Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2005:AT4948

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
02-05-2005
Datum publicatie
02-05-2005
Zaaknummer
KG 05/350
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

[...] Eisers vorderen in kort geding 'De Bruggen' op straffe van een dwangsom te veroordelen:

1. de SGLVG-gelden vanaf 1 januari 2005 daadwerkelijk in te zetten voor de bewoners die hiervoor geïndiceerd zijn;

2. families, wettelijke vertegenwoordigers, alsmede verzorgend personeel over het bestaan van die gelden te informeren;

3. de indicaties op te nemen in de zorgplannen van de bewoners en terstond de families en wettelijke vertegenwoordigers te betrekken bij nieuwe zorgplanbesprekingen en de wijze waarop de zorgtoeslag zal worden ingezet;

4. de samenwerking met de VVHB onmiddellijk, zonder voorwaarden vooraf, te hervatten. [...]

Wetsverwijzingen
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten 45
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GJ 2005/73 met annotatie van J.G. Sijmons
RZA 2005, 154

Uitspraak

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE

sector civiel recht - voorzieningenrechter

Vonnis in kort geding van 2 mei 2005,

gewezen in de zaak met rolnummer KG 05/350 van:

1. [eiser 1],

wonende te Nieuwkoop,

2. [Eiser 2],

wonende te Zoetermeer,

3. [Eiser 3],

wonende te Woubrugge,

4. [Eiser 4],

wonende te Krimpen aan den IJssel,

5. [Eiser 5],

wonende te Leiderdorp,

6. [Eiser 6],

wonende te ‘s-Gravenhage,

7. [Eiser 7],

wonende te Uithoorn,

8. [Eiser 8],

wonende te Hardinxveld-Giessendam,

9. [Eiser 9],

wonende te Uithoorn,

eisers,

procureur mr. E.M. van Hilten-Kostense,

advocaat mr. J.A.G. Kleingeld-van Noorloos te Rotterdam,

tegen:

de stichting Stichting De Bruggen,

gevestigd te Nieuwveen,

gedaagde,

procureur mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt

advocaat mr. J.M. van Slooten te Amsterdam.

1. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 21 april 2005 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1. Gedaagde (hierna: De Bruggen) is een christelijke stichting voor mensen met een verstandelijke handicap. De Bruggen heeft onder meer vestigingen in Zwammerdam (de Hooge Burgh) en Nieuwveen (Ursula) waar zij cliënten met een verstandelijke beperking met ernstige gedragsproblematiek intramurale zorg aanbiedt.

1.2. Eisers hebben allen verwanten die opgenomen zijn in één van voormelde vestigingen. Eisers sub 1 tot en met 7 zijn lid van de Ouder- en familievereniging Vereniging Vrienden “Hooge Burch” (hierna: de VVHB). Eiser sub 8 heeft een kind in de vestiging Ursula.

1.3. De samenwerking tussen de VVHB en De Bruggen is vastgelegd in het “Statuut van Samenwerking, januari 1992” en de “Samenwerkingsovereenkomst Zorgaanbieder – Cliëntenraden en Ouderfamilieverenigingen Stichting De Bruggen, 2003”.

1.4. De Bruggen heeft in het kader van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (WMCZ) decentrale cliëntenraden in het leven geroepen, alsmede een Centrale Cliëntenraad waarin vertegenwoordigers van decentrale cliëntenraden en ouder- en familieverenigingen – waaronder de VVHB – zitting hebben.

1.5. Eind jaren ’90 van de vorige eeuw kampte De Bruggen met financiële problemen en ontstonden er tekortkomingen in de zorg. Naar aanleiding van deze problematiek heeft de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) De Bruggen in 2000, 2001 en 2002 extra middelen toegekend aan de hand van met het Zorgkantoor (een door de gezamenlijke zorgverzekeraars in het leven geroepen uitvoeringskantoor) overeengekomen criteria en steekproefsgewijze toetsing door externen. Toekenning van extra gelden geschiedde niet voor individuele cliënten, doch in tranches ten behoeve van groepen van cliënten.

1.6. De gehandicaptenzorg wordt gefinancierd vanuit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), die verzekerden aanspraak geeft op zorg. Sinds 2002 voorziet de “Tijdelijke regeling SGLVG/SGEVG-toeslagen” onder meer in de mogelijkheid dat cliënten met een licht verstandelijke handicap met ernstige gedragsproblematiek een toeslag krijgen (hierna: SGLVG toeslag). De toeslag ziet onder meer op het realiseren van extra zorg voor deze groep cliënten. Deze regeling is een tijdelijke, in afwachting van een nieuw financieringssysteem voor de intramurale zorg in de AWBZ, oorspronkelijk voorzien voor 2004.

