Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2003:AF9669

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
25-03-2003
Datum publicatie
30-06-2003
Zaaknummer
AWB 01/47972
Formele relaties
Op verzet tegen : ECLI:NL:RBSGR:2002:AF9664
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Schadevergoedingsuitspraak
Inhoudsindicatie

Vestigingsvergunning / schadevergoeding.

Het beroep inzake de intrekking van de vestigingsvergunning is gegrond verklaard. Daarmee staat vast dat ook de uitzetting van eiser onrechtmatig was. Het beroep ziet nu alleen nog op de omvang van de toe te kennen schadevergoeding.

Verzoeker heeft een aantal materiële schadeposten ingediend. Verweerder heeft verklaard een deel van de kosten te willen vergoeden. In geschil is of de hotelkosten, de ziekenhuiskosten en de huurkosten voor vergoeding in aanmerking komen. De rechtbank is van oordeel dat de hotelkosten niet voor vergoeding in aanmerking komen, aangezien verzoeker onvoldoende duidelijk heeft gemaakt waarop de overgelegde nota betrekking heeft. De ziekenhuiskosten komen niet voor vergoeding in aanmerking, omdat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vermelde kosten in verband staan met de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid van verweerder berust. Verzoeker heeft het standpunt van verweerder dat de huurkosten niet als schade kunnen worden aangemerkt niet betwist. De huurkosten komen reeds daarom niet voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank veroordeelt verweerder tot een schadevergoeding van € 4.9651,36.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank 's-Gravenhage

Nevenzittingsplaats Arnhem

Vreemdelingenkamer

Registratienummer: AWB 01/47972

Datum uitspraak: 25 maart 2001

Uitspraak

ingevolge artikel 8:73 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 71 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000)

in de zaak van

A,

geboren op [...] 1968,

van Chinese nationaliteit,

verzoeker,

gemachtigde mr. H.F.J.L. van Pelt,

tegen

DE MINISTER VOOR VREEMDELINGENZAKEN EN INTEGRATIE,

(voorheen: de Staatssecretaris van Justitie),

Immigratie- en Naturalisatiedienst,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. A. Elkhannaji,

ambtenaar in dienst van de IND.

Het procesverloop

Bij uitspraak van 9 augustus 2002 heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en voorts onder meer bepaald dat ter voorbereiding van een nadere uitspraak over de omvang van de schadevergoeding het onderzoek wordt heropend.

De behandeling van het geding is voortgezet ter zitting van 21 maart 2002. Verzoeker is verschenen bij gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen.

De beoordeling

1. Ingevolge artikel 8:73, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank indien daarvoor gronden zijn op verzoek van een partij de door haar aangewezen rechtspersoon veroordelen tot vergoeding van de schade die die partij lijdt.

2. Gelet op de uitspraak in de hoofdzaak is de rechtstrijd beperkt tot de omvang van de toe te kennen schadevergoeding.

3. Verzoeker heeft bij brief van 13 november 2002 een achtiental materiële schadeposten opgevoerd.

4. Verweerder heeft de rechtbank bij brief van 24 december 2002 onder meer bericht de aldaar onder één, drie, vier, vijf, zes, acht, tien en elf vermelde kosten, in totaal € 2.643,40, te willen vergoeden.

5. Ter zitting heeft verweerder verklaard de onder twee, twaalf en dertien vermelde kosten, in totaal € 2.307,96, eveneens te willen vergoeden. De gemachtigde van verzoeker heeft zijn verzoek om vergoeding van de onder zeven vermelde kosten ter zitting ingetrokken.

6. Gelet op het voorgaande is slechts nog in geschil of de kosten zoals vermeld onder punt negen (hotelkosten), veertien (kosten van een ziekenhuisopname) en onder de punten vijftien tot en met achttien (huurkosten) voor vergoeding in aanmerking komen.

7. Verzoeker heeft ter adstructie van de hotelkosten een kopie van een in een vreemde taal opgesteld document overgelegd. Op die kopie is ter toelichting de tekst "hotel Shanghai 2 of 3 dagen 25-7-2002 516 Yen" geschreven.

Verweerder heeft betoogd dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij meer dan één nacht in Shanghai heeft verbleven. Verzoeker kan bovendien het aantal overnachtingen en de reden daarvoor niet aangeven. Daarom is verweerders niet bereid deze kosten te vergoeden.

Verzoeker heeft bij brief van 13 maart 2003 een vertaling van evenbedoeld document overgelegd. Die luidt als volgt: "Nota Shang Hai Hotel Dienstverlening, Betreft A, 25 juli 2002, Verblijfskosten 516,- RMB, In Schrift: vijfhonderd en zestien Ren Min Bi, 516,- RMB"

8. De rechtbank kan verweerder niet volgen in zijn stelling dat verzoeker één nacht in Shanghai heeft doorgebracht. Zulks valt uit de stukken niet af te leiden. De rechtbank is evenwel van oordeel dat verweerder zich overigens op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat verzoeker onvoldoende duidelijk heeft gemaakt waarop de nota betrekking heeft. Verzoeker heeft immers voor verwarring gezorgd door het aantal overnachtingen niet exact te duiden. De rechtbank constateert voorts dat de vertaling van het document geen duidelijkheid schept en dat verzoeker ter zake evenmin alsnog zelf duidelijkheid heeft verschaft. Zij is daarom van oordeel dat de hotelkosten niet voor vergoeding in aanmerking komen.

