Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2003:AF6612

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
11-02-2003
Datum publicatie
31-03-2003
Zaaknummer
AWB 03/6152, 03/6153
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Nigeria / vestigingsalternatief / artikel 3 EVRM.

Verzoeker stelt afkomstig te zijn uit Nigeria. Verzoeker heeft problemen met familieleden ondervonden omdat hij als oudste zoon van de eerste vrouw van zijn vader recht heeft op de erfenis van zijn vader.

Naar het oordeel van de rechtbank kan hetgeen verzoeker heeft aangevoerd niet vallen onder een der vervolgingsgronden van het vluchtelingenverdrag. De problemen van verzoeker betreffen immers problemen in de privésfeer waartegen het Vluchtelingenverdrag geen bescherming biedt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat verzoeker niet in aanmerking komt voor toelating als vluchteling.

Voorzover ervan moet worden uitgegaan dat verzoeker te vrezen heeft voor een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM, althans voor represailles van zijn familie, wordt overwogen dat verzoeker zich daaraan kan onttrekken door zich, desnoods tijdelijk, elders in Nigeria, bijvoorbeeld in Lagos, op te houden. Mede gelet op het feit dat aan verzoeker het bepaalde in artikel 31, tweede lid, aanhef en sub f, Vw 2000 is en mocht worden tegengeworpen, kon verweerder dit ophoudalternatief aan verzoeker tegenwerpen. Beroep ongegrond, afwijzing verzoek.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 8:86, geldigheid: 2003-02-11
Vreemdelingenwet 2000 31, geldigheid: 2003-02-11
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank te 's-Gravenhage

zittinghoudende te Amsterdam

vreemdelingenkamer

Voorlopige voorziening

Uitspraak

artikel 8:81 en 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

jo artikel 71 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000)

reg. nr.: AWB 03/6152 (voorlopige voorziening)

AWB 03/6153 (beroep)

IND-nr.: 0301.27.4049

inzake: A, van Nigeriaanse nationaliteit, verblijvende in Grenshospitium „Wenckebachweg“ te Amsterdam, verzoeker,

gemachtigde: mr. M. Woudwijk, medewerker van de Stichting Rechtsbijstand Asiel te Amsterdam,

tegen: de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, verweerder,

gemachtigde: mr. R.H. Visser, ambtenaar bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst van verweerders ministerie.

I. PROCESVERLOOP

1. Op 30 januari 2003 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 29 januari 2003 waarbij de aanvraag van verzoeker om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000 is afgewezen. Op diezelfde datum is een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend, waarbij is verzocht uitzetting van verzoeker achterwege te laten totdat op het beroep zal zijn beslist.

2. Het verzoek om een voorlopige voorziening is behandeld ter zitting van 7 februari 2003. Verzoeker is aldaar in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn voornoemde gemachtigde. Tevens was ter zitting aanwezig A.Y.C. Sikkens, tolk in de Pidgin taal.

II. STANDPUNTEN PARTIJEN

1. Verzoeker stelt dat hij de Nigeriaanse nationaliteit bezit en afkomstig is uit Benin-City. De familieoudsten onthouden verzoeker de erfenis van zijn vader, waarop hij als oudste zoon van de eerste vrouw van zijn vader recht heeft. Verzoeker is lastiggevallen en zijn moeder is geslagen door de twee andere vrouwen van zijn vader tijdens de familievergadering. De politie heeft daarop enkele familieleden gearresteerd. Verzoeker is toen in de kerk ondergedoken. Pogingen van de kerk – die verzoeker beschermt – om te zoeken naar een oplossing waren tevergeefs. Bij gebrek aan geld en connecties kan verzoeker zich voor hulp en bescherming niet tot de politie/ de autoriteiten wenden of zich elders vestigen. De kerk en de familie willen het conflict buiten politiebemoeienis houden. Toen verzoeker op een dag de kerk verliet, werd hij door familieleden in elkaar geslagen. Kerkgangers die verzoekers problemen kenden, hielpen hem toen en hebben hem geholpen het land uit te vluchten. De familieleden van zijn vader zullen verzoeker bij terugkeer vermoorden. Door zich elders in Nigeria te vestigen kan verzoeker zich niet onttrekken aan het risico om in strijd met artikel 3 van het Europese Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) te worden behandeld.

