Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2005:AS4057

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
27-01-2005
Datum publicatie
27-01-2005
Zaaknummer
09/037547-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

[...] De rechtbank acht zich niet voldoende ingelicht omtrent de wijze waarop de studioverhoren van de slachtoffers, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], hebben plaatsgevonden en dientengevolge omtrent de vraag hoe de uitlatingen van de slachtoffers dienen te worden gewogen, en acht het noodzakelijk dat alsnog een deskundige wordt benoemd, teneinde zich uit te laten over hetgeen hiervoor is gesteld en dat daaromtrent wordt gerapporteerd. [...]

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(TUSSENVONNIS)

parketnummer 09/037547-04

rolnummer 9

's-Gravenhage, 27 januari 2005

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende tussenvonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres: [adres],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Rijnmond,

Huis van Bewaring Noordsingel,

te Rotterdam.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 13 januari 2005.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr M.G. Evers, advocaat te Leiden, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr Degeling heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding onder 1 primair en 2 primair telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

De telastlegging.

Aan de verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A.

Heropening en schorsing van het onderzoek ter terechtzitting.

Na de sluiting van het onderzoek is onder de beraadslaging gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest.

De rechtbank acht zich niet voldoende ingelicht omtrent de wijze waarop de studioverhoren van de slachtoffers, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], hebben plaatsgevonden en dientengevolge omtrent de vraag hoe de uitlatingen van de slachtoffers dienen te worden gewogen, en acht het noodzakelijk dat alsnog een deskundige wordt benoemd, teneinde zich uit te laten over hetgeen hiervoor is gesteld en dat daaromtrent wordt gerapporteerd.

Daarom zal het onderzoek worden heropend en geschorst.

De stukken zullen in handen van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, worden gesteld opdat een onderzoek wordt ingesteld door een door de rechter-commissaris te benoemen deskundige op het gebied van kinder- en zedenzaken alsmede verhoortechnieken (niet zijnde prof.dr. R.A.R. Bullens in verband met het feit dat deze reeds een onderzoek heeft ingesteld naar de persoonlijkheid van de verdachte), naar de wijze waarop de studioverhoren van [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum], en [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum], hebben plaatsgevonden, waarbij met name gelet dient te worden op de formulering van de vraagstelling. In het licht hiervan wordt de deskundige gevraagd een oordeel te geven over de betrouwbaarheid van de uitlatingen van de slachtoffers. Tevens dienen hierbij voor zover mogelijk de uit het onderliggende proces-verbaal blijkende omstandigheden in de thuissituatie van de slachtoffers betrokken te worden.

De deskundige dient zich hierbij te baseren op het onderliggende proces-verbaal van politie, op de verklaringen die in deze zaak door de verdachte en de getuigen tegenover de rechter-commissaris zijn afgelegd, alsmede op de processen-verbaal ter terechtzitting van 19 oktober 2004 en 13 januari 2005.

Van dit onderzoek zal door de deskundige op de gebruikelijke wijze rapport worden uitgebracht.

De rechtbank schorst het onderzoek voor een langere dan de in artikel 282, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering gestelde termijn, doch niet langer dan drie maanden, om de klemmende reden dat bedoeld onderzoek niet binnen een maand kan worden voltooid.

Beslissing.

De rechtbank,

heropent en schorst het onderzoek en beveelt dat het onderzoek zal worden hervat op een nader te bepalen terechtzitting binnen drie maanden na heden;

draagt aan de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, het in dit tussenvonnis omschreven nader onderzoek op en stelt daartoe de stukken in handen van de rechter-commissaris;

beveelt de oproeping van de verdachte en zijn raadsman tegen het tijdstip van een nader te bepalen terechtzitting.

Dit tussenvonnis is gewezen door

mrs Van Belzen, voorzitter,

Veldt-Foglia en Van Maurik, rechters,

in tegenwoordigheid van Van den Bosch, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 27 januari 2005.

mr Van Maurik is buiten staat dit tussenvonnis mede te ondertekenen