Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2003:BI6335

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
18-06-2003
Datum publicatie
13-07-2009
Zaaknummer
191496
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroep op verjaring van een dwangbevel wegens het illegaal gebruikmaken van een radiofrequentie. Ook zou de boete te hoog zijn ingesteld.

De vordering wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE

sector civiel recht - enkelvoudige kamer

Vonnis in de zaak met rolnummer 02-3400 van:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

procureur: mr. A.H. Westendorp,

tegen

de STAAT DER NEDERLANDEN (ministerie van Economische Zaken),

gevestigd te Den Haag,

gedaagde,

procureur: mr. A.J. Boorsma.

Partijen worden hierna aangeduid als [eiser] en de Staat.

De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- de dagvaarding van 3 oktober 2002;

- de conclusie van antwoord in oppositie, met producties;

- het vonnis van deze rechtbank van 12 februari 2003;

- het proces-verbaal van de op 4 april 2003 gehouden comparitie van partijen, met de daarin genoemde producties.

RECHTSOVERWEGINGEN

1. Feiten

1.1. Naar aanleiding van een op 5 mei 2001 geconstateerde overtreding door [eiser] onder de naam "Radio Actief" van artikel 10.16, eerste lid, juncto artikel 3.3, eerste lid, van de Telecommunicatiewet, heeft de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat bij besluit van 4 juli 2001 aan [eiser] als verantwoordelijke hoofdbewoner van het perceel [adres] te [woonplaats] een last onder dwangsom opgelegd, inhoudende dat hij geen zendapparaten zal (laten) gebruiken of (laten) aanleggen zonder de vereiste vergunning voor het gebruik van frequentieruimte. Tegen dit besluit heeft [eiser] geen bezwaar gemaakt.

1.2. Op 15 oktober 2001 heeft de bevoegde opsporingsambtenaar [A] in zijn dienstauto een uitzending beluisterd die volgens het op 26 oktober 2001 op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal afkomstig was van hetzelfde perceel en van een gelijknamige zender "Radio Actief". Luisteraars konden zich melden via een telefoonnummer dat ook op 5 mei 2001 was gebruikt.

1.3. Bij brief van 27 november 2001 heeft de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat aan [eiser] meegedeeld dat deze een dwangsom van ƒ 5.000,- had verbeurd.

1.4. Op 22 juli 2002 is de verantwoordelijkheid voor aangelegenheden op het gebied van het telecommunicatiebeleid en het toezicht op dit terrein overgegaan op de minister van Economische Zaken.

1.5. Bij exploit van 22 augustus 2002 heeft de Staat een dwangbevel d.d. 16 augustus 2002 aan [eiser] laten betekenen tot betaling van de dwangsom, vermeerderd met de kosten van invordering en rente.

2. Vordering, grondslag en verweer

2.1. [eiser] vordert te worden ontheven van het tegen hem uitgevaardigde dwangbevel, met veroordeling van de Staat in de proceskosten. Daartoe stelt hij dat hij op 15 oktober 2001 geen gebruik heeft gemaakt van frequentieruimte. Na de aangetekende brief van 27 november 2001 heeft [eiser] niets meer vernomen, zodat de bevoegdheid tot invordering is verjaard. Subsidiair stelt hij dat de boete te hoog is vastgesteld, gelet op zijn persoonlijke omstandigheden.

2.2. De Staat voert gemotiveerd verweer.

3. Beoordeling

3.1. De rechtbank zal eerst het beroep op verjaring bespreken.

De Staat voert aan dat de verbeurde dwangsom per factuur van 30 november 2001 is ingevorderd en dat de verjaring voorts is gestuit bij aangetekende brieven van 7 februari 2002 en 25 juli 2002, waarna telkens een nieuwe verjaringstermijn van zes maanden is gaan lopen.

[eiser] betwist dat hij die brieven heeft ontvangen. De Staat heeft echter bewijsstukken verstrekt van de aangetekende verzending. Ter comparitie is voorts vastgesteld dat de nummers op de geopende enveloppen corresponderen met die van de zich nog daarin bevindende brieven. [eiser] heeft daartegen slechts ingebracht dat hij "uit principe" twee enveloppen van de directie Telecom heeft geweigerd. Die weigering komt naar het oordeel van de rechtbank voor zijn risico. Aan het beroep op verjaring kan dan ook verder voorbij worden gegaan.

3.2. De rechtbank stelt vast dat de dwangsombeschikking onherroepelijk is geworden, zodat deze door de civiele rechter naar inhoud en wijze van totstandkoming voor juist gehouden moet worden.

3.3. De betroken opsporingsambtenaar heeft ter comparitie uiteengezet dat de illegale uitzending op 15 oktober 2001, gelet op de nauwkeurigheid van de gebruikte apparatuur, alleen maar van het terrein van [eiser] afkomstig geweest kan zijn. Daar bevindt zich een 30 meter hoge zendmast, op een deel van het terrein dat volgens [eiser] niet is verhuurd. Gelet ook op de inhoud van de uitzending, acht de rechtbank bewezen dat op de bewuste dag opnieuw vanaf het perceel van [eiser] is uitgezonden. De stelling van [eiser] dat mogelijk een ander vanaf zijn terrein heeft uitgezonden, houdt niet in een beroep op overmacht en is verder niet relevant, aangezien de aan hem opgelegde last mede inhield dat hij zijn perceel niet zou laten gebruiken voor het verzorgen van illegale uitzendingen. Tegen het geleverde bewijs heeft verder [eiser] niets ingebracht. Hij heeft zelfs geen algemeen aanbod gedaan om het door de wederpartij geleverde bewijs te ontzenuwen. Onder deze omstandigheden hoeft [eiser] niet te worden toegelaten tot het leveren van tegenbewijs.

3.4. Voor matiging van de verbeurde dwangsom, indien al mogelijk, ziet de rechtbank in dit geval geen grond.

3.5. Gelet op het voorgaande, moet de vordering van [eiser] worden afgewezen. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden verwezen.

BESLISSING

De rechtbank:

- wijst de vordering af;

- veroordeelt [eiser] in de kosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 193,- aan griffierecht en € 780,- aan salaris van de procureur;

- verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.A. Koppen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 juni 2003, in tegenwoordigheid van de griffier.