Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2004:AR4119

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
14-10-2004
Datum publicatie
18-10-2004
Zaaknummer
09/900966-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Op 23 september 2004 heeft de rechtbank de gevangenhouding van verdachte bevolen.

Op 28 september 2004 heeft verdachte hoger beroep ingesteld tegen het bevel tot gevangenhouding.

Op 8 oktober 2004 is er ter griffie binnengekomen een verzoek tot opheffing, subsidiair schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte.

De raadsman heeft tijdens het onderzoek in raadkamer d.d. 14 oktober 2004 op de vraag van de vice-president bevestigend geantwoord dat er sinds 23 september 2004 niet is gebleken van nieuwe feiten en/of omstandigheden en dat het verzoekschrift, in afwachting van de behandeling van het ingesteld hoger beroep tegen het bevel tot gevangenhouding bij het Gerechtshof, is bedoeld als een verkapt hoger beroep op de beslissing van de raadkamer d.d. 23 september 2004.

Op grond van het bovenstaande en op grond van hetgeen wat de raadsman in zijn verzoekschrift heeft aangevoerd, is de rechtbank van oordeel dat verdachte niet-ontvankelijk is in zijn verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis. Een dergelijk verkapt hoger beroep strookt niet met het wettelijk stelsel.

De rechtbank is voorts van oordeel dat de persoonlijke belangen van verdachte niet opwegen tegen de belangen van strafvordering en wijst derhalve het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

BESCHIKKING

parketnummer : 09/900966-04

De rechtbank, enkelvoudige raadkamer in strafzaken, heeft gezien en gehoord het verzoek van :

[verzoeker],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans gedetineerd in het huis van bewaring De Berg te Arnhem,

strekkende tot opheffing, subsidiair schorsing van het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis.

De rechtbank heeft de stukken in deze zaak gezien.

Procesverloop

Op 23 september 2004 heeft de rechtbank de gevangenhouding van verdachte bevolen.

Op 28 september 2004 heeft verdachte hoger beroep ingesteld tegen het bevel tot gevangenhouding.

Op 8 oktober 2004 is er ter griffie binnengekomen een verzoek tot opheffing, subsidiair schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte.

Met betrekking tot de opheffing van de voorlopige hechtenis voert de raadsman primair aan dat er niet, althans onvoldoende blijkt van ernstige bezwaren tegen verdachte.

Subsidiair voert de raadsman aan dat er evenmin een grond voor de voorlopige hechtenis is daar de rechtbank ten onrechte van oordeel is dat uit bepaalde omstandigheden zou blijken dat er sprake is van een gewichtige reden van maatschappelijke veiligheid.

Met betrekking tot het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis voert de raadsman aan dat het belang van verdachte om zijn werkzaamheden als verkoper wireless internet te hervatten dient te prevaleren boven het belang dat is gediend bij voortduring van de vrijheidsbeneming van verdachte.

In de raadkamer van 14 oktober 2004 zijn gehoord de verdachte en de raadsman, alsmede de officier van justitie.

Beoordeling van het verzoek

De raadsman heeft tijdens het onderzoek in raadkamer d.d. 14 oktober 2004 op de vraag van de vice-president bevestigend geantwoord dat er sinds 23 september 2004 niet is gebleken van nieuwe feiten en/of omstandigheden en dat het verzoekschrift, in afwachting van de behandeling van het ingesteld hoger beroep tegen het bevel tot gevangenhouding bij het Gerechtshof, is bedoeld als een verkapt hoger beroep op de beslissing van de raadkamer d.d. 23 september 2004.

Op grond van het bovenstaande en op grond van hetgeen wat de raadsman in zijn verzoekschrift heeft aangevoerd, is de rechtbank van oordeel dat verdachte niet-ontvankelijk is in zijn verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis. Een dergelijk verkapt hoger beroep strookt niet met het wettelijk stelsel.

De rechtbank is voorts van oordeel dat de persoonlijke belangen van verdachte niet opwegen tegen de belangen van strafvordering en wijst derhalve het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.

BESLISSING :

De rechtbank :

- verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis

- wijst het verzoek tot schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis af.

Deze beschikking is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 14 oktober 2004 door

mr A.H.Th. de Boer, vice-president, in tegenwoordigheid van W.H. Ng, griffier.