Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2003:AF8285

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
12-03-2003
Datum publicatie
07-05-2003
Zaaknummer
AWB 03/10437
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening / ontvankelijkheid / termijnoverschrijding.

Verzoeker stelt dat de beschikking niet met behulp van een tolk is uitgereikt, waardoor hij de inhoud van het stuk, dat de beschikking bleek te zijn, niet kende.

De voorzieningenrechter is voorlopig van oordeel dat, mede gelet op het voorblad bij de bestreden beschikking, waarop niet is aangegeven dat de beschikking is uitgereikt met behulp van een tolk, mogelijk sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter staat thans derhalve onvoldoende vast dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend in de zin van artikel 82, derde lid, Vw 2000.

Toewijzing verzoek.

Wetsverwijzingen
Vreemdelingenwet 2000 82
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK te 's-GRAVENHAGE

nevenzittingsplaats Zwolle

sector vreemdelingenrecht

voorzieningenrechter

regnr.: Awb 03/10437

UITSPRAAK

inzake: A alias A,

geboren op [...] 1950,

van Armeense nationaliteit,

IND dossiernummer 0210.08.8065,

gemachtigde: mr. H. Tadema, advocaat te Deventer,

verzoeker;

tegen: DE MINISTER VOOR VREEMDELINGENZAKEN EN INTEGRATIE

(Immigratie- en Naturalisatiedienst),

te 's-Gravenhage,

verweerder.

1 Procesverloop

1.1 Op 8 oktober 2002 heeft verzoeker een aanvraag om toelating als vluchteling ingediend. Bij beschikking van 21 november 2002 heeft verweerder de aanvraag afgewezen. Bij brief van 17 februari 2003 is daartegen beroep ingesteld.

1.2 Verzoeker mag de behandeling van het beroep niet in Nederland afwachten. Bij verzoekschrift van 17 februari 2003 is verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat uitzetting achterwege wordt gelaten tot in beroep is beslist.

2 Toetsingskader

2.1 Niet in geschil is dat het beroepschrift niet binnen de beroepstermijn is ingediend, nu de bestreden beschikking is uitgereikt op 4 december 2002 en het beroep is ingesteld op 17 februari 2003. Verweerder stelt zich op het standpunt dat op grond van artikel 82, derde lid, Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000), het beroepschrift niet in Nederland mag worden afgewacht.

Verweerder heeft aangegeven dat verzoeker ook de behandeling van zijn verzoekschrift niet hier te lande mag afwachten, nu dit verzoekschrift niet tijdig is ingediend.

3 Overwegingen

3.1 Verzoeker heeft aangevoerd dat de beschikking niet met behulp van een tolk is uitgereikt, zodat hij de inhoud van het stuk, dat de beschikking bleek te zijn, niet kende.

Door een reactie van verweerder werd bekend dat er al een beschikking was en zijn zo spoedig mogelijk stappen ondernomen.

3.2 De voorzieningenrechter is voorlopig van oordeel dat, mede gelet op het voorblad bij de bestreden beschikking, waarop niet is aangegeven dat de beschikking is uitgereikt met behulp van een tolk, mogelijk sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter staat thans derhalve onvoldoende vast dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend in de zin van artikel 82, derde lid, Vw 2000.

Gelet hierop ziet de rechter aanleiding het verzoek om voorlopige voorziening met toepassing van artikel 8:83, derde lid, Algemene wet bestuursrecht, toe te wijzen in die zin dat uitzetting achterwege dient te blijven tot een beslissing is genomen op het beroep.

3.3 Er bestaat aanleiding voor veroordeling van een partij in de kosten die de andere partij in verband met de behandeling van het verzoek redelijkerwijs heeft moeten maken.

4 BESLISSING

De voorzieningenrechter

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe in die zin dat uitzetting achterwege dient te blijven tot op het beroep is beslist;

- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten ad € 322 onder aanwijzing van de Staat der Nederlanden als rechtspersoon die deze kosten aan verzoeker dient te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Steendijk en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M.C. Korevaar als griffier op 12 maart 2003.

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Afschrift verzonden: 12 maart 2003