Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2004:AP3598

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
28-05-2004
Datum publicatie
23-06-2004
Zaaknummer
09/029931-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rb. 's-Gravenhage: ....Verdachte heeft zijn toenmalige vriendin gedurende een korte periode meermalen met geweld verkracht en hij heeft haar in die periode mishandeld. ...... Naar het oordeel van de rechtbank komen de ernst van het bewezenverklaarde en de door de rechtbank in aanmerking genomen omstandigheden onvoldoende tot uitdrukking in de door de officier van justitie (in tweede termijn) gevorderde straf. Het is op deze grond dat de rechtbank de hierna te vermelden zwaardere straf zal opleggen dan door de officier van justitie gevorderd.....

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09/029931-02

rolnummer 0001

's-Gravenhage, 28 mei 2004

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

[geboorteplaats] [geboortedatum],

[adres]

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van 22 april 2003 en 28 mei 2004.

De verdachte is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr Steen heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding onder 1 en 2 telastgelegde wordt veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 200 uur, subsidiair 100 dagen vervangende hechtenis, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, alsmede een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact, ook indien dit inhoudt dat verdachte zijn behandeling bij De Waag moet voortzetten.

De telastlegging.

Aan de verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A.

De bewijsmiddelen.

P.M.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan is de rechtbank tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat de verdachte de op de dagvaarding onder 1 en 2 telastgelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar. De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zijn toenmalige vriendin gedurende een korte periode meermalen met geweld verkracht en hij heeft haar in die periode mishandeld. Verdachte is met zijn handelen totaal voorbij gegaan aan de gevoelens van zijn vriendin en heeft alleen oog gehad voor zijn eigen (seksuele) behoeften. Het baart de rechtbank zorgen dat verdachte zelfs na een aantal gesprekken met de psycholoog nog steeds moeite heeft in te zien dat zijn ex-vriendin verdachtes seksuele handelingen als gewelddadige verkrachtingen heeft ervaren. Verdachte verklaart ter terechtzitting slechts dat hij zich wel kan voorstellen dat zij in een voor haar onprettige situatie zat.

Zedenmisdrijven vormen een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van een slachtoffer en kunnen leiden tot blijvende psychische schade. Mede daarom dient streng tegen dergelijke delicten te worden opgetreden.

Blijkens het verdachte betreffende Uittreksel Justitieel Documentatieregister d.d. 1 november 2002, is verdachte niet eerder met justitie in aanraking gekomen.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het Pro Justitia rapport d.d. 8 december 2003 van psycholoog drs. A. van Dijk. De psycholoog geeft de volgende antwoorden op de hem gestelde vragen. De gemengde persoonlijkheidsstoornis NAO van verdachte bestond ten tijde van het begaan van de telastgelegde feiten en houdt daarmee verband. Verdachte is ten aanzien van feit 1 enigszins verminderd toerekeningsvatbaar en ten aanzien van feit 2 verminderd toerekeningsvatbaar. De psycholoog acht de kans op recidive zeker aanwezig. Om het recidivegevaar zoveel mogelijk te beperken is het wenselijk dat betrokkene leert hoe hij met dreiging en angst kan omgaan en hoe hij zijn, voor anderen, schadelijke gedrag binnen de perken kan houden. De aanbeveling is om verdachte te laten behandelen bij De Waag.

De rechtbank neemt de conclusies uit dit rapport over en maakt deze tot de hare.

Voorts heeft de rechtbank kennisgenomen van het voorlichtingsrapport d.d. 27 mei 2004 van Reclassering Nederland, waaruit blijkt dat verdachte sinds maart 2004 zich heeft aangemeld voor een behandeling bij De Waag. Zijn behandelaar de heer Koppers geeft aan dat de behandeling naar wens verloopt en hij voornemens is de behandeling te continueren. De reclassering geeft in overweging een voorwaardelijk strafdeel op te leggen met als bijzondere voorwaarde dat verdachte verplicht contact zal onderhouden met de reclassering. Zij zullen er op toezien dat verdachte zich aan de afspraken met zijn behandelaars van De Waag houdt.

Naar het oordeel van de rechtbank komen de ernst van het bewezenverklaarde en de door de rechtbank in aanmerking genomen omstandigheden onvoldoende tot uitdrukking in de door de officier van justitie (in tweede termijn) gevorderde straf. Het is op deze grond dat de rechtbank de hierna te vermelden zwaardere straf zal opleggen dan door de officier van justitie gevorderd.

Gelet op het hiervoor overwogene is de rechtbank van oordeel dat het opleggen van een werkstraf voor het maximaal aantal uren - een groter aantal dan door de officier van justitie geƫist, waartoe de rechtbank komt op grond van de ernst van de feiten - en een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden zijn. De voorwaardelijke straf dient verdachte ervan te weerhouden zich nogmaals aan soortgelijke strafbare feiten schuldig te maken. Aan de voorwaardelijke straf wordt tevens als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact verbonden, ook indien dit inhoudt dat verdachte zijn behandeling bij De Waag dient voort te zetten.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 57, 242 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1 en 2 telastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

VERKRACHTING;

ten aanzien van feit 2:

MISHANDELING;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een taakstraf, bestaande uit een WERKSTRAF, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de tijd van 240 UREN;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 120 DAGEN;

veroordeelt verdachte te dier zake voorts tot:

een GEVANGENISSTRAF voor de duur van 6 MAANDEN;

bepaalt, dat die straf niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit, alsmede onder de hierna te noemen bijzondere voorwaarde:

- dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens de stichting reclassering Nederland, ressort Den Haag, zolang die instelling zulks nodig acht, ook indien zulks inhoudt dat veroordeelde zijn behandeling bij De Waag dient voort te zetten;

geeft hierbij opdracht aan bovengenoemde reclasseringsinstelling krachtens het bepaalde bij artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Donker, voorzitter,

Joele en Teerds, rechters,

in tegenwoordigheid van mr Schuurmans, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 mei 2004.