Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2005:AT3140

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
24-03-2005
Datum publicatie
04-04-2005
Zaaknummer
KG 05/181
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

[...] De voorzieningenrechter:

Veroordeelt gedaagde om na betekening van dit vonnis duidelijk in de eerstvolgende Consumentengids, alsmede om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis duidelijk op de website, www.consumentenbond.nl, in het gebruikelijke lettertype en zonder commentaar een rectificatie te plaatsen met de volgende tekst:

"Rectificatie

De voorzieningenrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage is in kort gedingvonnis van 24 maart 2005 tot het oordeel gekomen dat de publicaties van de Consumentenbond op haar website www.consumentenbond.nl alsmede in de Consumentengids over de webcam-actie bij de C1000 te Alphen aan den Rijn onrechtmatig en onzorgvuldig zijn geweest.

De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de Consumentenbond in de berichtgeving ten onrechte de suggestie heeft gewekt dat er bij de C1000 te Alphen aan den Rijn stiekem en dus zonder dat de consument daarvan op de hoogte is gesteld beeldopnames zijn gemaakt. Aan weerszijden van de ingang bij bedoeld C1000 filiaal is duidelijk aangegeven dat er een webcam actief was, als ook in de winkel is geattendeerd op de aanwezigheid van de webcam. De webcam is zodanig opgesteld dat de consument niet herkenbaar in beeld komt. De webcam registreert een vaag beeld van de consument en zendt die beelden digitaal naar www.allesoverfabrikanten.nl. De beelden kunnen aldaar alleen real-time bekeken worden door fabrikanten / toeleveranciers van supermarkten en supermarktondernemers die zijn ingelogd op die website.

De rechter heeft ons veroordeeld tot deze publicatie.

Consumentenbond,

[directeur],

directeur. "

veroordeelt gedaagde zich te onthouden van het doen van onjuiste, onvolledige, misleidende en tendentieuze mededelingen omtrent de webcam-actie bij eiseres; [...]

Wetsverwijzingen
Wet bescherming persoonsgegevens
Wet bescherming persoonsgegevens 34
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2005, 222
WBP 2009/154
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE

sector civiel recht - voorzieningenrechter

Vonnis in kort geding van 24 maart 2005,

gewezen in de zaak met rolnummer KG 05/181 van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Ten Brink Foodretail B.V.,

tevens handelend onder de naam Ten Brink & C1000,

gevestigd te Alphen aan den Rijn,

eiseres,

procureur mr. N.E. Koetsier,

tegen:

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

De Consumentenbond,

gevestigd te 's-Gravenhage,

gedaagde,

procureur mr. C. van Oosten.

1. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 16 maart 2005 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1. Eiseres exploiteert een C1000-filiaal te Alphen aan den Rijn en doet sedert het najaar van 2004 als supermarkt mee aan een actie getiteld Webcam@Work (hierna: de webcam-actie).

1.2. De webcam-actie is een initiatief van www.allesoverfabrikanten.nl, een website die een interactief commercieel platform voor fabrikanten en supermarktondernemers is en fabrikanten / toeleveranciers van supermarkten rechtstreeks in staat stelt te communiceren over commerciële activiteiten. De website voorziet tevens in een zoekmachine op het gebied van merken, fabrikanten en productgroepen in de supermarkt en is slechts toegankelijk voor supermarktondernemers en fabrikanten / toeleveranciers van de supermarkten.

1.3. De webcam-actie houdt in dat in de aan de actie deelnemende supermarkt één of meer webcams worden geplaatst die beelden registreren betreffende de verkoop van nieuwe producten, op welke wijze consumenten reageren op promoties of nieuwe schapindelingen. De webcam zendt de beelden digitaal door naar de website www.allesoverfabrikanten.nl. De beelden kunnen vervolgens -uitsluitend real-time- bekeken worden door op genoemde website ingelogde fabrikanten/ toeleveranciers en supermarktondernemers.

1.4. De webcam bij eiseres is geplaatst in de zogenoemde "voordeelstraat", waar aanbiedingen worden aangeboden. De aanbiedingen zijn tevens elders in de supermarkt verkrijgbaar. Vóórin de supermarkt, links en rechts van de ingang, is op borden aangegeven dat er een webcam actief is in de voordeelstraat. Tevens is vermeld met welk doel de webcam is geplaatst en dat de aanbiedingen ook elders in de supermarkt verkrijgbaar zijn. Eenzelfde mededeling over de activiteit en het doel van de webcam is in de "voordeelstraat" en op het betreffende schap geplaatst.

