Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2004:AO9164

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
11-05-2004
Datum publicatie
11-05-2004
Zaaknummer
KG 04/431
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

(...) Juka, Intratuin, GroenRijk 't Haantje en GroenRijk de Wilskracht exploiteren alle tuincentra van uiteenlopende omvang. De tuincentra zijn alle gelegen in de nabije omgeving van de A-13 (Rijswijk-Rotterdam). Het bedrijf van De Baat is gevestigd op hetzelfde terrein als waarop dat van GroenRijk de Wilskracht is gevestigd. De Baat exploiteert aldaar - onder meer - een hoveniersbedrijf. (...)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE

sector civiel recht - voorzieningenrechter

Vonnissen in kort geding van 11 mei 2004,

gewezen in de zaak met rolnummer KG 04/431 van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Juka B.V.,

handelend onder de naam Europatuin Delft,

gevestigd te Delft,

eiseres,

procureur mr. R.M. Köhne,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Xotus Delft B.V.,

gevestigd te Delft,

gedaagde,

procureur mr. M.R. Plug,

en in de zaak met rolnummer KG 04/432 van:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Intratuin Forsythia Pijnacker B.V.,

gevestigd te Pijnacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp,

2. de vennootschap onder firma

Tuincentrum GroenRijk 't Haantje,

gevestigd te Rijswijk (Zuid-Holland),

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Tuincentrum GroenRijk de Wilskracht,

gevestigd te 's-Gravenhage,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

De Baat Tuinmaterialen B.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

eiseressen,

procureur mr. C. Smals-van Dijk,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Xotus Delft B.V.,

gevestigd te Delft,

gedaagde,

procureur mr. M.R. Plug.

Eiseressen in beide zaken zullen hierna afzonderlijk worden aangeduid als respectievelijk "Juka", "Intratuin", "GroenRijk 't Haantje", "GroenRijk de Wilskracht" en "De Baat" en gezamenlijk als "Juka c.s". Gedaagde in beide zaken zal hierna worden aangeduid als "Xotus".

1. Het verloop van de procedure in beide zaken

Bij exploten van 14 april 2004 en 19 april 2004 hebben Juka respectievelijk Intratuin, GroenRijk 't Haantje, GroenRijk de Wilskracht en De Baat Xotus gedagvaard om te verschijnen ter zitting van de voorzieningenrechter van 29 april 2004. In beide zaken zijn partijen verschenen, vergezeld van hun respectieve raadslieden. De beide zaken zijn als afzonderlijke zaak maar gezamenlijk behandeld. Partijen hebben hun standpunten, aan de hand van pleitnotities en producties, (nader) uiteengezet. Het vonnis is bepaald op heden.

2. De feiten in beide zaken

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 29 april 2004 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1. Juka, Intratuin, GroenRijk 't Haantje en GroenRijk de Wilskracht exploiteren alle tuincentra van uiteenlopende omvang. De tuincentra zijn alle gelegen in de nabije omgeving van de A-13 (Rijswijk-Rotterdam). Het bedrijf van De Baat is gevestigd op hetzelfde terrein als waarop dat van GroenRijk de Wilskracht is gevestigd. De Baat exploiteert aldaar - onder meer - een hoveniersbedrijf.

2.2. Op 19 augustus 1999 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Delft (hierna: het college van B&W) Xotus vergunning verleend voor de bouw van een complex bestaande uit een educatief en recreatief publiekscentrum met kassen, kwekerij, restaurant en tuincentrum. Xotus heeft bedoeld complex gerealiseerd aan de Kleveringweg 57-59 te Delft, nabij de afslag

Delft-Noord/Nootdorp op de A-13. Het complex is in mei 2000 geopend en beslaat op dit moment een oppervlakte van circa 6.908 m².

2.3. Ter plaatse geldt (sinds september 1996) het bestemmingsplan "Delft-Oost". Aan de gronden waarop het complex van Xotus is gevestigd is, blijkens de bestemmingsplankaart, de bestemming "kwekerij met educatieve en recreatieve functie" toegekend. In de voorschriften die deel uitmaken van het bestemmingsplan wordt - voorzover hier van belang - het volgende bepaald:

"Artikel 4 Kwekerij met educatieve en recreatieve nevenfunctie

1. Doeleindenomschrijving:

A. Gronden die op de kaart zijn aangewezen voor "KWEKERIJ MET EDUCATIEVE EN RECREATIEVE NEVENFUNCTIE" zijn bestemd voor bedrijf waar onder gebruikmaking van een kassencomplex al dan niet uitheemse agrarische en/of tuinbouw- en/of sierteeltproducten worden voortgebracht met dien verstande dat de bedrijfsvoering tevens educatieve en recreatieve doelen dient welke samenhangen met de bestemming zoals cursussen, demonstraties, presentaties, culturele manifestaties, voorbeeldprojecten en exposities.

B. Ten dienste van deze bestemming zijn toegelaten: kassen, een functiegebonden restaurant, functiegebonden ruimten voor detailhandel, waaronder een tuincentrum en verder een expositieruimte, terrassen, twee dienstwoningen, andere dienst- of bedrijfsruimten, groen- en parkeervoorzieningen, één ontsluitingsweg conform de op de kaart voorkomende aanduiding, andere wegen, paden, waterpartijen en bouwwerken -geen gebouwen zijnde.

2. Bebouwingsvoorschriften

Op de onder 1. bedoelde gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken

-geen gebouwen zijnde- worden gebouwd ten dienste van de aldaar genoemde doeleinden met dien verstande, dat:

a. (...)

f. de bruto bedrijfsvloeroppervlakte van functiegebonden ruimten voor detailhandel maximaal 500 m² mag bedragen;

g. de bruto bedrijfsvloeroppervlakte van een functiegebonden tuincentrum maximaal 700 m² mag bedragen; (...)."

In artikel 29 van de planvoorschriften is bepaald dat het verboden is om gronden te gebruiken in strijd met de geldende bestemming.

2.4. In paragraaf 5.2.3 van hoofdstuk 5 van de toelichting bij voornoemd bestemmingsplan wordt - voorzover hier van belang - het volgende vermeld:

"(...) Dit bedrijf [bedoeld wordt Xotus, toevoeging voorzieningenrechter] legt zich toe op het verbouwen onder glas van exotische produkten met als bijkomend doel het verschaffen van informatie aan een breed publiek over deze produkten en de landen van herkomst. In dat kader worden diverse nevenactiviteiten ontplooid die een informatief-recreatief karakter hebben. De winkel en het tuincentrum die bij het bedrijf horen zijn functiegebonden. Hetzelfde geldt voor de restauratieve faciliteiten. In het plan is voor Xotus een "maatbestemming" opgenomen (...)".

2.5. Op 20 februari 2002 is het Regionaal Structuurplan Haaglanden vastgesteld. Hierin beschrijft het Stadsgewest Haaglanden de actuele plannen en beleidsvoornemens van het rijk, de provincies en de gemeenten ten aanzien van ruimtelijke ordening, zijn opvattingen over toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen en brengt het Stadsgewest een en ander met elkaar in verband.

2.6. Op 17 december 2003 heeft Intratuin het college van B&W verzocht handhavend op te treden tegen de exploitatie door Xotus van met het vigerende bestemmingsplan strijdige bedrijfsactiviteiten. Juka, GroenRijk 't Haantje, GroenRijk de Wilskracht en De Baat hebben op respectievelijk 19 december 2003, 14 januari 2004 en 20 januari 2004 bij het college van B&W gelijkluidende verzoeken tot handhaving ingediend.

2.7. In januari 2004 is Xotus (voorheen eigendom van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Belmont Investments B.V.) overgenomen door Staelduinsebos Groenspecialisten, onderdeel van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Green Holding B.V.

2.8. Bij besluiten van 8 januari 2004 heeft het college van B&W afwijzend beslist op de verzoeken van Intratuin en Juka. De verzoeken van GroenRijk 't Haantje, GroenRijk de Wilskracht en De Baat zijn bij besluiten van 4 februari 2004 ook afgewezen. Tegen genoemde besluiten hebben Juka c.s. bezwaar aangetekend. Juka, Intratuin en GroenRijk 't Haantje hebben de voorzieningenrechter van deze rechtbank (sector bestuursrecht) verzocht een voorlopige voorziening te treffen strekkende tot schorsing van de besluiten van 8 januari 2004 en 4 februari 2004.

2.9. Op 27 februari 2004 heeft Xotus het college van B&W verzocht om met toepassing van de vrijstellingsbepaling van artikel 19, eerste lid, van de Wet op de ruimtelijke ordening (WRO) haar de mogelijkheid te bieden haar bedrijfsactiviteiten zodanig uit te breiden dat zij, in plaats van de sinds december 2000 benutte ruimte van 6.908 m², een ruimte van 13.000 m² kan gebruiken voor de detailhandel in planten, heesters, bomen, tuin- en serremeubilair, inrichting- en cadeauartikelen, verhardingsmaterialen en andere goederen die noodzakelijk zijn voor de inrichting en het onderhoud van tuinen. Ter onderbouwing van dit verzoek heeft Xotus verwezen naar een op haar verzoek opgesteld rapport van onderzoeksbureau LogiMark, waarin wordt beoordeeld in welke mate Xotus verstorend werkt binnen de huidige markt van tuincentra. Op het verzoek van Xotus is nog niet beslist.

2.10. Bij uitspraak van 31 maart 2004 heeft voornoemde voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening in die zin toegewezen dat de besluiten van 8 januari 2004 en het besluit van 14 januari 2004 [de voorzieningenrechter in dit kort geding begrijpt: 4 februari 2004] worden geschorst. Die voorzieningenrechter heeft voorts bepaald dat het college van B&W binnen acht weken na de datum van verzending van de uitspraak een nader besluit dient te nemen. In de uitspraak is overwogen dat niet kan worden gezegd dat de bedrijfsvoering van Xotus niet is veranderd ten opzichte van de situatie zoals deze destijds is vergund, dat er voldoende grond bestaat voor het oordeel dat Xotus in strijd handelt met het geldende bestemmingsplan, dat er geen concreet zicht op legalisatie bestaat en dat er (om die reden) voor het college van B&W voldoende aanleiding bestond om handhavend op te treden.

2.11. Verzoeken van Juka c.s. aan het college van B&W om, vooruitlopend op de nieuwe beslissingen op hun verzoeken, handhavend op te treden jegens Xotus, zijn afgewezen. Aan sommaties van Juka c.s. om de huidige bedrijfsactiviteiten te staken en gestaakt te houden heeft Xotus geen gehoor gegeven.

2.12. Op 27 april 2004 heeft de Commissie voor de beroep- en bezwaarschriften van de gemeente Delft het college van B&W geadviseerd de bezwaarschriften van Juka c.s. gegrond te verklaren en de bestreden besluiten van 8 januari 2004 en 4 februari 2004 te herroepen in die zin dat handhavend opgetreden zal worden. In het advies is - voorzover hier van belang - overwogen dat Xotus in strijd met het bestemmingsplan handelt, dat er geen concreet zicht is op legalisatie en dat niet is gebleken van bijzondere omstandigheden aan de zijde van Xotus op grond waarvan zou moet worden afgezien van handhavend optreden.

2.13. Het college van B&W heeft nog niet opnieuw beslist op de bezwaarschriften van Juka c.s.

3. De vorderingen, de gronden daarvoor en het verweer in beide zaken

Juka vordert - zakelijk weergegeven - Xotus te verbieden, op straffe van verbeurte van een dwangsom, het pand aan de Kleveringweg 57-59 te Delft te gebruiken voor meer dan 727 m² tuincentrum en Xotus te veroordelen het gebruik van het pand in strijd met het vigerende bestemmingsplan te staken en gestaakt te houden.

Ter onderbouwing van haar vordering voert Juka het volgende aan.

Xotus handelt onmiskenbaar in strijd met zowel de doeleindenomschrijving als de bebouwingsvoorschriften van de planvoorschriften. Sinds kort heeft Xotus immers vele duizenden vierkante meters oppervlakte in gebruik en Staelduinsebos Groenspecialisten is voornemens Xotus om te toveren tot een volwaardig tuincentrum van 17.000 m². Zij adverteert daar ook mee. In 1999 is echter slechts vergund en gebouwd een kwekerij met educatieve en recreatieve functie met een oppervlakte van maximaal 727 m². Het college van B&W zal daadwerkelijk handhavend moeten gaan optreden. Het geldende bestemmingsplan biedt geen mogelijkheid om het huidige strijdige gebruik door middel van vrijstelling te legaliseren. Voor een wijziging van het bestemmingsplan is voorts een planologisch toetsingskader vereist. Hiervoor kan het Regionaal Structuurplan Haaglanden niet dienen, nu dat plan geen ruimte laat voor een nieuw tuincentrum in Delft. Dat op korte termijn legalisatie plaatsvindt, ligt dus niet in de lijn der verwachting. Daar komt bij dat het verzoek van Xotus om vrijstelling dan wel wijziging van het bestemmingsplan is gebaseerd op een rapport waarvan de conclusies niet zijn onderbouwd en waarvan ook op de inhoud nog wel het een en ander valt af te dingen. Ook een belangenafweging zal om deze redenen niet in het voordeel van Xotus uitvallen. Juka's belang bij handhaving van het bestemmingsplan dient zwaarder te wegen. Juka heeft veel moeten investeren in haar nieuwe tuincentrum en zij mocht ervan uitgaan dat er in de directe omgeving geen nieuw tuincentrum bij zou/mocht komen. Door, zonder zich te beraden op de vraag of haar plannen met het bestemmingsplan kunnen worden verenigd, tot realisatie van die plannen over te gaan, heeft Xotus zichzelf in de problemen gebracht. Zij dient hiervan de consequenties te dragen.

Nu Xotus handelt in strijd met het bestemmingsplan, maakt zij zich schuldig aan onrechtmatig handelen jegens Juka. Xotus probeert op oneigenlijke wijze een concurrent uit de markt te duwen. Als gevolg van de handelwijze van Xotus lijdt Juka aanzienlijke schade. Over het eerste kwartaal van 2004 heeft Juka ruim 18%, dat wil zeggen ruim € 120.000,--, minder omzet gegenereerd dan in de overeenkomstige periode in 2003. Indien de omzetdaling doorzet, kan Juka haar investeringslasten niet meer opbrengen. Zij draagt voorts ook de verantwoordelijkheid voor haar werknemers. Het moet Xotus dan ook worden verboden haar bedrijfsactiviteiten in de huidige vorm voort te zetten. Juka heeft een spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening, nu in tuincentra de periode van maart tot en met half juni 50% van de jaaromzet wordt gegenereerd. Zij kan dus niet wachten op een nieuw besluit van het college van B&W.

Intratuin, GroenRijk 't Haantje, GroenRijk de Wilskracht en De Baat vorderen

- zakelijk weergegeven -:

1. Xotus te verbieden om een exploitatie te voeren die in strijd is met de bepalingen van het ter plaatse geldende bestemmingsplan, hetgeen erop neerkomt dat zowel binnen als buiten maximaal 727 m² als tuincentrum mag worden gebruikt, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom en met machtiging aan Intratuin, GroenRijk 't Haantje, GroenRijk de Wilskracht en De Baat om het verbod zelf ten uitvoer te leggen met behulp van de sterke arm;

2. Xotus te veroordelen, op straffe van verbeurte van een dwangsom, tot plaatsing van een rectificatie op de voorpagina van haar brochure alsmede tot plaatsing van een advertentie van een halve pagina in de diverse regionale dagbladen met daarin de in de dagvaarding opgenomen tekst.

Intratuin, GroenRijk 't Haantje, GroenRijk de Wilskracht en De Baat onderbouwen hun vordering op dezelfde wijze als Juka en voeren voorts het volgende aan.

Xotus handelt onrechtmatig jegens Intratuin, GroenRijk 't Haantje, GroenRijk de Wilskracht en De Baat. Haar bedrijfsactiviteiten zijn immers niet in overeenstemming met het bestemmingsplan. Dat het ook niet de bedoeling is dat Xotus wordt uitgebreid, volgt uit dat deel van de toelichting op het bestemmingsplan waarin wordt beschreven welke richting de gemeente Delft uit wil met de detailhandel ter plaatse. Voorts blijkt uit die toelichting dat voor Xotus een "maatbestemming" is opgenomen. Het specifieke karakter van Xotus heeft er ook toe geleid dat zij de grond waarop het complex is gerealiseerd tegen lage kosten heeft verworven en aan haar voorts diverse subsidies zijn verleend. Legalisatie door middel van vrijstelling dan wel wijziging van het bestemmingsplan ligt daarom ook niet in de rede. Xotus is wel degelijk in korte tijd veranderd van een zeer specialistische detailhandel met een educatieve en recreatieve functie in een groot commercieel tuincentrum. Als gevolg van de handelwijze van Xotus lijden Intratuin, GroenRijk 't Haantje, GroenRijk de Wilskracht en De Baat schade. Zij zijn in de afgelopen maanden met een aanzienlijke omzetdaling geconfronteerd. Intratuin, GroenRijk 't Haantje, GroenRijk de Wilskracht en De Baat hebben een spoedeisend belang bij toewijzing van hun vordering. Het college van B&W is geruime tijd gegund om opnieuw te beslissen op de bezwaarschriften. Xotus kan dus gewoon door blijven draaien op basis van een exploitatie die in strijd is met het geldende bestemmingsplan. Nieuwe besluiten van het college van B&W kunnen niet worden afgewacht. Daarbij is ook van belang dat in de maanden maart tot en met mei een groot gedeelte van de totale jaaromzet wordt gerealiseerd.

