Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2003:AO1690

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
22-08-2003
Datum publicatie
30-01-2004
Zaaknummer
AWB 03/11217
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Sierra Leone / traumatabeleid / klemmende redenen.

De rechtbank overweegt dat verweerder de verklaring van eiseres volgt dat haar ouders door rebellen zijn vermoord en dat zij zelf is mishandeld. Het is dan ook niet zonder meer begrijpelijk waarop verweerders conclusie is gebaseerd dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij door de rebellen is bedreigd. Nu de dood van haar ouders en de mishandeling geen aanleiding zijn geweest voor haar vertrek uit Sierra Leone en de bedreigingen, hoewel onbetwist aanleiding voor haar vertrek, niet zijn te scharen onder één van de limitatief in het traumatabeleid opgesomde traumatische ervaringen, heeft verweerder in redelijkheid kunnen stellen dat eiseres niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van het traumatabeleid. De rechtbank is voorts van oordeel dat verweerder de afwijzing van het beroep op de bijzondere individuele klemmende redenen van humanitaire aard onvoldoende heeft gemotiveerd. Gelet op de traumatische ervaringen die eiseres heeft moeten verwerken, heeft verweerder niet kunnen volstaan met de algemene overweging. Beroep gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE 's-GRAVENHAGE

nevenzittingsplaats Zwolle

sector vreemdelingenrecht

regnr.: Awb 03/11217

UITSPRAAK

inzake: A,

geboren op [...] 1983,

van Sierra Leoonse nationaliteit,

IND dossiernummer 0302.16.8007,

gemachtigde: mr. N.J.A. Hennipman-Karelse, advocaat te Utrecht,

eiseres;

tegen: de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,

(Immigratie- en Naturalisatiedienst),

te 's-Gravenhage,

vertegenwoordigd door dhr. S. Raterink,

ambtenaar ten departemente, verweerder.

1 Procesverloop

1.1 Op 16 februari 2003 heeft eiseres een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel ingediend. Bij beschikking van 19 februari 2003 heeft verweerder de aanvraag afgewezen. Bij brief van 20 februari 2003 is daartegen beroep ingesteld. Tevens is bij verzoekschrift van 20 februari 2003 verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat uitzetting achterwege wordt gelaten tot in beroep is beslist.

1.2 De behandeling van het verzoek ter zitting van 7 maart 2003 is aangehouden tot 14 maart 2003. Op 13 maart 2003 is het verzoek ingetrokken omdat schorsende werking is toegekend aan de door eiseres ingediende aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking genoemd in hoofdstuk B9 Vc 2000.

1.3 Het beroep is ter zitting van 15 augustus 2003 behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen.

2 Toetsingskader

2.1 In deze procedure dient te worden beoordeeld of de bestreden beschikking toetsing aan geschreven en ongeschreven rechtsregels kan doorstaan. Aangezien verweerder de aanvraag heeft afgewezen in het aanmeldcentrum dient in dat kader tevens beoordeeld te worden of de aanvraag op zorgvuldige wijze binnen 48 uur is afgedaan.

3 Standpunten

3.1 Het asielrelaas van eiseres komt op het volgende neer.

Begin 1999 is de vader van eiseres, die aan de zijde van de Sierra Leoonse regering heeft gevochten, gestorven. Sindsdien heeft eiseres de duivelsziekte.

Op 12 augustus 2002 is de moeder van eiseres gedood door rebellen, waarschijnlijk vanwege het werk van de vader van eiseres. Eind augustus 2002 is eiseres op straat rebellen tegen gekomen die haar bedreigden. Eiseres heeft dit verteld aan haar stiefvader en de huisbaas. Eiseres heeft enige tijd bij een vriend van haar stiefvader verbleven. In november 2002 heeft deze man eiseres overgedragen aan ene B die haar heeft meegenomen naar Nederland en vervolgens in de prostitutie heeft doen werken om haar vlucht terug te betalen.

3.2 Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat eiseres niet in het bezit is van documenten ter vaststelling van haar identiteit, nationaliteit en reisroute en ter staving van haar asielrelaas. Bovendien heeft eiseres vage verklaringen afgelegd met betrekking tot haar reis per boot van Sierra Leone naar een Arabisch land en vervolgens met een andere boot naar Nederland. Gelet hierop is de oprechtheid van het asielrelaas op voorhand aangetast en wordt afbreuk gedaan aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas. Dat in de zienswijze is opgemerkt dat eiseres analfabeet is maakt deze conclusie niet anders.

Onverminderd het bovenstaande heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat genoemde bedreigingen afkomstig zijn van de kant van de rebellen. Bovendien heeft zij geen aangifte gedaan van deze bedreigingen en blijkt uit het ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken van 8 juli 2002 dat in Freetown en omgeving door de overheid een redelijk effectief gezag wordt uitgeoefend en bescherming tegen geweld wordt geboden.

Hetgeen in de zienswijze is opgemerkt kan niet tot een andere conclusie leiden, nu op geen enkele wijze is geconcretiseerd dat de bedreigingen daadwerkelijk van de zijde van de rebellen komen. Dit is enkel gebaseerd op de speculatie dat het niet anders zou kunnen zijn dan rebellen die wraak wilden nemen. Overigens heeft eiseres geen enkele poging gedaan bescherming van de autoriteiten te vragen.

De vader en moeder van eiseres zijn omgebracht door rebellen en eiseres is op 6 januari 1999 door hen mishandeld. Dit kan echter niet leiden tot verlening van een verblijfsvergunning wegens klemmende redenen van humanitaire aard op grond van het traumatabeleid, nu de rebellen niet kunnen worden aangemerkt als feitelijke machthebbers en niet is gebleken dat eiseres hiertegen geen bescherming had kunnen inroepen. Van belang is tevens dat zij heeft verklaard dat deze gebeurtenissen geen aanleiding vormden voor haar vertrek. Eiseres werd daarnaast door haar stiefvader, en derhalve niet van overheidswege, geslagen en uitgescholden.

Eiseres heeft verklaard na haar aankomst in Nederland seksueel te zijn misbruikt en gedwongen te zijn als prostituee te werken. Nu deze gebeurtenissen zich in Nederland hebben afgespeeld is niet voldaan aan de voorwaarden van het traumata-beleid.

Het categoriale beschermingsbeleid voor Sierra Leone is inmiddels beëindigd.

Hetgeen in de zienswijze is opgenomen leidt ook overigens niet tot een ander oordeel.

3.3 Eiseres stelt zich op het volgende standpunt.

Eiseres is analfabete en was tijdens de reis niet in staat plaatsnamen te ontcijferen. In dit kader wordt gewezen op het commentaar van de UNHCR op de Wet Ongedocumenteerden en de totstandkomingsgeschiedenis van Vw 2000.

De door de belagers van eiseres geuite bedreigingen kunnen geen andere conclusie rechtvaardigen dan dat het rebellen betrof, die wraak wilden nemen op eiseres omdat haar vader als regeringssoldaat slachtoffers had gemaakt aan de zijde van de rebellen. Deze personen sprake haar bij haar naam aan, voegden er aan toe dat haar moeder al was vermoord en dat zij hetzelfde lot zal delen. Eiseres handhaaft het in de zienswijze ingenomen standpunt dat bescherming van de autoriteiten tegen deze vorm van geweld niet mogelijk is.

De verklaringen van eiseres rechtvaardigen een beroep op het traumatabeleid, dan wel op overige klemmende redenen van humanitaire aard. Ten aanzien van laatstgenoemd beroep heeft verweerder in het bestreden besluit ten onrechte niets overwogen.

Bovendien moet het feit dat eiseres door B gedwongen werd in Nederland in de prostitutie te werken ook een rol spelen bij de beoordeling van de klemmende redenen van humanitaire aard. Het moge duidelijk zijn dat eiseres bij terugkeer naar het land van herkomst in een zeer moeilijke situatie zal belanden.

Eiseres heeft gemotiveerd aangevoerd dat verweerder niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten het categoriale beschermingsbeleid ten aanzien van Sierra Leone te beëindigen.

4 Overwegingen

4.1 De rechtbank stelt vast dat eiseres ter zitting haar beroep heeft beperkt tot artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c en d Vw 2000. Tevens stelt de rechtbank vast dat eiseres bij brief van 8 augustus 2003 enkele stukken heeft overgelegd, namelijk een brief van het Bureau Rechtshulp Rotterdam-Noord d.d. 22 juli 2003, een consultatieverslag over eiseres van het Riagg Rijnmond noord west d.d. 11 juli 2003 en een proces-verbaal van aangifte d.d. 17 juni 2003. Tussen partijen is niet in geschil dat deze documenten een nadere onderbouwing vormen van een reeds door eiseres ingenomen standpunt.

