Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2003:AI0911

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
07-08-2003
Datum publicatie
07-08-2003
Zaaknummer
09-757554-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

(...) Voorts wordt met betrekking tot de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf het volgende overwogen. Verdachte heeft, tezamen met een ander geprobeerd een handelshoeveelheid cocaïne te vervoeren door zich met die ander naar een woning te begeven en aldaar cocaïne aan te kopen. Bovendien heeft verdachte voorbereidingshandelingen getroffen tot het verkopen, afleveren en vervoeren van de partij cocaïne door voorbesprekingen omtrent de verkoop en overdacht van de cocaïne te voeren en voorwerpen en geld voorhanden te hebben teneinde tot een overdracht te komen. De transactie is uiteindelijk mislukt en geëindigd in een schietpartij waarbij een dode en een zwaargewonde zijn gevallen. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van twee vuurwapens met bijbehorende munitie. De rechtbank rekent verdachte deze feiten zeer zwaar aan, zeker gezien de combinatie van de feiten. (...)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09-757554-02

rolnummer 0002

's-Gravenhage, 7 augustus 2003

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Suriname),

wonende te [adres],

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Haaglanden - Huis van Bewaring Zoetermeer te Zoetermeer.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 24 juli 2003.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr A.P. Visser, is verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr Meulmeester heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding onder 1 en 2 telastgelegde wordt vrijgesproken en dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding onder 3 subsidiair eerste en tweede cumulatief/alternatief en onder 4 telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

De telastlegging.

Aan verdachte is telastgelegd - na wijziging van de telastlegging ter terechtzitting - hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A, en van de vordering wijziging telastlegging, gemerkt A1.

Vrijspraak.

De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte bij - gewijzigde - dagvaarding onder 1, 2 en 3 primair is telastgelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen.

P.M.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen -elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft- staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 3 subsidiair eerste en tweede cumulatief/alternatief en onder 4 vermelde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht -en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad- de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijven oplevert.

Verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden, waaronder zij zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt met betrekking tot de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf het volgende overwogen. Verdachte heeft, tezamen met een ander geprobeerd een handelshoeveelheid cocaïne te vervoeren door zich met die ander naar een woning te begeven en aldaar cocaïne aan te kopen. Bovendien heeft verdachte voorbereidingshandelingen getroffen tot het verkopen, afleveren en vervoeren van de partij cocaïne door voorbesprekingen omtrent de verkoop en overdacht van de cocaïne te voeren en voorwerpen en geld voorhanden te hebben teneinde tot een overdracht te komen. De transactie is uiteindelijk mislukt en geëindigd in een schietpartij waarbij een dode en een zwaargewonde zijn gevallen. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van twee vuurwapens met bijbehorende munitie. De rechtbank rekent verdachte deze feiten zeer zwaar aan, zeker gezien de combinatie van de feiten.

Verdachte handelde uit puur financieel gewin en heeft volstrekt geen oog gehad voor de maatschappelijke problemen die de handel in cocaïne met zich brengt. Cocaïne is een stof waarvan het gebruik schadelijk is voor de volksgezondheid en kan leiden tot verslaving. Bovendien gaan verspreiding van en handel in cocaïne direct en indirect gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder ook de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof. Handelingen die tot doel hebben de stof op de markt te brengen dienen daarom streng te worden bestraft.

De rechtbank heeft kennis genomen van een voorlichtingsrapport van de Reclassering Nederland d.d. 24 april 2003, opgemaakt door E.E. Benschop, waarin onder meer het volgende wordt geconcludeerd. Naar verwachting heeft betrokkene tijd gekregen om zich te bezinnen en ervoor te kunnen kiezen zijn leven een andere wending te geven. Indien betrokkene zich vrijwillig laat begeleiden lijkt de kans op recidive kleiner te zullen zijn. Betrokkene lijkt hiertoe gemotiveerd te zijn. De reclassering is bereid tijdens zijn detentie verdachte op vrijwillige basis te begeleiden bij het opnieuw inhoud geven aan zijn leven.

De rechtbank heeft tevens kennis genomen van een verslag van Gevangenenzorg Nederland d.d. 31 mei 2003, opgemaakt door J. Bart.

Voorts houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte, blijkens een op zijn naam staand uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 4 november 2002, veelvuldig met politie en justitie in aanraking is geweest, onder andere terzake van geweldmisdrijven, de Opiumwet en de wet Wapens en Munitie.

Dit alles afwegende acht de rechtbank een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur passend en geboden, in de hoop dat het voorwaardelijk deel verdachte zal weerhouden zich in de toekomst nogmaals aan dit soort feiten schuldig te maken

De toepasselijke wetsartikelen.

De artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 45, 47 en 57 het Wetboek van Strafrecht;

- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie;

- 2, 10 en 10a van de Opiumwet (oud), en de daarbij behorende lijst I.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem bij - gewijzigde - dagvaarding onder 1, 2 en 3 primair telastgelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 3 subsidiair eerste en tweede cumulatief/alternatief en onder 4 telastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

ten aanzien van feit 3 subsidiair eerste cumulatief/alternatief:

medeplegen van poging tot het opzettelijke handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

ten aanzien van feit 3 subsidiair tweede cumulatief/alternatief:

medeplegen van een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen, door voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

ten aanzien van feit 4:

- handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd;

én

- handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezene en verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt verdachte te dier zake tot:

gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 6 maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaar vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op : 1 november 2002,

in voorlopige hechtenis gesteld op : 4 november 2002;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Timmermans, voorzitter,

De Graaf en Moussault, rechters,

in tegenwoordigheid van mr De Boer, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 7 augustus 2003.

parketnummer 09-757554-02