1.7. Blijkens een beschrijving van de “Procedure toekenning SGLVG/SGEVG verblijfstoeslag” van 27 juni 2002 van Zorgverzekeraars Nederland wordt met het oog op een SGLVG toeslag op verzoek van een cliënt of diens wettelijk vertegenwoordiger door de zorgaanbieder een aanvraag voor een individuele indicatie ingediend bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Met een door het CIZ afgegeven indicatie kan een cliënt bij de zorgaanbieder recht op extra zorg claimen. De zorgaanbieder verzoekt het Zorgkantoor vervolgens om toekenning van de SGLVG toeslag, welk verzoek onder meer dient te worden onderbouwd met de door het CIZ afgegeven indicatie, vergezeld van een individueel zorgplan voor de desbetreffende cliënt. De zorgaanbieder rapporteert aan het zorgkantoor per cliënt welke aanvullende zorg voor de toegekende SGLVG toeslag daadwerkelijk is geleverd.

1.8. In december 2004 werd door het CIZ een herindicatieprocedure voor eerder afgegeven indicaties ingevoerd in verband met het verstrijken van de geldigheidsduur van deze indicaties en het uitblijven van een nieuw financieringssysteem voor de intramurale zorg in de AWBZ.

1.9. Op 2 december 2004 heeft het Zorgkantoor Zuid-Holland Noord een rapport uitgebracht over de door hem uitgevoerde materiële controle ten aanzien van de besteding van SGLVG toeslagen bij De Bruggen.

1.10. De VVHB heeft zich recentelijk in enkele media uitgelaten over misbruik van SGLVG gelden en tekortkomingen in de zorg bij De Bruggen.

1.11. Bij brief van 17 januari 2005 heeft De Bruggen de samenwerking met de VVHB opgezegd.

2. De vorderingen, de gronden daarvoor en het verweer

Eisers vorderen –zakelijk weergegeven– De Bruggen op straffe van een dwangsom te veroordelen:

1. de SGLVG-gelden vanaf 1 januari 2005 daadwerkelijk in te zetten voor de bewoners die hiervoor geïndiceerd zijn;

2. families, wettelijke vertegenwoordigers, alsmede verzorgend personeel over het bestaan van die gelden te informeren;

3. de indicaties op te nemen in de zorgplannen van de bewoners en terstond de families en wettelijke vertegenwoordigers te betrekken bij nieuwe zorgplanbesprekingen en de wijze waarop de zorgtoeslag zal worden ingezet;

4. de samenwerking met de VVHB onmiddellijk, zonder voorwaarden vooraf, te hervatten.

Daartoe voeren eisers het volgende aan.

Een SGLVG-indicatie moet worden bekend gemaakt aan de ouders en/of wettelijk vertegenwoordigers van een cliënt. De indicatie en de wijze van besteding van de SGLVG toeslag dienen voorts te worden opgenomen in een individueel zorgplan voor de cliënt, dat minstens één maal per jaar met hen wordt besproken. De Bruggen houdt ouders en/of wettelijk vertegenwoordigers en verzorgend personeel echter onwetend over het bestaan van de toegekende SGLVG toeslagen, die veelal niet vermeld staan in het individuele zorgplan.

De Bruggen geeft de SGLVG toeslagen bovendien niet de bestemming waarvoor deze zijn toegekend, waardoor de kwaliteit van de zorg ernstig in het gedrang komt. Dit heeft geleid tot diverse klachten over schromelijk tekortschietende zorg. Het controlerapport van het Zorgkantoor Zuid-Holland Noord van 2 december 2004 bevestigt deze klachten en geeft een negatieve beoordeling van de wijze van besteding van de SGLVG toeslagen door De Bruggen.

Eisers hebben meerdere malen tevergeefs bij De Bruggen aangedrongen op openheid van zaken over de indicaties van hun verwanten en de wijze van besteding van de SGLVG toeslagen. De Bruggen heeft echter elk overleg met eisers afgebroken.

De Bruggen voert gemotiveerd verweer dat hierna, voorzover nodig, zal worden besproken.

3. De beoordeling van het geschil

3.1. Eisers vorderen primair de daadwerkelijk besteding door De Bruggen van de SGLVG toeslagen voor de daarvoor geïndiceerde bewoners. De Bruggen heeft daartegen aangevoerd dat deze vordering feitelijk neerkomt op een garantie dat de bedragen die aan een indicatie verbonden zijn ook daadwerkelijk aan iedere geïndiceerde cliënt persoonlijk ten goede komen en dat daarover (financiële) verantwoording wordt afgelegd aan individuele cliënten. De Bruggen heeft betoogd dat zij slechts tegenover het Zorgkantoor gehouden is tot financiële verantwoording over de bestede SGLVG toeslagen. Daarnaast zou de individuele herleidbaarheid en verantwoording van de SGLVG toeslagen praktisch niet haalbaar zijn en – uit oogpunt van solidariteit tussen cliënten – zelfs onwenselijk.

