Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2005:AT9957

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
27-05-2005
Datum publicatie
25-07-2005
Zaaknummer
AWB 05/1381 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Niet betalen griffierecht: niet ontvankelijk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank ‘s-Gravenhage

sector bestuursrecht

tweede afdeling, enkelvoudige kamer

Reg.nr. AWB 05/1381 WWB

UITSPRAAK

als bedoeld in artikel 8:54

van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

Uitspraak in het geding tussen

[eiser], wonende te [woonplaats], eiser,

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder.

Ontstaan en loop van het geding

Bij schrijven van 1 maart 2005, bij de rechtbank ingekomen op

4 maart 2005, heeft eiser beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder van 26 januari 2005.

Motivering

Eiser is voor het door hem ingestelde beroep € 37,-- aan griffierecht verschuldigd. Een beroep wordt ingevolge artikel 8:41, tweede lid, van de Awb niet-ontvankelijk verklaard indien storting of bijschrijving van het griffierecht niet heeft plaatsgevonden binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling waarin de indiener van het beroepschrift is gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

Eiser is bij aangetekende brief van 20 april 2004 voor de tweede maal op de verschuldigdheid van het griffierecht gewezen. Daarbij is meegedeeld dat het verschuldigde griffierecht binnen vier weken na dagtekening van deze brief moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank. Tevens is vermeld dat, indien van deze gelegenheid niet binnen de termijn gebruik is gemaakt, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

Deze brief is op 19 mei 2005 als onbestelbaar aan de rechtbank geretourneerd waarbij is vemeld dat eiser niet van de gelegenheid gebruik heeft gemaakt dit poststuk af te halen aan het postkantoor.

Het bedrag is niet binnen de aldus gestelde termijn op de rekening van de rechtbank bijgeschreven en evenmin binnen die termijn ter griffie gestort.

Niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat eiser in verzuim is geweest. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank 's-Gravenhage,

RECHT DOENDE:

Verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij aan de rechtbank verzoeken omtrent het verzet te worden gehoord.

Aldus gegeven door mr. C.J. Waterbolk en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2005, in tegenwoordigheid van de griffier P. den Heijer-Keus.

Voor eensluidend afschrift,

de griffier van de rechtbank 's-Gravenhage,

Verzonden op: