Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2005:AS4352

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
18-01-2005
Datum publicatie
01-02-2005
Zaaknummer
410768 / 04-8918
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Uit de repliek met producties blijkt voorts dat Dexia de onderhavige zaak met [gedaagde] aldus in der minne wilde regelen, dat Dexia [gedaagde] tegen finale kwijting de openstaande vorderingen alsnog volledig wilde kwijtschelden door coulancehalve toepassing van haar hardheidsclausule, nu aan Dexia na verificatie gebleken was dat zowel de maandelijkse bestedingsruimte als het vermogen van [gedaagde] in feite nihil waren. Nog daargelaten dat Dexia de zaak zelf had kunnen laten doorhalen nadat [gedaagde] deze voor hem niet ongunstige schikking weigerde te ondertekenen, is de kantonrechter mede uit oogpunt van redelijkheid en billijkheid van oordeel dat toepassing van deze hardheidsclausule in de bijzondere omstandigheden van dit geval ook de rechtens juiste uitkomst oplevert. Derhalve zal de kantonrechter onder toepassing van deze "Hardheidsclausule Coulanceregeling" van Dexia, die klaarblijkelijk op de rechtsverhouding tussen partijen van toepassing is, besluiten tot afwijzing van de vorderingen van Dexia op [gedaagde].

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector kanton - locatie 's-Gravenhage

hw

rolnr. 410768 / 04-8918

18 januari 2005

Vonnis in de zaak van:

de naamloze vennootschap Dexia Bank Nederland NV,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

gemachtigde: GGN Incasso BV,

rolgemachtigde: dw E. van Mastrigt,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

schriftelijk procederend in persoon.

Procedure

1. De kantonrechter heeft kennisgenomen van alle gedingstukken met producties en de overige inhoud van het griffiedossier. Hij zal de partijen hierna aanduiden als "Dexia" en "[gedaagde]". Het procesverloop is relatief langdurig geweest, mede in afwachting van te ontwikkelen landelijke of plaatselijke rechtseenheid - voor zover althans mogelijk - in de grote hoeveelheid Dexia-zaken, die ook deze rechtbank heeft overspoeld.

Vaststaande feiten

2. Dexia is de rechtsopvolgster onder algemene titel van de Bank Labouchere NV. Deze rechtsvoorganger wordt hierna aangeduid als "Labouchere" (en ook wel als "Dexia"). Dexia is terzake van de onderhavige overeenkomsten in alle rechten en verplichtingen van Labouchere getreden.

3. Door tussenkomst van de onafhankelijk opererende cliëntenremisier Koers-Kompas Effectenvernieuwing NV (hierna te noemen "KoersKompas") heeft de in april 1956 geboren [gedaagde] de navolgende twee overeenkomsten van effectenlease gesloten met Labouchere, waarop van toepassing zijn de geproduceerde Bijzondere Voorwaarden Effecten Lease van Labouchere.

4. Het gaat hier ten eerste om de overeenkomst van aandelenlease van 21 juli 1999 met de productnaam "Cash-Clicken Lease-Service" onder contractnummer 12002944. Deze eerste overeenkomst heeft een looptijd van 84 maanden (7 jaar), waarbij [gedaagde] van Labouchere kort gezegd een AEX Cash-Click Certificaat least voor een totale leasesom van fl 7.302,12, bestaande uit fl 5.000,- aankoopbedrag en fl 2.302,12 rente, welke totale leasesom [gedaagde] in 84 maandtermijnen van elk fl 86,93 aan Labouchere dient te betalen.

5. Ten tweede gaat het om de overeenkomst van aandelenlease van 25 juli 2001 met de productnaam "Giga-Garant Lease-Service" onder contractnummer 12700243. Deze tweede overeenkomst heeft ook een looptijd van 84 maanden (7 jaar), waarbij [gedaagde] van Labouchere kort gezegd een AEX Giga-Garant Certificaat least voor een totale leasesom van fl 3.651,48, bestaande uit fl 2.500,- aankoopbedrag en fl 1.151,48 rente, welke totale leasesom [gedaagde] aan Labouchere dient te betalen in 84 maandtermijnen van elk fl 43,47.

6. [gedaagde] is op enig moment gestopt met het betalen van voormelde maandtermijnen aan Labouchere en/of Dexia. Uiteindelijk heeft Dexia wegens die wanbetaling de beide overeenkomsten van aandelenlease met [gedaagde] voortijdig beëindigd en hem na verkoop van beide AEX-Certificaten de beide eindafrekeningen per 13 december 2002 gepresenteerd, die opgeteld neerkomen op een door [gedaagde] nog te betalen hoofdsom van in totaal € 1.611,41. Ondanks sommaties heeft [gedaagde] dit bedrag onbetaald gelaten.

Geschillen

7. Bij inleidende dagvaarding van 21 april 2004 heeft Dexia betaling gevorderd door [gedaagde] van voormelde hoofdsom van € 1.611,41, vermeerderd met € 82,29 aan verstreken vertragingsrente en € 323,68 inclusief BTW aan incassokosten, in totaal derhalve € 2.017,38 met verdere wettelijke rente en proceskosten.

8. [gedaagde] heeft verweer gevoerd, dat hierna voor zover nodig bij de beoordeling aan de orde komt.

9. Voor de onderbouwing van de vorderingen en de nadere standpunten van partijen verwijst de kantonrechter kortheidshalve naar de wederzijdse gedingstukken met producties.

Beoordeling

10. De kantonrechter stelt het volgende voorop. Voorzover al leesbaar is aan de handgeschreven conclusies van antwoord en dupliek van [gedaagde] en aan een tussentijdse brief van 17 juni 2004 van [gedaagde] in het griffiedossier inhoudelijk niet of nauwelijks een touw vast te knopen. Zijn conclusie van antwoord is voorafgegaan door een fax van [gedaagde]s behandelaar van psycho-medisch centrum Parnassia alhier, waarin deze behandelaar meedeelt dat de in Parnassia opgenomen [gedaagde] in verband met zijn chronisch psychiatrische aandoening niet in staat is om op de eerste zitting te verschijnen en gezien zijn geestesgesteldheid ook niet in staat is om de in de dagvaarding geformuleerde vorderingen goed te begrijpen. Uit een brief met uitstelverzoek van Dexia van 30 augustus 2004 in het griffiedossier blijkt voorts dat Dexia van deze psychiatrische begeleiding van [gedaagde] door Parnassia op de hoogte is geraakt en dat zij tussentijds heeft getracht de zaak met [gedaagde] en diens behandelaar in der minne regelen. Nadat [gedaagde] de voorgelegde schikkingsovereenkomst weigerde te ondertekenen, heeft Dexia gerepliceerd en gepersisteerd bij haar vorderingen. Uit haar repliek blijkt dat ook Dexia het warrige verweer bij antwoord van [gedaagde] inhoudelijk niet of nauwelijks kan duiden.

11. Uit de repliek met producties blijkt voorts dat Dexia de onderhavige zaak met [gedaagde] aldus in der minne wilde regelen, dat Dexia [gedaagde] tegen finale kwijting de openstaande vorderingen alsnog volledig wilde kwijtschelden door coulancehalve toepassing van haar hardheidsclausule, nu aan Dexia na verificatie gebleken was dat zowel de maandelijkse bestedingsruimte als het vermogen van [gedaagde] in feite nihil waren. Nog daargelaten dat Dexia de zaak zelf had kunnen laten doorhalen nadat [gedaagde] deze voor hem niet ongunstige schikking weigerde te ondertekenen, is de kantonrechter mede uit oogpunt van redelijkheid en billijkheid van oordeel dat toepassing van deze hardheidsclausule in de bijzondere omstandigheden van dit geval ook de rechtens juiste uitkomst oplevert. Derhalve zal de kantonrechter onder toepassing van deze "Hardheidsclausule Coulanceregeling" van Dexia, die klaarblijkelijk op de rechtsverhouding tussen partijen van toepassing is, besluiten tot afwijzing van de vorderingen van Dexia op [gedaagde].

