Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2003:AF6975

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
07-04-2003
Datum publicatie
08-04-2003
Zaaknummer
09/757520-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09/757520-02

rolnummer 0005

's-Gravenhage, 7 april 2003

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd te Penitentiaire Inrichting Rijnmond, Huis van Bewaring De Schie te Rotterdam.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 24 maart 2003.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. A.M. van Kuijeren, is verschenen en gehoord.

Er hebben zich acht benadeelde partijen gevoegd.

De officier van justitie mr Krol heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen:

[benadeelde partij1] tot een bedrag van € 3430,= (zijnde het eigen risico plus zijn eigen immateriële schade)

[benadeelde partij2] tot een bedrag van € 2500,=,

[benadeelde partij3] tot een bedrag van € 3000,=,

[benadeelde partij4] tot een bedrag van € 2500,=,

[benadeelde partij5] tot een bedrag van € 2500,=,

[benadeelde partij6] tot een bedrag van € 1800,=,

[benadeelde partij7] tot een bedrag van € 1800,=,

[benadeelde partij8] tot een bedrag van € 1800,=

en tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij [benadeelde partij1] voor het overige.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat het blijkens de Lijst van inbeslaggenomen, niet teruggegeven voorwerpen - hierna te noemen Beslaglijst, waarvan een fotokopie, gemerkt C, aan dit vonnis is gehecht - onder verdachte inbeslaggenomen voorwerp genummerd 4 zal worden verbeurdverklaard, dat het blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp genummerd 1 zal worden teruggegeven aan de oom van verdachte en dat het blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp genummerd 2 zal worden teruggegeven aan het broetje van verdachte.

De telastlegging.

Aan verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A.

De bewijsmiddelen.

P.M.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte het bij dagvaarding vermelde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht -en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad- de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijven oplevert.

Verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf en maatregelen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden, waaronder het is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt met betrekking tot de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf het volgende overwogen. Verdachte heeft zich, samen met zijn mededaders, op 6 juni 2002 schuldig gemaakt aan een zeer geweldadige overval op een tuindersfamilie te [woonplaats]. Verdachte en zijn mededaders waren bewapend met een pistool, een hamer, een mes en ijzeren staven en zij waren vermomd met (bivak) mutsen en donkere brillen. Zij hebben eerst de vader en een zoon in de sorteerruimte van het vlakbij de woning gelegen bedrijf met geweld op de grond gewerkt en gedreigd hen dood te schieten. Ook een werknemer werd gedwongen op de grond te gaan liggen, waarna hun handen en/of voeten werden vastgetaped. Vervolgens bleef één overvaller achter in de sorteerruimte om deze drie slachtoffers te bewaken en zijn de overige overvallers de woning van de familie binnengedrongen, waar de moeder, vijf kinderen en de vriend van een van de dochters lagen te slapen. De moeder werd met een hard voorwerp krachtig in het gezicht geslagen, waardoor zij een bloedende hoofdwond opliep. Zij en alle in de woning aanwezige kinderen werden in een slaapkamer gedwongen. Moeder moest de inhoud van een portemonnee afgeven en mobiele telefoons werden onder dwang door de kinderen afgegeven. Een van de zoons kreeg te horen dat hij zou worden doodgeschoten als bleek dat hij intussen de politie had gebeld, waarop de in de woning aanwezige daders in de mobiele telefoon van die zoon controleerden of hij niet inderdaad de politie had gebeld. Vervolgens werd de deur van de slaapkamer op slot gedraaid, waarna de overvallers zijn weggegaan.

Verdachte heeft bij zijn handelen alleen oog gehad voor zijn eigen geldelijk gewin en is volledig voorbij gegaan aan de psychische gevolgen die zijn handelingen voor de slachtoffers hebben. Verdachte en zijn mededaders hebben hierbij elk medeleven of mededogen ten aanzien van de slachtoffers buitengesloten. Het is algemeen bekend dat slachtoffers van dergelijke ernstige geweldsdelicten vaak nog lange tijd last hebben van gevoelens van onveiligheid en onmacht, zeker als het feit in hun eigen huis heeft plaats gevonden.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij er niet voor is teruggedeinsd om ook kinderen te bedreigen en slachtoffer te maken van het gebruikte geweld en dat hij de moeder heeft gedreigd een van haar kinderen te vermoorden.

De rechtbank heeft acht geslagen op een op naam van verdachte staand uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 5 maart 2003 waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder voor vermogensdelicten is veroordeeld. De rechtbank rekent het verdachte aan dat deze eerdere veroordelingen hem er niet van hebben weerhouden onderhavige feiten te plegen.

