Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2004:AR5730

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
15-11-2004
Datum publicatie
16-11-2004
Zaaknummer
09/757611-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ter terechtzitting heeft de raadsman een préliminair verweer gevoerd en zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vervolging, omdat het heeft gehandeld in strijd het met het gestelde in artikel 126aa van het Wetboek van Strafvordering en het gestelde in het Besluit regels omtrent vernietiging van gegevens. De rechtbank overweegt dat kennelijk met geheimhouders getapte gesprekken ten onrechte zeer geruime tijd (ongeveer 1 jaar) deel hebben uitgemaakt van het procesdossier en dat zich wellicht thans nog één of meer van deze gesprekken in het dossier bevinden. De rechtbank acht onvoldoende aannemelijk dat dit doelbewust en met grove veronachtzaming van de belangen en rechten van verdachte heeft plaatsgevonden. Niettemin is de rechtbank niet in staat te toetsen in hoeverre genoemde gesprekken richtinggevend zijn geweest voor het onderzoek. Onder deze omstandigheden ziet de rechtbank geen andere mogelijkheid dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk te verklaren.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 126aa
Wetboek van Strafvordering 218
Wetboek van Strafvordering 348
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2004, 698
NBSTRAF 2005/77
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VONNIS)

parketnummer 09/757611-03

rolnummer 0003

's-Gravenhage, 15 november 2004

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedatum],

adres: [adres].

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 15 november 2004.

De verdachte, bijgestaan door haar raadsman mr M. van Stratum, advocaat te Amsterdam, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

Er heeft zich een benadeelde partij gevoegd.

Ontvankelijkheid Openbaar Ministerie.

Ter terechtzitting heeft de raadsman een préliminair verweer gevoerd en zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie -kort en zakelijk- niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vervolging. De raadsman voert kort en in de kern weergegeven aan dat het Openbaar Ministerie heeft gehandeld in strijd het met het gestelde in artikel 126aa van het Wetboek van Strafvordering en het gestelde in het Besluit regels omtrent vernietiging van gegevens. Door het Openbaar Ministerie zijn gesprekken tussen verdachte en geheimhouders opgenomen, uitgeluisterd, uitgewerkt en ongeveer 1 jaar bewaard. Naar het oordeel van de raadsman kan deze schending, gelet op de weloverwogen, verregaande en structurele inbreuk die het Openbaar Ministerie door deze handelwijze op het verschoningsrecht heeft gemaakt, geen andere consequentie hebben dan de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.

De rechtbank overweegt als volgt:

Kennelijk hebben met geheimhouders getapte gesprekken ten onrechte zeer geruime tijd (ongeveer 1 jaar) deel uitgemaakt van het procesdossier. Wellicht bevinden zich thans nog één of meer van deze gesprekken in het dossier. De rechtbank acht onvoldoende aannemelijk dat dit doelbewust en met grove veronachtzaming van de belangen en rechten van verdachte heeft plaatsgevonden.

Niettemin is de rechtbank, nu bovengenoemde gesprekken en het proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 oktober 2003 thans geen deel meer uitmaken of behoren uit te maken van het procesdossier, op grond van het wegvallen van deze stukken niet in staat te toetsen in hoeverre genoemde gesprekken richtinggevend zijn geweest voor het onderzoek. Onder deze omstandigheden ziet de rechtbank geen andere mogelijkheid dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk te verklaren.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Quadekker, voorzitter,

Van der Burg en Beudeker, rechters,

in tegenwoordigheid van mr Blommesteyn, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 november 2004.

mr Beudeker is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.