Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ1700

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
21-04-2004
Datum publicatie
13-08-2004
Zaaknummer
AWB 02/57587
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geloofwaardigheid asielrelaas / nationaliteit / identiteit.

In het voornemen overweegt verweerder dat gerede twijfel is ontstaan over de gestelde identiteit en nationaliteit, mede ingegeven door hetgeen reeds is overwogen met betrekking tot de afbreuk aan de geloofwaardigheid van het reisverhaal en de gestelde leeftijd van eiser. Eiser heeft immers onjuiste en incomplete antwoorden gegeven op essentiële vragen over Sierra Leone die elke inwoner van dit land redelijkerwijs moet kunnen beantwoorden, aldus verweerder. Uit deze wijze waarop het voornemen is geredigeerd leidt de rechtbank af dat naast de ongeloofwaardigheid van het reisverhaal en de onjuiste dan wel onvolledige antwoorden op een aantal vragen over Sierra Leone, de resultaten van het leeftijdsonderzoek mede bepalend zijn geweest bij de standpuntbepaling dat eiser de gestelde identiteit en nationaliteit niet aannemelijk heeft weten te maken. Nu eiser niet langer wordt tegengeworpen dat hij onjuiste gegevens zou hebben verstrekt aangaande zijn leeftijd, doch deze tegenwerping kennelijk van belang is geweest bij verweerders twijfel over eisers nationaliteit en identiteit en verweerders standpunt daarover, betekent het wegvallen van deze tegenwerping dat er een gat ontstaat in de motivering in het bestreden besluit die niet in verweer ter zitting kan worden gedicht. Gelet op de verwevenheid in het bestreden besluit tussen bedoelde tegenwerping en de twijfel aan de nationaliteit en identiteit, dient naar het oordeel van de rechtbank bij het wegvallen van de tegenwerping een herbeoordeling door verweerder plaats te hebben. Beroep gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK te ‘s-GRAVENHAGE

nevenzittingsplaats Zwolle

sector vreemdelingenrecht

regnr.: Awb 02/57587

UITSPRAAK

inzake: A,

geboren op [...] 1983,

van Sierraleoonse nationaliteit,

IND dossiernummer 0001.09.2008,

gemachtigde: mr. C. van den Berg, advocaat te Zwolle,

eiser;

tegen: DE MINISTER VOOR VREEMDELINGENZAKEN EN INTEGRATIE

(Immigratie- en Naturalisatiedienst),

te 's-Gravenhage,

vertegenwoordigd door mr. M.B.Y. Vet , ambtenaar ten departemente,

verweerder.

1 Procesverloop

1.1 Op 10 januari 2000 heeft eiser een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel ingediend. Bij beschikking van 1 juli 2002 heeft verweerder de aanvraag afgewezen. Bij brief van 26 juli 2002 is daartegen beroep ingesteld.

1.2 Het beroep is ter zitting van 30 maart 2004 behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen.

2 Toetsingskader

2.1 In deze procedure dient te worden beoordeeld of de bestreden beschikking toetsing aan geschreven en ongeschreven rechtsregels kan doorstaan.

3 Standpunten

3.1 Verweerder heeft in het bestreden besluit geoordeeld dat eiser toerekenbaar geen of onvoldoende reis- of identiteitsdocumenten dan wel andere bescheiden die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag, heeft overgelegd. Hiermee is de oprechtheid van zijn asielrelaas op voorhand aangetast en wordt afbreuk gedaan aan de geloofwaardigheid van dit relaas. Onder het kopje “geloofwaardigheid van de verklaringen” heeft verweerder vervolgens overwogen dat blijkens de resultaten van het leeftijdsonderzoek d.d. 13 juli 2001 eiser onjuiste gegevens heeft verstrekt aangaande zijn leeftijd. Dit tast de oprechtheid van zijn relaas op voorhand aan en doet afbreuk aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas.

Onder het kopje “Nationaliteit” heeft verweerder overwogen dat er gerede twijfel is ontstaan over de door eiser gestelde identiteit en nationaliteit mede ingegeven door hetgeen hiervoor reeds is overwogen met betrekking tot de afbreuk aan de geloofwaardigheid van het reisverhaal en de gestelde leeftijd van eiser. Eiser heeft immers onjuiste en incomplete antwoorden gegeven op essentiële vragen over Sierra Leone die elke inwoner van dit land redelijkerwijs moet kunnen beantwoorden. Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat geen geloof kan worden gehecht aan de door eiser gestelde identiteit en nationaliteit. Derhalve valt niet in te zien waarom eiser in zijn overige verklaringen wel zou moeten worden gevolgd.

Eiser heeft de juistheid van dat oordeel betwist. Eiser stelt dat de leeftijd die hij heeft opgegeven is gebaseerd op hetgeen zijn ouders hem hebben voorgehouden. Wat er verder zij van de rapportage van het leeftijdsonderzoek, om op basis van het rapport uit te gaan van onoprechtheid bij eiser gaat erg ver. Ook gaat het te ver om in het verlengde van de vermeende onoprechtheid te spreken over afbreuk aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas. Eiser heeft voorts duidelijk gemaakt hoe hij naar Nederland is gereisd. Bij een reis zoals door hem beschreven spelen reisdocumenten geen rol.

