Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2005:AS9629

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
18-02-2005
Datum publicatie
10-03-2005
Zaaknummer
09/753593-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

[...] Verdachte en zijn medeverdachten hebben op 20 augustus 2004 een echtpaar op klaarlichte dag in hun woning overvallen. Deze overval was, mede op aanwijzing van andere verdachten, al van tevoren gepland en voorbereid en had ten doel het vermeende grote geldbedrag dat een van de slachtoffers in huis zou hebben te bemachtigen. Verdachte en zijn medeverdachten zijn op slinkse wijze de woning binnengedrongen en hebben met geweld (waaronder het met handboeien boeien van de slachtoffers) en bedreiging met geweld (waaronder het tonen en richten van een vuurwapen) een geldbedrag van ongeveer 4000 euro en een portemonnee met inhoud buitgemaakt. De rol van verdachte bestond er uit dat hij, volgens afspraak, bij de woning het slachtoffer met een smoes te woord heeft gestaan om zodoende binnen te geraken. Voorts had verdachte tijdens de overval een leidinggevende positie en gaf hij de andere medeverdachten aanwijzingen.

Door het gewelddadige karakter van de overval is er een grove inbreuk gemaakt op de persoonlijke en geestelijke integriteit van de slachtoffers, des te meer nu zij in hun woning zijn overvallen. In een woning behoort men zich veilig en geborgen te voelen. De rechtbank rekent het verdachte dan ook ernstig aan dat het hem enkel ging om zijn eigen geldelijk gewin en dat hij niet heeft stilgestaan bij de mogelijk nog lang nawerkende gevolgen die een dergelijke traumatische gebeurtenis kan hebben voor de slachtoffers. Voorts veroorzaakt een dergelijke overval angst en onrust in de samenleving. [...]

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09/753593-04

rolnummer 0007

's-Gravenhage, 18 februari 2005

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

adres: [adres],

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Haaglanden, P.C.S. Unit 2 te

's-Gravenhage.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 3 december 2004 en 4 februari 2005.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr L.P.H. de Milliano, advocaat te Katwijk aan Zee, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr Steen heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding onder 1 telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar en 6 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

De telastlegging.

Aan de verdachte is telastgelegd - na wijziging van de telastlegging ter terechtzitting - hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A, en van de vordering wijziging telastlegging, gemerkt A1.

De bewijsmiddelen.

P.M.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan is de rechtbank tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat de verdachte het op de dagvaarding onder 1 telastgelegde feit heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte en zijn medeverdachten hebben op 20 augustus 2004 een echtpaar op klaarlichte dag in hun woning overvallen. Deze overval was, mede op aanwijzing van andere verdachten, al van tevoren gepland en voorbereid en had ten doel het vermeende grote geldbedrag dat een van de slachtoffers in huis zou hebben te bemachtigen. Verdachte en zijn medeverdachten zijn op slinkse wijze de woning binnengedrongen en hebben met geweld (waaronder het met handboeien boeien van de slachtoffers) en bedreiging met geweld (waaronder het tonen en richten van een vuurwapen) een geldbedrag van ongeveer 4000 euro en een portemonnee met inhoud buitgemaakt. De rol van verdachte bestond er uit dat hij, volgens afspraak, bij de woning het slachtoffer met een smoes te woord heeft gestaan om zodoende binnen te geraken. Voorts had verdachte tijdens de overval een leidinggevende positie en gaf hij de andere medeverdachten aanwijzingen.

Door het gewelddadige karakter van de overval is er een grove inbreuk gemaakt op de persoonlijke en geestelijke integriteit van de slachtoffers, des te meer nu zij in hun woning zijn overvallen. In een woning behoort men zich veilig en geborgen te voelen. De rechtbank rekent het verdachte dan ook ernstig aan dat het hem enkel ging om zijn eigen geldelijk gewin en dat hij niet heeft stilgestaan bij de mogelijk nog lang nawerkende gevolgen die een dergelijke traumatische gebeurtenis kan hebben voor de slachtoffers. Voorts veroorzaakt een dergelijke overval angst en onrust in de samenleving.

Blijkens een op naam van verdachte staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister d.d. 27 oktober 2004 is verdachte recentelijk niet eerder wegens soortgelijke feiten veroordeeld.

Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op het voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland d.d. 31 januari 2005, opgemaakt door J. Westdorp, Reclasseringswerker. Volgens rapporteur is het zaak dat verdachte in het geval van oplopende problemen zoals geldzorgen adequaat naar oplossingen zoekt in plaats van zijn toevlucht te nemen in gewelddadig optreden. Van belang wordt geacht om verdachte nog enige tijd in het vizier te houden om te kijken waarin hij begeleid kan worden. Voor zijn psychische problemen, waarbij rapporteur de indruk heeft dat hij trouw zijn afspraken nakomt met zijn behandelaar en zijn medicijnen inneemt, temeer omdat hij voordeel hiervan ervaart, is hij voldoende ingebed in de geestelijke gezondheidszorg. Indien de ernst en de aard van de feiten zich hiermee verdragen, wil rapporteur in overweging geven om verdachte een verplicht reclasseringscontact op te leggen. Tevens wordt een forse voorwaardelijke straf met een proeftijd als sanctiemiddel op zijn plaats geacht.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Deze laat geen ruimte voor het advies van de reclassering.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 310, 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het bij dagvaarding onder 1 telastgelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

Medeplegen van diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op :25 oktober 2004,

in voorlopige hechtenis gesteld op : 28 oktober 2004,

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Donker, voorzitter,

van de Kar en van Harte, rechters,

in tegenwoordigheid van mr Meijers, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 februari 2005.

mrs van de Kar en van Harte zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.