Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2003:AN8507

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
18-11-2003
Datum publicatie
19-11-2003
Zaaknummer
09/037344-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

(...) Verdachte, zelf 23 jaar oud, heeft zich in een zwembad schuldig gemaakt aan vergaande seksuele handelingen met een meisje van 15 jaren oud. (...)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09/037344-03

rolnummer 0007

's-Gravenhage, 18 november 2003.

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Haaglanden, Penitentiair Complex Scheveningen, Jeugdhuis van Bewaring De Sprang, Unit 3.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 17 november 2003.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. A.A.G. Balkenende, is verschenen en gehoord.

Er heeft zich een benadeelde partij gevoegd.

De officier van justitie mr. R.R. Knobbout heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding onder primair telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarde dat verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze contact zal hebben met [benadeelde partij].

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 5.030,00 subsidiair 100 dagen hechtenis ten behoeve van de aangeefster genaamd [benadeelde partij].

De telastlegging.

Aan verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A.

Vrijspraak.

De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte bij dagvaarding onder primair is telastgelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen.

P.M.

Bewijsoverweging.

De rechtbank is op grond van het onderzoek ter terechtzitting van oordeel dat er op 13 juni 2003 omstreeks 18.00 uur in een kleedhokje van het zwembad de Tobbe te Gouda seksuele handelingen hebben plaatsgevonden tussen verdachte en de vijftien jaar oude [benadeelde partij]. De rechtbank heeft bij dit oordeel mede betrokken dat verdachte op vele punten wisselend, innerlijk inconsistent of zelfs apert tegenstrijdig met andere verifieerbare onderzoeksbevindingen heeft verklaard. De rechtbank wijst met name op de verklaringen van verdachte ten aanzien van de tijd die hij met aangeefster in het kleedhokje heeft doorgebracht, het door verdachte omstreeks 18.12 uur verstuurde SMS-bericht van 13 juni 2003, en de telefonische contacten tussen aangeefster en verdachte na het verlaten van het zwembad, waarin verdachte heeft aangeboden om de kosten van de morning afterpil voor zijn rekening te nemen 'als het van hem was'.

De rechtbank is van oordeel dat deze wisselende verklaringen eveneens bijdragen tot het bewijs dat verdachte het hem onder subsidiair telastgelegde feit heeft begaan, nu er naar het oordeel van de rechtbank geen andere redelijke verklaring bestaat dan verdachtes bedoeling de seksuele handelingen die hebben plaatsgevonden verborgen te houden.

Mede gelet op het aantal personen dat steeds tijdens de seksuele handelingen in de directe omgeving van het badhokje aanwezig was, acht de rechtbank het niet aannemelijk dat de seksuele handelingen een onvrijwillig karakter hadden. Ook heeft de rechtbank waarde gehecht aan het gegeven dat aangeefster, kennelijk na enige aarzeling, vrijwillig het badhokje, dat bestemd was voor heren, is binnengegaan, terwijl verdachte zich daar reeds bevond en de andere deur kennelijk dicht was.

Ten slotte is van belang dat aangeefster in haar gesprek met [betrokkene] direct na het verlaten van het zwembad, wel melding maakt van seksuele handelingen en de angst zwanger te zijn, maar daarbij geen melding maakt van verkrachting.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte het bij dagvaarding onder subsidiair vermelde feit heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht -en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad- de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijf oplevert.

Verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden, waaronder het is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt met betrekking tot de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf het volgende overwogen. Verdachte, zelf 23 jaar oud, heeft zich in een zwembad schuldig gemaakt aan vergaande seksuele handelingen met een meisje van 15 jaren oud. Deze handelingen - die onder meer bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van dit meisje - waren gelet op haar leeftijd in strijd met sociaal-ethische normen.

Verdachte heeft hierbij misbruik gemaakt van de gevoelens van aantrekking tot verdachte van een vijftienjarige, in die zin dat zij door die gevoelens geen weerstand zou kunnen bieden aan de seksuele verlangens van verdachte. Dusdoende heeft verdachte niet de grenzen in acht genomen die, gelet op het leeftijdsverschil en op de relatief jeugdige leeftijd van aangeefster, van hem verwacht mocht worden.

Aangeefster was immers op een leeftijd waarop een (nog) onvolkomen seksuele zelfbepaling (zekere) bescherming vergt tegen de seksuele verlangens van derden, zeker als deze derde een veel ouder persoon betreft. Verdachte is hier echter aan voorbij gegaan en heeft enkel oog gehad voor zijn eigen lustgevoelens, hetgeen de rechtbank hem aanrekent.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op een verdachte betreffend Voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland. Ten slotte heeft de rechtbank acht geslagen op het verdachte betreffende Uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 26 juni 2003 waaruit blijkt dat verdachte nog niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

Hoewel de rechtbank van oordeel is dat aangeefster verdachte veel schade heeft berokkend door hem valselijk van verkrachting te beschuldigen, acht zij op grond van het vooroverwogene een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. De rechtbank zal een gedeelte van die straf voorwaardelijk opleggen met de bedoeling invloed uit te oefenen op het gedrag van verdachte om hem er van te weerhouden in de toekomst wederom zijn eigen lustgevoelens te laten prevaleren boven de - door de wetgever uitdrukkelijk beschermde - lichamelijke integriteit van jeugdigen jonger dan 16 jaar.

De vordering van de benadeelde partij.

[benadeelde partij], wonende te [woonplaats], heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 5.300,-.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding.

De toepasselijke wetsartikelen.

De artikelen:

14a, 14b, 14c, 14d en 245 van het Wetboek van Strafrecht;

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem bij dagvaarding onder primair telastgelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het bij dagvaarding onder subsidiair telastgelegde feit heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

ten aanzien van het subsidiair bewezenverklaarde feit:

met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;

verklaart het bewezene en verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt verdachte te dier zake tot:

gevangenisstraf voor de duur van 6 MAANDEN;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 3 MAANDEN niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaar vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

en onder de bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde gedurende de proeftijd op geen enkele wijze contact zal hebben met [benadeelde partij];

bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op : 24 juni 2003;

in voorlopige hechtenis gesteld op : 27 juni 2003

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis;

bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk is in haar vordering tot schadevergoeding, en dat deze haar vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Quadekker, voorzitter,

Van den Boom en Teerds, rechters,

in tegenwoordigheid van mr Van der Steen, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 november 2003.

Mr. Teerds is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.