1.5. Gedaagde houdt zich bezig met consumentenbelangenbehartiging en voorlichting omtrent productkeuze en diensten door middel van onderzoek, informatieverstrekking en advisering.

1.6. Naar aanleiding van een artikel over de webcam-actie in de Haagsche Courant van 2 oktober 2004, heeft gedaagde in de Consumentengids en op haar website mededeling gedaan over de actie. Bovendien heeft gedaagde een nieuwsbericht op haar website geplaatst.

1.7. Onder de titel "De fabrikant gluurt mee" heeft gedaagde op de eigen website een bericht geplaatst. In dat bericht stelt gedaagde dat de consument bij het winkelen door een webcam bespied kan worden. Gedaagde stelt de consument voorts de vraag of deze er bezwaar tegen heeft als de fabrikant de consument bij het winkelen bekijkt.

1.8. De webcam in de winkel van eiseres staat sedert 1 november 2004 off-line, en is dus sedert die datum niet-actief.

1.9. In de Consumentengids van november 2004 is de consument door [directeur], de directeur van gedaagde, in haar column onder de kop "Gegluur" opgeroepen zijn mening te geven omtrent "bespieden en gegluur" in de supermarkt.

1.10. Op 29 november 2004 heeft gedaagde op haar website het bericht "Actie tegen gegluur in de supermarkt succesvol" gepubliceerd, met als onderschrift "Consumenten hebben duidelijk hun stem laten horen niet gediend te zijn van webcams als marketinginstrument". Voorts staat in het artikel vermeld: "De bond eist nu dat de C1000 in Alphen aan de Rijn binnen een week de webcam uit de winkel verwijdert. De Consumentenbond gaat er van uit dat deze marketingmethode vanaf nu definitief tot het verleden gaat behoren."

1.11. Eiseres heeft direct na het verschijnen van de publicatie op 29 november 2004 per e-mail gereageerd. Gedaagde heeft vervolgens bij brief van dezelfde datum eiseres aangeschreven met het verzoek de webcam binnen één week te verwijderen.

1.12. Bij e-mail van 3 december 2004 heeft [betrokkene], juridisch medewerker communicatie van het College bescherming persoonsgegevens (hierna: ook CBP) eiseres -onder andere- meegedeeld: "U heeft het College bescherming persoonsgegevens (CBP) gevraagd hoe het gebruik van webcams zich verhoudt tot de Wet bescherming persoonsgegevens (WBP).

De WBP is niet van toepassing op videocamera's die geen beeldopnamen vastleggen of op webcams die er op gericht zijn om beelden van openbare plaatsen weer te geven, zonder dat daarbij personen herkenbaar in beeld worden gebracht. Het feit dat de vervaardigde beelden live via internet worden uitgezonden verandert dit niet.

Indien de gegevens herleidbaar zijn tot een identificeerbare natuurlijke persoon dan is de WBP wel van toepassing. U dient dan het proportionaliteits- en subsidiariteitsbeginsel mee te laten wegen. (.....)"

1.13. In de Consumentengids van december 2004 is een artikel verschenen onder de kop "BV Gluur". In dat artikel maakt gedaagde melding van enkele reacties van haar leden op het op de website verschenen bericht "De fabrikant gluurt mee".

1.14. Namens gedaagde heeft directeur [directeur] eiseres bij brief van 3 januari 2005 -nogmaals- verzocht de webcam te verwijderen. Zij besluit haar schrijven met: "Voor het geval u wederom niet reageert of weigert de webcam uit de winkel te verwijderen, behouden wij ons het recht voor ons dringende verzoek te ondersteunen met de ons ten dienste staande actiemiddelen."

1.15. Bij brief van 19 januari 2005 heeft eiseres gedaagde -onder andere- verzocht de negatieve berichtgeving over de webcam te staken en gestaakt te houden en op de website geplaatste berichten te verwijderen en verwijderd te houden alsmede door middel van een rectificatie op de website mee te delen dat de eerder geuite bezwaren tegen de webcam-actie niet meer bestaan.

