Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2003:AF5506

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
06-03-2003
Datum publicatie
11-03-2003
Zaaknummer
09/753156-02; 09/027167-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummers 09/753156-02; 09/027167-03

rolnummers 0007; 0012

's-Gravenhage, 6 maart 2003

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in het Penitentiair Complex Scheveningen, Jeugdhuis van Bewaring De Sprang (Unit 3), te 's-Gravenhage.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 20 februari 2003.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr M.G. Evers, is verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr Vos heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding met parketnummer 09/027167-03 onder 1 telastgelegde wordt vrijgesproken en dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding met parketnummer 09/753156-02 onder 1, 2 en 3 en van het hem bij dagvaarding met parketnummer 09/027167-03 onder 2 en 3 telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De telastlegging.

Aan verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopieën van de dagvaarding met parketnummer 09/753156-02, gemerkt A en van de dagvaarding met parketnummer 09/027167-03, gemerkt A1.

Vrijspraak.

De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte bij dagvaarding met parketnummer 09/027167-03 onder 1 en 2 is telastgelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen.

P.M.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen -elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft- staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding met parketnummer 09/753156-02 onder 1, 2 en 3 en de bij dagvaarding met parketnummer 09/027167-03 onder 3 vermelde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht -en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad- de inhoud van de telastleggingen, zoals deze is vermeld in de fotokopieën daarvan, gemerkt B (voor wat betreft de dagvaarding met parketnummer 09/753156-02) en B1 (voor wat betreft de dagvaarding met parketnummer 09/027167-03).

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijven oplevert.

Verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden, waaronder zij zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt met betrekking tot de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf het volgende overwogen. Verdachte heeft deel uitgemaakt van een groep mensen die gedurende een periode van een aantal jaren handelde in drugs. Verdachte zelf heeft gedurende een periode van ruim acht maanden meermalen samen met anderen heroïne en cocaïne verkocht en afgeleverd. Voorts heeft verdachte 1,4 gram amfetamine in zijn bezit gehad.

Daarnaast heeft verdachte deel uitgemaakt van een criminele organisatie welke als oogmerk had het buiten het grondgebied van Nederland brengen van amfetamine en XTC-pillen door middel van drugstransporten. Verdachte vervulde binnen deze organisatie een positie in het middenkader. Hij heeft ter voorbereiding van die drugstransporten zichzelf en anderen gelegenheid, middelen en inlichtingen verschaft en gelden voorhanden gehad terwijl hij wist dat deze bestemd waren tot het plegen van dat feit.

Hard drugs brengen schade toe aan de volksgezondheid. Zij werken ook andere strafbare feiten in de hand die leiden tot grote financiële schade en een gevoel van onveiligheid in de maatschappij.

Verdachte is, blijkens een hem betreffend uittreksel uit het algemeen documentatieregister, reeds eerder voor strafbare feiten veroordeeld.

De hiervoor genoemde feiten rechtvaardigen in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur. Echter gelet op de jeugdige leeftijd van verdachte alsmede dat verdachte niet eerder is veroordeeld ter zake van overtreding van de Opiumwet, brengen de rechtbank ertoe een lichtere straf op te leggen dan door de officier van justitie is gevorderd.

De toepasselijke wetsartikelen.

De artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 47, 57, 63 en 130 van het Wetboek van Strafrecht;

- 2, 10, 10a en 13 van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst I.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem bij dagvaarding met parketnummer 09/027167-03 onder 1 en 2 telastgelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding met parketnummer 09/753156-02 onder 1, 2 en 3 en de bij dagvaarding met parketnummer 09/027167-03 onder 3 telastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

ten aanzien van parketnummer 09/753156-02, feit 1:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, eerste lid, onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

ten aanzien van parketnummer 09/753156-02, feit 2:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, eerste lid, onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

ten aanzien van parketnummer 09/753156-02, feit 3:

medeplegen van een feit bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden en bevorderen, door een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen, mede te plegen of daarbij behulpzaam te zijn en zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en gelden voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

ten aanzien van parketnummer 09/027167-03, feit 3:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

verklaart het bewezene en verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt verdachte te dier zake tot:

gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 12 maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaar vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op :10 september 2002,

in voorlopige hechtenis gesteld op :13 september 2002,

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Timmermans, voorzitter,

De Graaf en Jalink, rechters,

in tegenwoordigheid van Van Dijk, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 maart 2003.

parketnummers 09/753156-02; 09/027167-03