Voorts wordt eiser tegengeworpen dat hij onjuiste antwoorden heeft gegeven op vragen over Sierra Leone. Verweerder stelt daarbij dat eiser, gevraagd naar een aantal plaatsen rond Kabala, een aantal plaatsen noemt die verweerder op een verfijnde regiokaart niet kan vinden. Eiser had het echter over plaatsen die deel uit maken van Kabala. Als verweerder een plattegrond van Kabala zou bekijken dan zou hij de namen van de dorpjes of wijken wel vinden die door eiser genoemd zijn.

4 Overwegingen

4.1 De rechtbank zal toetsen of verweerder zich, gelet op de motivering, neergelegd in het voornemen en het bestreden besluit, bezien in het licht van de verslagen van de gehouden gehoren, de daarop aangebrachte correcties en aanvullingen en het gestelde in de zienswijze, in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiser zijn identiteit, herkomst en nationaliteit niet aannemelijk heeft gemaakt.

4.2 Ter zitting heeft verweerder medegedeeld dat de resultaten van het leeftijdsonderzoek, gelet op Afdelingsjurisprudentie, buiten beschouwing dienen te worden gelaten. Aan eiser wordt derhalve niet langer tegengeworpen dat hij onjuiste gegevens zou hebben verstrekt aangaande zijn leeftijd. Voorts stelt verweerder dat, op basis van hetgeen is opgemerkt in het voornemen omtrent de nationaliteit van eiser, de stelling dat eiser zijn nationaliteit en identiteit niet aannemelijk heeft gemaakt gehandhaafd wordt. Daarmee valt dan nog steeds niet in te zien waarom eiser in zijn overige verklaringen wel gevolgd zou moeten worden.

4.3 Eiser heeft in reactie hierop ter zitting het standpunt ingenomen dat de bestreden beschikking met name gaat over de resultaten van het leeftijdsonderzoek. Nu verweerder dit niet langer tegenwerpt wordt de bestreden beschikking niet gedragen door de feiten en is er sprake van een motiveringsgebrek.

4.4 De rechtbank overweegt als volgt.

In het voornemen dat herhaald en ingelast is in de bestreden beschikking, overweegt verweerder “(...) in het onderhavige geval is gerede twijfel ontstaan over de door betrokkene gestelde identiteit en nationaliteit, mede ingegeven door hetgeen hiervoor reeds is overwogen met betrekking tot de afbreuk aan de geloofwaardigheid van het reisverhaal en de gestelde leeftijd van betrokkene. Betrokkene heeft immers onjuiste en incomplete antwoorden gegeven op essentiële vragen over Sierra.Leone die elke inwoner van dit land redelijkerwijs moet kunnen beantwoorden (...)”

Uit de wijze waarop het voornemen is geredigeerd leidt de rechtbank af dat naast de ongeloofwaardigheid van het reisverhaal en de onjuiste dan wel onvolledige antwoorden op een aantal vragen over Sierra Leone, de resultaten van het leeftijdsonderzoek mede bepalend zijn geweest bij de standpuntbepaling dat eiser de gestelde identiteit en nationaliteit niet aannemelijk heeft weten te maken.

Nu eiser niet langer wordt tegengeworpen dat hij onjuiste gegevens zou hebben verstrekt aangaande zijn leeftijd, doch deze tegenwerping kennelijk van belang is geweest bij verweerders twijfel over eisers nationaliteit en identiteit en verweerders standpunt daarover, dan betekent het wegvallen van deze tegenwerping dat er een gat ontstaat in de motivering in het bestreden besluit die niet in verweer ter zitting kan worden gedicht. Gelet op de verwevenheid in het bestreden besluit tussen bedoelde tegenwerping en de twijfel aan de nationaliteit en identiteit, dient naar het oordeel van de rechtbank bij het wegvallen van de tegenwerping een herbeoordeling door verweerder plaats te hebben.

Gelet op het voorgaande is het bestreden besluit in strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht.

4.5 Het beroep is daarom gegrond.

4.6 Er bestaat aanleiding voor veroordeling van een partij in de kosten die de andere partij in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

5 BESLISSING

De rechtbank

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de beschikking van 1 juli 2002;

- draagt verweerder op een nieuwe beschikking te geven met inachtneming van deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten ad € 644,= onder aanwijzing van de Staat der Nederlanden als rechtspersoon die deze kosten aan de griffier van deze rechtbank dient te voldoen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Oosterveld in tegenwoordigheid van mr. K.M. Dijkman als griffier en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2004

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen vier weken na de datum van verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder vermelding van “Hoger beroep vreemdelingenzaken”, postbus 16113, 2500 BC ’s-Gravenhage.

Artikel 85 Vw 2000 bepaalt in dat verband dat het beroepschrift een of meer grieven tegen de uitspraak bevat. Artikel 6:6 Awb (herstel verzuim) is niet van toepassing.

Afschrift verzonden: 21 april 2004