Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2003:AF6976

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
07-04-2003
Datum publicatie
08-04-2003
Zaaknummer
09/757364-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09/757364-02; 09/029398-02 (ttz gev)

rolnummer 0004; 0006

's-Gravenhage, 7 april 2003

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [woonplaats],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd Penitentiaire Inrichting, PCS De Kantelberg Unit 4 te ’s-Gravenhage.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 24 maart 2003.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. Th.U. Hiddema, is verschenen en gehoord.

Er hebben zich acht benadeelde partijen gevoegd.

De officier van justitie mr Krol heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding I en bij dagvaarding II telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen:

[slachtoffer 1] tot een bedrag van € 3430,= (zijnde het eigen risico plus zijn eigen immateriële schade)

[slachtoffer 2] tot een bedrag van € 2500,=,

[slachtoffer 3] tot een bedrag van € 3000,=,

[slachtoffer 4] tot een bedrag van € 2500,=,

[slachtoffer 5] tot een bedrag van € 2500,=,

[slachtoffer 6] tot een bedrag van € 1800,=,

[slachtoffer 7] tot een bedrag van € 1800,= ,

[slachtoffer 8] tot een bedrag van € 1800,=

en tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat het blijkens de Lijst van inbeslaggenomen, niet teruggegeven voorwerpen - hierna te noemen Beslaglijst, waarvan een fotokopie, gemerkt C, aan dit vonnis is gehecht - onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 1 en 4 zullen worden teruggegeven aan verdachte, dat het blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp genummerd 2 zal worden teruggegeven aan WIZZL te Gouda, dat het blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp genummerd 3 zal worden teruggegeven aan BEN en dat het blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp genummerd 5 zal worden teruggegeven aan T for Telecom.

De telastlegging.

Aan verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopieën van de dagvaardingen, gemerkt A I en A II.

De bewijsmiddelen.

P.M.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding I en II vermelde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht -en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad- de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijven oplevert.

Verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf en maatregelen zijn in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden, waaronder het is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt met betrekking tot de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf het volgende overwogen. Verdachte heeft zich, samen met zijn mededaders, op 6 juni 2002 schuldig gemaakt aan een zeer geweldadige overval op een tuindersfamilie te [woonplaats 1]. Verdachte en zijn mededaders waren bewapend met een pistool, een hamer, een mes en ijzeren staven en zij waren vermomd met (bivak) mutsen en donkere brillen. Zij hebben eerst de vader en een zoon in de sorteerruimte van het vlakbij de woning gelegen bedrijf met geweld op de grond gewerkt en gedreigd hen dood te schieten. Ook een werknemer werd gedwongen op de grond te gaan liggen, waarna hun handen en/of voeten werden vastgetaped. Vervolgens bleef één overvaller achter in de sorteerruimte om deze drie slachtoffers te bewaken en zijn de overige overvallers de woning van de familie binnengedrongen, waar de moeder, vijf kinderen en de vriend van een van de dochters lagen te slapen. De moeder werd met een hard voorwerp krachtig in het gezicht geslagen, waardoor zij een bloedende hoofdwond opliep. Zij en alle in de woning aanwezige kinderen werden in een slaapkamer gedwongen. Moeder moest de inhoud van een portemonnee afgeven en mobiele telefoons werden onder dwang door de kinderen afgegeven. Een van de zoons kreeg te horen dat hij zou worden doodgeschoten als bleek dat hij intussen de politie had gebeld, waarop de in de woning aanwezige daders in de mobiele telefoon van die zoon controleerden of hij niet inderdaad de politie had gebeld. Vervolgens werd de deur van de slaapkamer op slot gedraaid, waarna de overvallers zijn weggegaan.

Verdachte heeft bij zijn handelen alleen oog gehad voor zijn eigen geldelijk gewin en is volledig voorbij gegaan aan de psychische gevolgen die zijn handelingen voor de slachtoffers hebben. Verdachte en zijn mededaders hebben hierbij elk medeleven of mededogen ten aanzien van de slachtoffers buitengesloten. Het is algemeen bekend dat slachtoffers van dergelijke ernstige geweldsdelicten vaak nog lange tijd last hebben van gevoelens van onveiligheid en onmacht, zeker als het feit in hun eigen huis heeft plaats gevonden.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij er niet voor is teruggedeinsd om ook kinderen te bedreigen en slachtoffer te maken van het gebruikte geweld en dat hij de moeder heeft gedreigd een van haar kinderen te vermoorden.

