaalt onder meer het volgende:

"1. Partijen stellen een Bezwarencommissie CAO-VO in.

(...)

3. De Commissie heeft tot taak:

(...)

b te oordelen over geschillen tussen de werkgever enerzijds en de P(G)MR anderzijds omtrent de interpretatie van bepalingen van de CAO.

4. De Commissie oordeelt op verzoek van de werkgever en de P(G)MR gezamenlijk over andere dan de in lid 3 onder b genoemde geschillen, indien deze naar hun mening de onderlinge verstandhouding schaden of kunnen schaden.

1.7. Na overleg hebben partijen besloten dat eiser hun geschil met betrekking tot de vraag of (het personeelsgedeelte van de) medezeggenschapsraad nu wel of geen instemmingsrecht toekomt zal voorleggen aan de Bezwarencommissie CAO VO (hierna: Bezwarencommissie). De ambtelijk secretaris van deze commissie heeft na ontvangst van het daartoe strekkende verzoekschrift bericht dat het niet mogelijk is het geschil voor 1 augustus a.s. te behandelen. De zitting van de commissie zal eerst in september 2005 plaats kunnen vinden.

1.8. Gedaagde is voornemens met ingang van 23 augustus 2005 het 45-minuten rooster daadwerkelijk in te voeren.

2. De vorderingen, de gronden daarvoor en het verweer

Eiser vordert - zakelijk weergegeven - het besluit tot invoering van een 45-minuten rooster met ingang van het schooljaar 2005-2006 te schorsen totdat de Bezwarencommissie uitspraak heeft gedaan, alsmede gedaagde te bevelen de voorbereidingen voor de invoering van dat rooster te staken en de uitspraak van de Bezwarencommissie af te wachten.

Daartoe voert eiser het volgende aan.

De door gedaagde gewenste wijziging van het bestaande 50-minuten rooster in een 45-minuten rooster is aan te merken als een wijziging van het taakbeleid. Daarvoor is de voorafgaande instemming van eiser vereist. Dit is uitdrukkelijk vastgelegd in bijlage VII bij de CAO VO 2003-2005, waarin de vereisten voor het taakbeleid zijn uitgeschreven. Anders dan gedaagde stelt moet haar taakbeleid daaraan voldoen en is niet (slechts) het kader van de CAO VO 2002-2003 van toepassing. Ook indien het voorgenomen besluit van gedaagde - zoals gedaagde voorstaat - beoordeeld moet worden binnen het kader van laatstgenoemde CAO zijn de duur van de lessen en het aantal lessen onderdeel van het taakbelastingbeleid. Aangezien de invoering van een 45-minuten rooster ontegenzeggelijk tot een zwaardere taakbelasting en dus ook tot een wijzing van de taakbelasting leidt, dient gedaagde dit besluit ook in dat geval in overleg met (lees: met instemming van) eiser te nemen.

Eiser heeft het geschil met gedaagde voorgelegd aan de daartoe bevoegde instantie, de Bezwarencommissie. Aangezien de Bezwarencommissie de zaak niet vóór aanvang van het nieuwe schooljaar kan behandelen heeft eiser een spoedeisend belang bij de gevraagde voorzieningen.

Gedaagde voert gemotiveerd verweer dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

3. De beoordeling van het geschil

3.1. De vorderingen van eiser strekken tot het treffen van een voorlopige maatregel totdat de Bezwarencommissie heeft beslist of eiser een instemmingsrecht heeft met betrekking tot het besluit tot invoering van een 45-minuten rooster door gedaagde. Allereerst dient dan ook beoordeeld te worden of de Bezwarencommissie het verzoekschrift van eiser in behandeling zal nemen. Immers, eiser heeft geen belang bij zijn vorderingen indien dit niet het geval is.

3.2. Ingevolge artikel 14.3 van de - thans vigerende - CAO VO 2003-2005 oordeelt de Bezwarencommissie over geschillen omtrent de interpretatie van bepalingen van de CAO. Aan haar stelling dat eiser geen instemmingsrecht toekomt met betrekking tot de voorgenomen invoering van een 45-minuten rooster legt gedaagde in de kern ten grondslag, dat op grond van artikel 2.6 van de CAO VO 2003-2005 bijlage VII van die CAO niet van toepassing is op de onderhavige kwestie. Volgens eiser berust deze stelling echter op een onjuiste lezing van voornoemd artikel. Hiermee is gegeven dat het geschil tussen partijen met name de interpretatie van een bepaling van de CAO betreft, zodat voldoende aannemelijk is dat de Bezwarencommissie zich ter zake bevoegd zal achten. Dit geldt temeer nu partijen ter zitting hebben verklaard dat zij hebben afgesproken om het geschil voor te leggen aan de Bezwarencommissie en de CAO VO 2003-2005 daartoe in artikel 14.3 lid 4 ook de mogelijkheid lijkt te bieden. Of de Bezwarencommissie zich ook bevoegd zal achten te oordelen over de vraag of al dan niet terecht instemming wordt onthouden, is daarmee overigens nog niet gezegd. Dit lijkt een vraagstuk dat bij uitstek op het terrein van de Geschillencommissie WMO ligt.