De officier van justitie heeft tegen de medeverdachte [medeverdachte] een gevangenisstraf van vijf jaren geëist voor diens deelname aan deze geweldadige overval ( en een opzetheling van een mobiele telefoon en strippenkaarten). Zij heeft in de zaak van deze verdachte een lagere gevangenisstraf geëist omdat deze verdachte een geringere rol bij de overval heeft gespeeld en hij een lichter strafblad heeft dan de medeverdachte. De rechtbank is echter van oordeel dat bij een gewapende geweldadige overval als waar het hier om gaat in beginsel ieder van de personen die daaraan in vereniging met anderen deelneemt in dezelfde mate daarvoor verantwoordelijk is. Bovendien vindt de rechtbank in het dossier geen aanwijzingen dat verdachte een geringere rol bij de overval heeft gespeeld dan genoemde medeverdachte. Voorts heeft verdachte niet een aanmerkelijk lichtere documentatie dan die medeverdachte. De rechtbank ziet dan ook, anders dan de officier van justitie, geen aanleiding aan verdachte een lagere straf op te leggen dan aan deze medeverdachte. Met name de buitensporige geweldadigheid van de overval brengt de rechtbank ertoe verdachte een zwaardere straf dan door de officier van justitie is gevorderd op te leggen.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank navolgende onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij1].

[benadeelde partij1], wonende te [woonplaats], heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 7.740,=.

Voorzover de vordering betrekking heeft op gederfde inkomsten, zal de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in zijn vordering tot schadevergoeding, aangezien de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding.

Deze vordering, voorzover deze betrekking heeft op materiële schade en immateriële schade, is door de verdediging niet weersproken, en is door de bij het Voegingsformulier gevoegde bescheiden gestaafd, terwijl die vordering, die eenvoudig van aard is, rechtstreeks - naar uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken - haar grondslag vindt in het aan verdachte telastgelegde en bewezenverklaarde feit.

De rechtbank bepaalt derhalve dat de benadeelde partij ontvankelijk is in zijn vordering en zal deze vordering toewijzen.

De vorderingen van de overige benadeelde partijen.

[benadeelde partij3], [benadeelde partij2], [benadeelde partij4], [benadeelde partij5], [benadeelde partij6], [benadeelde partij7] en [benadeelde partij8], allen wonende te [woonplaats], hebben zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van een vordering tot schadevergoeding, respectievelijk groot € 3000,=, € 2500,=, € 2500,=, € 2500,=, € 1800,=, € 1800,= en € 1800,=.

Deze vorderingen hebben betrekking op immateriële schadevergoeding. Zij zijn door de verdediging niet weersproken, eenvoudig van aard en vinden rechtstreeks - naar uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken - hun grondslag vinden in de aan verdachte telastgelegde en bewezenverklaarde feiten.

De rechtbank bepaalt derhalve dat de benadeelde partijen ontvankelijk zijn in hun vorderingen en zal deze vorderingen toewijzen.

Schadevergoedingsmaatregelen.

Nu verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot:

- betaling aan de staat van een bedrag groot € 3430,= ten behoeve van het slachtoffer genaamd [benadeelde partij1],

- betaling aan de staat van een bedrag groot € 3000,= ten behoeve van het slachtoffer genaamd [benadeelde partij3],

- betaling aan de staat van een bedrag groot € 2500,= ten behoeve van het slachtoffer genaamd [benadeelde partij2]

- betaling aan de staat van een bedrag groot € 2500,= ten behoeve van het slachtoffer genaamd [benadeelde partij4],

- betaling aan de staat van een bedrag groot € 2500,= ten behoeve van het slachtoffer genaamd [benadeelde partij5],

- betaling aan de staat van een bedrag groot € 1800,= ten behoeve van het slachtoffer genaamd [benadeelde partij6],

- betaling aan de staat van een bedrag groot € 1800,= ten behoeve van het slachtoffer genaamd [benadeelde partij7] en

- betaling aan de staat van een bedrag groot € 1800,= ten behoeve van het slachtoffer genaamd [benadeelde partij8].

Inbeslaggenomen voorwerpen.

De rechtbank zal het blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp genummerd 4 verbeurdverklaren, zijnde dit voorwerp voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien:

niet is kunnen worden vastgesteld aan wie dit voorwerp toebehoord.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de mobile telefoons onder nummer 1 en 2 zullen worden teruggegeven aan respectievelijk de oom en het broertje van verdachte.

De rechtbank overweegt dat nu nadere gegevens omtrent deze oom en broer van verdachte ontbreken, onvoldoende duidelijk is geworden aan wie de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 1 en 2, te weten 1 telefoontoestel NOKIA 8850 en 1 telefoontoestel NOKIA 6210, in eigendom toebehoren.

