Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2003:AF6169

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
24-03-2003
Datum publicatie
24-03-2003
Zaaknummer
09/925754-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09/925754-02

rolnummer 5

's-Gravenhage, 24 maart 2003

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Haaglanden, PCS De Kantelberg, Unit 4,

te 's-Gravenhage.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 10 maart 2003.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr A. Schippers, is verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr Oostenbrink heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar, en als bijzondere voorwaarden verplicht Reclasseringstoezicht, alsmede deelname aan en voltooiing van de dagbehandeling bij "De Waag" in Utrecht.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de blijkens de Lijst van inbeslaggenomen, niet teruggegeven voorwerpen - hierna te noemen Beslaglijst, waarvan een fotokopie, gemerkt C, aan dit vonnis is gehecht - onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 1 tot en met 5, zullen worden teruggegeven aan verdachte.

De telastlegging.

Aan verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A.

De bewijsmiddelen.

P.M.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 vermelde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijven oplevert.

Verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden, waaronder zij zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt met betrekking tot de op te leggen deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf het volgende overwogen.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim 6 maanden schuldig gemaakt aan een zestal feitelijke aanrandingen van de eerbaarheid, dan wel een poging daartoe, alsmede aan een verkrachting, van meisjes/jonge vrouwen. Verdachte ging als volgt te werk. In de nachtelijke uren begaf hij zich, meestal joggend, maar ook wel op de fiets, op straat. Als hij een aantrekkelijk(e) meisje/jonge vrouw zag fietsen, rende hij er achter aan, trok haar met geweld van de fiets af en bracht vervolgens zijn hand in haar broek en onderbroekje, teneinde haar vagina te voelen. Eenmaal wist verdachte zijn vinger in de vagina van een van de slachtoffers te brengen.

De rechtbank acht dit zeer ernstige feiten. Verdachte heeft door zijn handelen ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn slachtoffers en heeft daarbij alleen oog gehad voor zijn eigen seksuele behoeften en gevoelens. Dergelijke feiten kunnen vergaande psychische gevolgen hebben voor de slachtoffers. Voor de slachtoffers zal het moeilijk zijn zich 's avonds of 's nachts nog alleen op straat te begeven. Bovendien heeft de handelwijze van verdachte destijds in Den Haag voor grote onrust gezorgd en bijgedragen aan de onveiligheid op straat in het algemeen.

Wat betreft de persoon van de verdachte houdt de rechtbank rekening met het rapport d.d. 16 januari 2003 van E.A. Beld, psychiater in opleiding in Den Haag, onder supervisie van J.J.F.M. de Man, zenuwarts te Den Haag. Hierin wordt onder meer geconcludeerd dat er bij betrokkene ten tijde van de telastgelegde feiten sprake was van een scheefgroei in de persoonlijkheidsontwikkeling, zonder dat men echter kan spreken van een persoonlijkheidsstoornis. Betrokkene kan ten aanzien van de feiten met het oog op de gebrekkige ontwikkeling van zijn persoonlijkheid volgens deze deskundigen als licht verminderd toerekeningsvatbaar worden beschouwd. De deskundigen schatten het recidive risico hoog in. Geadviseerd wordt een verplichte dagbehandeling bij de forensische kliniek "De Waag" op te leggen.

Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op het rapport d.d. 17 februari 2003 van drs. S.M.J. van Zeijl, psycholoog te Rotterdam. Hierin wordt onder meer geconcludeerd dat er ten tijde van het plegen van de telastgelegde feiten bij verdachte weliswaar sprake was van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens (namelijk een seksuele stoornis NAO), doch niet van een gebrekkige ontwikkeling in de zin der wet. Volgens de deskundige was er sprake van een gebrek in de emotionele ontwikkeling, namelijk slecht contact kunnen maken met het gevoel. Betrokkene zou ten aanzien van de feiten met het oog hierop enigszins verminderd toerekeningsvatbaar moeten worden geacht. Ook deze deskundige schat de kans op herhaling van soortgelijke feiten bij niet behandeling hoog in. Geadviseerd wordt een gedeelte van de eventueel op te leggen straf voorwaardelijk op te leggen met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact. De reclassering zou erop moeten toezien dat betrokkene zich poliklinisch laat behandelen bij "De Waag", waar aandacht wordt besteed aan hoe om te gaan met de verhoogde seksuele opwinding, sociale vaardigheden en terugvalpreventie.

