Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2003:AH9966

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
16-07-2003
Datum publicatie
16-07-2003
Zaaknummer
09/757338-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging van o.a. minister-president Kok.

In hun respectievelijke rapporten van 22 december 2002 komen de deskundigen tot de conclusie dat er bij verdachte ten tijde van de telastgelegde feiten sprake was van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van een paranoïde waanstoornis of van schizofrenie, paranoïde type. Betrokkene heeft geen enkel ziektebesef of ziekte-inzicht. Verdachte moet volledig ontoerekeningsvatbaar worden geacht. De kans op recidive is zonder meer groot te noemen.

De deskundigen adviseren verdachte conform artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht voor de duur van maximaal één jaar op te laten nemen in een psychiatrisch ziekenhuis.

De rechtbank neemt de conclusies van de deskundigen over en maakt die tot de hare.

Zij is derhalve van oordeel dat verdachte, nu de feiten hem wegens bovenstaande niet kunnen worden toegerekend, niet strafbaar is. Verdachte zal dan ook worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09/757338-02

rolnummer 0001

's-Gravenhage, 16 juli 2003

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd in P.I. Amsterdam, HvB Het Veer (FOBA).

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 02 juli 2003.

De verdachte is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter terechtzitting verschenen.

Wel verschenen is zijn raadsman mr J.A.W. Knoester, die heeft verklaard uitdrukkelijk gemachtigd te zijn verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

De raadsman is gehoord.

De officier van justitie mr Nieuwenhuis heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding onder 5 telastgelegde wordt vrijgesproken en dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding onder 1, 2, 3 en 4 telastgelegde wordt ontslagen van alle rechtsvervolging en dat de rechtbank zal bevelen dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en dat hij van overheidswege wordt verpleegd.

De telastlegging.

Aan verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A.

Geldigheid van de dagvaarding.

De rechtbank overweegt omtrent de geldigheid van het op de dagvaarding onder 5 telastgelegde feit als volgt. Uit de telastlegging blijkt onvoldoende duidelijk welke gedragingen verdachte verweten worden, waardoor de telastlegging onvoldoende bepaald is. De dagvaarding voldoet derhalve niet aan de eisen gesteld in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering. Nu de telastlegging naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende bepaald is, zal de rechtbank de dagvaarding voor wat betreft feit 5 nietig verklaren.

De bewijsmiddelen.

P.M.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen -elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft- staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 1, 2, 3 en 4 vermelde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht -en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad- de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijven oplevert.

Strafbaarheid van verdachte en motivering van de op te leggen maatregel.

Over verdachte is gerapporteerd door J.A. Westendorp, psychiater en W.J.L. Lander, psycholoog.

In hun respectievelijke rapporten van 22 december 2002 komen de deskundigen tot de conclusie dat er bij verdachte ten tijde van de telastgelegde feiten sprake was van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van een paranoïde waanstoornis of van schizofrenie, paranoïde type. Betrokkene heeft geen enkel ziektebesef of ziekte-inzicht. Verdachte moet volledig ontoerekeningsvatbaar worden geacht. De kans op recidive is zonder meer groot te noemen.

De deskundigen adviseren verdachte conform artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht voor de duur van maximaal één jaar op te laten nemen in een psychiatrisch ziekenhuis.

De rechtbank neemt de conclusies van de deskundigen over en maakt die tot de hare.

Zij is derhalve van oordeel dat verdachte, nu de feiten hem wegens bovenstaande niet kunnen worden toegerekend, niet strafbaar is. Verdachte zal dan ook worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

In het aanvullend rapport van W.J.L. Lander d.d. 03 juni 2003 heeft de psycholoog de vraag of verdachte een gevaar voor zichzelf, of anderen, of voor de algemene veiligheid van personen of goederen is, niet kunnen beantwoorden, omdat verdachte liet weten dat hij niet met de deskundige wil praten, dat het "rollebollen" zou worden, vechten dus. De psychiater, J.A. Westendorp heeft in zijn aanvullend rapport geconcludeerd dat gevaarscriteria in voldoende mate aanwezig zijn (gevaar dat betrokkene door zijn gedrag agressie van derden tegen zich af zal roepen, gevaar voor de psychische gezondheid van derden door de effecten van dreigbrieven en gevaar voor toenemende isolatie/maatschappelijke teloorgang) om te komen tot de maatregel van opneming in een psychiatrisch ziekenhuis voor één jaar.

Uit het uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister d.d. 10 oktober 2002 blijkt dat verdachte eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen.

De rechtbank is op grond van het voorgaande en mede gelet op het feit dat uit de dossierstukken is gebleken dat verdachte ooit is afgereisd naar Den Haag om daar - zoals hij heeft verklaard - "de geur op te snuiven", nadat hij in een brief aan minister-president Kok had laten weten "hoogstpersoonlijk naar Den Haag te zullen komen", van oordeel dat verdachte gevaarlijk is voor anderen. Tevens blijkt verdachte, nu hij gedetineerd zit, beheersproblemen te geven en is hij om die reden overgeplaatst naar de FOBA. De rechtbank is van oordeel dat de maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de termijn van één jaar geboden is.

De toepasselijke wetsartikelen.

De artikelen 37, 57 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart de dagvaarding ten aanzien van feit 5 nietig;

verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 1, 2, 3 en 4 telastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, terwijl deze bedreiging schriftelijk en onder bepaalde voorwaarden is geschied;

ten aanzien van feit 2:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met gijzeling, terwijl deze bedreiging schriftelijk en onder bepaalde voorwaarden is geschied, meermalen gepleegd;

ten aanzien van de feiten 3 en 4:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezene strafbaar;

verklaart verdachte daarvoor niet strafbaar;

ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging;

gelast de plaatsing van verdachte in een psychiatrisch ziekenhuis voor de termijn van een jaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Kalk, voorzitter,

Schaffels en De Goede, rechters,

in tegenwoordigheid van mr Van Vugt, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 juli 2003.

Mr De Goede is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

parketnummer 09/757338-02