1.16. Gedaagde heeft hierop bij brief van 27 januari 2005 gereageerd en meegedeeld geen gehoor te zullen geven aan de verzoeken van eiseres. Voorts heeft zij de tekst van een artikel over de webcam bijgevoegd. Genoemd artikel zou gepubliceerd worden in de -toen- nog niet verschenen Consumentengids van februari 2005.

1.17. Eiseres heeft bij fax van dezelfde datum gedaagde -onder andere- erop gewezen dat de webcam-actie rechtmatig is en gesommeerd het artikel niet te plaatsen dan wel te verwijderen uit de Consumentengids van februari 2005.

1.18. In de Consumentengids van februari 2005 heeft gedaagde een artikel geplaatst onder de titel: "Webcam niet van Unilever". Daarin staat -onder andere-: "Honderden consumenten lieten op onze website of via e-mail hun afkeer blijken van deze praktijk. Een belangrijke reactie kwam ook van Unilever: Unilever heeft niets met deze webcam te maken! (.....) Unilever treft dus geen blaam. De supermarktondernemer wel. (.....)"

2. De vordering, de gronden daarvoor en het verweer

Eiseres vordert -zakelijk weergegeven- gedaagde te veroordelen:

1. tot plaatsing van respectievelijk een rectificatie in de eerstvolgende Consumentengids, op de eerste of tweede pagina en met verwijzing naar de rectificatie op de voorpagina en een rectificatie op de website;

2. zich te onthouden van het doen van onjuiste, onvolledige, misleidende en tendentieuze mededelingen omtrent de webcam-actie;

3. tot betaling van (een voorschot op) een schadevergoeding van EUR 50.000,--;

4. het onder 1 en 2 gevorderde op straffe van een dwangsom van EUR 100.000,--.

Daartoe voert eiseres het volgende aan.

Gedaagde is een gezaghebbende organisatie met een gevestigde naam. Gedaagde heeft in diverse publicaties -onder andere- gesuggereerd dat er stiekem beeldopnames worden gemaakt. Daarmee is een onjuiste voorstelling van zaken gegeven. Het publiek gaat er van uit dat de onjuiste, onvolledige, misleidende en tendentieuze mededelingen van gedaagde over de webcam-actie waar zijn. Hierdoor wordt de eer en goede naam van eiseres aangetast en worden de consumenten bewogen de winkel van eiseres te mijden. Gedaagde handelt onrechtmatig jegens eiseres. Dit geldt temeer daar gedaagde vóór het verschijnen van de februari editie (van 2005) van de Consumentengids uitdrukkelijk is gewezen op de rechtmatigheid van de webcam-actie en de onrechtmatigheid van de eigen berichtgeving. Eiseres, die door de publicaties van gedaagde schade lijdt, heeft spoedeisend belang bij haar vordering.

Gedaagde voert -zakelijk weergegeven- als volgt verweer.

Omtrent het ophangen van beveiligingscamera's is een brede maatschappelijke discussie gevoerd die heeft geresulteerd in een protocol. Het ligt voor de hand dat het ophangen van camera's voor commerciële doeleinden niet zomaar kan. Gedaagde acht dit onwenselijk. Gedaagde beoogt met haar acties dit soort praktijken in de kiem te smoren. Gedaagde is een consumentenorganisatie die de actuele ontwikkelingen vanuit het perspectief van de consument bekijkt, actie voert waar nodig en deelneemt aan het publiek debat. Het innemen van een voorlopig standpunt is niet onzorgvuldig. Het geven van een mening valt binnen het recht op vrije meningsuiting. Gedaagde heeft geen tendentieuze uitspraken gedaan, zij heeft zich bediend van normaal taalgebruik dat de grenzen van redelijkheid niet overschreden heeft. Het CBP heeft geen toestemming gegeven voor de webcam-actie.

De consumenten worden herkenbaar gefilmd en dit levert een schending van artikel 21 van de Auteurswet op. De consument heeft immers niet vooraf opdracht gegeven tot het openbaar maken van zijn portret. Gedaagde heeft niet onrechtmatig gehandeld jegens eiseres. De vorderingen dienen te worden afgewezen.