Voorts heeft verdachte zich op 25 maart 2002 schuldig gemaakt aan heling van een mobiele telefoon en 37 strippenkaarten. Ook dit is een strafbaar feit.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op de rapporten van de psycholoog W.J.L. Lander d.d. 6 november 2002 en van de psychiater H.E.M. van Beek d.d. 18 november 2002.

In zijn rapportage schetst de psycholoog, Lander, verdachte als een gemiddeld intelligent persoon die onder invloed van stress de neiging heeft psychotisch te worden. De persoonlijkheid van verdachte acht hij gekenmerkt door antisociale trekken. Ten tijde van het telastgelegde acht hij geen sprake van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens aanwezig waaruit het plegen verklaard kan worden.

In de rapportage van psychiater Van Beek wordt verdachte beschreven als een persoon waarbij zowel nu als voor zijn detentie geen sprake was van een ziekelijke storing of gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens. Wel kan er volgens de psychiater gesproken worden van antisociale persoonlijkheidstrekken.

Beide deskundigen achten verdachte met betrekking tot het telastgelegde volledig toerekeningsvatbaar.

De rechtbank neemt deze conclusies over en maakt die tot de hare.

De rechtbank heeft acht geslagen op een op naam van verdachte staand uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 23 juli 2002 waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder voor soortgelijke delicten is veroordeeld. De rechtbank rekent het verdachte aan dat deze eerdere veroordelingen hem er niet van hebben weerhouden onderhavige feiten te plegen.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank de straf zoals die door de officier van justitie is gevorderd passend en geboden.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].

[slachtoffer], wonende te [woonplaats 1], heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 7.740,=.

Voorzover de vordering betrekking heeft op gederfde inkomsten, zal de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in zijn vordering tot schadevergoeding, aangezien de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding.

Deze vordering, voorzover deze betrekking heeft op materiële schade en immateriële schade, is door de verdediging niet weersproken, en is door de bij het Voegingsformulier gevoegde bescheiden gestaafd, terwijl die vordering, die eenvoudig van aard is, rechtstreeks - naar uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken - haar grondslag vindt in het bij dagvaarding I aan verdachte telastgelegde en bewezenverklaarde feit.

De rechtbank bepaalt derhalve dat de benadeelde partij ontvankelijk is in zijn vordering en zal dit deel van de vordering toewijzen.

De vorderingen van de overige benadeelde partijen.

[slachtoffer 3], [slachtoffer 2], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5], [slachtoffer 6], [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8], allen wonende te [woonplaats 1], hebben zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van een vordering tot schadevergoeding, respectievelijk groot € 3000,=, € 2500,=, € 2500,=, € 2500,=, € 1800,=, € 1800,= en € 1800,=.

Deze vorderingen hebben betrekking op immateriële schadevergoeding. Zij zijn door de verdediging niet weersproken, eenvoudig van aard en vinden rechtstreeks - naar uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken - hun grondslag vinden in het bij dagvaarding I aan verdachte telastgelegde en bewezenverklaarde feit.

De rechtbank bepaalt derhalve dat de benadeelde partijen ontvankelijk zijn in hun vorderingen en zal deze vorderingen toewijzen.

Schadevergoedingsmaatregelen.

Nu verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bij dagvaarding I bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot:

- betaling aan de staat van een bedrag groot € 3430,= ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 1],

- betaling aan de staat van een bedrag groot € 3000,= ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 3],

- betaling aan de staat van een bedrag groot € 2500,= ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 2]

- betaling aan de staat van een bedrag groot € 2500,= ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 4],

- betaling aan de staat van een bedrag groot € 2500,= ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 5],

- betaling aan de staat van een bedrag groot € 1800,= ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 6],

- betaling aan de staat van een bedrag groot € 1800,= ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 7] en

- betaling aan de staat van een bedrag groot € 1800,= ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 8].

Inbeslaggenomen voorwerpen.

De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 1 en 4, te weten: 1 telefoontoestel Nokia 3310 en 1 telefoontoestel.

De rechtbank zal de teruggave aan WIZZL te Gouda gelasten van het blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp genummerd 2, te weten: 37 strippenkaarten.

De rechtbank zal de teruggave aan BEN ( T-MOBILE) gelasten van het blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp genummerd 3, te weten: 1 telefoontoestel MOTOROLA V3690.

De rechtbank zal de teruggave aan T FOR TELECOM gelasten van de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 5, te weten: 1 dummy telefoontoestel.