Verzoeker weet niet waar zijn geboorte-akte is, en heeft geen paspoort aangeschaft omdat hij daarvoor geen geld had. Het valse paspoort waarmee hij is ingereisd is hem door een kerklid verstrekt.

2. Verweerder heeft de aanvraag van verzoeker binnen 48 procesuren in het aanmeldcentrum (AC) afgewezen op grond van artikel 31, eerste lid, juncto artikel 31, tweede lid, aanhef en onder f, van de Vw 2000. Verzoeker heeft, zonder daarvoor een verschoonbare reden te hebben, geen bescheiden overgelegd als bedoeld in artikel 31, tweede lid, aanhef en onder f, van de Vw 2000. Uit hetgeen verzoeker heeft aangevoerd kan niet worden afgeleid dat hij te vrezen heeft voor vervolging in vluchtelingenrechtelijke zin. Voor zover moet worden aangenomen dat verzoeker te vrezen heeft voor zijn familie, wordt overwogen dat hij daartegen de bescherming van de autoriteiten kan inroepen. Het eerder met succes inroepen van de politie, duidt niet op een onwelwillendheid van de zijde van de autoriteiten om verzoeker te beschermen. Bovendien kan verzoeker zich onttrekken aan de problemen met zijn familie door zich elders in Nigeria op te houden. Sinds de gebeurtenissen in maart 2002 is verzoeker nog vaak naar zijn ouderlijk huis teruggekeerd en hij is een maand voor zijn vertrek uit Nigeria nog bij zijn moeder geweest. Gelet hierop moet hij zijn situatie niet als bijzonder risicovol hebben ingeschat. Verzoeker komt niet in aanmerking voor toelating als vluchteling, noch voor toelating op een der overige gronden van artikel 29 van de Vw 2000.

III. OVERWEGINGEN

1. Aan de orde is de vraag of er gegeven de spoedeisendheid van het verzoek aanleiding bestaat een voorlopige voorziening te treffen dan wel het besluit van verweerder om de uitzetting niet achterwege te laten, te schorsen.

2. Op grond van artikel 8:86 van de Awb heeft de rechtbank na behandeling ter zitting van het verzoek om een voorlopige voorziening de bevoegdheid om, indien hij van oordeel is dat nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak. Verzoeker is tijdig op deze bevoegdheid gewezen.

3. De AC-procedure voorziet in afdoening van asielverzoeken binnen 48 uur. Deze procedure leent zich slechts voor die zaken waarvan verweerder, daarbij de vereiste zorgvuldigheid in acht nemend, binnen deze korte termijn kan beoordelen of de aanvraag op grond van artikel 30 of 31 van de Vw 2000 kan worden afgewezen.

4. Omtrent de stelling van verzoeker dat hem het ontbreken van documenten niet kan worden tegengeworpen, overweegt de rechtbank het volgende. Uit hetgeen verzoeker naar voren heeft gebracht, blijkt dat verzoeker zich bij vertrek niet in een zojuist ontstane acute vluchtsituatie bevond. Verzoeker heeft immers nadat de gestelde problemen in Benin-City in maart 2002 zijn begonnen tot en met december 2002 in zijn woonplaats geleefd. Bovendien is – zoals namens verweerder al in het voornemen is opgemerkt – gebleken dat verzoeker niet van de autoriteiten, doch van zijn familieleden te duchten heeft. Voorzover verzoeker bedoelt te betogen dat niet hijzelf, maar anderen de reis voor hem hebben geregeld en dat die ervoor hebben gekozen om verzoeker te laten uitreizen met een vals in plaats van een echt paspoort, overweegt de rechtbank nog dat verzoeker zelf verantwoordelijk is en blijft voor de gang van zaken rond zijn uitreis en dat hij die verantwoordelijkheid niet kan afwentelen op de hulpkoster in de kerk.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder artikel 31, tweede lid, aanhef en onder f, van de Vw 2000 in volle omvang aan verzoeker mocht tegenwerpen.