3. De beoordeling van het geschil

3.1. Voorop staat dat met de doelomschrijving van gedaagde strookt dat zij consumenten voorlicht omtrent activiteiten en initiatieven van winkeliers, fabrikanten en importeurs. Gezien de grote invloed en het gezag dat gedaagde heeft, dient die voorlichting op een zorgvuldige wijze te geschieden. Hetgeen naar buiten wordt gebracht mag dan ook niet verder gaan dan door de feiten is gerechtvaardigd. Dat dit criterium alleen zou gelden voor publicaties betreffende vergelijkend warenonderzoek, zoals gedaagde betoogt, wordt verworpen. Het publiek, en daarop richten zich de publicaties van gedaagde, zal niet onderkennen dat gedaagde de ene keer zorgvuldiger moet zijn dan de andere keer. Mitsdien wordt geoordeeld dat publicaties van gedaagde aan de hiervoor vermelde norm dienen te voldoen.

3.2. Ten aanzien van het door gedaagde in haar publicaties gestelde betwist eiseres dat de feiten die conclusies rechtvaardigen.

Zo wordt door gedaagde in haar berichtgeving ten onrechte de suggestie gewekt dat van de klanten van eiseres stiekem -en dus zonder dat zij op de hoogte zijn gesteld- beeldopnamen worden gemaakt. Daar is echter geen sprake van aldus eiseres. De klanten zijn op adequate wijze geïnformeerd omtrent de webcam-actie. Zo is bij de ingang op twee plaatsen, te weten aan weerszijden van de ingang, gewezen op de aanwezigheid van de webcam. Voorts was bij de webcam zelf, in de zogenoemde voordeelstraat, alsmede op het schap waarop de webcam gericht was, aangegeven waar en waarom er een webcam in de winkel aanwezig was. Bovendien zijn de artikelen uit de voordeelstraat tevens elders in de winkel verkrijgbaar. De beelden zijn niet -voor bijvoorbeeld latere raadpleging- vastgelegd, en bovendien vaag. De consument wordt niet-herkenbaar in beeld gebracht, aldus eiseres.

3.3. Dit betoog van eiseres komt -hoewel door gedaagde weersproken- aannemelijk voor. Daartoe wordt mede overwogen dat gedaagde zich, vóórdat zij tot publicatie omtrent de webcam-actie bij eiseres is overgegaan, niet van de feitelijke situatie ter plaatse op de hoogte heeft gesteld. Evenmin heeft gedaagde zich verstaan met -bijvoorbeeld de directeur van- eiseres zelf, teneinde zich te laten voorlichten omtrent het doel van, dan wel de wijze waarop de webcam-actie is uitgevoerd. Gedaagde heeft zich uitsluitend gebaseerd op meergenoemd artikel in de Haagsche Courant. Van een zorgvuldig onderzoek voorafgaand aan de publicaties is derhalve geen sprake. Van eigen wetenschap waaruit men heeft geput al evenmin.

3.4. Eiseres heeft in voldoende mate aannemelijk gemaakt dat de feiten omtrent de verstrekte informatie aan de consument over de webcam-actie alsmede de wijze waarop de beeldopnamen real-time worden gemaakt en doorgezonden, onvoldoende basis vormen voor hetgeen gedaagde in haar publicaties heeft vermeld over de webcam-actie in de winkel van eiseres. De voorzieningenrechter onderschrijft weliswaar het betoog van gedaagde daar waar deze stelt dat het innemen van een voorlopig standpunt niet zonder meer onzorgvuldig is, doch dat standpunt dient wel gebaseerd te zijn op door gedaagde zorgvuldig onderzochte feiten. Daarvan is hier geen sprake.

3.5. Dit klemt temeer nu de toonzetting van de berichtgeving zeer afkeurend en tendentieus is en naar haar doel toe redeneert, hetgeen gezien het hiervoor overwogene, zonder meer verwerpelijk en onzorgvuldig is jegens eiseres. Gedaagde heeft door het bezigen van termen als de fabrikant gluurt mee; door een webcam bespied worden en gegluur in de supermarkt ten onrechte de suggestie gewekt dat eiseres stiekem en zonder voorafgaande berichtgeving aan haar klanten beeldopnamen maakt en vastlegt. Het betoog van gedaagde dat het CBP niet akkoord gaat met de webcam-actie heeft gedaagde -voorts- niet aannemelijk gemaakt. Tenslotte wordt het beroep van gedaagde op de Auteurswet afgewezen, nu het hier gaat om niet tot identificeerbare personen te herleiden beelden.

