Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2004:AR6610

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
29-11-2004
Datum publicatie
30-11-2004
Zaaknummer
210837
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

[...] Het Internationaal Juridisch Instituut heeft geantwoord dat het "Lebenspartnerschaft" in het Duitse recht is geregeld in het "Gesetz über die Eingetragene Partnerschaft" van 16 februari 2001 (BGB1.IS.266), laatstelijk veranderd door het "Gesetz van 11 december 2001 (BGB1.IS.3513) met ingang van 1 januari 2002. Het "Lebenspartnerschaft" van [verzoeker 1] en [verzoeker 2] is aangegaan op 29 januari 2002, zodat het onder werking van deze (gewijzigde) wet valt. De rechtsgevolgen van het "Lebenspartnerschaft" betreffen, zoals blijkt uit de bepalingen van deze wet, de naam, de onderlinge zorgplicht en verantwoordelijkheid, het onderhoud, het vermogen, de ouderlijke verantwoordelijkheid, het erfrecht en de betrekkingen tot elkaars familie. In sommige bepalingen van de wet wordt verwezen naar bepalingen uit het "Bürgerlich Gesetzbuch" die voor echtgenoten gelden (zoals bij onderhoud en vermogen), waarbij bedoelde bepalingen van overeenkomstige toepassing worden verklaard. Het Lebenspartnerschaft vertoont derhalve grote overeenkomsten met het instituut huwelijk, hoewel er ook verschillen te constateren zijn. [...]

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 25
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2005/26
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector Familie- en Jeugdrecht

Meervoudige Kamer

verklaring voor recht ex artikel 1:26 BW

rekestnummer : 03/6560

zaaknummer : 210837

datum beschikking : 29 november 2004

BESCHIKKING op het op 18 november 2003 ingekomen verzoekschrift van:

de ambtenaar van de burgerlijke stand te 's-Gravenhage,

zetelende te 's-Gravenhage,

hierna: de ambtenaar.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[verzoeker 1],

en

[verzoeker 2],

beiden wonende te [woonplaats], Duitsland,

hierna: [verzoeker 1] en [verzoeker 2].

PROCEDURE

Bij de beschikking van deze rechtbank en kamer van 26 april 2004 is:

- het Internationaal Juridisch Instituut verzocht antwoord te geven op de vraag: "Wat zijn de rechtsgevolgen voor de partners van een naar Duits recht genaamd 'Lebenspartnerschaft' in Duitsland?";

- de behandeling van de zaak in afwachting van het bericht van het Internationaal Juridisch Instituut pro forma aangehouden tot 1 juni 2004.

De rechtbank heeft vervolgens kennisgenomen van:

- het op 28 mei 2004 ter griffie van deze rechtbank ingekomen rapport van het Internationaal Juridisch Instituut van 27 mei 2004;

- de op 28 juni 2004 ter griffie van deze rechtbank ingekomen brief van de zijde van de ambtenaar;

- de op 1 juli 2004 ter griffie van deze rechtbank ingekomen brief van [verzoeker 2];

- de op 1 juli 2004 ter griffie van deze rechtbank ingekomen brief van [verzoeker 1];

- de op 25 augustus 2004 ter griffie van deze rechtbank ingekomen brief van de officier van justitie van het arrondissementsparket te 's-Gravenhage.

BEOORDELING

De rechtbank neemt over hetgeen in voornoemde beschikking is overwogen en beslist.

