Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2005:AT4861

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
27-04-2005
Datum publicatie
29-04-2005
Zaaknummer
KG ZA 05-479
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De eiseres - de Stichting Instituut voor Publiek en Politiek -, eist in een kort geding dat de gedaagde - de Stichting Vrijplaats Koppenhinksteeg (ook handelend onder de naam Eurodusnie) - de door eiseres gestelde merkinbreuken en auteursrechtinbreuken en de door eiseres gestelde onrechtmatige handelingen staakt en en gestaakt houdt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2005, 269
BIE 2007, 145
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

hw / afd. I

rolnummer: KG ZA 05-479

datum vonnis: 27 april 2005

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE

sector civiel recht - voorzieningenrechter

Vonnis in kort geding in de zaak met rolnummer KG 05/479 van:

de Stichting Instituut voor Publiek en Politiek,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in kort geding,

advocaat: mr A.P. Meijboom (Amsterdam),

procureur: mr P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt,

tegen

de Stichting Vrijplaats Koppenhinksteeg, ook h.o.d.n. Eurodusnie,

gevestigd te Leiden,

vrijwillig verschenen verweerster in kort geding,

advocaat en procureur: mr M. Schuckink Kool.

Na op vrijdag 22 april 2005 door eiseres verkregen mondelinge last, is verweerster vrijwillig verschenen ter terechtzitting in kort geding van dinsdag 26 april 2005. Ter zitting heeft mr Meijboom de vorderingen van eiseres zoals geformuleerd in zijn aan gedaagde genoegzaam bekende concept-dagvaarding en akte wijziging van eis toegelicht aan de hand van pleitnotities en 11 producties. Namens gedaagde is verweer gevoerd bij monde van haar procureur mr Schuckink Kool, haar voorzitter de heer M. van Duijn en haar gevolmachtigde de heer A. Kramer, zulks aan de hand van een verweerschrift en producties. Nadat een minnelijke regeling niet mogelijk bleek, hebben partijen onder overlegging van de stukken vonnis gevraagd.

1. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 26 april 2005 wordt in dit kort geding van het volgende uitgegaan.

1.1 Eiseres is houdster van het Benelux beeldmerk Stemwijzer, onder nr. 686640 op 25 april 2001 gedeponeerd en per 10/2001 ingeschreven voor de klassen 9, 16 en 42, dat is samengevat het afnemen van testen ter bepaling van de politieke voorkeur van personen al of niet via internet alsmede gedrukte en elektronische publicaties ten behoeve van die diensten.

1.2 Eiseres maakt en publiceert onder haar merk stemwijzer sinds 1998 internet-instrumenten om het kiezerspubliek te informeren over partijprogramma’s en dergelijke in het kader van verkiezingen. Deze testinstrumenten genieten een reputatie van onafhankelijkheid en objectiviteit. Ruim twee miljoen bezoekers hebben op internet de zogenaamde stemwijzers van eiseres voor de Tweede Kamer verkiezingen van 2002 en 2003 geraadpleegd.

1.3 Op donderdag 21 april 2005 heeft eiseres na een publiciteitscampagne haar internet-instrument genaamd Referendumwijzer “gelanceerd”. Het publiek kan sindsdien deze referendumwijzer - door eiseres ontworpen ten behoeve van het op 1 juni 2005 over de Europese Grondwet te houden nationaal referendum - raadplegen op de website www.referendumwijzer.nl van eiseres.

1.4 Gedaagde is een stichting die volgens haar manifest wil bijdragen aan een veelzijdig verzet dat zich sterk maakt voor een democratische wereld. Zij treedt in het maatschappelijk verkeer ook wel op onder de naam Eurodusnie, en zij voert thans onder meer acties strekkende tot afwijzing van de Europese Grondwet door de kiezers bij het nationaal referendum op 1 juni 2005.

1.5 Na registratie van de desbetreffende domeinnaam biedt gedaagde eveneens sinds 21 april 2005 op haar website www.referendumstemwijzer.nl het publiek een adviesinstrument aan onder de term Referendumstemwijzer. Na een sommatiebrief van eiseres heeft gedaagde per 24 of 25 april 2005 de vormgeving van de homepage van haar voormelde website gewijzigd, maar voor het overige niet voldaan aan de sommaties van eiseres.