3.3. Voor toewijzing van de gevraagde voorzieningen is voorts alleen plaats indien hoogstwaarschijnlijk is dat de Bezwarencommissie zal oordelen dat eiser een instemmingsrecht heeft met betrekking tot de invoering van een 45-minuten rooster. Gedaagde heeft gesteld dat op het daartoe strekkende besluit de 'oude' CAO, de CAO VO 2002-2003, van toepassing is en dat eiser op grond van die CAO geen instemmingsrecht heeft. Eiser is daarentegen van mening dat voornoemd besluit beoordeeld dient te worden binnen het kader van de 'nieuwe' CAO VO 2003-2005. Tussen partijen is niet in geschil dat indien laatstgenoemde CAO van toepassing is aan eiser ter zake een instemmingsrecht toekomt.

3.4. Tussen partijen staat voorts niet ter discussie dat invoering van het 45-minuten rooster leidt tot een groter aantal lessen per week, terwijl de beschikbare tijd voor het zogenaamde voor- en nawerk in absolute zin afneemt. In zoverre is dan ook sprake van een wijziging van de taakbelasting voor de docenten. Gedaagde heeft echter aangevoerd dat op grond van artikel 2.6 van de CAO VO 2003-2005 het taakbeleid dat is opgenomen in de CAO VO 2002-2003 van toepassing is. Het in deze CAO opgenomen beleid kent slechts maxima in klokuren. Daarnaast kende gedaagde reeds voor 2002-2003 een Rijnlands-breed taakbeleid voor onderwijzend personeel waarin is opgenomen dat lessen "langer of korter dan 50 minuten kunnen duren". Ondanks verschillende pogingen is dit taakbeleid in het schooljaar 2002-2003 niet aangepast aan de vigerende CAO 2002-2003 aangezien de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR) haar instemming in dit verband heeft onthouden. Het oude beleid is mitsdien nog steeds van toepassing. Gelet hierop is invoering van een 45-minuten rooster, aldus gedaagde, mogelijk en staat het haar vrij om het rooster aldus te wijzigen.

3.5. Op zichzelf kan gedaagde voorshands gevolgd worden in haar standpunt dat artikel 2.6 van de CAO VO 2003-2005 ziet op de situatie dat de regeling taakbeleid zoals vastgelegd in de CAO VO 2002-2003 van toepassing is. De bewoordingen van dit artikel zijn in die zin eenduidig en een dergelijke bepaling is ook niet zinledig. Immers indien op basis van de CAO VO 2002-2003 een taakbeleid is geformuleerd, behoeft dit niet alsnog te gebeuren. Eerst bij wijziging van dat beleid dient de weg van artikel 2.7 CAO VO 2003-2005 gevolgd te worden. Vraag is echter of er sprake is van een vastgelegd taakbeleid in de zin van de CAO VO 2002-2003. Immers volgens de eigen stellingen van gedaagde is de (nadere) aanpassing van het tot dan toe bestaande beleid aan die CAO niet van de grond gekomen omdat de GMR de gevraagde instemming heeft onthouden. Verder valt op dat die aanpassing in de visie van het (toenmalige) bestuur wel degelijk de instemming van eiser behoefde. Onder deze omstandigheden is het zeer de vraag of sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 2.6 van de CAO VO 2003-2005. In ieder geval gaat het niet aan om thans met een beroep op een Rijnlands-breed taakbeleid dat niet is aangepast aan de CAO VO 2002-2003 te stellen dat het gedaagde zonder meer vrijstaat het rooster te wijzigen gelet op de daaruit voortvloeiende consequenties voor de taakbelasting. Daar komt bij dat beide versies van voornoemde CAO uitgaan van overleg met eiser over kwesties betreffende het taak(belasting)beleid in algemene zin. Zo bepaalt artikel 3.1 lid 8 van de CAO VO 2002-2003 (zie hiervoor onder 1.5) dat het taakbelastingbeleid in overeenstemming met het 'personeelsdeel' van de medezeggenschapsraad wordt vastgesteld. Voorlopig oordelend is dan ook de conclusie dat onder dit taakbeleid van de CAO VO 2002-2003 ook de lesduur valt zodat een wijziging in de duur van de lessen valt aan te merken als een wijziging van het taakbeleid.

3.6. Uit hetgeen hiervoor onder 3.4 en 3.5 is overwogen volgt dat voldoende aannemelijk is dat de Bezwarencommissie hoogstwaarschijnlijk zal oordelen dat eiser een instemmingsrecht heeft met betrekking tot het besluit tot invoering van een 45-minutenrooster.

3.7. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vorderingen van eiser - op de wijze als hierna vermeld - zullen worden toegewezen.

3.8. Gedaagde zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

beveelt gedaagde om de (voorbereidingen voor) invoering van een 45-minuten rooster op het RLS te staken en gestaakt te houden totdat de Bezwarencommissie CAO VO uitspraak zal hebben gedaan in de tussen partijen bij die commissie lopende procedure;

veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van eiser begroot op € 1.145,60, waarvan € 816,-- aan salaris procureur, € 244,-- aan griffierecht en € 85,60 aan dagvaardingskosten;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.A.G.M. van Rens en uitgesproken ter openbare zitting van 29 juli 2005 in tegenwoordigheid van de griffier.

mg