Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2003:AM2491

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
13-10-2003
Datum publicatie
21-10-2003
Zaaknummer
09/754131-02; 09/004057-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

(...) Verdachte heeft gedurende langere tijd actief deelgenomen aan een organisatie, die zich op grote schaal bezighield met de import van en handel in hasj. Zo werden er vele transporten georganiseerd waarbij grote hoeveelheden softdrugs, verborgen tussen dekladingen kurk en groente, vanuit Marokko naar Nederland werden vervoerd. De softdrugs werden vervolgens opgeslagen in de door de organisatie gehuurde loodsen alwaar zij vervolgens werden verkocht en afgeleverd aan de afnemers. Verdachte vervulde binnen deze organisatie de rol van koerier en heeft tevens in opdracht van deze organisatie vele hand- en spandiensten verricht, waarvoor hij ruim werd beloond. (...)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummers 09/754131-02; 09/004057-03

rolnummers 0004; 0002

's-Gravenhage, 13 oktober 2003.

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Marokko),

wonende te [adres].

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 9 juli 2003 en 29 september 2003.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr Heemskerk, is verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr De Vries heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij

- aangepaste - dagvaarding met parketnummer 09/754131-02 (dagvaarding I) onder 1 en 2 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht en een geldboete van € 5.000,00, subsidiair 100 dagen hechtenis en dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding met parketnummer 09/004057-03 (dagvaarding II) telastgelegde wordt veroordeeld tot vergoeding van de schade ad € 280,25.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat het blijkens de Lijst van inbeslaggenomen, niet teruggegeven voorwerpen - hierna te noemen Beslaglijst, waarvan een fotokopie, gemerkt C, aan dit vonnis is gehecht - onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen zullen worden verbeurdverklaard.

De telastlegging.

Aan verdachte is telastgelegd - na aanpassing omschrijving van de telastlegging ter terechtzitting - hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaardingen, gemerkt A1 en A2.

De bewijsmiddelen.

P.M.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen -elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte de bij

- aangepaste - dagvaarding I onder 1 en 2 vermelde feiten en het bij dagvaarding II vermelde feit heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht -en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B1 en B2.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijven oplevert.

Verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straffen en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden, waaronder zij zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt met betrekking tot de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf het volgende overwogen.

Verdachte heeft gedurende langere tijd actief deelgenomen aan een organisatie, die zich op grote schaal bezighield met de import van en handel in hasj. Zo werden er vele transporten georganiseerd waarbij grote hoeveelheden softdrugs, verborgen tussen dekladingen kurk en groente, vanuit Marokko naar Nederland werden vervoerd. De softdrugs werden vervolgens opgeslagen in de door de organisatie gehuurde loodsen alwaar zij vervolgens werden verkocht en afgeleverd aan de afnemers. Verdachte vervulde binnen deze organisatie de rol van koerier en heeft tevens in opdracht van deze organisatie vele hand- en spandiensten verricht, waarvoor hij ruim werd beloond.

De rechtbank rekent het verdachte ernstig aan dat hij aldus een aandeel heeft gehad in de import en verspreiding van verdovende middelen over Nederland en daarbij geen oog heeft gehad voor de risico's voor de volksgezondheid en de schade voor de samenleving die uit het gebruik van dergelijke middelen kan voortvloeien. Door aldus te handelen heeft verdachte bijgedragen aan een criminele activiteit die ook direct en indirect oorzaak is van vele andere vormen van criminaliteit en overlast. Door hier aan mee te werken, heeft verdachte zijn eigen belang, groot financieel gewin, voorop gesteld en heeft hij op geen enkele wijze rekening gehouden met de kwalijke gevolgen die verspreiding en handel van deze drugs met zich brengen, hetgeen de rechtbank verdachte ernstig aanrekent.

Voorts heeft verdachte bij de behandeling van zijn zaak ter terechtzitting een microfoon vernield.

Bij het bepalen van de strafmaat houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat verdachte blijkens een op zijn naam staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

De rechtbank zal een deel van de overwogen gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen als stok achter de deur, teneinde verdachte ervan te weerhouden zich wederom schuldig te maken aan strafbare feiten.

Inbeslaggenomen voorwerpen.

De rechtbank zal de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 1, 2, en 3 verbeurdverklaren, zijnde deze voorwerpen voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien met behulp van deze aan verdachte toebehorende voorwerpen de bewezenverklaarde feiten zijn begaan.

De toepasselijke wetsartikelen.

De artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 23, 24, 24c, 47, 57, 140 van het Wetboek van Strafrecht;

- 3 (oud) en 11 van de Opiumwet, en de daarbij behorende Lijst II.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de bij

- aangepaste - dagvaarding I onder 1 en 2 telastgelegde feiten en het bij dagvaarding II telastgelegde feit heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

dagvaarding I:

feit 1:

Het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

feit 2:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid, onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

dagvaarding II:

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;

verklaart het bewezene en verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt verdachte ter zake van het bij dagvaarding I onder 1 en 2 telastgelegde tot:

gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 6 maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaar vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op : 13 november 2002,

in voorlopige hechtenis gesteld op : 15 november 2002, welke voorlopige hechtenis werd geschorst met ingang van : 10 juli 2003,

heft op de schorsing voorlopige hechtenis;

veroordeelt verdachte te dier zake voorts tot:

betaling van een geldboete van € 2.500,00;

bepaalt dat de boete bij gebreke van betaling en verhaal zal worden vervangen door hechtenis voor de tijd van 50 dagen;

verklaart verbeurd de blijkens de aan dit vonnis gehechte Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 1, 2 en 3;

veroordeelt verdachte ter zake van het bij dagvaarding II telastgelegde tot:

gevangenisstraf voor de duur van 5 dagen;

bepaalt, dat die straf niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaar vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

en onder de bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde binnen de proeftijd een bedrag van € 280,25 zal vergoeden aan Paleis van Justitie, gevestigd te 's-Gravenhage, afdeling Technische Dienst t.a.v. M. van der Berg;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Timmermans, voorzitter,

Joele en Schaffels, rechters,

in tegenwoordigheid van mrs Van der Kleijn en Verburgt griffiers,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 13 oktober 2003.

mr Timmermans is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.