5. Voor zover moet worden uitgegaan van de geloofwaardigheid van verzoekers relaas, kan hetgeen verzoeker heeft aangevoerd niet worden gebracht onder een der vervolgingsgronden van het vluchtelingenverdrag. Verzoekers problemen betreffen immers problemen in de privésfeer waartegen het Vluchtelingenverdrag geen bescherming biedt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich dan ook op goede gronden op het standpunt gesteld dat verzoeker niet in aanmerking komt voor toelating als vluchteling.

6. Voor zover ervan moet worden uitgegaan dat verzoeker te vrezen heeft voor een behandeling als verboden is in artikel 3 van het EVRM althans voor represailles van zijn familie, overweegt de rechtbank het volgende. Verweerder heeft aan verzoeker tegengeworpen dat hij zich (desnoods tijdelijk) elders in Nigeria (bijvoorbeeld in Lagos) kan „ophouden“ om zich te onttrekken aan de problemen met zijn familie. Nigeria is een groot land met ruim 120 miljoen inwoners. Voorts maakt paragraaf 4.2 van het Ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken van september 2002 over Nigeria uitdrukkelijk melding van de mogelijkheid voor personen om zich aan negatieve bejegeningen van derden (zoals in casu gesteld) te onttrekken door zich elders in Nigeria op te houden. Mede gelet op het feit dat aan verzoeker het bepaalde in artikel 31, tweede lid, aanhef en onder sub f, van de Vw 2000 is en mocht worden tegengeworpen, kon verweerder dit „ophoudalternatief“ aan verzoeker tegenwerpen. Waar dit vermoeden door verzoeker niet gemotiveerd is weerlegd, kan ook verweerders weigering om verzoeker op de voet van artikel 29, eerste lid, aanhef en sub b, van de Vw 2000 toe te laten, de rechterlijke toetsing doorstaan.

7. Feiten of omstandigheden op grond waarvan ex artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c tot en met f, van de Vw 2000 tot toelating van verzoeker moet worden overgegaan zijn gesteld noch gebleken.

8. De rechtbank is mitsdien gelet op het voorgaande van oordeel dat verweerder de aanvraag in redelijkheid binnen het AC heeft kunnen afwijzen op grond van artikel 31, eerste lid, juncto artikel 31, tweede lid, aanhef en onder f, van de Vw 2000.

9. Uit het voorgaande volgt tevens dat nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan beoordeling van de hoofdzaak en dat deze slechts in ongegrondverklaring van het beroep kan eindigen. De rechtbank ziet derhalve aanleiding om met toepassing van artikel 8:86 van de Awb onmiddellijk op dat beroep te beslissen. Het beroep tegen de afwijzende beschikking op de asielaanvraag van verzoeker zal dan ook ongegrond worden verklaard. Dat brengt mee dat het verzoek om een voorlopige voorziening wegens gebrek aan belang dient te worden afgewezen.

10. Van omstandigheden op grond waarvan een van de partijen zou moeten worden veroordeeld in de door de andere partij gemaakte proceskosten is niet gebleken.

IV. BESLISSING

De rechtbank

in de zaak geregistreerd onder nummer AWB 03/6153:

verklaart het beroep ongegrond;

in de zaak geregistreerd onder nummer AWB 03/6152:

wijst het verzoek af.

Gewezen door mr. H.J. Tijselink, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J. Quist, griffier, en openbaar gemaakt op: 11 februari 2003

De griffier, De voorzitter

Afschrift verzonden op: 11 februari 2003

Conc.: JQ

Coll:

Bp: -

D: B

Tegen de uitspraak in beroep kunnen partijen binnen een week na de verzending van een afschrift van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (adres: Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC 's-Gravenhage). Ingevolge artikel 69, derde lid, van de Vw 2000 bedraagt de termijn voor het instellen van hoger beroep één week. Naast de vereisten waaraan het beroepschrift moet voldoen op grond van artikel 6:5 van de Awb (zoals het overleggen van een afschrift van deze uitspraak) dient het beroepschrift ingevolge artikel 85, eerste lid, van de Vw 2000 een of meer grieven te bevatten. Artikel 6:6 van de Awb (herstel verzuim) is niet van toepassing. Tegen de uitspraak op het verzoek staat geen rechtsmiddel open.