Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2005:AS4475

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
26-01-2005
Datum publicatie
01-02-2005
Zaaknummer
09.925990-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank overweegt dat, nu het door verdachte plegen van strafbare feiten sterk samenhangt met zijn verslavingsproblematiek, er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal plegen indien er voor deze problematiek geen oplossing wordt gevonden. De veiligheid van goederen is daarmee in het geding. De rechtbank zal daarom aan verdachte de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) opleggen.

De rechtbank zal deze maatregel opleggen voor de maximale duur van twee jaren. De rechtbank komt tot deze beslissing, aangezien de wetgever niet de mogelijkheid heeft geboden om de maatregel, zou deze voor kortere duur worden opgelegd, indien nodig na verloop van tijd te verlengen. In de duur van de maatregel, zoals wordt opgelegd, ziet de rechtbank evenwel aanleiding om te bepalen dat na zes maanden een tussentijdse beoordeling als bedoeld in artikel 38s van het Wetboek van Strafrecht plaatsvindt. Alsdan kan worden bezien of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel noodzakelijk is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

meervoudige kamer

(verkort vonnis)

parketnummer 09.925990-04

's-Gravenhage, 26 januari 2005

De rechtbank 's-Gravenhage, recht doende in strafzaken, heeft het volgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in het penitentiair complex Scheveningen (Unit 2) te 's-Gravenhage.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 12 januari 2005.

De verdachte is ter terechtzitting gehoord, bijgestaan door zijn raadsman mr. Van Beek.

De officier van justitie, mr. Kole, heeft als volgt gevorderd:

ter zake van het bij dagvaarding onder 1 primair ten laste gelegde feit: plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren;

ter zake van de bij dagvaarding onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten: schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel;

ter zake van de in beslag genomen voorwerpen: teruggave van twee horloges aan verdachte en teruggave van een zilveren ketting aan de Bijenkorf.

De tenlastelegging.

Aan verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A.

De bewijsmiddelen.

p.m.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen -elk daarvan, ook in zijn

onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft- staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte de hem bij dagvaarding onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht -en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van ver- schrijvingen in de telastlegging, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad- de inhoud van de tenlastelegging, zoals vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde en van de verdachte.

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijven oplevert.

Verdachte is strafbaar; ten aanzien van hem zijn geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk geworden.

Motivering van de op te leggen straf en maatregel.

Na te melden straf en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van de misdrijven, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandig- heden van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende overwogen. Verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Uit het uittreksel van de justitiële documentatiedienst, dat 36 bladzijden telt, blijkt dat verdachte sedert 1981 wegens het plegen van al dan niet gekwalificeerde diefstallen stelselmatig met politie en justitie in aanraking is gekomen. Ook blijkt hieruit dat verdachte in de vijf jaren voorafgaand aan de diefstal die hij in oktober 2004 heeft gepleegd, ten minste driemaal wegens misdrijf onherroepelijk tot een gevangenisstraf is veroordeeld. De vrijheidsstraffen die verdachte in het verleden zijn opgelegd zijn reeds vóór oktober 2004 ten uitvoer gelegd.

Over verdachte is door Parnassia gerapporteerd. Uit dit rapport van 4 januari 2005 komt naar voren, dat verdachte jarenlang verslaafd is aan drugs, in het bijzonder harddrugs, en dat deze verslaving gepaard gaat met een hardnekkig, veel overlast veroorzakend crimineel gedrag. Genoemde instantie acht het gewenst om verdachte met enige drang te geleiden naar een behandeltraject en adviseert daarom oplegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD).

De rechtbank overweegt dat, nu het door verdachte plegen van strafbare feiten sterk samenhangt met zijn verslavingsproblematiek, er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal plegen indien er voor deze problematiek geen oplossing wordt gevonden. De veiligheid van goederen is daarmee in het geding. De rechtbank zal daarom aan verdachte de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) opleggen.

De rechtbank zal deze maatregel opleggen voor de maximale duur van twee jaren. De rechtbank komt tot deze beslissing, aangezien de wetgever niet de mogelijkheid heeft geboden om de maatregel, zou deze voor kortere duur worden opgelegd, indien nodig na verloop van tijd te verlengen. In de duur van de maatregel, zoals wordt opgelegd, ziet de rechtbank evenwel aanleiding om te bepalen dat na zes maanden een tussentijdse beoordeling als bedoeld in artikel 38s van het Wetboek van Strafrecht plaatsvindt. Alsdan kan worden bezien of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel noodzakelijk is.

Naast deze maatregel, die voor feit 1 primair wordt opgelegd, zal de rechtbank, anders dan de officier van justitie heeft geëist, voor de feiten 2 en 3 een gevangenisstraf opleggen die in duur gelijk is aan de tijd die verdachte voor deze feiten reeds in voorarrest heeft doorgebracht.

De in beslag genomen voorwerpen.

Onder verdachte zijn goeden in beslag genomen. Overeenkomstig de vordering van de officier van justitie zal de rechtbank de teruggave van twee horloges aan verdachte gelasten en de teruggave van een zilveren ketting aan de Bijenkorf.

De toepasselijke wetsartikelen.

De artikelen 38m, 38n, 38s, 57 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de hem bij dagvaarding onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

diefstal, meermalen gepleegd;

verklaart de bewezen verklaarde feiten en de verdachte strafbaar;

legt ter zake van feit 1 primair op de maatregel tot plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren;

bepaalt dat in deze zaak ter zitting van deze rechtbank van woensdag 27 juli 2005, te 09.30 uur, een tussentijdse beoordeling zal plaatsvinden omtrent de noodzaak van voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel en bepaalt dat de officier van justitie uiterlijk veertien dagen vóór dat tijdstip de rechtbank bericht zal doen toekomen als bedoeld in artikel 38s, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;

veroordeelt verdachte ter zake van de feiten 2 en 3 tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 dagen;

bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak ter zake van de

feiten 2 en 3 in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van

de hem onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

(ter zake van parketnummer 09.900844-04 in verzekering gesteld op 13 augustus 2004 en in voorlopige hechtenis gesteld geweest van 16 augustus 2004 tot 26 augustus 2004;

ter zake van parketnummer 09.925695-04 in verzekering gesteld op 22 juli 2004 en in voorlopige hechtenis gesteld geweest van 23 juli 2004 tot 2 augustus 2004);

beslist inzake de in beslaggenomen voorwerpen als volgt:

- gelast de teruggave aan verdachte: twee (dames)horloges;

- gelast de teruggave aan de Bijenkorf: een zilveren ketting;

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte bij dagvaarding meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. De Boer, voorzitter,

mrs Van der Burg en Ferenschild, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Hoekstra, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 januari 2005.