Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2003:AF8187

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
02-05-2003
Datum publicatie
02-05-2003
Zaaknummer
09/757016-03
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSGR:2004:AO3064
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09/757016-03

rolnummer 0005

's-Gravenhage, 2 mei 2003

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen),

wonende te [adres],

thans gedetineerd in PCS Jeugdhuis van Bewaring De Sprang, Unit 3 te 's-Gravenhage.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 18 april 2003.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. N.T. Vogelaar, is verschenen en gehoord.

Er hebben zich benadeelde partijen gevoegd.

De officier van justitie mr Meissen heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding onder 1 primair telastgelegde wordt vrijgesproken en dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding onder 1 subsidiair en 2 primair telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaar, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de blijkens de Lijst van inbeslaggenomen, niet teruggegeven voorwerpen - hierna te noemen Beslaglijst, waarvan een fotokopie, gemerkt C, aan dit vonnis is gehecht - onder verdachte inbeslaggenomen goederen onder 1 t/m 3 zullen worden verbeurdverklaard.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3].

Tenslotte heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 2891,89 = subsidiair 57 dagen hechtenis ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]; een bedrag groot € 3500, = subsidiair 70 dagen hechtenis ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]; en een bedrag groot € 2250, = subsidiair 45 dagen hechtenis ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 3].

De telastlegging.

Aan verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A.

Vrijspraak

De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte bij dagvaarding onder 1 primair is telastgelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 1 subsidiair

De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat [medeverdachte], de medeverdachte, degene is geweest die in het benzinestation de schoten heeft gelost, tengevolge waarvan [slachtoffer] is overleden. De rechtbank acht ook wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] medeaansprakelijk is voor de dood van het slachtoffer.

De rechtbank overweegt dienaangaande het volgende.

Gelet op de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is verdachte voor de dood van [slachtoffer] medeaansprakelijk indien hij bewust, in nauwe en volledige samenwerking met zijn medeverdachte, aan die levensberoving heeft meegewerkt. Voor de beoordeling van de strafrechtelijke medeaansprakelijkheid van de verdachte zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting verklaard dat het zijn idee was om het benzinestation te beroven. De reden hiervoor was dat er geld nodig was. Vervolgens heeft hij zijn vuurwapen en een bivakmuts gepakt en is samen met de medeverdachte naar het Shell station gelopen. Onderweg heeft hij de veiligheidspal van het vuurwapen op vuren gezet en vervolgens het wapen geladen. Het wapen wordt dan door verdachte aan [medeverdachte] gegeven, waarbij hij verzuimt hem te vertellen dat het wapen reeds doorgeladen en dus schietklaar is. Verdachte wist dat [medeverdachte] onder invloed van verdovende middelen was. Verdachte blijft vervolgens buiten wachten terwijl [medeverdachte] naar binnen gaat om de overval te plegen. Kort hierop klinken een tweetal schoten.

Op grond van bovenstaande feiten moet als vaststaand worden aangenomen dat verdachte zich ervan bewust was dat [medeverdachte] mogelijk het wapen zou gebruiken tijdens de overval en dat hierbij slachtoffers zouden kunnen vallen.

Op het moment dat verdachte het plan opvatte het benzinestation te overvallen, een vuurwapen meenam, dit wapen laadde en het wapen vervolgens aan zijn mededader gaf om hiermee de overval te gaan plegen, kwam naar het oordeel van de rechtbank een bewuste, nauwe en volledige samenwerking tussen hem en [medeverdachte] tot stand.

Ook nadat [medeverdachte] de schoten heeft gelost heeft verdachte zich op geen enkele wijze gedistantieerd van de handelingen van [medeverdachte]. In tegendeel, verdachte heeft de samenwerking actief voortgezet en geholpen de gepleegde strafbare feiten te continueren. Na de overval wordt er door verdachte van alles aan gedaan om de sporen van de schietpartij uit te wissen. Zo wordt er tijdens de vlucht van jas gewisseld en benadert verdachte verschillende personen met de vraag of ze het vuurwapen kwijt kunnen maken. Uiteindelijk wordt het wapen de volgende dag door verdachte in Rotterdam verkocht.

Ook de opbrengst van de overval, een geldbedrag van 235 euro en enkele pakjes sigaretten, wordt door de twee verdachten gedeeld.

Op grond van het handelen van verdachte onder de hiervoor genoemde omstandigheden komt de rechtbank tot het oordeel dat de samenwerking tussen [medeverdachte] en verdachte zo nauw en volledig is geweest, dat zij het slachtoffer tezamen en in vereniging van het leven hebben beroofd.

De bewijsmiddelen.

P.M.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 1 subsidiair en 2 primair vermelde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht -en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad- de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijven oplevert.

Verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden, waaronder het is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt met betrekking tot de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf het volgende overwogen.

Verdachte heeft in de avond van 6 januari 2003, samen met zijn medeverdachte [medeverdachte], het plan gevat om een benzinepomp te overvallen. Er is geld nodig. Nadat ze in de woning van verdachte eerst hebben geblowd en cocaïne hebben gerookt, pakt verdachte zijn vuurwapen en een bivakmuts en vertrekken beide verdachten in de richting van het Shell station. Onderweg laadt verdachte zijn vuurwapen en zet de veiligheidspal op vuren. Het vuurwapen is dan schietklaar. Verdachte pleegt vervolgens niet zelf de overval maar laat zijn medeverdachte naar binnen gaan.

