Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2004:AS4810

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
17-11-2004
Datum publicatie
04-02-2005
Zaaknummer
414419/04-2763
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aandelenlease - Bonus Effect Maandbetaling. Afwijzing vordering Dexia wegens schending zorgplicht ex art. 28 NR.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector kanton - locatie Leiden

rl

rolnr. 414419/04-2763

datum: 17 november 2004

Vonnis in de zaak van:

de naamloze vennootschap Dexia Bank Nederland N.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,

eisende partij,

gemachtigde: E. van Mastrigt,

tegen

[gedaagde] (geb. [geboortedatum]),

wonende te [adres],

gedaagde partij,

gemachtigde: [gemachtigde].

Partijen worden aangeduid als "Dexia" en "[gedaagde]".

Procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- de dagvaarding van 5 april 2004 met producties,

- de conclusie van antwoord,

- de rolbeslissing d.d. 2 juni 2004,

- de conclusie van repliek met producties,

- de conclusie van dupliek.

Feiten

Op grond van de onweersproken inhoud van de stukken gaat de kantonrechter van het volgende uit.

Dexia is de rechtsopvolgster onder algemene titel van Bank Labouchère N.V. (hierna ook aangeduid als BL of Dexia).

Op of omstreeks 25 september 2001 heeft [gedaagde], door bemiddeling van Hoevelaken Advies B.V. h.o.d.n. PlusPunt te Hoevelaken, een aandelenlease-overeenkomst gesloten met BL.

Het gaat om een beleggingsproduct onder de naam Bonus Effect Maandbetaling (hierna ook: BEM of de overeenkomst) met, kort samengevat, de volgende kenmerken.

a) De overeenkomst heeft een variabele looptijd van 36-72 maanden.

b) [gedaagde] leasde van BL drie pakketten van elk 18 aandelen ABN-Amrobank, 12 aandelen Ahold, 12 aandelen ING, 6 aandelen Kon. Olie en 6 aandelen Unilever (ook wel aangeduid als: de waarden), waarvan het eerste pakket is aangekocht op 14 augustus 2001 tegen een totaalbedrag van € 1.970,34 en het tweede en derde pakket tegen dezelfde koers is respectievelijk zou worden aangekocht 12 c.q. 24 maanden na het eerste pakket.

c) De totale leasesom bedroeg mitsdien € 5.911,02 vermeerderd met 0,96% rente per maand, zijnde over de maximumlooptijd van 72 maanden € 3.325,68.

d) De leasesom wordt betaald in 72 gelijke maandelijkse termijnen van € 46,19 (praktisch uitsluitend de rente), één aflossingstermijn van € 45,38 in de 71ste maand en een slottermijn van € 5.865,64. Dit restant wordt in principe verrekend met de opbrengst van de waarden.

e) De lessee kan de overeenkomst na 36 maanden dagelijks met onmiddellijke ingang en zonder annuleringskosten beëindigen, onder betaling of verrekening van de hoofdsom met de verkoopopbrengst van de waarden.

f) Indien de overeenkomst binnen de minimale looptijd van 36 maanden wordt beëindigd dan wordt de totale leasesom tot en met maand 36 contant gemaakt overeenkomstig het bepaalde in artikel 7A:1576e lid 2 BW.

g) Bij beëindiging na 48 maanden heeft de lessee recht op een bonus van 30% van de koerswinst op de aandelen, na 60 maanden 40% en na 72 maanden 50% van die koerswinst. Bij verlenging na 72 maanden vervalt het recht op de bonus.

h) Betaling van de maandtermijnen diende te geschieden door automatische incasso.

i) Zodra lessee al datgene aan de bank heeft betaald wat hij haar krachtens deze lease-overeenkomst en de daarbij behorende Bijzondere Voorwaarden effecten Lease verschuldigd is of zal worden, is lessee automatisch en van rechtswege eigenaar van de waarden geworden.

j) De gedurende de looptijd van de overeenkomst uitgekeerde dividenden vallen toe aan BL die daaruit in beginsel de premies voor de benodigde optieconstructies betaalt.

Vanaf het begin is [gedaagde] herhaaldelijk in gebreke gebleven met de betaling van de maandtermijnen. BL c.q. Dexia heeft [gedaagde] vele malen aangemaand. [gedaagde] heeft de 4e, 9e, 14-17e, 19e, 21ste en 22ste termijnen betaald. Dexia is uiteindelijk op 15 juli 2003 overgegaan tot verkoop van de waarden en sluiting van de bestaande optiepositie voor de derde tranche.

De eindafrekening houdt in:

13 resterende termijnen à € 46,19 contant gemaakt tegen 5% € 583,69

negatieve opbrengst optie 848,39

eerste aflossingstermijn 45,38

beëindigingskosten 113,45

contant gemaakte restant hoofdsom 3.692,42

kosten optie 207,90

achterstallige maandtermijnen 600,47

€ 6.091,70

opbrengst van de waarden 2.255,52

te voldoen door [gedaagde]: € 3.836,18

Vordering

Dexia vordert laatstgenoemd saldo, vermeerderd met 0,96% contractuele rente per maand vanaf 15 juli 2003, berekend tot 10 december 2003 € 162,24, en vermeerderd met € 648,55 buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Zij heeft [gedaagde] gewezen op de zogenoemde hardheidsclausule, op grond waarvan de schuld geheel of gedeeltelijk zou kunnen worden kwijtgescholden, maar [gedaagde] heeft daar niet op gereageerd.