2. De geschillen

2.1 Eiseres vordert – sterk verkort weergegeven en in het licht van de hiervoor voorshands vastgestelde feiten – gedaagde te bevelen primair de door eiseres gestelde merkinbreuken en auteursrechtinbreuken en subsidiair de door eiseres gestelde onrechtmatige handelingen te staken en gestaakt te houden, met de ten deze gebruikelijke nevenvorderingen.

2.2 Voor de exacte weergave van de gevorderde voorlopige voorzieningen, de onderbouwing daarvan en de daartegen gevoerde verweren volstaat de voorzieningenrechter thans kortheidshalve met een verwijzing naar de wederzijdse gedingstukken met producties en het verhandelde ter zitting.

3. De beoordeling

3.1 Het gestelde spoedeisend belang van eiseres bij de gevorderde ordemaatregelen is niet betwist en voorts evident, gelet op de naderende datum van het nationaal referendum (1 juni 2005) met het oog waarop enerzijds eiseres op internet thans haar referendumwijzer aanbiedt en anderzijds gedaagde thans haar door eiseres bestreden referendumstemwijzer. De bevoegdheid van de Haagse voorzieningenrechter staat mede gelet op art. 37 BMW vast, nu gedaagde is gevestigd in dit arrondissement.

3.2 Allereerst zullen de vorderingen gebaseerd op merkinbreuk worden beoordeeld. Met gedaagde is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat gedaagde het omstreden teken referendumstemwijzer voor haar op internet aangeboden diensten niet gebruikt in het economisch verkeer ter onderscheiding van waren of diensten, zoals bedoeld in art. 13A lid 1 sub b BMW. Op die door eiseres primair aangevoerde grondslag zijn de vorderingen dus niet toewijsbaar. Eiseres heeft immers niet aannemelijk gemaakt dat gedaagde – zijnde een stichting met ideële en politieke doeleinden – dit teken gebruikt in verband met een zakelijke of commerciële activiteit en/of dat zij met de onder dit teken op internet aangeboden diensten enig economisch voordeel beoogt te behalen of behaalt. Gedaagde biedt daarentegen onder dit teken het kiezerspubliek een alternatieve politieke voorkeurstest aan.

3.3 Op de aangevoerde subsidiaire grondslag van art. 13A lid 1 sub d BMW zijn de op merkinbreuk gebaseerde vorderingen echter wel grotendeels toewijsbaar. Daartoe is het volgende redengevend.

3.4 Uitgangspunt is dat eiseres door inschrijving nu eenmaal merkhouder is van het beeldmerk en daarmee ook het woordmerk Stemwijzer. Gedaagde heeft in dit kort geding geen serieus te nemen argumenten aangevoerd, op grond waarvan er een gerede kans zou bestaan dat de bodemrechter desgevorderd deze merkinschrijving nietig of vervallen zou verklaren op een in art. 14 BMW opgesomde grondslag, zoals gedaagde nog onvoldoende onderbouwd heeft aangevoerd. Eiseres heeft met haar producties daarentegen aannemelijk gemaakt dat haar merk Stemwijzer voor de ingeschreven diensten bij het publiek door intensief gebruik thans een sterk en bekend merk is geworden - zie onder meer rov. 1.2 – met een relatief groot onderscheidend vermogen, dat mede wordt bepaald door de begripsmatige dubbele bodem in de samenstelling van de elementen stem en wijzer.

3.5 Mede gelet op het voorgaande kan eiseres als merkhouder zich op grond van art. 13A lid 1 sub d BMW verzetten tegen het onderhavige gebruik door gedaagde van het teken referendumstemwijzer, dat het sterke en bekende merk stemwijzer van eiseres geheel bevat. Door de keuze van het teken referendumstemwijzer als aanduiding voor haar website en haar adviesinstrument, en door de omstandigheid dat zij dit teken gebruikt voor de promotie van haar eigen politieke standpunt, profiteert gedaagde immers onmiskenbaar van de reputatie en het onderscheidend vermogen van het bekende merk stemwijzer van eiseres bij het aantrekken van internetpubliek dat op zoek is naar een van eiseres afkomstig instrument over het referendum. Bovendien doet gedaagde aldus afbreuk aan dat onderscheidend vermogen en aan de onpartijdige en onafhankelijke reputatie van het merk stemwijzer van eiseres. Gedaagde doet dit voorts zonder geldige reden, omdat er voor haar geen enkele noodzaak bestaat om juist het teken “(referendum)stemwijzer” te gebruiken. Vele ter aanduiding te gebruiken alternatieven zoals bijvoorbeeld “referendumadvies” zijn immers denkbaar, waarbij gedaagde wel voldoende afstand zou nemen van het merk stemwijzer van eiseres.