4.2 Eiseres heeft aangevoerd dat klemmende redenen van humanitaire aard aanwezig zijn op grond waarvan zij in het bezit zou moeten worden gesteld van een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw 2000. De rechtbank overweegt hieromtrent allereerst dat verweerder blijkens de bestreden beschikking de verklaring van eiseres volgt dat haar ouders door de rebellen zijn vermoord en dat zij zelf op 6 januari 1999 door hen is mishandeld. Het is dan ook niet zonder meer begrijpelijk waarop verweerders conclusie is gebaseerd dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij eind augustus 2002 door de rebellen is bedreigd.

Nu de dood van haar ouders en de mishandeling op 6 januari 1999 blijkens haar verklaringen geen aanleiding zijn geweest voor haar vertrek uit Sierra Leone en de bedreigingen in augustus 2002, hoewel onbetwist aanleiding voor haar vertrek uit het land van herkomst, niet zijn te scharen onder één van de limitatief in het traumatabeleid opgesomde traumatische ervaringen, heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat eiseres niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van het traumatabeleid.

4.3 Voorts heeft eiseres aangevoerd dat bijzondere individuele klemmende redenen van humanitaire aard, anders dan traumata, aanwezig zijn die verband houden met de redenen van vertrek uit het land van herkomst en tevens verband houden met het asielrelaas. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de bijzondere individuele klemmende redenen van humanitaire aard naast de hiervoor onder 4.2 genoemde ervaringen daarin zijn gelegen dat uit telefoongesprekken tussen B en de vriend van haar stiefvader is gebleken dat die vriend haar heeft bedreigd en toegevoegd dat zij alles diende te doen wat B van haar verlangde ten einde het door hem betaalde geld voor haar reis te kunnen terug verdienen en dat er een probleem zou zijn als zij dit zou weigeren. B heeft haar gedwongen zich in Nederland te prostitueren.

Verweerder heeft dit beroep afgedaan met de algemene overweging dat eiseres geen klemmende redenen van humanitaire aard heeft aangevoerd die tot de conclusie leiden dat in redelijkheid niet van betrokkene kan worden verlangd terug te keren naar het land van herkomst.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder de afwijzing van het beroep op de bijzondere individuele klemmende redenen van humanitaire aard onvoldoende heeft gemotiveerd. Gelet op de (traumatische) ervaringen die eiseres in het (recente) verleden heeft moeten verwerken (de dood van haar vader, de moord op haar moeder, de bedreigingen – waarvan de rechtbank voorshands van oordeel is dat deze door de rebellen zijn gepleegd – , haar vlucht naar Nederland welke is ingegeven door enerzijds de bedreigingen en anderzijds door de seksuele exploitatie van eiseres en tenslotte de gedwongen prostitutie) heeft verweerder niet kunnen volstaan met de aangehaalde algemene overweging.

4.4 Reeds gelet op het voorgaande leende de asielaanvraag zich niet voor afdoening in het aanmeldcentrum, is het beroep gegrond en wordt de bestreden beschikking vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 Algemene wet bestuursrecht.

4.5 Ten aanzien van de beëindiging van het categoriale beschermingsbeleid overweegt de rechtbank, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 26 februari 2003, 200206678/1, dat geen grond bestaat om te oordelen dat verweerder zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de algehele situatie in Sierra Leone niet meer van zodanige aard is, dat het categoriaal beschermingsbeleid moet worden voortgezet en dat verweerder niet in redelijkheid tot het oordeel heeft kunnen komen dat terugkeer naar, dan wel verblijf in, Sierra Leone in verband met de algehele situatie aldaar niet meer van bijzondere hardheid is.

4.6 Omdat het beroep gegrond wordt verklaard bestaat aanleiding voor veroordeling van een partij in de kosten die de andere partij in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

5 BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de beschikking van 19 februari 2003;

- bepaalt dat verweerder opnieuw beslist op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de door eiseres gemaakt proceskosten ad € 644,-- onder aanwijzing van de Staat der Nederlanden die deze kosten aan eiseres dient te voldoen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.M.J. Bouwman en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. Y. Kliphuis als griffier op 22 augustus 2003

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen een week na de datum van verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder vermelding van “Hoger beroep vreemdelingenzaken”, postbus 16113, 2500 BC ’s-Gravenhage.

Artikel 85 Vw 2000 bepaalt in dat verband dat het beroepschrift een of meer grieven tegen de uitspraak bevat. Artikel 6:6 Awb (herstel verzuim) is niet van toepassing.

Afschrift verzonden: 22 augustus 2003