Xotus voert gemotiveerd verweer tegen de beide vorderingen. Dit verweer zal hierna, voorzover nodig, worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil in beide zaken

4.1. Xotus heeft betoogd dat Juka c.s. in de onderhavige kwestie de weg van een civielrechtelijke procedure, in dit geval die van een kort geding, niet kunnen bewandelen en om die reden niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen. Het college van B&W, zo betoogt Xotus, zal immers opnieuw beslissen op de verzoeken van Juka c.s. om handhaving en ook op het verzoek van Xotus om vrijstelling/wijziging van het bestemmingsplan zal nog een beslissing volgen. Al deze beslissingen kunnen (wederom) worden aangevochten in een bestuursrechtelijke procedure, die met voldoende waarborgen is omgeven, aldus Xotus. Dit betoog treft geen doel. De vorderingen van Juka c.s. zijn niet tegen (het college van B&W van) de gemeente Delft gericht. Juka c.s. zijn van oordeel dat Xotus, door haar bedrijfsactiviteiten voort te zetten in de vorm waarin zij deze thans uitoefent, onrechtmatig handelt jegens hen en zij vragen een daarop afgestemd rechterlijk verbod (en rectificatie). Juka c.s. kunnen dus in hun vorderingen worden ontvangen. Hieraan doet niet af dat er ook andere wegen openstaan waarlangs bereikt zou kunnen worden dat Xotus haar gewraakte bedrijfsactiviteiten staakt.

4.2. Ten aanzien van de vraag of Juka c.s. van Xotus kunnen verlangen dat laatstgenoemde haar bedrijfsactiviteiten gedeeltelijk staakt, wordt als volgt overwogen.

4.3. Gelet op de uitspraak van 31 maart 2004 van de voorzieningenrechter van deze rechtbank (sector bestuursrecht) en het advies van de Commissie voor de beroep- en bezwaarschriften van de gemeente Delft van 27 april 2004, is buiten redelijke twijfel dat de wijze waarop Xotus haar onderneming thans exploiteert, in strijd is met zowel de doeleindenomschrijving als met de bebouwingsvoorschriften van de van het bestemmingsplan deel uitmakende voorschriften. Xotus heeft in dit kort geding geen (nadere) feiten gesteld die tot een andere conclusie kunnen leiden.

4.4. Naar voorlopig oordeel is dit met het bestemmingsplan strijdige gebruik onrechtmatig jegens Juka c.s. De geschonden norm, neergelegd in het bestemmingsplan, strekt immers mede ter bescherming van de belangen van Juka c.s. Het bestemmingsplan vormt de weerslag van afwegingen van planologische aard, zoals afwegingen ten aanzien van de aard van de bestemming van percelen, de toegestane afmetingen van de bebouwing en het toegestane aantal vierkante meters bedrijfsvloeroppervlakte. In deze planologische afwegingen kan ook het belang van een evenwichtige spreiding van bepaalde ondernemersactiviteiten worden betrokken. Dit brengt mee dat ondernemers uit de omgeving op dit punt verwachtingen aan een bestemmingsplan kunnen ontlenen. Dat een bestemmingsplan als zodanig niet de strekking heeft de mededinging te beperken, doet hieraan niet af.

4.5. Juka c.s. hebben voorlopig voldoende aannemelijk gemaakt dat zij als gevolg van het handelen van Xotus schade hebben geleden en nog zullen lijden. In ieder geval moet worden aangenomen dat, indien Xotus niet wordt toegestaan haar bedrijfsactiviteiten in de huidige (omvangrijke) vorm voort te zetten, Juka c.s. méér omzet zullen boeken.