Het Internationaal Juridisch Instituut heeft geantwoord dat het "Lebenspartnerschaft" in het Duitse recht is geregeld in het "Gesetz über die Eingetragene Partnerschaft" van 16 februari 2001 (BGB1.IS.266), laatstelijk veranderd door het "Gesetz van 11 december 2001 (BGB1.IS.3513) met ingang van 1 januari 2002. Het "Lebenspartnerschaft" van [verzoeker 1] en [verzoeker 2] is aangegaan op 29 januari 2002, zodat het onder werking van deze (gewijzigde) wet valt. De rechtsgevolgen van het "Lebenspartnerschaft" betreffen, zoals blijkt uit de bepalingen van deze wet, de naam, de onderlinge zorgplicht en verantwoordelijkheid, het onderhoud, het vermogen, de ouderlijke verantwoordelijkheid, het erfrecht en de betrekkingen tot elkaars familie. In sommige bepalingen van de wet wordt verwezen naar bepalingen uit het "Bürgerlich Gesetzbuch" die voor echtgenoten gelden (zoals bij onderhoud en vermogen), waarbij bedoelde bepalingen van overeenkomstige toepassing worden verklaard. Het Lebenspartnerschaft vertoont derhalve grote overeenkomsten met het instituut huwelijk, hoewel er ook verschillen te constateren zijn.

Een bestaand huwelijk vormt een beletsel om een "Lebenspartnerschaft" aan te gaan, doch een "Lebenspartnerschaft" vormt naar de letter van de wet geen huwelijksbeletsel. Volgens de Duitse literatuur en de Duitse rechtspraak dient echter wel te worden aangenomen dat een persoon die een "Lebenspartnerschaft" is aangegaan, niet tevens met een derde kan huwen (zijn gehuwd), gelet zowel op de aard en strekking van deze samenlevingsvorm, als met het oog op de aard en strekking van het huwelijk. In haar uitspraak van 17 juli 2002 roept het "Bundesverfassungsgericht" de wetgever op dit wettelijk te regelen, ófwel door te bepalen dat een bestaand "Lebenspartnerschaft" een huwelijksbeletsel is, ófwel door te bepalen dat een "Lebenspartnerschaft" van rechtswege ophoudt te bestaan wanneer later een huwelijk wordt aangegaan. Voor zover dit het Internationaal Juridisch Instituut bekend is, is dit punt nog niet wettelijk geregeld.

De rechtbank overweegt op grond van het vorenstaande dat het Duitse Lebenspartnerschaft grote overeenkomsten vertoont met het huwelijk naar Duits recht. Het Lebenspartnerschaft is duidelijk bedoeld voor het regelen van de affectieve relatie tussen de betrokken partners. Hoewel het strikt genomen geen huwelijksbeletsel vormt moet dit op grond van rechtspraak en literatuur wel worden aangenomen, althans moet in ieder geval worden aangenomen dat een persoon die een "Lebenspartnerschaft" is aangegaan, niet tevens met een derde kan huwen (zijn gehuwd).

De betreffende wet schrijft voor dat door de partners verklaringen worden afgelegd ten overstaan van een bevoegde autoriteit die daarvan een akte opmaakt. Het "Melderechtsrahmengesetz" maakt het mogelijk dat de "Lebenspartnerschaft" wordt geregistreerd. Nu de akte van de "Lebenspartnerschaft" van [verzoeker 1] en [verzoeker 2] door de "Gemeindevorstand" te [woonplaats], Duitsland, is afgegeven, wordt voldaan aan het vereiste dat de akte overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of gedaan en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een Nederlands register voor de burgerlijke stand.

Het primair verzochte kan derhalve worden toegewezen.

BESLISSING:

De rechtbank:

- verklaart voor recht dat de op 29 januari 2002 te [woonplaats], Duitsland, opgemaakte akte van registratie van het partnerschap -de Lebenspartnerschaftsurkunde- van [verzoeker 1], [voornamen], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] en [verzoeker 2], [voornamen], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], vatbaar is voor opneming in een Nederlands register voor de burgerlijke stand;

- gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage voornoemde akte op te nemen in het register van geregistreerde partnerschappen van 's-Gravenhage.

Deze beschikking is gegeven door mrs I.F. Dam, J.M. van de Poll en C. Fetter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 november 2004 in tegenwoordigheid van mr. D. Spierenburg als griffier.