3.6 Ook de gewijzigde vordering gebaseerd op auteursrechtinbreuk is in kort geding grotendeels toewijsbaar. Daartoe is het volgende redengevend.

3.7 Niet of onvoldoende bestreden is dat de vormgeving van de aanvankelijke homepage van www.referendumstemwijzer.nl van gedaagde vanaf 21 april 2005 een vrijwel klakkeloze kopie was van de vormgeving van de homepage van www.referendumwijzer.nl van eiseres. Dit plagiaat blijkt ook uit een vergelijking van de producties 2 en 5 van eiseres. De vormgeving van laatstgenoemde homepage valt naar voorlopig oordeel te kwalificeren als een werk met een eigen oorspronkelijk karakter en het persoonlijk stempel van de maker, waarbij eiseres op grond van art. 7 Auteurswet als maker moet worden aangemerkt. Nu gedaagde geen onthoudingsverklaring heeft getekend en ter zitting ook geen harde toezegging heeft gedaan, dreigt terzake nog steeds auteursrechtinbreuk. Daaraan doet onvoldoende af de enkele omstandigheid dat de gewraakte homepage van gedaagde sinds 24 of 25 april 2005 uit de lucht is. De huidige homepage van gedaagde (zie productie 7 van eiseres) valt overigens niet te kwalificeren als auteursrechtinbreuk, maar op grond van de voorgaande rechtsoverwegingen wel als merkinbreuk door het (prominent en herhaald) gebruik van het teken “referendumstemwijzer”.

3.8 Eiseres betoogt voorts dat op de door haar ontworpen adviesinstrumenten zelve, genaamd stemwijzer en referendumwijzer, auteursrecht rust, vergelijkbaar met het auteursrecht op uitgewerkte plots van boeken en op tv-formats. Juist is dat op een verdienstelijk idee, een stijl of een methode geen auteursrecht kan rusten, maar wel op een gedetailleerd en concreet uitgewerkt concept daarvan met een unieke structuur als samenstel van elementen. Naar voorlopig oordeel vallen de zogenaamde stemwijzers en de referendumwijzer van eiseres aan te merken als dergelijke auteursrechtelijk beschermde werken, gelet op productie 10 en op de nadere uitleg gegeven onder 3.4 in de pleitnota van eiseres. Anders dan gedaagden hebben betoogd, is dit samenstel van gemaakte keuzes aan te merken als typerend voor de instrumenten genaamd stemwijzer en referendumwijzer van eiseres en als zijnde typisch van eiseres afkomstig, en niet als een banale en voor de hand liggende, niet-oorspronkelijke toepassing van basisbeginselen van psychologie en/of interviewtechniek.

3.9 Uit productie 11 van eiseres blijkt voorshands, dat gedaagde in haar op internet aangeboden adviesinstrument genaamd referendumstemwijzer een groot aantal karakteristieke elementen uit de door eiseres gemaakte adviesinstrumenten genaamd stemwijzer en referendumwijzer heeft overgenomen of deze daaraan heeft ontleend, op het wijzigen van wat tekstpassages en kleurstellingen na. Aannemelijk is dan ook dat er sprake is van een door art. 13 Auteurswet verboden verveelvoudiging door gedaagde van het werk van eiseres. De kans dat gedaagde zelfstandig zonder kennis van het werk van eiseres op nagenoeg hetzelfde uitgewerkte adviesinstrument zou zijn gekomen, is nagenoeg nihil.

