Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2004:AR6145

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
19-11-2004
Datum publicatie
23-11-2004
Zaaknummer
09/925451-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

[...] Verdachte heeft zich tezamen met zijn zoon schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag en een poging tot zware mishandeling. Verdachte en zijn zoon hebben naar aanleiding van een langdurende familievete op agressieve wijze de confrontatie gezocht met hun latere slachtoffer. Zij hebben zich daarbij schuldig gemaakt aan grof geweld waarbij tevens op het slachtoffer is ingestoken. Zij hebben daarbij het slachtoffer verwondingen toegebracht die evengoed veel ernstiger hadden kunnen zijn. Naast de angst van het moment is niet uit te sluiten dat het slachtoffer ook psychisch nadelige gevolgen ondervindt. Naar de ervaring leert plegen slachtoffers van dergelijke feiten daaronder nog geruime tijd te lijden. Bovendien dragen dergelijke feiten bij aan de in de maatschappij bestaande gevoelens van angst en onveiligheid.

Ook al zou het slachtoffer kunnen worden verweten dat hij mede oorzaak is van de familieproblemen; dan nog is dat geen verzachtende omstandigheid. Hoe hoog de emoties daarbij ook kunnen oplopen, dat kan geen reden zijn om zo gewelddadig op te treden. [...]

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09/925451-04

rolnummer 0002

's-Gravenhage, 19 november 2004

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Iran) op [geboortedatum],

adres: [adres],

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting P.I. Rijnmond, De Schie te Rotterdam.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 5 november 2004.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr R. Heemskerk, advocaat te 's-Gravenhage, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr J.J. de Jong vordert dat na te noemen op schrift gestelde wijziging in de telastlegging zal worden toegelaten. De rechtbank wijst deze vordering, na verdachte en de raadsman dienaangaande te hebben gehoord toe, en beveelt dat de telastlegging zal worden gewijzigd als omschreven in de aan dit proces-verbaal gehechte vordering wijziging telastlegging. Nadat de rechtbank heeft beslist dat daarmee kan worden volstaan stelt de griffier een door haar gewaarmerkt afschrift van de vordering aan de raadsman van verdachte ter hand. Met toestemming van de verdachte en de raadsman wordt het onderzoek aanstonds voortgezet.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij gewijzigde dagvaarding onder 1 primair en 2 primair telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

De telastlegging.

Aan de verdachte is telastgelegd - na wijziging van de telastlegging ter terechtzitting - hetgeen is vermeld in de vordering wijziging telastlegging, gemerkt A.

De bewijsmiddelen.

P.M.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan is de rechtbank tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat de verdachte de op de gewijzigde dagvaarding onder 1 primair en 2 primair telastgelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar.

De verdachte is deswege strafbaar, nu ook overigens geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Bewijsoverweging.

Verdachte heeft aangevoerd dat de hele situatie met betrekking tot hetgeen hem telaste is gelegd een complot is. Volgens verdachte heeft het slachtoffer dit alles geënsceneerd.

De rechtbank verwerpt deze stelling van verdachte nu voor deze lezing in het dossier geen aanknopingspunten zijn gebleken. De rechtbank kan het niet anders zien dan dat verdachte en zijn zoon willens en wetens het slachtoffer hebben opgezocht.

Strafmotivering.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich tezamen met zijn zoon schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag en een poging tot zware mishandeling. Verdachte en zijn zoon hebben naar aanleiding van een langdurende familievete op agressieve wijze de confrontatie gezocht met hun latere slachtoffer. Zij hebben zich daarbij schuldig gemaakt aan grof geweld waarbij tevens op het slachtoffer is ingestoken. Zij hebben daarbij het slachtoffer verwondingen toegebracht die evengoed veel ernstiger hadden kunnen zijn. Naast de angst van het moment is niet uit te sluiten dat het slachtoffer ook psychisch nadelige gevolgen ondervindt. Naar de ervaring leert plegen slachtoffers van dergelijke feiten daaronder nog geruime tijd te lijden. Bovendien dragen dergelijke feiten bij aan de in de maatschappij bestaande gevoelens van angst en onveiligheid.

Ook al zou het slachtoffer kunnen worden verweten dat hij mede oorzaak is van de familieproblemen; dan nog is dat geen verzachtende omstandigheid. Hoe hoog de emoties daarbij ook kunnen oplopen, dat kan geen reden zijn om zo gewelddadig op te treden.

Blijkens een op naam van verdachte staand uittreksel uit het Algemeen documentatieregister is verdachte in het verleden niet eerder veroordeeld. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de leeftijd van verdachte.

Gelet op het bovenstaande acht de rechtbank een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 45, 47, 287, 302 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1 primair en 2 primair telastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1 primair:

Medeplegen van poging tot doodslag;

ten aanzien van feit 2 primair:

Medeplegen van poging tot zware mishandeling.

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

in verzekering gesteld op : 6 mei 2004,

in voorlopige hechtenis gesteld op : 7 mei 2004,

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Poustochkine, voorzitter,

Bosma en Beudeker, rechters,

in tegenwoordigheid van mr Meijers, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 19 november 2004.