12. Ten overvloede overweegt de kantonrechter nog het volgende. Uit het voorgaande en uit de inhoud van de gedingstukken dringt zich voorts de conclusie op, dat Dexia als professionele financiële instelling in dit geval jegens consument [gedaagde] ook haar bijzondere zorgplichten heeft geschonden, zoals aan banken voorgeschreven door de Hoge Raad (NJ 1998 nrs 192 en 660, NJ 1999 nr. 285) en zoals nader gecodificeerd in de artt. 28 en 33 NR 1999 (Nadere Regeling Toezicht Effectenverkeer). Weliswaar zagen voormelde arresten van de Hoge Raad niet op constructies van aandelenlease, maar gelet op de aan de onderhavige overeenkomsten verbonden grote risico's - naar de kern genomen gaat het om indirect beleggen en/of speculeren met geleend geld - bestaat er geen aanleiding in dit soort gevallen anders te oordelen.

13. In het bijzonder blijkt uit niets dat (de rechtsvoorganger van) Dexia zich bij het afsluiten van de contracten heeft verdiept in de vragen of [gedaagde] mede gelet op zijn geestesgesteldheid en zijn eventueel gebrekkig inzicht in financiële constructies wel daadwerkelijk begreep wat de fraaie brochures en de aangeboden producten exact inhielden (vooral ook bij de in de brochures slechts zijdelings genoemde negatieve beursscenario's), en wat de - thans nihil gebleken - financiële bestedingsruimte, de overige financiële en persoonlijke omstandigheden, de beleggingservaring en de beleggingsdoelstellingen van [gedaagde] waren. Uit dien hoofde is Dexia aansprakelijk voor het als gevolg daarvan door [gedaagde] ondervonden nadeel, vooralsnog te stellen op voormelde hoofdsom van € 1.611,41. Voorzover begrijpelijk blijkt uit het warrige verweer van [gedaagde] immers wel dat hij ten onrechte meende dat het om "Labouchere spaarsystemen" ging, waarbij voorts termen zijn te lezen als "misleiding", 'oplichting" en "fraude", waaruit de kantonrechter opmaakt dat [gedaagde] zich in ieder geval inhoudelijk wenst te verzetten tegen toewijzing van de vorderingen.

14. Een tegenvordering (eis in reconventie), strekkende tot vernietiging van de overeenkomsten wegens bijvoorbeeld het bepaalde in art. 3:34 BW (geestelijke stoornis) en/of tot terugbetaling van de feitelijk door [gedaagde] ingelegde maandtermijnen, valt ook met een uiterst welwillende lezing niet op te maken uit de conclusie van antwoord en blijft derhalve buiten beoordeling, nog daargelaten dat uit de inhoud van de stukken niet valt vast te stellen welk totaalbedrag [gedaagde] daadwerkelijk als inleg aan Dexia heeft betaald.

15. Opmerking verdient nog dat Dexia, anders dan zij wellicht bedoelt te betogen, zich ten deze rechtens niet kan verschuilen achter voormelde tussenpersoon KoersKompas, waarbij in het midden kan blijven voor wie deze tussenpersoon nu precies is opgetreden. Het naleven van voormelde bijzondere zorgplichten als bank is Dexia's eigen maatschappelijke verantwoordelijkheid. Dexia behoort zelf toe te zien op een tijdige adequate specifieke voorlichting aan en informatie over haar potentiële afnemers, ook al brengt zij de onderhavige effectenlease-producten via tussenpersonen op de consumentenmarkt (vgl. de klachtencommissie DSI, NJF 2004, nr. 446). In deze procedure staat niet ter beoordeling van de kantonrechter of en in hoeverre Dexia en/of [gedaagde] eventueel nog regres hebben op deze tussenpersoon KoersKompas.

16. De overige stellingen en weren van partijen kunnen na het voorgaande onbesproken blijven. Als de in het ongelijk gestelde partij moet Dexia worden veroordeeld in de proceskosten van [gedaagde], tot heden evenwel begroot op nihil nu hij in persoon en dus zonder gemachtigde procedeert (artikel 238 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Beslissingen

De kantonrechter:

- wijst de vorderingen van Dexia op [gedaagde] af;

- veroordeelt Dexia in de proceskosten van [gedaagde], tot heden evenwel begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr H. Wien en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 januari 2005 in het bijzijn van de griffier.