De toepasselijke wetsartikelen.

De artikelen:

- 24c, 36f, 56, 57, 310, 312, 317 en 416 van het Wetboek van Strafrecht;

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding I en bij dagvaarding II telastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

Ten aanzien van dagvaarding I:

Voortgezette handeling van:

DIEFSTAL, VERGEZELD VAN GEWELD EN BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN EN GEMAKKELIJK TE MAKEN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN, MEERMALEN GEPLEEGD;

en;

AFPERSING DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN, MEERMALEN GEPLEEGD;

Ten aanzien van dagvaarding II:

OPZETHELING.

verklaart het bewezene en verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt verdachte te dier zake tot:

gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren;

bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op : 18 juli 2002,

in voorlopige hechtenis gesteld op : 23 juli 2002,

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 3.430,= en veroordeelt verdachte voorts:

om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 1], wonende te [adres1] [woonplaats 1], een bedrag van € 3.430,= met veroordeling tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 3.430,= (het totaalbedrag) ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 1];

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 68 dagen;

Bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader(s) opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag.

verklaart [slachtoffer 1] voor het restant van zijn vordering niet ontvankelijk nu deze niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. [slachtoffer 1] kan dit deel van zijn vordering wel bij de burgerlijke rechter aanbrengen;

wijst voorts de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 3] toe tot een bedrag van € 3.000,= en veroordeelt verdachte voorts:

om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 3], wonende te [adres1] [woonplaats 1], een bedrag van € 3.000,= met veroordeling tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 3.000,= (het totaalbedrag) ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 3];

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen;

Bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader(s) opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag.

wijst voorts de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 2.500,= en veroordeelt verdachte voorts:

om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 2], wonende te [adres1] [woonplaats 1], een bedrag van € 2.500,=, met veroordeling tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 2.500,= (het totaalbedrag) ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 2];

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 dagen;

Bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader(s) opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag.

wijst voorts de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 4] toe tot een bedrag van € 2.500,= en veroordeelt verdachte voorts:

om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 4], wonende te [adres1] [woonplaats 1], een bedrag van € 2.500,= met veroordeling tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 2.500,= (het totaalbedrag) ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 4];

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 dagen;

Bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader(s) opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag.

wijst voorts de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 5] toe tot een bedrag van € 2.500,= en veroordeelt verdachte voorts:

om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 5], wonende te [adres1] [woonplaats 1], een bedrag van € 2.500,= met veroordeling tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 2.500,= (het totaalbedrag) ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 5];

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 dagen;

Bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader(s) opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag.

wijst voorts de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 6] toe tot een bedrag van € 1.800,= en veroordeelt verdachte voorts:

om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 6], wonende te [adres1] [woonplaats 1] , een bedrag van € 1.800,= met veroordeling tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 1.800,= (het totaalbedrag) ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 6];

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 36 dagen;

Bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader(s) opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag.

wijst voorts de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 7] toe tot een bedrag van € 1.800,= en veroordeelt verdachte voorts:

om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 7], wonende te [adres1] [woonplaats 1], een bedrag van € 1.800,= met veroordeling tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 1.800,= (het totaalbedrag) ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 7];

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 36 dagen;

Bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader(s) opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag.

wijst voorts de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 8] toe tot een bedrag van € 1.800,= en veroordeelt verdachte voorts:

om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 8], wonende te [adres1] [woonplaats 1] , een bedrag van € 1.800,= met veroordeling tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 1.800,= (het totaalbedrag) ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 8];

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 36 dagen;

Bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader(s) opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag.

gelast de teruggave aan verdachte van de blijkens de aan dit vonnis gehechte Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 1 en 4, te weten: 1 telefoontoestel NOKIA 3310 en 1 telefoontoestel;

gelast de teruggave aan WIZZL te Gouda van het blijkens de aan dit vonnis gehechte Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp, genummerd 2, te weten: 37 strippenkaarten;

gelast de teruggave aan BEN (T-MOBILE) van het blijkens de aan dit vonnis gehechte Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp, genummerd 3, te weten: 1 telefoontoestel MOTOROLA V3690;

gelast de teruggave aan T FOR TELECOM van het blijkens de aan dit vonnis gehechte Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp, genummerd 5, te weten: 1 dummy telefoontoestel;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Elkerbout, voorzitter,

Van den Boom en Dam, rechters,

in tegenwoordigheid van mr Bröcheler, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 7 april 2003.