3.10 Voorzover gedaagde zich nog beroept op haar grondrechten zoals het recht van vrije meningsuiting, kan dit aan de hiervoor aangenomen merkinbreuk en auteursrechtinbreuk niet afdoen. Vanzelfsprekend moet gedaagde ook op internet haar politieke voorkeur ten aanzien van de bij het naderend nationaal referendum te maken keuze voor of tegen de Europese Grondwet kunnen uiten en moet zij hiervoor ook een eigen adviesinstrument aan het kiezerspubliek kunnen aanbieden. Dat is zelfs een groot democratisch goed. Gedaagde behoort echter bij de daarbij door haar ter aanduiding van haar diensten gebruikte tekens en bij de vormgeving van het adviesinstrument zelf voldoende afstand te nemen van de intellectuele eigendomsrechten van eiseres, in plaats van daarbij aan te haken zoals gedaagde dat tot dusverre heeft gedaan. Praktisch gezien staan haar daartoe ook vele alternatieven ter vrije beschikking.

3.11 Uit het voorgaande volgt dat de gevorderde voorlopige voorzieningen gebaseerd op merkinbreuk en auteursrechtinbreuk grotendeels moeten worden toegewezen, met dien verstande dat aan gedaagde een termijn van 24 uur zal worden gegund om aan de te geven bevelen te voldoen. Voorts zal worden bepaald dat de gevorderde en op te leggen dwangsom naderhand vatbaar is voor matiging door de rechter, voor zover handhaving daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, zulks mede in aanmerking genomen de mate waarin aan de veroordeling is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid daarvan.

3.12 Tegen de nevenvordering onder 3 primair, strekkende tot reële executie van de ordemaatregel van overdracht van de domeinnaam van gedaagde ter voorkoming van verdere merkinbreuk, is door gedaagde geen afzonderlijk verweer gevoerd. Zij komt de voorzieningenrechter voorts niet onrechtmatig of ongegrond over en zal dus worden toegewezen, mede gelet op bij pleitnota onder 2.10 door eiseres op dit punt nog gegeven toelichting. De termijn als bedoeld in art. 260 Rv zal worden bepaald op drie maanden vanaf heden.

3.13 De subsidiaire vorderingen gebaseerd op onrechtmatige daad behoeven bij deze stand van zaken geen beoordeling. Gedaagde moet als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van eiseres, begroot op € 244,- griffierecht en € 816,- salaris procureur, dat is in totaal

€ 1.060,-, alles zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

4. De beslissingen

De voorzieningenrechter:

- beveelt gedaagde om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis iedere inbreuk op het Beneluxmerk Stemwijzer van eiseres - daaronder begrepen het gebruik van het teken “referendumstemwijzer” - te staken en gestaakt te houden, op straffe van een dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag die of ieder dagdeel dat gedaagde in gebreke is om aan dit bevel te voldoen dan wel naar keuze van eiseres voor elke overtreding van dit bevel;

- beveelt gedaagde om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis iedere inbreuk op het auteursrecht van eiseres op de vormgeving van de website www.referendumwijzer.nl en op de zogenaamde stemwijzer of ieder ander adviesinstrument van eiseres - onder die auteursrechtinbreuk begrepen de huidige vormgeving van het adviesinstrument “referendumstemwijzer” zoals op internet aangeboden door gedaagde - te staken en gestaakt te houden, eveneens op straffe van een dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag die of ieder dagdeel dat gedaagde in gebreke is om aan dit bevel te voldoen dan wel naar keuze van eiseres voor elke overtreding van dit bevel;

- bepaalt op de voet van art. 3:300 BW en bij wijze van ordemaatregel dat dit vonnis dezelfde kracht heeft als het verzoek van gedaagde om de domeinnaam “referendumstemwijzer.nl” over te dragen aan eiseres, opdat eiseres op grond van art. 15 lid 3 van het reglement domeinnamen van SIDN met behulp van een authentiek afschrift van dit vonnis voormelde domeinnaam vooralsnog op eiseres kan doen overgaan;

- bepaalt dat bovenstaande dwangsommen vatbaar zijn voor matiging op de wijze zoals in rov. 3.11 is vermeld;

- bepaalt de termijn als bedoeld in art. 260 Rv op drie maanden vanaf heden;

- veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiseres van een bedrag van € 1.060,- aan proceskosten in kort geding, zoals begroot in rov. 3.13;

- verklaart dit vonnis tot zover zo veel mogelijk uitvoerbaar bij vooraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis in kort geding is gewezen door mr H. Wien en uitgesproken ter openbare zitting van woensdag 27 april 2005 in het bijzijn van de griffier.