Verweer

[gedaagde] voert aan dat zij nauwelijks Nederlands spreekt en leest en ook overigens geen opleiding heeft genoten die haar in staat zou stellen een overeenkomst als de onderhavige te begrijpen, dat zij, afgaande op een folder en het advies van een, eveneens Nigeriaanse, kennis in de veronderstelling heeft verkeerd een lening te sluiten voor een reis naar Nigeria, dat de overeenkomst nooit goed is uitgelegd en niet geschikt is voor een buitenlandse uitkeringstrekker (zij had toen bijstand); dat zij ziek is geworden en door een fout van haar werkgever geen ziekengeld kreeg, dat zij drie dagen per week nierdialyse ondergaat, slechts een bijstandsuitkering geniet van circa € 500,- waarvan al € 309,- huur afgaat en dat zij meer schulden heeft. Zij verzoekt kwijtschelding van de vordering. Bij dupliek voegt zij daaraan toe dat Dexia ook volgens de Autoriteit Financiële Markten haar producten te rooskleurig heeft voorgesteld en dat zij daardoor nooit heeft beseft dat zij met een hoge schuld kon blijven zitten. Aan de handtekening op het aanmeldingsformulier had Dexia al kunnen zien dat zij een ongeschoolde wederpartij tegenover zich had. Het formulier voor een beroep op de hardheidsclausule heeft zij evenmin begrepen en thans wil zij het niet invullen omdat er mogelijk een erkenning van de schuld in kan worden gelezen.

Beoordeling

1. In het algemeen zal een beroep op eigen onkunde, gebrekkige taalbeheersing of financieel onvermogen geen bevrijdend verweer opleveren. Wat [gedaagde] evenwel kennelijk bedoelt is, dat Dexia tekortgeschoten is in de nakoming van de bijzondere zorgplicht, welke haar maatschappelijke functie als bank meebrengt (HR 9 januari 1998, NJ 1999,285) en welke is uitgewerkt in de ook op Dexia voor de onderhavige aandelenleaseconstructie toepasselijke Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999 (NR) zoals deze regeling ten tijde van het sluiten van de overeenkomst luidde, derhalve de versie die van 1 februari 1999 tot 1 september 2001 heeft gegolden. Art. 28 van deze NR bepaalt in lid 1: "Een effecteninstelling wint in het belang van haar cliënten informatie in betreffende hun financiële positie, hun ervaring met beleggingen in financiële instrumenten en hun beleggingsdoelstellingen, voor zover dit redelijkerwijs relevant is bij de uitvoering van de door de effecteninstelling te verrichten diensten". En in lid 3: "Een effecteninstelling ziet er op toe dat cliënten die posities hebben in financiële instrumenten waaruit verplichtingen kunnen voortkomen, voortdurend over voldoende saldi beschikken om aan de actuele verplichtingen te voldoen."

2. Gesteld noch gebleken is dat Dexia zich in dit geval in enig opzicht van de hier bedoelde zorgplicht heeft gekweten en daarom slaagt het verweer in zoverre. Immers onweersproken is dat [gedaagde] geen werk heeft en een minimaal inkomen geniet, waaruit zelfs de maandtermijnen niet kunnen worden betaald. Dexia heeft zich klaarblijkelijk niet verdiept in de vraag hoe [gedaagde] onder die omstandigheden een eventuele restschuld zou moeten aflossen. Ook heeft Dexia niet onderzocht of de BEM paste bij de beleggingdoelstelling, te weten het sparen voor of financieren van een reis naar Afrika.De aandelenkoersen, ook die van bovengenoemde, geleasde fondsen, zijn in 2002 zeer aanzienlijk gedaald. Desalniettemin heeft Dexia de positie niet eerder dan op 13 oktober 2003 (nadat eerst nog omstreeks 25 september 2003 het derde aandelenpakket was gekocht) gesloten, terwijl [gedaagde] volgens de eigen stellingen van Dexia reeds sedert 29 augustus 2001 in gebreke was met de (tijdige) betaling van de maandtermijnen.

3. Het niet nakomen door Dexia van haar zorgplicht brengt met zich mee dat Dexia aansprakelijk is voor het als gevolg daarvan door [gedaagde] ondervonden nadeel. Daarbij dient echter mede in aanmerking genomen te worden dat [gedaagde] ook een eigen verantwoordelijkheid draagt voor de gevolgen van haar onbezonnen beslissing om een overeenkomst te tekenen die zij niet kon begrijpen. Beide partijen hebben dus bijgedragen aan het ontstaan van bedoeld nadeel. De verantwoordelijkheid van Dexia als professionele partij voor dit nadeel weegt evenwel aanmerkelijk zwaarder dan die van [gedaagde] als consument. Daarom verdeelt de kantonrechter, tevens rekening houdende met de overige omstandigheden van het geval, in het bijzonder de schrijnende financiële- en gezondheidstoestand van [gedaagde], de schade aldus dat het voor rekening van [gedaagde] komende gedeelte van dat nadeel behoort te worden beperkt tot de in feite door haar betaalde maandtermijnen en dat de schade voor het overige voor rekening van Dexia behoort te blijven. De vordering van Dexia wordt daarom afgewezen.

4. Dexia moet als de in het ongelijk gestelde partij de proceskosten dragen.

Beslissing

De kantonrechter:

- wijst af het gevorderde;

- veroordeelt Dexia in de proceskosten, tot op deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. R.Th. van Leeuwen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 november 2004.