4.6. Voor het verkrijgen van een verbod als gevorderd is niet alleen nodig dat het gewraakte handelen als onrechtmatig wordt aangemerkt. Toewijzing in dit civiele kort geding is - onder meer - ook afhankelijk van de uitkomst van een nadere afweging tussen de belangen van Juka c.s. en die van Xotus. In die belangenafweging speelt ook de urgentie van het gevorderde een rol.

4.7. Gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting moet ernstig rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de door Xotus gecreëerde onrechtmatige toestand al enkele jaren bestaat dan wel dat de bedrijfsvoering van Xotus in januari 2004 (met de overname door Staelduinsebos Groenspecialisten), bezien ten opzichte van de situatie in de daaraan voorafgaande jaren, slechts op onderdelen is gewijzigd. In dit verband wordt verwezen naar de "routingtekeningen nieuwbouw" van februari 2000 (productie 2 aan de zijde van Xotus), de verklaring van 14 april 2004 van [betrokkene], bedrijfsleider van Xotus (productie 1 aan de zijde van Xotus) en de "onderbouwing omzetdoelstellingen 2001 en verder" van januari 2001 (productie 1 aan de zijde van Xotus) en voorts naar hetgeen de Commissie voor de

beroep- en bezwaarschriften van de gemeente Delft hieromtrent heeft opgemerkt in het advies van 27 april 2004 (onder het kopje "andere bijzondere omstandigheden"). Verder is in dit verband van belang dat uit de door Juka c.s. ter zitting gepresenteerde (overigens niet onderbouwde) omzetcijfers niet blijkt van een plotselinge teruggang in de omzet bij Juka c.s. en een daarmee corresponderende plotselinge stijging in de omzet van Xotus, zodat voorlopig niet kan worden aangenomen dat daartussen een causaal verband bestaat.

4.8. De consequenties van toewijzing van de vordering van Juka c.s. zijn ingrijpend en mogelijk onomkeerbaar in die zin dat de activiteiten van een bedrijf met onmiddellijke ingang (drastisch) worden gereduceerd en waarschijnlijk niet langer rendabel zullen blijken te zijn. Hier komt bij dat het oordeel ten gronde uiteindelijk aan de bestuursrechter zal zijn. Indien het college van B&W (op de bezwaren van Juka c.s. dan wel op het verzoek van Xotus om vrijstelling/wijziging van het bestemmingsplan) nieuwe besluiten neemt en één der partijen tegen die besluiten bezwaar aantekent en, na bezwaar, mogelijk beroep instelt, is het de bestuursrechter die zal moeten oordelen over de rechtsgeldigheid van die besluiten en in dat kader over de vraag of het college van B&W binnen de kaders van de toepasselijke wettelijke bepalingen is gebleven.

4.9. Hetgeen hiervoor in de onderdelen 4.7 en 4.8 is overwogen vormt reden voor het betrachten van grote terughoudendheid bij de beoordeling van de vordering. Dit resulteert in dit geval in afwijzing daarvan.

4.10. Ten overvloede wordt nog opgemerkt dat met het voorgaande geen voorschot wordt genomen op de besluiten die het college van B&W nog moet nemen en op de uitkomst van de eventueel op die besluiten volgende procedure ten overstaan van de bestuursrechter.

4.11. Juka c.s. zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding. Nu de twee korte gedingen een grote mate van overeenstemming vertonen, zal het procureurssalaris aan de zijde van Xotus in elk van de zaken worden begroot op € 351,50.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

In de zaak met rolnummer KG 04/431:

Wijst de vordering af;

veroordeelt Juka in de kosten van dit geding, tot dusver aan de zijde van Xotus begroot op € 592,50, waarvan € 351,50 aan salaris procureur en € 241,-- aan griffierecht.

In de zaak met rolnummer KG 04/432:

Wijst de vordering af;

veroordeelt Intratuin, GroenRijk 't Haantje, GroenRijk de Wilskracht en De Baat in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van Xotus begroot op € 592,50, waarvan € 351,50 aan salaris procureur en € 241,-- aan griffierecht.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.M. Hofhuis en uitgesproken ter openbare zitting van 11 mei 2004 in tegenwoordigheid van de griffier.

JB