9. Verzoeker heeft ter adstructie van de kosten van de ziekenhuisopname een kopie van een in een vreemde taal opgesteld document overgelegd. Op die kopie is ter toelichting de tekst "Opname in ziekenhuis vanwege spanningen van 20-1-1999 tot 15-10-1999, 30.790,20" geschreven.

Verweerder wil deze kosten niet vergoeden, omdat de aard van het document niet kan worden vastgesteld en verzoeker bovendien niet aannemelijk heeft gemaakt dat er een causaal verband bestaat tussen deze kosten en het schadeveroorzakende besluit.

Verzoeker heeft wel een vertaling van evenbedoeld document overgelegd, maar zijn eis ter zake niet nader onderbouwd.

10. Uit de overgelegde vertaling blijkt dat het document een gespecificeerde rekening betreft voor opname van verzoeker in het Shu An ziekenhuis van 20 januari 1999 tot en met 15 oktober 1999, ten bedrage van in totaal 30.790,20 Ren Min Bi. Daarmee acht de rechtbank de aard van het document voldoende duidelijk. De rechtbank is evenwel van oordeel dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de daarin vermelde kosten in zodanig verband staan met de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid van verweerder berust, dat die hem als een gevolg van deze gebeurtenis kunnen worden toegerekend. De enkele stelling dat de ziekenhuisopname het gevolg was van spanningen acht zij daartoe onvoldoende. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat uit de vertaling van de rekening niet blijkt waarom verzoeker is opgenomen. De kosten van de ziekenhuisopname komen derhalve niet voor vergoeding in aanmerking. Het betoog van verzoeker dat de kosten van de ziekenhuisopname als immateriële schade voor vergoeding in aanmerking komen kan niet worden gevolgd. Verzoeker heeft die stelling eerst ter zitting ingenomen. Het zou in strijd komen met een goede procesorde als de rechtbank zulks bij haar beoordeling zou betrekken.

11. Verzoeker heeft tot slot verzocht om vergoeding van de huurkosten die hij heeft moeten maken vanwege zijn verblijf in China tussen 1999 en 2002. Ter adstructie van dat verzoek heeft verzoeker kopieën van vier in een vreemde taal opgestelde documenten overgelegd.

Verweerder wil deze kosten niet vergoeden, omdat uit de documenten niet kan worden afgeleid dat zij zien op huurkosten en bovendien niet valt in te zien dat de kosten als schade moeten worden aangemerkt, omdat huisvestingskosten tot de normale kosten voor levensonderhoud moeten worden gerekend en verzoeker niet heeft gesteld ook in Nederland huisvestingskosten te hebben gemaakt.

Verzoeker heeft vertalingen van evenbedoelde documenten overgelegd.

12. Uit de overgelegde vertalingen blijkt dat de documenten nota's van de Shanghai Woningstichting betreffen, voor het verblijf van verzoeker aldaar gedurende in totaal drieëneenhalf jaar. Daarmee acht de rechtbank voldoende duidelijk dat de documenten zien op huurkosten.

Verzoeker heeft het bovenweergegeven standpunt van verweerder dat deze kosten niet als schade kunnen worden aangemerkt echter niet betwist. Reeds om die reden komen de huurkosten niet voor vergoeding in aanmerking.

13. Verweerder heeft de door verzoeker gehanteerde omrekenkoers van yuan naar euro niet betwist, zodat de rechtbank van de juistheid daarvan uitgaat.

14. Gelet op al het voorgaande zal de rechtbank verweerder veroordelen tot vergoeding van schade van verzoeker ten bedrage van € 4.951,36. Er bestaat voorts aanleiding verweerder te veroordelen in de proceskosten die verzoeker in deze voortgezette procedure redelijkerwijs heeft moeten maken. Die kosten worden met inachtneming van het besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 161,- (een half punt voor de schriftelijke uiteenzetting en een half punt voor het verschijnen ter nadere zitting, € 322,- per punt, wegingsfactor 0,5).

De beslissing

De rechtbank:

kent aan verzoeker ten laste van de Staat der Nederlanden een vergoeding toe van € 4.951,36;

veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker ten bedrage van € 161,-, onder aanwijzing van de Staat der Nederlanden als de rechtspersoon die deze kosten dient te voldoen aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.T.M. Nijenhof en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2001 in tegenwoordigheid van mr. L.M. van den Berg als griffier.

de griffier de rechter

Uitspraak verzonden: 26 maart 2003

Rechtsmiddel:

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.