3.6. Het voorgaande rechtvaardigt een rectificatie. Wel is er aanleiding de tekst daarvan aan te passen, zoals hierna vermeld. Plaatsing van de rectificatie dient te geschieden zowel op de website van gedaagde als in de eerstvolgende Consumentengids. Voor vermelding van de rectificatie op de eerste dan wel tweede pagina van de Consumentengids wordt geen aanleiding gezien. Evenmin voor een verwijzing op de voorpagina van de Consumentengids.

3.7. De dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd. Voorts zal worden bepaald dat de op te leggen dwangsom vatbaar is voor matiging door de rechter, voor zover handhaving daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, zulks mede in aanmerking genomen de mate waarin aan de veroordeling is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid daarvan.

3.8. De enkele niet nader onderbouwde stelling van eiseres dat zij schade heeft geleden op grond waarvan zij betaling vordert van -een voorschot op- een schadevergoeding ter grootte van EUR 50.000,-- is onvoldoende om toe te wijzen.

3.9. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering zal worden toegewezen zoals hierna vermeld.

3.10. Gedaagde zal, als de hoofdzakelijk in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding zoals hierna vermeld. Daarbij zal het door gedaagde aan eiseres te vergoeden griffierecht worden gerelateerd aan de vordering zoals die wordt toegewezen.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

Veroordeelt gedaagde om na betekening van dit vonnis duidelijk in de eerstvolgende Consumentengids, alsmede om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis duidelijk op de website, www.consumentenbond.nl, in het gebruikelijke lettertype en zonder commentaar een rectificatie te plaatsen met de volgende tekst:

"Rectificatie

De voorzieningenrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage is in kort gedingvonnis van 24 maart 2005 tot het oordeel gekomen dat de publicaties van de Consumentenbond op haar website www.consumentenbond.nl alsmede in de Consumentengids over de webcam-actie bij de C1000 te Alphen aan den Rijn onrechtmatig en onzorgvuldig zijn geweest.

De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de Consumentenbond in de berichtgeving ten onrechte de suggestie heeft gewekt dat er bij de C1000 te Alphen aan den Rijn stiekem en dus zonder dat de consument daarvan op de hoogte is gesteld beeldopnames zijn gemaakt. Aan weerszijden van de ingang bij bedoeld C1000 filiaal is duidelijk aangegeven dat er een webcam actief was, als ook in de winkel is geattendeerd op de aanwezigheid van de webcam. De webcam is zodanig opgesteld dat de consument niet herkenbaar in beeld komt. De webcam registreert een vaag beeld van de consument en zendt die beelden digitaal naar www.allesoverfabrikanten.nl. De beelden kunnen aldaar alleen real-time bekeken worden door fabrikanten / toeleveranciers van supermarkten en supermarktondernemers die zijn ingelogd op die website.

De rechter heeft ons veroordeeld tot deze publicatie.

Consumentenbond,

[directeur],

directeur. "

veroordeelt gedaagde zich te onthouden van het doen van onjuiste, onvolledige, misleidende en tendentieuze mededelingen omtrent de webcam-actie bij eiseres;

bepaalt dat gedaagde, indien zij in gebreke blijft aan één of meer van deze veroordelingen te voldoen, een dwangsom verbeurt van EUR 10.000,-- voor iedere overtreding dan wel iedere dag of deel daarvan dat de overtreding voortduurt, tot een maximum van EUR 100.000,--;

bepaalt dat bovenstaande dwangsom vatbaar is voor matiging op de wijze zoals onder 3.7 is vermeld;

veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van eiseres begroot op EUR 1.145,60, waarvan EUR 816,-- aan procureurssalaris, EUR 244,-- aan het onder 3.10 bedoelde deel van het griffierecht en EUR 85,60 aan dagvaardingskosten;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten betreffende het overige deel van het griffierecht, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Paris en uitgesproken ter openbare zitting van 24 maart 2005 in tegenwoordigheid van de griffier.

nk