De rechtbank zal, nu geen persoon als rechthebbende kan worden aangemerkt, de bewaring van deze voorwerpen ten behoeve van de rechthebbende gelasten

De toepasselijke wetsartikelen.

De artikelen:

- 24c, 36f, 56, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het bij dagvaarding telastgelegde feit heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

voortgezette handeling van:

DIEFSTAL, VERGEZELD VAN GEWELD EN BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN EN GEMAKKELIJK TE MAKEN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN;

en;

AFPERSING, DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN, MEERMALEN GEPLEEGD.

verklaart het bewezene en verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt verdachte te dier zake tot:

gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren;

bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op : 14 november 2002,

in voorlopige hechtenis gesteld op : 19 november 2002,

in vrijheid gesteld op : 27 november 2002;

opnieuw in verzekering gesteld op : 3 maart 2003,

opnieuw in voorlopige hechtenis gesteld op : 5 maart 2003,

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij1] toe tot een bedrag van € 3.430,= en veroordeelt verdachte voorts:

om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [benadeelde partij1], wonende te [adres,] [woonplaats], een bedrag van € 3.430,= met veroordeling tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 3.430,= (het totaalbedrag) ten behoeve van het slachtoffer genaamd [benadeelde partij1];

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 68 dagen;

Bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader(s) opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag.

verklaart [benadeelde partij1] voor het restant van zijn vordering niet ontvankelijk nu deze niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. [benadeelde partij1] kan dit deel van zijn vordering wel bij de burgerlijke rechter aanbrengen;

wijst voorts de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij3] toe tot een bedrag van € 3.000,= en veroordeelt verdachte voorts:

om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [benadeelde partij3], wonende te [adres,] [woonplaats], een bedrag van € 3.000,= met veroordeling tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 3.000,= (het totaalbedrag) ten behoeve van het slachtoffer genaamd [benadeelde partij3];

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen;

Bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader(s) opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag.

wijst voorts de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij2] toe tot een bedrag van € 2.500,= en veroordeelt verdachte voorts:

om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [benadeelde partij2], wonende te [adres,] [woonplaats], een bedrag van € 2.500,=, met veroordeling tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 2.500,= (het totaalbedrag) ten behoeve van het slachtoffer genaamd [benadeelde partij2];

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 dagen;

Bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader(s) opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag.

wijst voorts de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij4] toe tot een bedrag van € 2.500,= en veroordeelt verdachte voorts:

om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [benadeelde partij4], wonende te [adres,] [woonplaats], een bedrag van € 2.500,= met veroordeling tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 2.500,= (het totaalbedrag) ten behoeve van het slachtoffer genaamd [benadeelde partij4];

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 dagen;

Bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader(s) opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag.

wijst voorts de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij5] toe tot een bedrag van € 2.500,= en veroordeelt verdachte voorts:

om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [benadeelde partij5], wonende te [adres,] [woonplaats], een bedrag van € 2.500,= met veroordeling tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 2.500,= (het totaalbedrag) ten behoeve van het slachtoffer genaamd [benadeelde partij5];

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 dagen;

Bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader(s) opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag.

wijst voorts de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij6] toe tot een bedrag van € 1.800,= en veroordeelt verdachte voorts:

om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [benadeelde partij6], wonende te [adres,] [woonplaats] , een bedrag van € 1.800,= met veroordeling tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 1.800,= (het totaalbedrag) ten behoeve van het slachtoffer genaamd [benadeelde partij6];

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 36 dagen;

Bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader(s) opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag.

wijst voorts de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij7] toe tot een bedrag van € 1.800,= en veroordeelt verdachte voorts:

om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [benadeelde partij7], wonende te [adres,] [woonplaats], een bedrag van € 1.800,= met veroordeling tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 1.800,= (het totaalbedrag) ten behoeve van het slachtoffer genaamd [benadeelde partij7];

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 36 dagen;

Bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader(s) opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag.

wijst voorts de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij8] toe tot een bedrag van € 1.800,= en veroordeelt verdachte voorts:

om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [benadeelde partij8], wonende te [adres,] [woonplaats] , een bedrag van € 1.800,= met veroordeling tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 1.800,= (het totaalbedrag) ten behoeve van het slachtoffer genaamd [benadeelde partij8];

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 36 dagen;

Bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader(s) opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag.

verklaart verbeurd het blijkens de aan dit vonnis gehechte Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp, genummerd 4, te weten: 1 autoradiocompactdisc KENWOOD Kdc-7070r;

gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de blijkens de aan dit vonnis gehechte Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 1 en 2, te weten: 1 telefoontoestel NOKIA 8850 en 1 telefoontoestel NOKIA 6210;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Elkerbout, voorzitter,

Van den Boom en Dam, rechters,

in tegenwoordigheid van mr Bröcheler, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 7 april 2003.