De rechtbank neemt de conclusies van de deskundigen over en maakt die tot de hare.

Ook is er, na een vroeghulp interventierapport d.d. 25 september 2002, op 11 december 2002 een voorlichtingsrapport omtrent verdachte uitgebracht door de afdeling Reclassering van de Stichting Welzijns- en Gezondheidszorg van het Leger des Heils in het Hofressort

's-Gravenhage, waarvan de rechtbank heeft kennisgenomen.

De rechtbank zal bij het bepalen van de strafmaat rekening houden met de enigszins verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte. In het voordeel van verdachte laat de rechtbank verder wegen dat hij niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen.

Gelet op het vorenstaande en gelet op de betrekkelijk jeugdige leeftijd van verdachte, alsmede op het feit dat verdachte het laakbare van zijn handelen inziet en bereid is zich voor zijn problematiek te laten behandelen, acht de rechtbank de na te noemen straf passend en geboden. Aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden verbinden dat verdachte zich moet houden aan de aanwijzingen van de Reclassering, alsmede dat hij zich poliklinisch laat behandelen voor zijn problematiek in "De Waag" te Utrecht en dat hij deze behandeling ook zal voltooien. Met het oog op deze behandeling acht de rechtbank een proeftijd van 3 jaar geïndiceerd. De verlengde proeftijd dient er tevens toe verdachte te weerhouden van het nogmaals plegen van soortgelijke feiten, hetgeen de rechtbank, vanwege de - door voornoemde deskundigen - hoog ingeschatte kans op recidive, van belang acht.

De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 1 tot en met 5, te weten:

1) 1.00 STK Telefoontoestel Kl:blauw, NOKIA N SE-8, Simkaart: 0000159242706; 2) 1.00 STK Jas Kl:bruin, travellers, Leder model 3/4; 3) 1.00 STK Jas Kl:blauw, HELLY HANSEN; 4) 1.00 STK Tas Kl:oranje, QUICKSILVER rugtas; 5) 1.00 STK Telefoontoestel NOKIA 8210.

De toepasselijke wetsartikelen.

De artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 14d, 45, 57, 242 en 246 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 telastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

ten aanzien van feit 1, 2, 3 en 4:

FEITELIJKE AANRANDING VAN DE EERBAARHEID, MEERMALEN GEPLEEGD;

ten aanzien van feit 5:

VERKRACHTING;

ten aanzien van feit 6 en 7:

POGING TOT FEITELIJKE AANRANDING VAN DE EERBAARHEID, MEERMALEN GEPLEEGD;

verklaart het bewezene en verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt verdachte te dier zake tot:

gevangenisstraf voor de duur van DERTIG MAANDEN;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot TIEN MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 3 JAAR vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit,

en onder de bijzondere voorwaarden:

dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, arrondissement Den Haag, zolang die instelling zulks nodig acht;

en

dat de veroordeelde gedurende de proeftijd zal deelnemen aan de dagbehandeling bij de forensische kliniek "De Waag", en die behandeling zal voltooien;

geeft hierbij opdracht aan bovengenoemde reclasseringsinstelling krachtens het bepaalde bij artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht;

bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op : 21 september 2002,

in voorlopige hechtenis gesteld op : 24 september 2002,

gelast de teruggave aan verdachte van de blijkens de aan dit vonnis gehechte Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 1 tot en met 5, te weten 1) 1.00 STK Telefoontoestel Kl:blauw, NOKIA N SE-8, Simkaart: 0000159242706; 2) 1.00 STK Jas Kl:bruin, travellers, Leder model 3/4; 3) 1.00 STK Jas Kl:blauw, HELLY HANSEN; 4) 1.00 STK Tas Kl:oranje, QUICKSILVER rugtas; 5) 1.00 STK Telefoontoestel NOKIA 8210;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs De Boer, voorzitter,

Dam en De Groot, rechters,

in tegenwoordigheid van Van den Bosch, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 maart 2003.

parketnummer 09/925754-02