3.2. Vooropgesteld wordt dat het systeem van de AWBZ verzekerden aanspraak geeft op zorg (artikel 6 AWBZ). Tegen deze achtergrond dient de zorgaanbieder aan de cliënten en hun wettelijke vertegenwoordigers verantwoording af te leggen over de geleverde zorg. Een adequaat en volledig zorgplan dat recht doet aan de zorgbehoefte van cliënten en regelmatig het object is van evaluatie en overleg met direct betrokkenen, is derhalve van groot belang.

Het recht op zorg en verantwoording daarover impliceert echter niet zonder meer een recht op daadwerkelijke besteding van individuele SGLVG toeslagen aan individuele cliënten en financiële verantwoording aan hen daarover door de zorgaanbieder. De financiële afwikkeling van de aanvraag van een SGLVG toeslag vindt plaats in de verhouding tussen de zorgaanbieder en het Zorgkantoor. Deze verhouding wordt beheerst door afspraken tussen de zorgaanbieder en het Zorgkantoor, die zijn vastgelegd in overeenkomsten zoals bedoeld in artikel 42 AWBZ. Zoals De Bruggen met juistheid heeft betoogd is de zorgaanbieder uitsluitend jegens het Zorgkantoor gehouden tot verantwoording over de besteding van de door het Zorgkantoor toegekende SGLVG toeslagen. De Bruggen heeft in dit verband voorts aannemelijk gemaakt dat de besteding van de toeslagen overwegend op groepsniveau plaatsvindt, zodat ook om die reden niet in redelijkheid van De Bruggen kan worden verlangd dat zij de bestede SGLVG toeslagen herleidt tot individuele gevallen en daarover vervolgens verantwoording aflegt aan eisers. De Bruggen heeft zich ter zitting evenwel bereid verklaard om aan de Centrale Cliëntenraad – waarin eisers (nog) zich vertegenwoordigd weten – verantwoording af te leggen over de besteding van de SGLVG toeslagen op groepsniveau.

Het voorgaande leidt ertoe dat de primaire vordering van eisers bij gebrek aan wettelijke grondslag zal worden afgewezen.

3.3. Ten aanzien van de vorderingen sub 2 en 3 wordt als volgt overwogen. In de periode voorafgaand aan de inwerkingtreding van de “Tijdelijke regeling SGLVG/SGEVG-toeslagen” (in 2002) verschilde de wijze waarop extra gelden werden toegekend van de bij voormelde regeling voorziene wijze. Cliënten werden nog niet individueel geïndiceerd en er golden andere criteria. De Bruggen heeft aannemelijk gemaakt dat als gevolg daarvan de dossiers van een aantal cliënten geen individueel indicatiebesluit bevatten. Sinds enkele maanden is De Bruggen echter bezig met het wegwerken van deze achterstand, hetgeen samenhangt met de in december 2004 ingevoerde herindicatieprocedure van het CIZ. De verwachting is derhalve dat hierdoor de onvolledige cliëntendossiers op korte termijn (uiterlijk juli 2005) zullen worden aangevuld met een indicatiebesluit. De Bruggen heeft zich ter zitting voorts bereid verklaard om de direct betrokkenen, onder wie eisers, over de indicatiebesluiten, zorgplannen en de geleverde zorg te informeren. In dit verband heeft de Bruggen enkele ouders reeds per brief geïnformeerd. Daarnaast heeft De Bruggen een ‘projectgroep zorgdossier’ ingesteld die, in overleg met de Centrale Cliëntenraad en een externe klankbordgroep met daarin onder meer het Zorgkantoor, zal toezien op adequate communicatie met de ouders.

Gesteld noch gebleken is dat eisers de uitkomst van deze ontwikkelingen niet zouden kunnen afwachten. De vorderingen sub 2 en 3 zullen derhalve worden afgewezen.

3.4. Eisers vorderen tenslotte hervatting van de samenwerking tussen De Bruggen en de VVHB. De voorzieningenrechter is met De Bruggen van oordeel dat nu de VVHB zelf geen partij is in deze procedure, eisers in hun vordering sub 4 niet ontvankelijk zijn.

3.5. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat eisers in hun vordering betreffende de hervatting van de samenwerking met de VVHB niet-ontvankelijk zijn en dat de overige vorderingen zullen worden afgewezen.

3.6. Ter zitting en uit de stukken is gebleken van ernstige voorbeelden van schromelijk tekortschietende zorg. Eisers hebben terecht de vraag gesteld of hun verwanten – gegeven de beschikbaarheid van SGLVG toeslagen – wel steeds de benodigde zorg hebben ontvangen. Deze vraag kan echter in het kader van de voorgelegde vorderingen niet aan de orde komen, hetgeen uit het voorgaande volgt.

3.7. Eisers zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

verklaart eisers niet-ontvankelijk in de vordering met betrekking tot de hervatting van de samenwerking met de VVHB;

wijst de overige vorderingen af;

veroordeelt eisers in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van De Bruggen begroot op € 1.060,--, waarvan € 816,-- aan salaris procureur en € 244,-- aan griffierecht.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Paris en uitgesproken ter openbare zitting van 2 mei 2005 in tegenwoordigheid van de griffier.

mlh