Zoals hiervoor onder de bewijsoverweging uiteengezet, was verdachte er zich derhalve van bewust dat er in het benzinestation slachtoffers zouden kunnen vallen.

Vlak daarna hoort verdachte twee schoten en komt zijn medeverdachte naar buiten gerend. Samen vluchten ze weg van het benzinestation. Als [medeverdachte] hem onderweg vertelt dat hij een vrouw heeft neergeschoten wordt er door verdachte van alles aan gedaan om de sporen van het misdrijf weg te werken. Zo wordt er van jas gewisseld en speelt verdachte een actieve rol in het wegmaken van het vuurwapen.

Verdachte heeft aldus meegewerkt aan dit zeer ernstige feit waarbij een onschuldige vrouw de dood heeft gevonden. De door verdachte en zijn medeverdachte gepleegde feiten hebben voor grote onrust in de samenleving gezorgd. Daarnaast hebben de verdachten door hun handelwijze ook de nabestaanden van het slachtoffer zeer veel leed aangedaan.

De rechtbank rekent verdachte het door hem gepleegde feit zwaar aan en is van oordeel dat slechts een aanmerkelijke vrijheidsbenemende sanctie recht doet aan de ernst hiervan. De rechtbank houdt rekening met een op naam van verdachte staand uittreksel uit het algemeen documentatieregister waaruit blijkt dat hij reeds eerder voor een geweldsdelict is veroordeeld.

De rechtbank houdt bij de bepaling van de duur van de op te leggen gevangenisstraf ook rekening met het navolgende.

Over de persoonlijkheid van verdachte is schriftelijk gerapporteerd en geadviseerd door een tweetal gedragsdeskundigen.

Drs. R. Thomassen, psychiater, heeft op 8 april 2003 geconcludeerd dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar ten aanzien van het hem telastgelegde moet worden geacht.

Ook Drs. F.G. Schilder, psycholoog, heeft op 7 april 2003 geconcludeerd dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar dient te worden geacht ten aanzien van het hem telastgelegde.

De rechtbank neemt de conclusie van beide deskundigen over en maakt die tot de hare.

De rechtbank acht een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

In beslag genomen voorwerpen

De rechtbank zal de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 1 t/m 3, te weten een paar grijze Nike schoenen, een blauwe Nike baseball pet, en een paar blauw met groene handschoenen, verbeurdverklaren, zijnde deze voorwerpen voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien met behulp van deze aan verdachte toebehorende voorwerpen de onder 1 subsidiair en 2 primair bewezenverklaarde misdrijven zijn begaan.

De vorderingen van de benadeelde partijen

[s[benadeelde partij 1], [adres], heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 2891,89.

Deze vordering is door de verdediging niet weersproken en is door de bij het Voegingsformulier gevoegde overgelegde bescheiden gestaafd, terwijl die vordering, die eenvoudig van aard is, rechtstreeks - naar uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken - haar grondslag vindt in het bij dagvaarding onder 1 subsidiair aan verdachte telastgelegde en bewezenverklaarde feit.

De rechtbank bepaalt derhalve dat de benadeelde partij ontvankelijk is in zijn vordering en zal deze vordering toewijzen.

[benadeelde partij 2], wonende te [adres], heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 3500, =.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding.

[benadeelde partij 3], wonende te [adres], heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 2250, =.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding.

Schadevergoedingsmaatregel

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 2891,89 ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 1].

De toepasselijke wetsartikelen.

De artikelen:

- 33, 33a, 36f, 47, 57, 288 en 312 van het Wetboek van Strafrecht;

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem bij dagvaarding onder 1 primair telastgelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 1 subsidiair en 2 primair telastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

Ten aanzien van feit 1 subsidiair:

Medeplegen van doodslag, vergezeld van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit gemakkelijk te maken

Ten aanzien van feit 2 primair:

Medeplegen van diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken

verklaart het bewezene en verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt verdachte te dier zake tot:

gevangenisstraf voor de duur van 10 jaar;

bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op : 9 januari 2003,

in voorlopige hechtenis gesteld op : 10 januari 2003

verklaart verbeurd de blijkens aan dit vonnis gehechte Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 1 t/m 3, te weten een paar grijze Nike schoenen, een blauwe Nike baseball pet, en een paar blauw met groene handschoenen;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] toe en veroordeelt verdachte voorts:

om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan : [benadeelde partij 1], [adres], een bedrag van € 2891,89, met veroordeling tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

met de bepaling dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van de betaalde bedragen;

legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 2891,89 ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 1];

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 57 dagen;

bepaalt dat de voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen;

bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij 2] niet ontvankelijk is in haar vordering tot schadevergoeding, en dat deze haar vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij 3] niet ontvankelijk is in haar vordering tot schadevergoeding, en dat deze haar vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Poustochkine, voorzitter,

Sentrop en De Goede, rechters,

in tegenwoordigheid van mr Dingley, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 mei 2003.

parketnummer 09/757016-03